RIB 24-46 Meicirculaire 2024
Tekst van het document
Aan de raadsleden
Dongen, 26 juni 2024
Uw kenmerk Zaaknummer Bijlage(n) Contactpersoon/tel.nr. Betreft
: : : : :
Raadsinformatiebrief 46 J. Maas / 14 0162 Meicirculaire 2024
Geachte heer, mevrouw, Aanleiding In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de inhoud en de consequenties van de genoemde meicirculaire ten opzichte van de laatst bekende circulaire (december 2023). Circulaires Onlangs is de meicirculaire 2024 over de algemene uitkering van het gemeentefonds verschenen. Doorgaans verschijnen er jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire is dus de eerste van dit kalenderjaar en bevat informatie de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2024. Effect meicirculaire Zoals aangegeven wordt de meicirculaire afgezet tegen de laatst bekende circulaire, die van december 2023. Dit leidt tot een financiële vertaling van de effecten van de meicirculaire. Deze effecten worden daarna gespecificeerd naar de ontwikkeling van het accres, alsmede de taakmutaties/ontwikkeling van de maatstaven. Effecten meicirculaire (bedragen x €1.000) Stand algemene uitkering decembercirculaire 2023 Stand algemene uitkering meicirculaire 2024 Mutatie
2024
2025
2026
2027
2028
€ 49.459.662
€ 49.726.509
€ 45.560.211
€ 46.216.545
€ 46.882.181
€ 50.065.213
€ 51.794.913
€ 48.719.925
€ 49.327.146
€ 49.974.525
€ 605.551
€ 2.068.404
€ 3.159.714
€ 3.110.601
€ 3.092.344
Accres Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en overige volumecomponenten. Voor het volumedeel gold tot voor kort de “trap op, trap af” systematiek. Dit hield in dat de Algemene Uitkering meegroeide of -daalde met de rijksuitgaven.
Volumedeel Sinds de Meicirculaire 2022 is het volumedeel bevroren tot en met 2025. Dit betekent dat de Algemene Uitkering niet meer wordt aangepast voor volumeontwikkelingen. Bij de Voorjaarsnota 2023 is besloten om de volumeontwikkeling vanaf 2027 te bepalen op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Feitelijk is dit de nieuwe werkwijze die in plaats is gekomen voor de voormalige systematiek “trap op, trap af”. Loon- en prijsdeel
Tot aan de vorige circulaire (december 2023) werd de Algemene Uitkering berekend op basis van het prijsniveau 2024. De Meicirculaire 2024 is de eerste circulaire waarin de uitkering voor alle toekomstige jaren is berekend tegen het prijsniveau van 2025. Omdat de prijzen en lonen in 2025 hoger liggen, is de Algemene Uitkering meerjarig verhoogd. Het Rijk baseert zich hierbij op de macro-economische cijfers van het Centraal Planbureau. Deze aanpassing van het prijsniveau vindt jaarlijks plaats in de Meicirculaire. De meerjarige begroting van de gemeente Dongen is op dit moment ook nog berekend met het prijspeil 2024. In de Begroting 2025 worden alle lasten aangepast aan het prijsniveau 2025. Veelal gebeurt dit aan de hand van vastgelegde indexeringsafspraken in bijvoorbeeld subsidies of contracten. De prijscompensatie die het Rijk ons in deze circulaire verstrekt, dient als dekking voor deze prijsstijgingen aan de lastenkant.
BTW-compensatie Gemeenten mogen de BTW die ze betalen declareren bij het BTW-compensatiefonds. Sinds een aantal jaren kent dit fonds een maximum. Declareren de gemeenten meer BTW dan er in het fonds beschikbaar is, dan wordt dit verrekend met de Algemene Uitkering. Wordt er minder gedeclareerd, dan wordt er een bedrag toegevoegd aan de Algemene Uitkering. In deze circulaire slechts een voordelige bijstelling voor 2024, gebaseerd op de afrekening 2023. WOZ Landelijk blijkt dat de WOZ-waarden behoorlijk zijn gestegen. Dat betekent in de basis dat gemeenten meer in staat zijn om via de heffing van onroerendzaakbelasting hogere eigen inkomsten te genereren. Het Rijk heeft de rekentarieven aangepast wat leidt tot een voordeel in 2024, daarna tot een nadeel. Schrappen opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden kunnen besparen. In deze meicirculaire wordt de opschalingskorting structureel bevroren. De oploop die vanaf 2026 nog in de boeken stond, komt hiermee te vervallen. Incidentele compensatie In verband met het vervroegd wijzigen van de indexeringssystematiek (bruto binnenlandsproduct) van 2027 naar 2024 dalen de volume- en LPO-accressen voor de jaren 2024 tot en met 2029.
Het effect van deze rekensystematiek wordt in 2024 volledig gecompenseerd, 2025 wordt voor 50% gecompenseerd, de jaren daarna bouwt de compensatie verder af. Bovengenoemde onderwerpen leiden tot de volgende mutaties: (bedragen x €1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Accres en maatstaven
€ -1.028.645
€ -1.414.232
€ 286.267
€ 281.205
€ 286.955
€ 1.974.271
€ 1.803.020
€ 1.798.906
€ 1.791.573
Prijsontwikkeling naar 2025 Plafond btw-compensatiefonds
€ 264.891
Bijstelling WOZ-waarden
€ 167.840
Schrappen opschalingskorting
€
-
€
€
-
€
-
€
-
€
-
€ -187.481
€ -189.597
€ -191.738
€ -193.904
-
€ 842.875
€ 842.198
€ 843.749
Incidentele compensatie
€ 895.407
€ 814.718
€ 168.575
€ 136.673
€ 107.792
Totaal
€ 299.493
€ 1.187.276
€ 2.911.140
€ 2.867.244
€ 2.836.166
Taakmutaties In de meicirculaire worden taakmutaties in beleidsuitvoering of -intensivering financieel vertaald, voor deze circulaire zijn dat op hoofdlijnen de volgende: -
-
-
-
Vanuit de rijksaanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden heeft het kabinet € 40 mln. aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit zijn structurele middelen die gemeenten kunnen inzetten voor een betere dienstverlening op het gebied van armoede en schulden. Het scheiden van wonen en zorg in de WLZ leidt bij gemeente tot meerkosten. Deze meerkosten die gemeenten maken worden gedekt uit de WLZ waartoe een storting wordt gedaan in het gemeentefonds. In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Jaarlijks komt € 30 mln. beschikbaar. In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget wordt vanaf 2025 overgeheveld. Het pilotprogramma voor Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LLV) wordt voortgezet tot 31 december 2024, in afwachting van een structurele regeling. Bekostiging vindt gedeeltelijk plaats door middel van een uitname uit het gemeentefonds.
Ter compensatie voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel vind een uitname plaats uit het gemeentefonds. In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van de Jeugdzorg opgenomen. Gemeente zijn hiervoor eerder gekort. De maatregelen die moeten leiden tot een besparing zijn nog niet gerealiseerd, daarom wordt in 2025 incidenteel € 500 mln. toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor de Dongense begroting betekent dit ook dat de besparing aan de lastenkant komt te vervallen. Per saldo pakt dit neutraal uit voor de begroting. In 2024 wordt een volgende tranche uitgekeerd ter dekking van de kosten die gemoeid zijn met transitie naar de Omgevingswet. Het betreft een decentralisatie-uitkering. De integratie-uitkering Participatie is geactualiseerd. Dit betreft een uitkering waarvan de middelen voor het grootste gedeelte op wettelijke basis worden doorgezet naar het Sociaal Werkbedrijf (Diamantgroep).
Het is belangrijk te vermelden dat met het overbrengen van gelden voor nieuwe of uitbreiding van bestaande taken het Rijk verwacht dat we deze middelen ook alloceren in de gemeentelijke begroting. Dit betekent concreet dat een hogere algemene uitkering aan de batenkant ook leidt tot een verhoging van budgetten aan de lastenkant. Bij het opstellen van de bestuursrapportages monitoren we (het effect van) de inzet van deze middelen. De ontwikkeling van de taakmutaties ziet er als volgt uit: (bedragen x €1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Dienstverlening aanpak armoede en schulden
€ 38.004
€ 40.488
€ 39.164
€ 40.462
€ 41.893
Wmo hulpmiddelen
€ 5.899
€ 8.790
Werkdrukverlaging jeugdbescherming
€ 38.944
€ 40.015
€ 37.942
€ 38.480
€ 39.002
Vrijval reservering compensatieVoogdij 18+
€ 1.268
€ 42.804
€ 41.475
€ 42.065
€ 42.636
€ 134.331
€ 126.693
€ 129.635
Landelijke vreemdelingen voorziening
€ -18.286
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg
€ -36.263 € 646.436
Terugdraaien korting middelen Jeugdzorg Uitvoeringskosten omgevingswet
€ 112.473
Participatie (IU)
€ 156.982
Diverse kleine mutaties Totaal
€ 107.361
€ 7.037
€ -4.766
€ -4.338
€ -4.343
€ 3.012
€ 306.058
€ 881.128
€ 248.574
€ 243.357
€ 256.178
Bovenstaande taakmutaties zijn in deze raadsinformatiebrief vooralsnog enkel aan de batenkant vertaald. De vertaling van de lasten gebeurt bij Berap 2024-2 en de Begroting 2025-2028. Er wordt door het Rijk ook verwacht dat gemeenten geld uitgeven aan extra verkregen middelen via de taakmutaties.
Het totale effect van de meicirculaire bedraagt daarmee: (bedragen x €1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Ontwikkeling accres
€ 299.493
€ 1.187.276
€ 2.911.140
€ 2.867.244
€ 2.836.166
Ontwikkeling taakmutaties
€ 306.058
€ 881.128
€ 248.574
€ 243.357
€ 256.178
Totaal mutatie meicirculaire
€ 605.551
€ 2.068.404
€ 3.159.714
€ 3.110.601
€ 3.092.344
Vervolg Voor de juiste oordeelsvorming over de hier gepresenteerde cijfers wijzen wij u tot slot nog op het volgende. Hoewel de extra baten als gevolg van deze circulaire fors ogen, zeker in het licht van de ravijnjaren, zal er zoals eerder gezegd ook aan lastenkant van de begroting nog een bijstelling (allocatie) moeten plaatsvinden. Dit betreft enerzijds de taakmutaties, maar anderzijds ook de indexering van de budgetten aan de lastenkant. Ook dienen de kostenontwikkelingen zoals benoemd in de Kadernota nog ingepast te worden in de begroting. De effecten van deze meicirculaire zullen voor het jaar 2024 worden meegenomen in Berap 2024-2. Mocht eerder al inzet van middelen benodigd zijn waarvoor een raadsvoorstel/-besluit nodig is, dan zal dat apart aan de raad worden aangeboden waarna de effecten van de voorstel integraal zullen worden verwerkt in Berap 2024-2.Meerjarig worden de effecten meegenomen bij het opstellen van de Programmabegroting 2025-2028, waarbij integraal het financieel effect (inclusief effecten Kadernota 2025) zal worden beoordeeld. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Dongen, De secretaris, De burgemeester,
Dr. G.W. Goedmakers
Ir. J.C. Slagboom