RIB 24 - 47 Bijlage 2 Handreiking bij Update toekomstverkenning Hart van Brabant.docx
Tekst van het document
Handreiking bij de rapportage Update toekomstverkenning Hart van Brabant Uitgangspunten voor de duiding Om te komen tot de juiste lezing en interpretatie van het rapport, zijn enkele uitgangspunten belangrijk. Allereerst is het van belang dat u zich ervan bewust bent dat de vermelde (prognose)cijfers in het rapport geen absolute waarheid zijn. Onderzoeksbureaus kunnen niet uitrekenen wat er gebouwd moet worden. Het rapport geeft richting weer, maar is geen feitelijke voorspelling van de toekomst. Voor wat betreft de demografische ontwikkelingen in onze regio, is aangesloten bij de prognoses van de provincie. Deze verwachte trends laten zien wat mogelijke demografische ontwikkelingen zijn in onze regio. Deze verwachte trends bepalen niet de woningbouwopgave. Het zijn beleidsarme cijfers. Uitkomsten voor de getalsmatige opgaven kunnen dan ook anders zijn dan prognosecijfers uit een rapport. We onderkennen de opgaven die het rapport weergeeft en zullen deze in de regio verdelen, op een manier die recht doet aan lokale situaties. Hoewel er factsheets zijn gemaakt per gemeente, kunnen deze gemeentelijke cijfers niet op zichzelf gelezen worden. De cijfers moeten altijd gezien worden in de regionale context.
De opgave in drie varianten In de rapportage worden drie prognosevarianten doorgerekend. 1. De huishoudensprognose van de provincie1. Dit is de prognose van 2023 van de provincie die becijfert hoeveel huishoudens er op een bepaald moment in de tijd naar verwachting zullen zijn. Het geeft een beeld van de verwachte veranderingen in omvang en samenstelling van de Brabantse bevolking, evenals van de effecten hiervan op 'het wonen'. 2. De woonbehoefteprognose opgesteld. In deze raming worden boven op de verwachte groei van de huishoudens (uit de huishoudensprognose) ook woningen meegeteld om het huidig tekort volledig in te lopen. 3. Ambitiecijfers uit de Woondeal SRBT. In de provinciale prognoses gaat het om het totaal aantal huishoudens, inclusief de groep huishoudens in onzelfstandige wooneenheden of andere woonvormen. In de Woondealvariant van de SRBT gaat het om huishoudens in reguliere zelfstandige woningen. In bepaalde tabellen heeft In.Fact.Research hiervoor correcties doorgevoerd. In alle bovenstaande scenario’s wordt uitgegaan van een blijvend hoog buitenlands migratiesaldo, voornamelijk vanuit de EU. De provincie volgt hierin de voorspellingen van het CBS. De aanname is dat de piek van de migratie voorbij is, en voor de SRBT-regio richting 2030 zal stabiliseren op een positief saldo van 4.000 migranten per jaar.
De woonbehoefteprognose (variant 2) is de zogenoemde behoefte gebaseerd op het verleden. Dit komt doordat in prognoses wordt uitgegaan van constante woonpatronen. Bij constante woonpatronen wordt verondersteld dat de woonpatronen naar leeftijd, inkomen en huishoudens-samenstelling in de toekomst gelijk blijven aan de huidige situatie. Daarbij is voor ouderen gecorrigeerd voor generatieverschillen. In alle varianten zijn de cijfers daarmee een voorspelling op basis van het heden en verleden. De cijfers zijn beleidsarme cijfers. Effecten van beleidskeuzes of opdrachten vanuit gemeente en/of rijk zijn niet in de cijfers verwerkt. Dit betekent dat regionale verhoudingen niet verschuiven binnen de prognoses. Dit is niet in lijn met het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Hierin wordt de huisvesting van kwetsbare doelgroepen juist gezien als een maatschappelijke opgave, waaraan elke gemeente een evenredige bijdrage dient te leveren. Daarnaast is het streven om het aandeel sociale huurwoningen eerlijk te verdelen over de regio’s. Opgave voor gemeenten is dus om niet meer alleen te bouwen voor de eigen behoefte, maar ook een bijdrage te leveren aan de regionale behoefte en uitbreiding van het betaalbaar woningaanbod. 1
De bevolkings- en woningbehoefteprognose | Noord-Brabant
Toelichting In de update van het woningmarktonderzoek komen verschillende opgaven naar voren. Aan deze opgaven zijn mogelijke beleidskeuzes verbonden. Wij zetten voor u de belangrijke opgaven en kernpunten van het rapport zo concreet mogelijk op een rij. Geprognotiseerde groei Uit de provinciale prognose 2023 blijkt een toename van bijna 37.000 huishoudens in de SRBT-regio. Om de tekorten op de woningmarkt in te lopen, voorspelt de provincie een woonbehoefte van bijna 42.000 woningen. In de woondeal is op dit moment opgenomen dat er bijna 40.000 woningen gerealiseerd moeten worden, tot 20302. Dit is inclusief flexwoningen. Conclusie: als de afspraken uit de SRBT-woondeal gerealiseerd worden, zal een deel van het huidige tekort ingelopen worden. Het volledig wegwerken van de tekorten (daarmee voldoen aan de cijfers uit de woningbehoefte prognose) is niet nodig. Voor een gezonde woningmarkt wordt landelijk een woningtekort van ongeveer 2% aangehouden. Groei verklaard Voor de regio Hart van Brabant wordt een huishoudensgroei van 21.735 verwacht tot 2030. Deze groei is voor het grootste deel te verklaren door de sterk toegenomen buitenlandse migratie. De provincie volgt hierin de voorspellingen van het CBS. De prognoses in 2023 zijn hoger dan in 2020. Dit kan verklaard worden door keuzes in de prognoses: 1. In prognoses van de provincie worden trends doorgetrokken.
Een gemeente die in de afgelopen periode minder heeft gebouwd, komt in principe ook in de toekomst lager uit. 2. Er wordt in de prognose van 2023 een andere verdeling gehanteerd van de huisvesting uit buitenlandse migratie. In 2020 werd het voornaamste deel van de buitenlandse migratie toegerekend aan de steden. In de prognose van 2023 is buitenlandse migratie verdeeld naar inwoneraantal. Mede hieruit blijkt dat het regiocomponent een grotere rol gaat spelen in de woningmarktregio. Ook laten deze cijfers daarmee zien dat demografie en demografische spreiding ‘maakbaar’ is op basis van beleidsmatige keuzes. Ontwikkeling huishoudenssamenstelling In alle varianten neemt het aantal huishoudens van 65 jaar of ouder sterk toe. Volgens de prognose van de provincie bestaat 55% van de groei tot 2030 uit 65-plussers. Na 2030 vlakt de toename wat af, maar blijft het aantal huishoudens groeien. De cijfers geven ook een beeld van de ontwikkeling op inkomensniveau. De overige doelgroep van de corporaties neemt toe. Dit zijn huishoudens die niet in aanmerking komen voor passend toewijzen, maar wel voor een sociale huurwoning. Deze ontwikkeling hangt samen met de vergrijzing. Hoewel het inkomen daalt, hebben veel van deze ouderen wel een eigen vermogen.
Woningbehoefte In.Fact.Research heeft in de rapportage ook de toekomstige woningbehoefte becijferd, mede op basis van de provinciale prognoses. Deze behoefte gebaseerd is op actuele woonpatronen, zonder beleidskeuzes. In deze modellen blijven woonsituaties daarmee altijd gelijk, gelet op de afspraken in de Woondeal is dit echter niet het uitgangspunt. Door het maken van volkshuisvestelijke beleidskeuzes kan worden gestuurd op de woonsituatie, dit wordt gedaan in de Woondeal. Woningbehoefte en beleid Zoals aangegeven geldt voor de woonbehoefte dat deze becijferd wordt op basis van patronen uit het verleden die vertaald worden naar modellen voor de toekomst. Eerder is al vermeld dat dit niet in lijn is met de actualiteit. Rijksbeleid vraagt ons te komen tot een evenredige verdeling van de (sociale) woonopgave. In de rapportage wordt in paragraaf 3.3 Woningbehoefte versus beleid, pagina 20 en verder. Deze paragraaf laat zien dat regionale behoefte en beleid in Hart van Brabant goed op elkaar aansluiten, maar dat er lokaal grotere verschillen zijn. Om te komen tot een meer regionale evenredige verdeling van woningen in het betaalbare segment zullen een aantal regiogemeenten in het landelijk gebied de komende jaren meer betaalbare woningen moeten bouwen, 2
Zie tabel 2-4 op pagina 8 van het rapport.
dan op basis van eigen behoefte nodig is. Ter compensatie zouden de stedelijke gemeenten minder kunnen bouwen, gezien de huidige voorraad daar al een groot aandeel betaalbaar kent. Op welke manier hier uitvoering aan gegeven wordt is onderdeel van gesprek. Door meer te focussen op de regionale component van de woningmarkt, kan ook beter uitvoering gegeven worden aan de opgave om te komen tot een regionale spreiding.