RIB 24-32 Bijlage 1 - Terugblik 2023 en vooruitblik 2024 ZVHMB
Tekst van het document
2023 2024
We kijken terug & vooruit ZORG- & VEILIGHEIDSHUIS MIDDEN-BRABANT
»
Inhoud
Margo Jansen, criminoloog
Klik hier om de podcast te beluisteren
Wist u dat? ... Margo Jansen heel goed kan vertellen over haar werk? Ze is criminoloog bij het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant. Margo verzamelt steeds meer cijfers, vooral over de mensen die ‘in regie’ zijn bij het Team Complexe Casuïstiek. In een podcast duidt ze deze ‘Facts & Figures’ (zie pagina 6 en 7).
ZORG- & VEILIGHEIDSHUIS MIDDEN-BRABANT
Voorwoord 3
3
Onze werkgebieden 5
5
Facts & Figures 6
6
Zorg & straf moeten elkaar versterken
9
9
Contact maken lukt beter als iemand nog niet heel erg verward is
10
10
Je moet informatie kunnen delen. Maar waar ligt de grens?
12
12
We laten de cliënt niet vallen, wat er ook gebeurt
14
14
Hoe bevalt het nieuwe pand? 16
16
Persoonlijk contact als sleutel tot betere samenwerking
18
18
Hoe maken BIJ en ISD gemeenten veiliger en leefbaarder?
19
19
Jongere staat voorop bij persoonsgerichte aanpak jeugd
20
20
Een bredere kijk op de bewoners en de wijk
22
22
Wijkrechtspraak is laagdrempelig en dichtbij
23
23
De proeftuin staat voor een omslag in denken
24
24
Bij mensenhandel kunnen daders ook slachtoffers zijn
26
26
Siem bundelt begeleiding en beschermd wonen
28
28
Managementteam + contactgegevens 30
30
Onze samenwerkende partners 31
31
« »
« »
‘Een persoonsgerichte aanpak blijft de basis voor ons handelen’
Burgemeester Theo Weterings van Tilburg is voorzitter van de Toezichtsraad van het ZVHMB. Carine van Oostveen is keten manager bij het Zorg- en Veiligheidshuis en manager van het Team Complexe casuïstiek en Re-integratie ex-gedetineerden. Ze reflecteren samen op thema’s die aan bod komen in deze Terug- en Vooruitblik 2023 | 2024.
Flexwerkplekken Theo Weterings en Carine van Oostveen
Tilburg was de eerste gemeente met een Zorg- en Veiligheidshuis. Dat getuigt van een vernieuwingsdrang die nog altijd aanwezig is in de regio. Bij veel innovaties in het sociaal en veiligheidsdomein heeft het Zorg- en Veiligheidshuis MiddenBrabant (ZVHMB) een rol. Theo Weterings en Carine van Oostveen zijn enthousiast over de ontwikkelingen, maar Carine waarschuwt tegelijkertijd. “We kunnen niet overal van zijn.”
Een hoogtepunt in 2023 was de verhuizing in oktober naar het nieuwe Zorg- en Veiligheidshuis. De flexwerkplekken in het kantoor ogen op het eerste gezicht hetzelfde als die van de Tilburgse gemeenteambtenaren in een ander deel van het gebouw. Maar in het Zorg- en Veiligheidshuis gelden andere regels, vanwege de gevoelige zaken die er worden besproken. “Openheid en toegankelijkheid zijn in het hele gebouw het uitgangspunt. Er zijn echter ook plekken waar we extra op veiligheid letten”, zegt Theo.
lees verder op volgende pagina »
3
« » In de nieuwe omgeving is eveneens gelegenheid voor informele ontmoeting, iets wat belangrijk is voor het netwerk dat het Zorg- en Veiligheidshuis feitelijk is. Carine en haar team nemen ook regelmatig een kijkje in de keuken bij partnerorganisaties. “Zo bouwen we aan een goede relatie, en het leidt tot meer wederzijds begrip.” Het is slechts een van de manieren waarop het ZVHMB invulling geeft aan het begrip ‘lerende organisatie’. Casussen worden geëvalueerd, patronen opgespoord en relevante maatschappelijke ontwikkelingen besproken. “Wat mij opvalt”, zegt Theo, “is de wil om te blijven leren, zichzelf te blijven ontwikkelen.”
Mensen met verward gedrag vragen veel aandacht van gemeenten. Ze veroorzaken regelmatig overlast in wijken en dorpen en kunnen door hun psychische conditie zelfs gevaarlijk zijn. Carine noemt het voorbeeld van de student geneeskunde in Rotterdam, die in september drie mensen dood schoot. “Zoiets kan helaas overal gebeuren, ook hier. Onze regisseurs voelen dagelijks de verantwoordelijkheid dat te voorkomen.”
Levensloopaanpak
Basistaak
Wijkrechtspraak
Een persoonsgerichte aanpak is ook het uitgangspunt van het project wijkrechtspraak in Tilburg-Noord en -West. “Wijkrechtspraak is voor mij het sluitstuk van een op het individu gerichte manier van werken”, zegt Een beweging die al langer gaande is, is de uitbreiding van Theo. Of ze nu straf- of civiel recht toepassen, met hun uitspraak prode dienstverlening van het Zorg- en Veiberen wijkrechters de situatie voor inwoners te verligheidshuis naar 18-minners. Het Team beteren. Mensen met een huurschuld bijvoorbeeld Complexe Casuïstiek (TCC) houdt zich schieten er niks mee op als ze hun huis uit moeten. DE NIEUWE OMGEVING nu bezig met de eerste jeugdcasussen. “Dat betekent alleen maar nog meer problemen en NODIGT UIT TOT INFORMELE Daarnaast speelt het Zorg- en Veiligbetalingsachterstanden.” ONTMOETINGEN WAT ZEER heidshuis een ondersteunende rol in BELANGRIJK IS VOOR ONS NETWERK het project koppelvlakken, wat gericht De Tilburgse burgemeester prijst de inbreng van is op preventie van complexe casuïstiek het Zorg- en Veiligheidshuis bij het project, dat het bij jongeren. Theo: “Ook bij jeugdigen multidisciplinair overleg voorzit, dat mogelijk voorafkomt het erop neer dat straf- en zorgpartners samen werken gaat aan strafzittingen van de wijkrechter. Daar komt allerlei relevante aan een persoonsgerichte aanpak, om te voorkomen dat ze informatie bij elkaar.
“Zonder kennis over de persoonlijke situatie van tussen wal en schip vallen. Dat is en blijft de basis voor ons de cliënt, is het veel moeilijker een beslissing te nemen die hem of handelen.” haar verder helpt.”
Hetzelfde geldt voor de Levensloopaanpak. Deze is bedoeld voor mensen die een leven lang zorg nodig hebben, om te voorkomen dat ze keer op keer overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen. Theo: “Doel van de Levensloopaanpak is stabiliteit, voor de omgeving, maar net zo goed voor de cliënten zelf.” Ook wijk-GGD’ers, actief in steeds meer gemeenten, richten zich op deze groep. “Die gaan er meteen op af en komen snel in actie.”
Wijkrechtspraak is geen basistaak van het Zorg- en Veiligheidshuis, het komt er extra bij. “Maar dit raakt zó aan onze eigen integrale aanpak, waarbij straf en zorg elkaar versterken”, zegt Carine. Aan de andere kant waakt ze ervoor dat het Zorg- en Veiligheidshuis te veel plustaken op zich neemt. “We kunnen niet overal van zijn. De werkdruk is al hoog, dus ik moet als manager kritisch kijken naar wat we wel en niet doen.” Haar ervaring is dat medewerkers alles interessant vinden en willen aanpakken. Theo herkent de motivatie en de ambitie die Carine beschrijft. “En die worden ook zéér gewaardeerd.”
4
« »
Werkgebied
telt nu elf gemeenten Per 1 januari 2023 zijn de gemeenten Alphen-Chaam en BaarleNassau aangesloten bij het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant. Het werkgebied van het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant is hiermee uitgebreid naar elf gemeenten. Waalwijk
Loon op Zand
Dongen
Tilburg
Gilze en Rijen
Alphen-Chaam
Heusden
Oisterwijk
Goirle Hilvarenbeek
Baarle-Nassau
ZORG- & VEILIGHEIDSHUIS MIDDEN-BRABANT
PERSONEN MET EEN (HOOG) VEILGHEIDSRISICO
VERBINDING MET DE OMGEVING
HUIS OP ORDE
5
Facts & Figures 2023
« » Een professional komt bij het Zorg- en Veiligheidshuis met een casus Heeft advies nodig
Doet een melding
300
2413
adviesgesprekken
meldingen
Heeft informatie nodig
1276
informatieverzoeken
(1344 unieke personen)
1870
Worden doorgezet naar ketenpartner
Triage door Advies- en Triagepunt (ATP) Kortdurende inzet/regie door informatieregisseur Regie door Team Complexe Casuïstiek (TCC), Team CAS (Cooördinatie Analyse Systematische interventie) of Toegang Coördinatie & Veiligheid (C&V)
ATP
144
133
266
Informatieregie
Advies aan melder
Meldingen over personen die al ‘in aanpak’ zijn bij Informatieregie of TCC
TCC CAS C&V
6
« » Top 3 van meldingen:
Aantal meldingen per gemeente in 2023:
Reden melding is:
Achterliggende problematiek bij de meldingen is:
Alphen-Chaam:
verward gedrag
(vermoeden) psychiatrie
Baarle-Nassau:
13
Dongen: Gilze en Rijen:
59 100
Goirle: Heusden:
92 25
Hilvarenbeek:
32
Oisterwijk:
108
Loon op Zand: Tilburg: Waalwijk:
71 1742 149
suïcidaal gedrag
(vermoeden) verslavingsproblematiek
delictgedrag
zorgmijding
Team Complexe Casuïstiek Bij deze mensen speelt de volgende problematiek, vaak naast elkaar. Lopende casussen ➔ 113 Waarvan instroom in 2023 ➔ 16 casussen
19% (L)VB
25% schulden 50% woonproblematiek
12
62
Gemiddelde doorlooptijd van een casus:
63% verslaving
81% psychiatrie
1286 DAGEN
1110 DAGEN
1123 DAGEN
768 DAGEN
770 DAGEN
56% van de mensen kampt zowel met verslavings- als psychiatrische problematiek (dubbel problematiek). Van die 56% heeft nog eens 6% een (licht) verstandelijke beperking (triple problematiek). Voor mensen met dubbel of triple problematiek is het moeilijk een geschikte plek te vinden.
2019 2020 2021 2022 2023
7
Onze mensen & onze samenwerkingen
Lukt het niet om de situatie van een kind te veranderen binnen het vrijwillige kader? En stagneert zijn of haar ontwikkeling hierdoor? Dan kan de casus worden voorgelegd aan de Jeugdbeschermingstafel. Deze kan na bespreking besluiten tot: ➜ hulp in het vrijwillige kader, waarbij de Jeugdbeschermingstafel de gemaakte afspraken gedurende een half jaar monitort; ➜ een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, dat kan leiden tot een door de rechter opgelegde jeugdbeschermingsmaatregel
± 200 professionals
± 200
Samenwerkende organisaties in huis (7)
Wanneer er sprake is van acute onveiligheid wordt een aanmelding rechtstreeks doorgezet naar de Raad voor de Kinderbescherming, zodat deze direct een onderzoek kan starten. Het gezin wordt dan niet besproken aan de Jeugdbeschermingstafel.
36
In 2023 zijn: Team Complexe Casuïstiek en Reintegratie (CC&R) 36 medewerkers zijn rechtstreeks doorgezet naar Raad voor de Kinderbescherming
Convenantpartners: 11 regiogemeenten, 16 zorgpartners en 6 justitiepartners
kinderen (24 gezinnen)
13
schuldenzaken
ALPHEN-CHAAM
3
0 1
echtscheidingszaken
BAARLE-NASSAU
4
4
DONGEN
8
leerplichtgesprekken
GILZE EN RIJEN
22
GOIRLE
12
HEUSDEN
45 2
LOON OP ZAND
11 13
TILBURG
429
WAALWIJK
51
kinderen (75 gezinnen) aangemeld
Een nieuw initiatief gestart november 2023
Aantallen gedetineerden per gemeente
HILVARENBEEK
38
126
Wijkrechtspraak:
Re-integratie ex-gedetineerden
OISTERWIJK
« »
Jeugdbeschermingstafel
Levensloopaanpak: Fivoor (met Novadic Kentron en Amarant) is de coördinerende aanbieder
88
kinderen (51 gezinnen)
zijn besproken aan de Jeugdbeschermingstafel
19 konden verder binnen vrijwillig kader 69 naar Raad voor de Kinder bescherming voor onderzoek
strafzaak
Levensloopaanpak:
De Levensloopaanpak is bedoeld voor mensen die levenslange zorg en begeleiding nodig hebben. Meestal gaat het om mensen die verward zijn, soms geen dak boven het hoofd hebben en anderen overlast bezorgen of angst aanjagen. In 2023 was er een doorstart en zijn er 13 casussen aangemeld allen afkomstig uit de gemeente Tilburg.
2023
13
casussen aangemeld
8
« »
‘Zorg & straf moeten elkaar versterken’ Hoe wordt informatie van het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant (ZVHMB) ingezet bij de ZSM-aanpak? Om daar een beeld bij te krijgen, namen medewerkers van het ZVHMB een ‘kijkje in de keuken’ bij ZSM.
ZSM: Zorgvuldig, Snel en op Maat
Acht medewerkers van het Zorg- en Veiligheidshuis gingen, verdeeld over twee groepen, in oktober en november op werkbezoek bij ZSM. Een van hen was regisseur complexe casuïstiek Noortje Mees. “Je ziet letterlijk de teller lopen”, zegt ze. Noortje doelt op het scherm in de ZSM-ruimte, dat aangeeft hoeveel tijd de officier van justitie nog heeft om een beslissing te nemen.
Wilbert vond de werkbezoeken van ZVHMB’ers nuttig. “We hebben duidelijk kunnen maken hoe we hun informatie gebruiken en dat we er blij mee zijn.” Regisseur complexe casuïstiek Marinella Chalkidis, die ook meeging op werkbezoek, kijkt eveneens tevreden terug. “Door dat kijkje in de keuken weten we elkaar nog beter te vinden.”
Bij een ZSM-beslissing wegen naast strafrechtelijke aspecten ook zorgaspecten mee. Het gaat er bijvoorbeeld om of een verdachte een psychische stoornis heeft en daarvoor wordt behandeld. Zulke contextinformatie kan afkomstig zijn van het Zorg- en Veiligheidshuis en komt dan volledig geautomatiseerd bij het Openbaar Ministerie terecht.
Niet alleen ZSM, ook het Zorg- en Veiligheidshuis heeft baat bij een goede informatie-uitwisseling. Noortje: “Als wij bezig zijn met de uitvoering van een plan van aanpak voor de verdachte, dan is het goed dat de officier van justitie dit weet. Het zou zonde zijn als de ZSM-beslissing onze aanpak doorkruist. Zorg en straf moeten elkaar juist versterken.”
Nuttig
Wilbert Moerland is ketenprocescoördinator bij het Openbaar Ministerie. “Ik verzamel alle benodigde informatie, zodat de officier van justitie een eindbeslissing kan nemen. Elke verdachte haal ik door het systeem. Zo kom ik erachter of er door Zorg- en Veiligheidshuizen gegenereerde ZSM-informatie beschikbaar is.”
Bekijk hier het filmpje!!
ZSM: Zorgvuldig, Snel en op Maat Op het ZSM-kantoor neemt een officier van justitie vaak nog dezelfde dag een beslissing over iemand die zich heeft schuldig gemaakt aan een vorm van veel voorkomende criminaliteit, zoals vernieling. Daarbij wordt rekening gehouden met de omstandigheden van de dader én het slachtoffer, maatwerk dus. Om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen, wordt informatie aangeleverd door onder meer de vaste ZSM-partners: politie, Halt, Raad voor de Kinderbescherming, Slachtofferhulp Nederland en de drie reclasseringsorganisaties (3RO). Door ZSM weten dader en slachtoffer snel waar ze aan toe zijn.
9
« »
‘Contact maken lukt beter als iemand nog niet heel erg verward is’
Steeds meer gemeenten in Midden-Brabant werken met wijkGGD’ers. Zo ook Tilburg en Goirle sinds 2024. Wijk-GGD’ers gaan af op meldingen over personen met verward gedrag en bieden snel hulp. Sarah Voss doet dit al sinds 2018 in de gemeente Oisterwijk. “De rafelranden van de maatschappij: dat trekt mij wel.” Door er vroeg bij te zijn, weet Sarah vaak erger te voorkomen. Zo riep eind 2023 een supermarktmanager haar hulp in. “Hij maakte zich zorgen om een man van eind twintig, die elke dag gratis koffie kwam halen in de winkel. Op een gegeven moment begon de jongeman boos te praten tegen het koffiezetapparaat en er tegenaan te schoppen.” Sarah vroeg de supermarktmanager haar te waarschuwen als de man weer in de winkel was. “Toen het zover was, ben ik naast hem gaan zitten en heb geprobeerd contact te maken. Omdat hij nog niet heel erg in de war was, ging dat nog. Daarom is het zo belangrijk er vroeg bij te zijn.” Samen met de man ging ze vervolgens op zoek naar passende hulp. “Daarbij kies ik altijd voor een warme overdracht: we gaan samen naar een eerste gesprek.”
Fysieke oorzaak
Het zijn niet alleen psychiatrische patiënten met wie Sarah te maken krijgt, maar ook ouderen, mensen met een verslaving of een beperking. Haar ervaring in zowel de psychiatrische als de somatische zorg, komt goed van pas. “Kennis van lichamelijke gezondheid is belangrijk”, vertelt ze. “Verward gedrag kan een fysieke oorzaak hebben.” Sarah richt zich niet alleen op de personen met verward gedrag zelf, maar ook op hun omgeving. “Op verzoek van woningcorporaties ga ik regelmatig in gesprek met omwonenden. Zo was er een keer een man die een matras in de hens had gezet op z’n balkon. Om zich te verontschuldigen voor de overlast, had hij met plakband zakjes cup-a-soup vastgemaakt aan de voordeuren. Dan leg ik de buren uit waarom deze man zich zo gedraagt, en hoe je hem het beste kunt benaderen.” Sarah Voss
lees verder op volgende pagina »
10
« » Sandra Timmermans
Paradijsvogels
Hoe lang Sarah betrokken is bij iemand met verward gedrag, verschilt per persoon. “Soms blijkt diegene al onder behandeling te zijn en ben ik met één telefoontje klaar.” Maar ze heeft ook een casus waarbij ze langdurig betrokken is. “Er woont een man in het bos die daar door de gemeente wordt gedoogd. Die hou ik een beetje in het snotje. Elke gemeente heeft wel een of meer van die paradijsvogels.”
Er meteen op af & snelle actie Er meteen op af en snelle actie: dat is wat Sandra Timmermans zo aanspreekt aan de werkwijze van de wijk-GGD’er. “Mensen zoals Sarah doen fantastisch werk.”
Sandra Timmermans is adviseur veiligheid bij de gemeente Tilburg en was betrokken bij de keuze om vanaf 2024 ook hier met een wijk-GGD’er te gaan werken. Er was wel enige aarzeling. De nieuwe functie moest iets toevoegen aan het bestaande aanbod. Sandra: “Het lijkt soms of iedere doelgroep aparte meldpunten en werkers heeft.” Daarom is in Tilburg goed gekeken naar hoe deze functie kon worden ingebed in bestaande structuren. “We zien de wijk-GGD’er als een aanvulling op de bestaande ‘gereedschapskist’ voor mensen met verward gedrag.” Tilburg kiest voor een andere manier van melden dan Oisterwijk, waar wijk-GGD’er Sarah Voss sinds 2018 actief is. Zij wordt persoonlijk benaderd door bijvoorbeeld de politie of een woningcorporatie. In de gemeente Tilburg lopen meldingen over personen met verward gedrag via het Advies- en Triagepunt (ATP) van het Zorg- en Veiligheidshuis of via het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag. De telefoontjes naar dit meldpunt komen 24 uur per dag binnen bij het Crisis Interventie Team (CIT). Vervolgens beoordelen ATP en CIT wat er nodig is en wie er het beste op af kan gaan. Sandra Timmermans: “Is er veel onrust in de omgeving, maar is er weinig bekend over de persoon met verward gedrag, dan wordt de wijk-GGD’er ingeschakeld. Die kan meteen gaan kijken wat er speelt.”
11
« »
‘Je moet informatie kunnen delen. Maar waar ligt de grens?’ Nathali Lips, kwaliteitsmedewerker bij ZVHMB
Het project Gegevensverwerking loopt al enkele jaren. Inmiddels is duidelijk hoe we binnen het Zorg- en Veiligheidshuis de privacyregels uit onder meer de AVG moeten toepassen. Maar gaat dat ook overal goed? Is alle medewerkers van convenantpartners duidelijk met wie je bepaalde gegevens wel mag delen en met wie niet? En wat doen we bij een datalek of bij een klacht?
“Zelfs als je heel zorgvuldig werkt kan een datalek Zorgvuldig en doelmatig plaatsvinden”, stelt Nathali Lips, kwaliteitsmedewerMedewerkers van het Zorg- en Veiligheidshuis stellen de ker bij het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant. cliënt centraal. Wil je echt iets bereiken, dan is het vaak nodig “Dan lekt privacygevoelige informatie uit. Die was dus om achtergrondinformatie te delen met collega’s van de anergens in een databank, een e-mail of op een informadere diensten. Maar waar ligt de grens? Wat mag je delen en tiedrager opgeslagen. In zo’n geval moet je kunnen wat niet? Nathali: “De AVG vraagt van ons vooral om informaaantonen dat het echt noodzakelijk was, dat die tie doelmatig, noodzakelijkerwijs en rechtmatig te delen. Dat informatie op die plek was opgeslagen. En als er een betekent dat we zorgvuldig moeten verantwoorden waarom klacht wordt ingediend wegens het we iets doen. Dat geldt zeker als je iets doet lekken van informatie, moet vlot te wat buiten de ‘standaard’ situatie valt.
Tel‘MEDEWERKERS achterhalen zijn hoe de informatie kens maak je de afweging: wat bereiken we VAN HET ZORG- EN naar een bepaalde instantie of ermee als we informatie wel of niet delen, zijn persoon is gegaan, en waarom.” er risico’s?” VEILIGHEIDSHUIS STELLEN Dat mag niet leiden tot een rigide DE CLIËNT CENTRAAL’ manier van werken, waarbij nieOm medewerkers daarmee vertrouwd te mand meer gegevens kan delen, maken, vonden afgelopen jaar trainingen benadrukt Nathali. “We willen toe plaats. “Zorgvuldig omgaan met gegevens naar een situatie waarin we zowel optimaal kunnen is het sleutelbegrip. Dat oefenden we in gesprekken, aan de werken, als voldoen aan de wettelijke regels”, legt hand van de ‘vuistregels gegevensverwerking’ (zie pagina ze uit. Om aan die beide vereisten te kunnen voldoen 13). Wanneer mag je gegevens delen? Welke kapstok hoort brengt Nathali de gegevensstromen binnen het samendaarbij?” Na een e-learning en de training volgde intervisie, werkingsverband in kaart. “De kaders waar gegevenswaarbij vraagstukken en dilemma’s uit de praktijk werden verwerking aan moet voldoen zijn helder. Voor mij is besproken. Nathali noemt een voorbeeld: “Stel, je krijgt een de puzzel: zijn onze werkprocessen zodanig ingericht melding van een convenantpartner of de politie. Dan doen dat het past binnen de regels?” we een bekendheidscheck.
Doe je dat dan bij alle partners of alleen bij de partijen die het meest betrokken zijn? Dat zijn geen eenvoudige vraagstukken. Het is vooral zaak er bewust mee om te gaan.”
12
Aanpak
« »
project gegevensverwerking ZVHMB START PROJECT
VOORBEREIDEN FASE 1
De focus ligt op het realisere n van onz e maatscha ppelijke opdracht ’
OVERDRACHT AAN DE LIJN
BORGEN VERBETEREN & TOETSEN
FASE 3
FASE 2
AANLEIDING
Beschrijven werkprocessen Onderzoek en verbetervoorstellen Continu verbeteren
Scan de qr code voor onze vuistregels
Hoe gaan we voldoe n aan weten regelgevin g zonder slagkrac ht te verliezen ?
Aanpassen werkprocessen & werkafspraken
Training medewerkers
Toetsing
an we Hoe ga erkers medew en? m meene
13 13
‘We laten de cliënt niet vallen, wat er ook gebeurt’
« » In 2023 ging in de regio Midden-Brabant de Levensloopaanpak van start. Die is gericht op mensen die door hun gedrag zoveel overlast en onveiligheid veroorzaken, dat zij nergens meer welkom zijn. In de Levensloopaanpak worden zij intensief begeleid met als belangrijk uitgangspunt: we laten je niet vallen. Daarbij draait alles om samenwerking en vertrouwen. Dat geldt voor de cliënt, maar ook voor de ketenpartners onderling. De Levensloopaanpak is een uiterste redmiddel voor mensen met overlastgevend en gevaarlijk gedrag. Bijna altijd gaat het om levenslang terugkerende, moeilijk beheersbare problematiek. Vaak hebben de cliënten psychiatrische problemen en is er sprake van drugsgebruik. Ze hebben de hele hulpverlening al gezien en vaak ook op straat geleefd of in de gevangenis gezeten. “Het is voor mensen die in feite alles al hebben geprobeerd en door hun gedrag uiteindelijk overal zijn afgewezen”, vertelt Henk, teammanager bij Fivoor. “Toch moeten we daar wat mee, als maatschappij. Er is altijd kans op herhaling van het gevaarlijke gedrag. Deze mensen hebben structurerende behandeling, begrenzing en begeleiding nodig. Maar het zijn allesbehalve makkelijke mensen en vaak willen ze helemaal geen hulp meer.”
Ketensamenwerking
De Levensloopaanpak borduurt voort op het Trans Forensisch Team van voorheen. “Het grote verschil is dat we nu geen team zijn, maar een ketensamenwerking naar landelijk model. Er zijn geen mensen gedetacheerd en dat maakt de samenwerking met de partners binnen- en buiten de regio flexibeler”, vertelt Robbert, TCC-regisseur bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Bij het Zorg- en Veiligheidshuis komen de aanmeldingen binnen. Als een aanmelding volgens de informatieregisseur passend lijkt voor de Levensloopaanpak, wordt die besproken in de inclusietafel. Dat is een overleg met alle partners van de Levensloopaanpak, zoals Fivoor, Novadic-Kentron, Amarant, politie, reclassering en GGZ. Iedere partij vertelt daar wat er bij de eigen organisatie bekend is over de cliënt. Nogmaals wordt besproken of alle andere opties in de hulpverlening zijn doorlopen. Pas dan komt iemand in aanmerking voor de Levensloopaanpak. “Alle informatie wordt gedeeld en zo komen we uiteindelijk tot een trajectplan”, vertelt Robbert. In dat plan staat ook wat de afspraken zijn als het gaat om opschaling van de zorg, zowel tijdens als buiten kantooruren. Zo is bij een crisis altijd meteen duidelijk wat er moet gebeuren.
lees verder op volgende pagina »
14
« » Coördinator
Een belangrijke rol speelt de levensloopcoördinator. Die kan afkomstig zijn van Fivoor, Amarant of Novadic-Kentron. De keuze is afhankelijk van welke problematiek het meeste speelt. De levensloopcoördinator zorgt samen met de TCC-regisseur van het Zorg- en Veiligheidshuis dat het trajectplan wordt uitgevoerd. Henk: “We bespreken tijdens de inclusietafel wat de aanpak wordt voor de korte en voor de langere termijn. Op de korte termijn gaat het erom de crisis te bezweren en iemand tot rust te brengen. Vaak is er een overbruggingsplek nodig. Op de langere termijn moet er meestal een woning komen en dat is een uitdaging op zich. Maar op elk moment weet je wie het aanspreekpunt is: de levensloopcoördinator.”
De cliënt tot rust brengen
Het doel van de Levensloopaanpak is het tot rust brengen van de cliënt, zodat de overlast die hij of zij veroorzaakt, binnen de perken blijft. Daarvoor is het nodig om te stoppen met het ‘rondpompen’ van mensen, stelt Henk. “Het gaat er ook om dat zij hun vertrouwen in de zorg terugkrijgen. Dat gaat niet van vandaag op morgen.”
Robbert en Henk twijfelen dan ook, als hun gevraagd wordt naar de eerste ervaringen met de Levensloopaanpak. Robbert: “We zitten echt nog in het begin. Het is te vroeg om nu al conclusies te trekken. Alle betrokken partijen hebben hun commitment uitgesproken: we laten deze cliënt niet vallen. Dat is al heel belangrijk en een goed en hoopvol begin. Maar straks krijgen we de vuurproef: hoe stellen de partners zich op als iemand zich écht vervelend gaat gedragen? Iedereen heeft al negatieve ervaringen met die cliënt. Nu vragen we commitment om toch weer met zo’n cliënt verder te gaan.” Henk vult hem aan: “Dit staat of valt met het vertrouwen tussen de partners. Iedereen heeft zo zijn eigen eilandje. Nu kijken we breder en kiezen we voor een gezamenlijke aanpak. Dat moet groeien met de ervaringen die we opdoen, en met geslaagde casussen.”
Meer informatie op
www.levensloopaanpak.nl
15
« »
Hoe bevalt het nieuwe pand? Op 16 oktober was het zover: de verhuizing van het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant naar het nieuwe pand Paleisring 144 in Tilburg. Zeven convenantpartners werken sindsdien op de eerste etage, terwijl cliënten en relaties op de begane grond worden ontvangen. Hoe bevalt dat? Rapportcijfer:
Sylvia van Eijnatten, teamleider CIT ‘Mooi en rustgevend ingericht’
7,5
“De verhuizing naar het nieuwe pand verliep soepel. Door de open bouw hebben we nog makkelijker dan voorheen contact met de ketenpartners. Je loopt snel even bij elkaar binnen en dat komt de samenwerking zeker ten goede. We vinden ook de inrichting en aankleding mooi en rustgevend. Een punt van aandacht is de klimaatbeheersing in onze eigen kamer. Het is er te snel warm en sommige medewerkers klagen over droge ogen en hoofdpijn. Ik hoop dat dat nog beter kan.”
Maudy Wetzel, teamleider Team CAS Karin Gianotten, operationeel specialist politie ‘Een hele vooruitgang’
8
“Een mooi gebouw op een mooie plek in de stad. Ik hou ook van het open karakter van het nieuwe Zorg- en Veiligheidshuis. Het grote voordeel van met verschillende organisaties een pand delen, is natuurlijk dat je heel makkelijk even bij iemand binnenstapt. We leren elkaar ook beter kennen. Je maakt even een praatje in de huiskamer, of bij de lunch. Al zijn er wel collega’s die nog moeten wennen, dat hou je toch. Maar als er iets niet werkt kaarten we dat aan en wordt het snel verholpen. Ik vind het echt een hele vooruitgang!”
8
‘Korte lijnen zijn nu nóg korter’
“De drempel om even naar de mensen te stappen waar we mee samenwerken is veel lager. De korte lijnen zijn altijd al de grote kracht van het Zorg- en Veiligheidshuis geweest. Dat is nu versterkt. De politie zat in het vorige pand twee verdiepingen lager. Dat lijkt niks, maar in de praktijk is het verschil enorm als je elkaar gewoon ziet zitten. De kantoortuin heeft ook nadelen. Bij een privacygevoelig telefoontje moet je opstaan en naar een aparte ruimte gaan. Dat lukt niet altijd, want soms heb je ook je beeldscherm nodig.”
16
Hoe bevalt het nieuwe pand? Marie-Louise Goris, Interventiejurist OM
« »
‘Ik moet echt wennen aan de kantoortuin’
7,5
‘Samenwerking gaat veel soepeler’
“Wij zitten als Openbaar Ministerie in een soort vissenkom. Ideaal is dat. We zien onze collega’s zitten en als we even iemand nodig hebben, weten we meteen of ze aanwezig zijn. Als ze ons nodig hebben kloppen ze even aan. Daardoor loopt de hele samenwerking soepeler en vlotter. Bij het koffiezetapparaat en in de kantine bespreek je zaken waar je normaal niet zo aan toekomt. Ik zie eigenlijk geen nadelen aan de verhuizing. Het is een mooi en prettig pand waar ik goed mijn werk kan doen.”
Annelies van Nunen, team Bemoeizorg ‘Ik doe wel mijn oortjes in’
8
Bianca Schreuders, Informatiemedewerker
“Ik werk drie dagen per week als informatiemedewerker en kies er bewust voor om dan ook naar kantoor te komen. Maar ik moet er echt nog aan wennen dat we nu in een kantoortuin zitten. Het is onrustig en soms is het lastig om me te concentreren. Voordeel is wel dat het nu heel makkelijk is om even bij collega’s binnen te lopen. En de kantine is echt geweldig. Vaak neem ik een lekker kopje soep bij de lunch en ook daar ontmoet ik de collega’s weer.”
José Rijkers, casemanager van Veilig Thuis
9
‘Het lijkt wel een reünie’
8
“Jaren geleden zaten we ook al met alle medewerkers op één verdieping. Nu is dat weer zo en het lijkt wel een reünie. In de coronaperiode heb ik ontdekt hoe belangrijk het sociale aspect van werken is. Dat is hier optimaal en dat moet ook, want bij ons draait heel veel om informele contacten. Daarnaast vind ik het ook een prachtig gebouw, daar kan ik echt van genieten. En er is een geweldige catering! Het enige nadeel is dat het zo onrustig is. Als ik een paar uur ongestoord wil doorgaan kan ik beter thuiswerken.”
9
“Het is allemaal veel luxer geworden dan in het vorige pand. We zitten met de ketenpartners dichter bij elkaar en dat heeft grote voordelen. Over elke cliënt van Bemoeizorg is heel veel overleg nodig. Als je elkaar dan ontmoet bij de koffiezetter en ook wat social talk deelt, loopt dat overleg opeens veel soepeler, informeler. Er zijn wel collega’s die last hebben van de kantoortuin, naar mijn idee een verouderd concept. Er is altijd geluid, daar moet je tegen kunnen. Ik doe gewoon mijn oortjes in, met muziek.”
17
Gezamenlijke sessies Kernteam & Ambtelijk Overleg
« »
Persoonlijk contact als sleutel tot betere samenwerking
Welke kant gaan we op met de zorg- en veiligheidshuizen? Dat staat beschreven in de Landelijke Meerjarenagenda 2021-2024 (LMJA). In regionale sessies brengen vertegenwoordigers van de ketenpartners en gemeenten de LMJA in de praktijk. We praten erover met Bart Kreukels, senior beleidsadviseur Amarant, en Gini van Horne, proces regisseur zorg en veiligheid bij de gemeente Goirle. Afgelopen jaar vonden twee gezamenlijke sessies plaats van het Kernteam en het Ambtelijk Overleg, voor 2024 staan elk kwartaal bijeenkomsten op de agenda. Het Kernteam bestaat uit de managers van zorg- en justitiepartners, in het Ambtelijk Overleg komen ambtenaren van de elf Midden-Brabantse gemeenten bijeen. De gezamenlijke sessies zijn belangrijke bijeenkomsten om de neuzen in dezelfde richting te krijgen en om de persoonlijke contacten te versterken.
Goede opbouw
Gini van Horne en Bart Kreukels vertegenwoordigers van de ketenpartners
Bart was aanwezig bij de tweede sessie. “Het begon met een plenair deel, waarna we in groepjes van 8 tot 10 mensen bijeen gingen zitten”, vertelt hij. “Dat was een goede opbouw want zo leer je elkaars taal spreken en kom je tot verdieping. Dat maakt samenwerken op onderdelen van de LMJA in de praktijk makkelijker, bijvoorbeeld in de Levensloopaanpak. Tijdens deze bijeenkomst werd er heel open met elkaar gesproken en dat zie ik als de grote kracht.”
Bart is ervan overtuigd dat persoonlijk contact de sleutel tot betere samenwerking is. “Het sterke van die bijeenkomsten is dat je een hele middag fysiek bij elkaar zit en vanuit knelpunten werkt aan oplossingen. Dat is veel effectiever dan wanneer we elke week een uurtje via Teams overleggen.”
Nieuwe initiatieven
Gini valt hem bij: “Mensen zijn op alle niveaus gemotiveerd om de samenwerking te verbeteren. Heel simplistisch komt het er toch op neer: ga wat vaker koffie bij elkaar drinken.” Daar komen ook nieuwe initiatieven uit voort. “Zo hebben we de eerste aanzet gegeven om de nazorg voor gedetineerden te finetunen. En ik heb een afspraak gemaakt met Renée Vogels, teammanager bij de Toegang Tilburg, om de samenwerking tussen de Toegang en het Zorg- en Veiligheidshuis te bespreken. Daar kunnen we in Goirle ons voordeel mee doen. Er zijn veel bureaucratische drempels. Dit zijn goede gelegenheden om elkaar buiten die bureaucratie om te leren kennen.”
18
Hoe maken BIJ en ISD gemeenten veiliger en leefbaarder?
« »
ISD: Inrichting Stelselmatige Daders
Gemeenten kunnen veel profijt hebben van ISD en BIJ. Deze instrumenten zijn bedoeld voor respectievelijk veelplegers en potentieel gevaarlijke ex-gedetineerden. Marie-Louise Goris en Irma Nanuru, interventiejuristen van het OM bij het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant, hebben er regelmatig mee te maken.
Elk half jaar nemen Marie-Louise en Irma deel aan het overleg waarop de zogeheten ISD-lijst wordt geactualiseerd. Daarop staan zeer actieve veelplegers die op dát moment voor een ISD-traject in aanmerking komen. De interventiejuristen brengen deze informatie zo nodig in tijdens onder andere overleggen van het Team Complexe Casuïstiek (TCC). “Wij geven dan aan dat degene waarover gesproken wordt op de ISD-lijst staat. Indien nodig checken we op het moment van bespreken nogmaals of diegene nog steeds voldoet aan de juridische criteria voor deze maatregel.” Komt zo’n persoon nog niet in aanmerking voor een ISD-traject, dan leggen ze uit wat ervoor nodig is om deze maatregel wél te kunnen opleggen. Ook hebben Marie-Louise en Irma een rol tijdens het zogeheten BIJ-overleg. Ze verstrekken daar informatie over het strafblad van degene die vrijkomt: zijn er strafzaken die nog niet afgedaan zijn en/of straffen die nog moeten worden uitgezeten? Wat leert de justitiële documentatie over de risico’s van terugkeer in de samenleving? Bij escalatie van dit soort casussen – en ook van andere casuïstiek - kunnen deze besproken worden tijdens de driehoek. Dit is een overleg tussen burgemeester en vertegenwoordigers van politie en OM, in dit geval gebiedsofficier Viviane de Hommel.
Veelplegers 2 jaar uit de samenleving Zoals de naam aangeeft, is de ISD-maatregel bedoeld voor stelselmatige daders, ook wel veelplegers genoemd. Kenmerkend voor deze groep is een patroon van (even) vastzitten, vrijkomen en weer terugvallen. Doorgaans zijn deze mensen niet zo zeer gevaarlijk, maar bezorgen ze wel veel overlast. Als de rechter hen een ISD-maatregel oplegt, zitten ze maximaal twee jaar vast. En wanneer ze ervoor open staan, krijgen ze een intensief behandelprogramma aangeboden.
BIJ: Bestuurlijke Informatie Justitiabelen Terugkeer gedetineerden in de maatschappij De terugkeer van een ex-gedetineerde in de maatschappij kan tot veel onrust leiden, zoals weerstand in de buurt, angst bij het slachtoffer en problemen voor de ex-justitiabele zelf. Daarom worden burgemeesters geïnformeerd als het risico bestaat dat de vrijlating van een gedetineerde leidt tot een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf. Dat stelt hen in staat maatregelen te nemen, in afstemming met zorg- en justitiepartners. Instrumenten die het mogelijk maken dat burgemeesters op de hoogte worden gebracht, zijn niet alleen BIJ, maar ook 18b PBW (Penitentiaire Beginselenwet). In de praktijk is het overigens niet de burgemeester zelf die wordt geïnformeerd, maar een gemandateerde. Dit is altijd een Adviseur Openbare orde en Veiligheid (AOV’er) in dienst van de gemeente.
19
« »
Jongere staat voorop bij
persoonsgerichte
aanpak jeugd
Sinds december 2023 richt het Team Complexe Casuïstiek (TCC) zich ook op jeugd. Maar hoe voorkom je dat de situatie zo uit de hand loopt dat het TCC eraan te pas moet komen? “Door de jongere weer voorop te stellen.” Een interview met Marinella Chalkidis en Josieke Borsten.
Marinella Chalkidis
“Hulpverleners weten vaak niet waar ze moeten aankloppen met hun vraag”
“We willen voorkomen dat jongeren verder afglijden en mogelijk terechtkomen in de jeugdcriminaliteit”
Josieke Borsten
Het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant bereidt zich al enkele jaren voor op de uitbreiding van de dienstverlening naar alle leeftijden. Die lange aanloop was nodig, zegt Marinella Chalkidis, regisseur complexe casuïstiek met aandachtsgebied jeugd. Ze wilde als kwartiermaker voor de persoonsgerichte aanpak (PGA) jeugd meerwaarde bieden, iets toevoegen aan het bestaande aanbod. “Hulpverleners weten vaak niet waar ze moeten aankloppen met hun vraag”, zegt Marinella. “Ik wilde versimpelen, voorkomen dat je alles alleen maar ingewikkelder maakt door toevoeging van een loket.” Wat ze ook probeerde te vermijden, was opnieuw het wiel uitvinden. “Daarom heb ik veel overgenomen van hoe we het bij volwassenen aanpakken.” lees verder op volgende pagina »
20
« » Wantrouwende moeder
Aan de andere kant vergt de regie op een jeugdcasus een andere werkwijze dan bij volwassenen. Een puur persoonsgerichte aanpak volstaat vaak niet. “Een jongere komt nooit alleen; je hebt altijd met een gezin te maken.” Marinella illustreert dit aan de hand van een voorbeeld van een jeugdige cliënt. Er is sprake van crimineel gedrag, maar ook van een zorgelijke thuissituatie. Het gezin had in het verleden te maken met fors huiselijk geweld. Moeder was destijds teleurgesteld over de geboden hulp. Daardoor staat ze nu wantrouwend tegenover elke vorm van hulpverlening. “Om zorg in te kunnen zetten, moet ik in dit geval eerst zorgen dat moeder weer vertrouwen krijgt in de hulpverlening.” Het werken met 18-minners vergt ook andere expertise. Daarom zijn collega’s bijvoorbeeld getraind in jeugdstrafrecht en de Jeugdwet. Waar Marinella ook tegenaan liep, is dat je te maken krijgt met andere partners. Met voogdijinstellingen bijvoorbeeld, die ondertoezichtstellingen uitvoeren. “Je moet nóg beter samenwerken als het om jongeren gaat.”
Project koppelvlakken
Josieke Borsten beaamt dat volmondig. Ze werkt in opdracht van de gemeente Tilburg aan het project koppelvlakken, dat gaat
over complexe casuïstiek en kwetsbare jongeren. Het project wordt ondersteund en gefaciliteerd door het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant. Waar Marinella zich voornamelijk bezighoudt met de ‘zwaardere gevallen’, richt Josieke zich op preventie. “We willen voorkomen dat jongeren verder afglijden en mogelijk terechtkomen in de jeugdcriminaliteit.” Josieke vervolgt: “Wat we bij jeugd vaak zien, is dat er tientallen meldingen over hen binnenkomen: bij de politie, bij Leerplicht, bij Veilig Thuis. Ze zijn bij al die instanties in beeld, betrokkenen maken zich zorgen, maar hun inzet leidt niet tot het gewenst resultaat.” Organisaties weten vaak niet van elkaar dat ze zich met dezelfde jongere bezighouden, waardoor die tussen wal en schip dreigt te belanden. Josieke: “Met dit project werken verschillende disciplines aan een gezámenlijk beeld van wat er speelt en wat er nodig is. Niet naast elkaar, maar mét elkaar.”
Droog oefenen
Josieke wil zo snel mogelijk starten met de pilot. “Maar er moet eerst een convenant informatiedeling komen. En terecht, want daar moeten we zorgvuldig in zijn.” Intussen heeft het multidisciplinair overleg (MDO) koppelvlakken al een paar keer ‘droog geoefend’ aan de hand van fictieve casuïstiek van politie, Leerplicht of jongerentafel (waar per stadsdeel jongeren worden besproken waar zorgen om zijn).
“Al doende leren we. Hierdoor krijgen we ook een beter zicht op de doelgroep en op de samenwerking.” Het Zorg- en Veiligheidshuis is straks het loket waar de meldingen voor het MDO koppelvlakken binnenkomen en worden verrijkt. Bekeken wordt bijvoorbeeld of een jongere al bij een instantie in beeld is. Komt er over diezelfde persoon een tweede melding binnen, dan wordt de casus automatisch besproken op MDO koppelvlakken. Daar zitten alleen de partners aan tafel van wie de expertise op dat moment gewenst is.
Goede vibe
Ook Marinella zit regelmatig aan tafel bij het MDO koppelvlakken. Zij en Josieke hebben in de loop van de tijd de houding van hun gesprekspartners zien veranderen. “In het begin waren de deelnemers aan het overleg vooral bezig met de regels, met hun eigen taak en met wat er allemaal níet kan. Terwijl je het zou moeten hebben over wat wel mogelijk is en hoe we elkaar kunnen helpen en versterken.” Inmiddels heerst er een hele goede vibe, consta- teert Marinella. “Iedereen zit daar met de juiste intenties en is bereid dat extra stapje te zetten.” Josieke is het helemaal met haar eens.
“De winst is dat we die jongeren nu samen in beeld hebben. De ontwikkeling van de jeugd staat voorop. En de professionals zijn vastbesloten dit samen tot een succes te maken.”
21
« »
‘Een bredere kijk op de bewoners en de wijk’ Eind 2023 ging in wijkcentra het Kruispunt in Tilburg-West en de Ypelaer in Tilburg-Noord de wijkrechtspraak van start. De eerste resultaten zijn heel positief. “Door breder te kijken dan enkel de juridische kant van een zaak, kunnen we werken aan een duurzame oplossing van de problemen van bewoners in deze wijken”, stelt rechter Pleun Wijffels.
Pleun is verbonden aan de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en een van de projectleiders van wijkrechtspraak Tilburg. De zittingen zijn op dinsdag en donderdag. “Het gaat daarbij om vier soorten zaken”, legt Pleun uit: schuldenproblematiek, echtscheidingen, schoolverzuim en strafzaken. Zaken met schuldenproblematiek komen in de twee Tilburgse wijken het meest voor. “We werken samen met twee zorgverzekeraars en drie woningcorporaties. We hebben afgesproken dat we schulden niet verder laten oplopen door allerlei dagvaardingen en deurwaarderskosten. Dat scheelt al heel veel. En we kijken breed naar zo’n persoon, dus niet alleen naar schulden, maar ook naar verdere problematiek. Zo kunnen we er samen met onder meer Schuldhulpverlening en Toegang Tilburg aan werken om iemand uit de problemen te helpen.” Bij zaken over echtscheidingen willen de wijkrechters vooral voorkomen dat mensen in een loopgravenoorlog terecht komen en dat kinderen daar de dupe van worden. Daarom zoeken advocaten tijdens zo’n procedure zoveel mogelijk het compromis. Alleen de kwesties waar de partners echt niet uitkomen, worden aan de rechter voorgelegd.
Pleun Wijffels
Schoolverzuim
Bij gevallen van schoolverzuim gaat het er vooral om strafzaken te voorkomen. “We voeren al in een vroeg stadium preventieve gesprekken met langdurige spijbelaars”, vertelt Pleun. “Vroeger zagen wij als rechters spijbelende jongeren pas, als de zaak al uit de hand was gelopen. Nu gaat een van de rechters al snel in gesprek met het kind. Dat blijkt veel meer indruk te maken dan de gebruikelijke vermaningen van ouders of leerkracht. Na zo’n gesprek blijken kinderen vaak toch weer naar school te gaan. In Amsterdam is het een succes en we hopen hier ook. De eerste geluiden zijn in ieder geval positief.”
lees verder op volgende pagina »
22
Wijkrechtspraak is laagdrempelig en dichtbij’ Als er strafrechtzaken worden behandeld in de wijkrechtspraak is een informatieregisseur van het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant voorzitter van het MDO, het Multidisciplinair Overleg. Het grote voordeel? “Vaak gaat het om cliënten met multiproblematiek. Bij zo’n MDO wordt niet enkel gekeken vanuit het strafrecht, maar ook vanuit de zorg en het sociaal domein.”
Lees hier het verslag van Omroep Brabant van een van de eerste strafzaken in Tilburg West:
“We willen vooral vroegtijdig interveniëren, laagdrempelig en dichtbij zijn”, zegt informatieregisseur Susanne van der Made. Zij is enthousiast over de wijkrechtspraak. Vóór Susanne dit werk deed, was ze in dienst bij de reclassering. Ze kan de vergelijking tussen de reguliere rechtspraak en de wijkrechtspraak dus goed maken. “Als iemand in aanmerking komt voor wijkrechtspraak, vragen we via de advocaat of de cliënt akkoord gaat met een MDO. Daarin wordt de zaak voorbesproken. Zodra de toestemming er is, kijken we welke partijen betrokken zouden moeten zijn bij het MDO”, vertelt Susanne. “Dat zijn in elk geval het OM, de advocaat en de reclassering of de Raad voor de Kinderbescherming.” Als er andere convenantpartners betrokken zijn bij de cliënt, worden die ook uitgenodigd. Zes weken voor de zitting van de wijkrechter vindt het MDO plaats. “We overleggen de situatie en nemen alle aspecten mee. Hoe zinvol is het om repressief op te treden of juist te komen tot een sluitend zorgaanbod?”
Plan van aanpak
Tijdens het MDO wisselen betrokken partijen informatie uit, met als doel tot een advies voor de wijkrechter te komen. Ze bespreken bijvoorbeeld de problemen die een
« »
Susanne van der Made
cliënt heeft, vaak op diverse leefgebieden. De deelnemers aan het MDO maken ook een plan van aanpak. Onderdeel daarvan zijn interventies, zoals een behandeling, waar de cliënt zelf mee instemt. De wijkrechter weegt het advies mee in de beslissing. De rechter kan bijvoorbeeld tegen de cliënt zeggen: ‘Als u een zorgtraject gaat volgen, dan leg ik een voorwaardelijke straf op.’ Dat is een extra stok achter de deur. Susanne ziet veel voordelen aan de wijkrechtspraak. Het is dichtbij en laagdrempelig in het buurthuis. “Maar het belangrijkste is het integrale karakter: bij mensen met multiproblematiek zien we vaak dat de zorg wacht op het recht en het recht op de zorg. Nu pakken we dat allemaal in één keer op.”
23
« »
‘De proeftuin staat voor een omslag in denken’ Jessica van Rijzewijk & Anne-Riet van Haaren
Doen wat nodig is en het gezin voorop. Dat staat centraal bij de proeftuin Hart van Brabant van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Anne-Riet van Haaren en Jessica van Rijzewijk zien dat de proef veel oplevert en willen graag doorgaan.
Anne-Riet is coördinator van de proeftuin. Jessica is als voorzitter van onder meer de Jeugdbeschermingstafel (JBT) nauw betrokken bij het Toekomstscenario. Ze denkt mee en fungeert als vervanger van Anne-Riet. Doel van de proeftuin is minder huiselijk geweld in gezinnen, en voorkomen dat kinderen uit huis worden geplaatst. Er waren in 2023 minder aanmeldingen voor de Jeugdbeschermingstafel, die bespreekt of jeugdbeschermingsmaatregelen nodig zijn. Jessica: “Maar of dat het gevolg is van de proeftuin?”
Creatieve oplossingen
Anne-Riet vertelt hoe het er in de praktijk uitziet: doen wat nodig is en het gezin voorop. “Zorgaanbieders zijn gewend te werken met producten, zoals opvoedondersteuning, waarbinnen duidelijk omschreven is wat wel en niet tot iemands taak behoort. Binnen de proeftuin hebben de zorgverleners de vrijheid om bijvoorbeeld samen met moeder naar de huisarts te gaan als ze denken dat dat nodig is.” Ze worden gestimuleerd te kiezen voor creatieve oplossingen, zoals een afvalcontainer huren en het huis van het gezin grondig opruimen. Die aanpak bevalt goed: zorgverleners geven aan dat ze altijd wel zo willen werken. lees verder op volgende pagina »
24
« » Deskundigheid die het multi-expertteam (zie kader) niet zelf in huis heeft, is beschikbaar in de flexibele schil van experts. Een gemeentelijke medewerker schuldhulpverlening kan bijvoorbeeld adviseren als een gezin door schulden uit huis dreigt te worden gezet.
Ervaringsdeskundigen
Het afgelopen jaar is ook geëxperimenteerd met de inzet van ervaringsdeskundigen. Slachtoffers én daders van huiselijk geweld schuiven regelmatig aan bij het overleg van het multi-expertteam. Anne-Riet: “Zij leren ons anders kijken dan hoe we het uit de boekjes hebben geleerd.” Ervaringsdeskundigen doen soms ook het ‘voorwerk’. “Het komt voor dat ouders aanvankelijk niet met het team willen praten, maar het wel oké vinden als een ervaringsdeskundige contact opneemt.” Zorgverleners leren dat het soms goed is een stapje terug te doen. “We hebben écht leren luisteren naar ouders”, zegt Jessica. “Wij geven de oplossing die we hebben bedacht bij wijze van spreken al gauw een acht, terwijl de ouders die maar een zesje waard vinden. Vervolgens geven ze aan wat zij liever zouden zien en daar zitten vaak goede ideeën bij.”
125 casussen
In 2023 heeft het multi-expertteam 125 casussen besproken. Die worden ingebracht door medewerkers van de Toegang en Team Wijz, door zorgaanbieders en Veilig Thuis. “De meerwaarde voor hen is dat ze er niet meer alleen voor staan”, zegt Jessica. Overigens blijft in de proeftuin de inbrenger als ‘vast gezicht’ bij het gezin betrokken. Zowel Jessica als Anne-Riet hopen dat de pilot kan worden voortgezet. “Ik zou het heel erg vinden als het allemaal weer anders moet”, zegt Anne-Riet. Ze vergelijkt de pilot met topsport. De deelnemers hebben een duidelijk doel voor ogen en hebben daar veel voor over. “Het vergt ook nogal wat van de werkers.” Verder zijn Jessica, Anne-Riet en de zorgverleners en netwerkpartners met wie ze samenwerken, nog lang niet uitgeleerd en is er nog genoeg te doen. Zo is het de bedoeling dat er één voordeur komt voor gezinnen waar de veiligheid in het geding is. Het lijkt hen goed
kritisch te kijken naar de meerwaarde van de vele overleggen die er zijn. Anne-Riet. “Ik zeg wel eens: meubelmakers in Midden-Brabant doen goede zaken met al die tafels.” Overigens betekent dat niet dat er tafels verdwijnen. “Tegen elkaar aanschuiven kan ook.”
Sneeuwbal
Wat ze mooi vinden, is dat de pilot ook niet-direct betrokkenen inspireert. “De mensen van de Gezinsadvocaat bijvoorbeeld bespreken nu ook vaker zaken in aanwezigheid van ouders en kinderen”, zegt Anne-Riet. En Jessica hoopt dat de rechtspraak stappen gaat zetten. “Dat ze meegaan in die integrale manier van kijken naar een gezin.” Anne-Riet: “Het Toekomstscenario staat niet voor een werkwijze, maar voor een omslag in denken. Het is een beweging, een visie, die groeit als een sneeuwbal.”
Toekomstscenario
De proeftuin Hart van Brabant in het kort Hart van Brabant is een van de vijf Nederlandse regio’s waar begin 2023 is gestart met een proeftuin Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Vooralsnog draait de pilot alleen in Tilburg en Waalwijk. Medewerkers van onder meer de Toegang en Team Wijz die zich zorgen maken om de veiligheid in een gezin, melden dit bij de proeftuin. Een multi-expertteam kijkt vervolgens wat een gezin nodig heeft. Drie organisaties leveren menskracht voor dit team: Veilig Thuis, Crossroads en consortium van Wmo-aanbieders. Daarnaast doet het team zo nodig een beroep op een flexibele schil van experts. De nieuwe aanpak begint met een gezamenlijke analyse, waarbij ook ouders en kinderen aan tafel zitten.
25
« »
‘Bij mensenhandel kunnen daders ook slachtoffers zijn’
Vrouwen die gedwongen in de prostitutie werken. Jongens die drugs uit containers halen, omdat anders hun zus of moeder iets wordt aangedaan. Buitenlandse mannen die hier onderbetaald werken en wonen in erbarmelijke omstandigheden. Mensenhandel is overal en kan alleen in goede samenwerking worden aangepakt.
Mensenhandel kent verschillende verschijningsvormen, vertelt Joy de Weijer, specialist veiligheid bij de gemeente Tilburg. “We onderscheiden seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting. Dat maakt het begrip mensenhandel best breed. Waar het om gaat is dat mensen onder dwang bepaalde dingen doen, waar anderen financieel voordeel uithalen. Uitbuiting van mensen vindt werkelijk overal plaats: in de stad maar ook op het platteland. Sommige mensen zijn extra kwetsbaar om slachtoffer van mensenhandel te worden. Je kunt dan denken aan mensen met een licht verstandelijke beperking of ongedocumenteerden. Er wordt bijvoorbeeld geronseld in opvanglocaties voor Oekraïners en statushouders. Maar ook op schoolpleinen en in sportclubs.”
Joy de Weijer, specialist veiligheid
Ronselen
De meest bekende en ook meest voorkomende vorm van mensenhandel is gedwongen prostitutie. “Soms gaat dat met loverboys, maar tegenwoordig speelt het ronselen zich veel vaker online af. Daardoor gaat het veel sneller”, constateert Joy. “Soms zit er tussen het eerste online contact en het begin van de uitbuiting maar een paar dagen.”
lees verder op volgende pagina »
26
« » Joyce Huijding, coördinator aanpak mensenhandel van de afdeling Veiligheid en Wijken
Bedreigingen
Joy kent diverse voorbeelden van criminele uitbuiting, maar is terughoudend om concrete zaken te noemen: het kan namelijk maar zelden aangetoond worden. “Maar je kunt denken aan minderjarige jongens die werken als uithalers in de Rotterdamse haven. Die doen dat lang niet altijd vrijwillig. Ze worden aanvankelijk heel vriendelijk benaderd. Ze krijgen het gevoel erbij te horen en ontwikkelen een bepaalde status. Dan volgt het snelle geld, of ze worden verslaafd gemaakt aan drugs. Ze doen wat klusjes en worden zo het circuit ingetrokken. Als ze willen stoppen beginnen de bedreigingen, ook aan hun familie. Die jongens, de daders, zijn dus ook slachtoffers. Het is heel Het is moeilijk om moeilijk om ze uit die situatie te krijgen. En ook als de politie ze oppakt slachtoffers van gaan die jongens niet praten, want mensenhandel in beeld te we kunnen ze onvoldoende bescherkrijgen en goed te helpen men tegen de uitbuiters. Zo blijven de échte daders uit beeld.”
Landelijk programma
De problematiek neemt toe en het zicht op mensenhandel neemt af, concludeert Joy. Daarom is er het landelijk programma ‘Samen tegen mensenhandel’, dat wordt verfijnd tot op lokaal niveau. Het landelijk programma is vertaald in een regionaal actieprogramma voor Zeeland-West-Brabant. Joy de Weijer is op dat niveau voorzitter van het overleg met partijen als OM, politie, arbeidsinspectie, Taskforce RIEC, Sterk Huis en de zorgen veiligheidshuizen.
Op lokaal niveau zijn de gemeenten aan zet, die de samenwerking onderbrengen in de zorg- en veiligheidshuizen. In Hart van Brabant wordt de kar getrokken door Joyce Huijding, coördinator aanpak mensenhandel van de afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Tilburg. “Het is moeilijk om slachtoffers van mensenhandel in beeld te krijgen en goed te helpen”, vertelt Joyce. “Vaak zijn het onderbuikgevoelens van professionals, die leiden tot een eerste vermoeden van mensenhandel. Het beste wat wij als netwerk kunnen doen, is deze signalen bij elkaar brengen en in samenhang beoordelen.”
MDO Mensenhandel
Om dat te bereiken wordt gekeken of er een multidisciplinair overleg mogelijk is, een MDO Mensenhandel. Joy: “Dat kan heel goed binnen de samenwerking in het Zorg- en Veiligheidshuis. Binnen dit MDO willen we met de juiste partners kijken naar alle signalen van mensenhandel. De intentie is om meer zicht te krijgen op mogelijke uitbuiters en natuurlijk om slachtoffers beter te beschermen.” Ook dan zal het echt nog lastig worden om grote zaken sluitend te krijgen en alle slachtoffers goed te helpen. Joyce vult haar collega aan: “Het is echt iets van de lange adem. We moeten ook leren tevreden te zijn met kleine successen. Soms plant je een zaadje en komt een slachtoffer na verloop van tijd toch praten. Dan komen we verder.”
27
Siem bundelt begeleiding en beschermd wonen
« »
Malou Deenen, SMO Traverse
Tien aanbieders van begeleiding en beschermd wonen in Hart van Brabant werken sinds januari 2023 samen onder de naam Siem. Dit heeft volgens besturingsadviseur Malou Deenen van SMO Traverse veel voordelen. De samenwerking was een wens van de gemeenten in de regio Hart van Brabant. Ze wilden één contractpartner voor de inkoop van begeleiding en beschermd wonen. “Zo kunnen ze meer grip houden op de kwaliteit van zorg en is er een overzichtelijk veld van aanbieders”, zegt Malou. Ook is er nu één wachtlijst voor de hele regio. 2023 was een overgangsjaar, waarin onder meer afspraken zijn gemaakt met een beperkt aantal onderaannemers, die een aanvulling vormen op het pakket van Siem. Voor cliënten van aanbieders die géén contract hebben met Siem betekent het dat zij moeten wisselen van begeleiding. Malou: “Dat brengt de nodige onrust met zich mee, maar we zorgen altijd voor een zorgvuldige, warme overdracht.”
Wijkgericht
Een groot voordeel is dat Siem wijkgericht werkt. Hart van Brabant is opgedeeld in tien gebieden, die overeenkomen met de manier waarop de gemeentelijke sociale wijk- en dorpsteams zijn georganiseerd. In de Siem gebiedsteams zijn alle tien de moederorganisaties vertegenwoordigd. Malou: “Daardoor heeft zo’n team veel expertise in huis en kunnen we een aanbod op maat creëren voor de cliënt.” Aan de hand van een plan wordt samen met de cliënt bepaald welke ondersteuning nodig is en voor hoe lang. De cliënten hoeven niet elk jaar terug naar het Wmo-loket voor een nieuwe indicatie. Toewijzing van plekken voor beschermd wonen gebeurt op regionaal niveau. Malou: “We kijken: is deze woonplek, die omgeving geschikt voor deze cliënt? En vervolgens kijken we welke begeleiding voorhanden is. Zo nodig vliegen we expertise in.”
lees verder op volgende pagina »
“De lijntjes tussen medewerkers van verschillende aanbieders zijn kort.”
28
« » Verstevigingsteam
Doordat tien aanbieders nu één organisatie vormen, is het makkelijker om samen ontwikkelingen in gang te zetten. Zo heeft Siem met gemeenten en het Zorg- en Veiligheidshuis Midden-Brabant een verstevigingsteam opgezet. Dit komt in actie als medewerkers vastlopen in een casus, bijvoorbeeld vanwege herhaald onbegrepen agressief gedrag. “Het verstevigingsteam versterkt de begeleiders ter plekke.” Het uitgangspunt is dat de cliënt blijft wonen waar hij woont en de medewerkers nieuw gereedschap in handen krijgen om met de situatie om te gaan. Lukt dat niet, dan zijn er afspraken over verdere opschaling met het Adviesen Triagepunt (ATP) van het Zorg- en Veiligheidshuis.
‘Het verstevigingsteam versterkt de begeleiders ter plekke’
Een fictief voorbeeld: Piet uit Tilburg Oud-Noord Piet (54) is depressief, eenzaam en het is een rommeltje bij hem in huis. De vrijwilliger van ContourdeTwern die hem regelmatig bezoekt, merkt dat Piets situatie verslechtert. Hij denkt dat de inwoner van Tilburg Oud-Noord professionele hulp nodig heeft, en doet een beroep op de Toegang in dit deel van de stad. Een Toegangsmedewerker stelt vast dat Piet Wmo begeleiding nodig heeft en legt contact met het gebiedsteam van Siem, dat ook in Oud-Noord opereert. Er wordt een passende begeleider voor Piet gezocht, die samen met hem een ondersteuningsplan maakt. De hulpverlener kan echter niet voorkomen dat Piets psychische conditie achteruitgaat. De man veroorzaakt ook steeds meer overlast voor zijn omgeving. Dit loopt zodanig uit de hand dat de begeleider in gesprek gaat met de sleutelfiguur van Siem en het regionale Toegangsteam. Zij beoordelen dat Piet een plek nodig heeft voor beschermd wonen. De sleutelfiguur kijkt waar Piet het beste op zijn plek is en of hij daar terecht kan. Zij vindt een locatie voor beschermd wonen buiten Tilburg. Sinds Piet daar woont, gaat het een stuk beter met hem. De begeleider en sleutelfiguur evalueren twee keer per jaar met Piet en zijn naasten om te kijken of hij weer zelfstandig kan gaan wonen.
29
« »
Ons managementteam Management team
ZORG- & VEILIGHEIDSHUIS MIDDEN-BRABANT
Contactgegevens Adres: Paleisring 144 | 5038WZ Tilburg Telefoon: 013 - 751 67 50 (ma t/m vr 08.30 - 17.00 uur) Postadres: Postbus 16 | 5000 AA Tilburg E-mailadres: zorgenveiligheidshuis@tilburg.nl Website: www.zvhmiddenbrabant.nl
V.l.n.r.: Carine van Oostveen (manager), Saskia van Gestel (project- en management ondersteuner), Bart Pijnenburg (teamleider CC&R), Mariëlle Jansen (beleidsmedewerker), Erik Ruiter (teamleider CC&R).
«
Onze samenwerkende partners Aangesloten regiogemeenten
Zorgpartners
Strafrechtpartners
Colofon Concept & Tekst: Caroline Moerland en Maarten Bokslag | Concept & Ontwerp: Studio X-Hoogte Tilburg