RIB 24-34 - Bijlage 2 - Position Paper Toekomstbestendig Landelijk Gebied
Tekst van het document
Een pleidooi voor veerkracht, duurzaamheid én leefbaarheid in het landelijk gebied van Hart van Brabant Datum: 21/02/2024 1. Inleiding Een ‘toekomstbestendig landelijk gebied’ is één van de vier thema’s waarmee we binnen de regio Hart van Brabant in het kader van de Regionale Omgevingsagenda (ROA) werken. We beginnen niet bij nul, maar een duidelijk integraal beeld van dit toekomstbestendig landelijk gebied heeft de regio nog niet. Er spelen veel vraagstukken en ideeën tegelijkertijd, dat vraagt om een nadere verkenning. Ons landelijk gebied staat voor uitdagingen die verder reiken dan alleen de landbouw en onze duurzame voedselproductie. We willen ook de natuur en biodiversiteit beschermen en versterken, zoeken naar locaties voor duurzame energie opwek, streven naar landschapsherstel en een klimaatadaptieve inrichting. Daarnaast is ons landelijk gebied een belangrijke pijler onder onze Leisure ambitie. Naast de grote trekkers Efteling en de Beekse Bergen zijn de natuurgebieden en Natura 2000-gebieden (de Loonse en Drunense Duinen, de Regte Heide en Riels laag, de Kampina en Oisterwijkse vennen, de Westelijke Langstraat en het Kempenland) en de diversiteit van ons landschap een belangrijke drager voor ons Leisure profiel.
Het landelijk gebied is een belangrijke troef in ons vestigingsklimaat (strijd om talent en arbeidspotentieel) doordat we ons met de nabijheid en toegankelijkheid van het landschap kunnen onderscheiden van andere gebieden. Tevens willen we een aantrekkelijke woonomgeving zijn en blijven voor onze inwoners en de verbinding tussen ons landelijke en verstedelijkte gebied blijven versterken, zodat de karakteristieken van elk gebied maximaal worden benut in de regio. Met elkaar willen we meer grip op de toekomst van ons landelijk gebied in regio Hart van Brabant zodat: • • • • • • •
De balans verbetert tussen functies en de ruimtelijke kwaliteit in het landelijke gebied; We kansen verzilveren op het gebied van recreatie en stad-land relaties (landelijk gebied als uitloopgebied voor onze kernen); We de economische waarde en potentie van ons landelijk gebied kunnen blijven benutten; Er een duurzame (kringloop)landbouw met innovatieve pilots, voorbeelden en kennisontwikkeling mogelijk is; We klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen kunnen blijven accommoderen; De sociale balans en leefbaarheid intact blijft en er een volwaardige relatie tussen onze grote en kleine kernen bestaat; We onze landschapsbeheerders (passend bij de bodem- en waterstructuren) behouden.
Doel en leeswijzer van dit paper Met de ROA versterken we het handelen als één overheid. We werken effectief en doelgericht samen aan dezelfde opgaven en versterken, vanuit een gezamenlijke visie, een integrale manier van denken en werken. Dat doen we als op de overige drie ROA-thema’s, en met dit paper, ook op het thema toekomstbestendig landelijk gebied. Nadat in de volgende paragraaf nadere context en achtergrond wordt gegeven over ons regionale landschap en bodem-en watersysteem, gaat paragraaf 3 in op welke vijf uitgangspunten we als regio Hart van Brabant hanteren voor ons toekomstbestendige landelijk gebied. We sluiten af met een conclusie over onze samenwerking op dit thema en een verantwoording voor hoe dit paper tot stand is gekomen.
1
2. Achtergrond en Context Een grote dynamiek en afwisselend landschap De regio Hart van Brabant ligt op de overgang van zand naar klei. Van hoge zandgronden in het zuiden naar het rivierengebied in het noorden (Figuur 1). De zandgronden kennen een systeem van ingesleten beekdalen met daartussen zandruggen met bossen en heide en vormt zo de natuurlijke ruggengraat van het Van Gogh Nationaal Park waar hard wordt gewerkt om het landschap een duurzame toekomst te geven. De grootste bedreiging op de zandgronden is droogte; water vasthouden is dan ook het devies. Kenmerkend voor de regio zijn de Figuur 1: Linies van klein, corridors van zand, toekomst voor de vele kleine kernen omringd door een landbouw, sturing in het Mozaïek (Bron: SRBT) uitgestrekt landelijk gebied. Tevens bevindt zich hier de meer verstedelijkte zone van Breda naar Tilburg en Waalwijk. Tussen de kernen liggen groenere zones, die versterkt kunnen worden tot groenblauwe corridors die het zand verbinden met het klei. In het noorden bevinden zich de kleigronden die overgaan in het rivierengebied. Kenmerken voor het rivierengebied zijn rivieren, dijken en getijdenwerking. Het gebied ligt onder zeeniveau; bescherming tegen hoogwater is hier belangrijk. Op de grens van zand en klei ligt de “Naad van Brabant”, een gebied waar door kwelstromen een landschap is met onder andere levend veen.
Veel veen is in het verleden gewonnen als brandstof (turf of moer) waardoor een slagenlandschap is ontstaan dat op sommige plekken nog steeds herkenbaar aanwezig is. Klei en veen zijn vruchtbare gronden. Naast deze grove noord-zuid indeling wordt het landschap gekenmerkt (vaak gestuurd vanuit de bodem) door een grote diversiteit aan landschappen en landschappelijke eenheden (Figuur 2). 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26.
Overdiepse polder Maas + uiterwaarden Polder Waalwijk Eiland van Heusden Polder van Bokhoven Drongelens kanaal Langstraat Moer & Vaart Loonse & Drunense duinen Landgoed Pauwels De Lange Rekken Boswachterij Dorst Stadsbos 013 Park Moerenburg Mozaïek landschap Oisterwijk/Haaren/Udenhout Oisterwijkse vennen Molenakker Oisterwijkse heide Het land van Hilver Landgoed de Baest Esdekkenlandschap van Hilvarenbeek Gorp & Roovert Regte Heide Rielsche heide Gilzesche heide Chaamse bossen & Alphense Bergen
Figuur 2: Landschap in lagen: herkenbare landschappelijke eenheden (Bron: REKS Hart van Brabant, 27 februari 2020)
2
De 26 herkenbare landschappelijke eenheden in de regio Hart van Brabant worden in de REKS één voor één omschreven op eenzelfde wijze, voor zowel het huidige landschap met haar geschiedenis als de ruimtelijke kwaliteiten van het omschreven landschap. Daarnaast worden er per landschappelijke eenheid een historische kaart gegeven met een kaart van nu, zodat duidelijk is of het landschap veranderd is door de jaren heen of niet. Gekoppeld aan de herkenbaarheid van deze landschappelijke eenheden is natuurlijk ook het gebruik. Het is daarbij belangrijk om de bodem- en watersystemen te begrijpen (Figuur 3), juist bij de inrichting van het landelijk gebied en de transitie in de landbouw. Zo zijn de linies van klei zeer geschikt voor productieve grondgebonden landbouw die duurzaam en innovatief is. Op de corridors van het zand is niet-grondgeboden (intensieve) landbouw passender, waarbij ook hier innovatie en duurzaamheid niet uit het oog mag worden verloren.
Figuur 3: Schematische verbeelding van het toekomstperspectief voor herstel van het bodem- en watersysteem in NoordBrabant (Bron: H+N+S, 5 oktober 2022)
3
Gebiedsprocessen nu en in de toekomst Er zijn al verschillende gebiedsprocessen en -concepten (zoals het Van Gogh Nationaal Park) aanwezig om integraal de opgaven in onze regio Hart van Brabant aan te pakken. Het gaat hier om de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA’s), Corridors van het Zand (vanuit SRBT) en de stadsregionale parken rondom Tilburg. In deze gebieden wordt met veel verschillende partijen (zowel overheden als gebiedspartners) en op diverse niveaus integraal samengewerkt (figuur 4). Echter blijft er na deze indeling nog een deel van het landelijk gebied onderbelicht: de roze grote cirkels in figuur 5 (schematisch weergegeven). Deze gebieden hebben nog geen duidelijk visie of richting. Over juist deze gebieden, stelt de regio Hart van Brabant in de volgende paragraaf vijf uitgangspunten vast.
Figuur 4: Opgaven in Loonse en Drunense Duinen (GGA) en Van Gogh Natioonaal Park
Figuur 5: Schematische weergave Gebiedsprocessen nu en in de toekomst1 (Bron: heisessie toekomstbestendig landelijk gebied, 1 feb 2020)
1
De kaart is niet uitputtend en gebiedsprocessen/natuurgebieden aangrenzend aan onze regio óf die nog (deels) opgestart moeten worden zijn op deze kaart buiten beschouwing gelaten.
4
3. Uitgangspunten toekomstbestendig landelijk gebied regio Hart van Brabant De ruimtelijke kwaliteit is op veel plaatsen in de regio hoog. Uit de bodemopbouw en het watersysteem is een afwisselend landschap voortgekomen. Met, zoals in paragraaf 2 ook benoemd, veel variatie in grote en kleine kernen en de natuur. We zijn in Hart van Brabant zuinig op die unieke kwaliteit. In de volgende uitgangspunten maken we gebruik van de lagenbenadering door de ondergrond als vertrekpunt te nemen. De bodemopbouw en het watersysteem zullen richtinggevend zijn voor de lagen daarboven. Uitgangspunt 1: We werken aan een gezond en duurzaam bodem-watersysteem Een gezonde bodem en voldoende (schoon) water zijn essentieel voor mens en milieu. We proberen verdere achteruitgang te voorkomen en met elkaar te werken aan systeemherstel. Zo zijn we beter bestand tegen klimaatverandering en voorkomen we nog meer druk op de biodiversiteit. Daarom laten we het bodem-watersysteem een doorslaggevende rol spelen bij de inrichting van onze regio. Hiermee sluiten we aan bij het landelijke en provinciale beleid ‘water en bodem sturend’. We benadrukken het belang om het bodem-watersysteem in samenhang te bekijken. Er wordt momenteel nog veel nadruk gelegd op het watersysteem, terwijl dit niet los gezien kan worden van de kwaliteit en opbouw van de bodem.
Want de bodemgesteldheid of de soort bodem is medebepalend voor het gebruik en de landschappelijke inrichting. Uitgangspunt 2: We zoeken naar perspectief voor de landbouw vanuit de drie V’s: verduurzamen, vervangen, verbreden Als blijkt dat landbouwactiviteiten het herstel van het bodem-watersysteem belemmeren, dan kijken we naar de mogelijkheden die er wel zijn. We zoeken (als de initiatieven zich voordoen) samen met onze agrarisch ondernemers en overige initiatiefnemers naar perspectief voor hun bedrijf. Hiervoor hanteren we drie transitiepaden (de 3V’s): •
•
•
Verduurzamen: Dit is een vorm van landbouw die past binnen een duurzame ontwikkeling en dus toekomstbestendig wil zijn, zowel in ecologisch, economisch als sociaal opzicht. Hierbij denken we o.a. aan natuurinclusief, biodiversiteit, minder gebruik van gewasbescherming en biociden en circulaire landbouw. Vervangen: Transitie van huidig landbouwgebruik naar een ander gebruik ter plaatse. Het kan gaan om het herbestemmen van de huiskavel en omliggende percelen, stoppen en nieuwe invulling geven aan de vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Verbreden: Dit is een vorm van landbouwbedrijfsvoering waarin nevenactiviteiten een grote rol spelen. Dat kan gaan om nevenfuncties zoals recreatie en toerisme, zon- of windenergie, streekproducten, zorg(landbouw) en kinderopvang.
Deze transitiepaden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de praktijk zullen we zien dat veel agrariërs kiezen voor een combinatie van elementen uit de verschillende V’s. Uitgangspunt 3: We houden rekening met alle economische functies van ons landelijk gebied Regio Hart van Brabant beschikt over een uitgestrekt landelijk gebied met veel economische potentie. Hoewel de landbouw hier een belangrijke rol speelt, is de verwachting dat ons landelijk gebied steeds meer andere economische dragers krijgt door vervanging of verbreding van landbouwbedrijven. In regio Hart van Brabant benaderen we deze uitdagingen vanuit een integrale en gebiedsgerichte blik. Zo vergroten we de kans dat parallelle ontwikkelingen in het gebied op elkaar zijn afgestemd en elkaar waar mogelijk versterken. Dat doen we al in de verschillende GGAs en andere gebiedsprocessen maar zou ook voor de overige gronden moeten gelden. De verschillende 5
ruimtevragen worden in samenhang bekeken en afgewogen om te voorkomen dat we een monofunctionele verbreding in de hand werken. Zo houden we ons landelijk gebied in balans en versterken we de leefbaarheid. Indien nodig werken we samen tussen gemeenten in de regio. Een onderzoek op regionaal niveau naar de economische dragers van ons landelijk gebied zou een eerste stap kunnen zijn. Uitgangspunt 4: We zoeken naar de juiste functie op de juiste plek Als ons bodem-watersysteem richtinggevend is voor de lagen daarboven, betekent dit dat niet alle (economische) functies geschikt zijn op iedere locatie. Binnen regio Hart van Brabant gaan we op zoek naar de juiste functie voor de juiste plek. Als er op een locatie geen toekomst blijkt te zijn voor de bestaande bedrijfsactiviteiten, dan onderzoeken we de mogelijkheid om het bedrijf te verplaatsen. Daarbij kijken we zo nodig over gemeentegrenzen heen en werken we nauw samen met de regiogemeenten. Een regionaal grondoverleg kan hier mogelijk bij helpen. Uitgangspunt 5: Bestaande instrumenten omarmen en blijven leren van onze gebiedsprocessen Bestaande instrumenten zoals kwaliteitsverbetering landschap en het natuurbod blijven we in onze regio hanteren en doorontwikkelen als instrumentarium om zo meerwaarde te creëren in ons landelijk gebied.
In bestaande gebiedsprocessen werken we met soortgelijke principes en uitgangspunten zoals hierboven (1 t/m 4) staan beschreven. Echter zien we dat deze anders zijn georganiseerd: namelijk veel integraler, meer in samenwerking met onze gebiedspartners en met meer doorzettingsmacht (door bestuurlijke focus en financiën) worden opgepakt. We leren hieruit en houden elkaar op de hoogte en delen kennis om dit ook in het overige landelijk gebied te kunnen in zetten en best practices te benutten. 4. Samenwerking regio Hart van Brabant: ‘Voorkom dat doorgaan met het oude, het nieuwe tegenhoudt’ Met de bovenstaande uitgangspunten streven wij in gezamenlijkheid naar een landelijk gebied van Hart van Brabant dat veerkrachtig, duurzaam en leefbaar is voor huidige en toekomstige generaties. Juist vanwege ons dynamische en afwisselende landschap en ons bodem- en watersysteem is er veel mogelijk. We tonen verantwoordelijkheid en lef als bestuurders door buiten de gebaande paden te denken en op zoek te gaan naar mogelijkheden en oplossingen en niet terug te vallen op regeltjes. We faciliteren win-win en experimenteerruimte: vanuit de gezamenlijke visie focussen we op wat de meerwaarde is van de ontwikkeling voor de gemeente, gemeenschap en daarmee de regio bovenop de al geldende regels en vereisten. Als we het niet weten, stappen we niet terug, maar stappen we naar voren.
Zo voorkomen we samen dat ‘doorgaan met het oude, het nieuwe tegenhoudt’. 5. Verantwoording van ons proces Met behulp van enkele consultatierondes en workshops, zowel ambtelijk als bestuurlijk in de periode maart 2023 – februari 2024, is dit position paper tot stand gekomen. We vormden tijdens deze sessies een beter beeld over de toekomst van ons landelijk gebied in de regio Hart van Brabant en de manier waarop we met elkaar willen samenwerken Dit deden we door de opgaven en casussen die er in onze regiogemeenten en binnen ons grondgebied spelen met elkaar te bespreken en te ‘doorvoelen’. Hiermee werd comfort verkregen op de thematiek, de urgente opgaven en de kansen die we met elkaar kunnen pakken in het landelijk gebied. Het eindresultaat is dit paper waarin we een eerste beeld inclusief uitgangspunten vormen welke koers we in regio Hart van Brabant willen varen én hoe regionale samenwerking meerwaarde kan bieden binnen ons landelijk gebied.
6