RIB 24-25 - Bijlage 1 - Tweede financiële prognose Jeugdhulp Regio HvB - Dongen - Notitie tweede prognose jeugdhulp 2023
Tekst van het document
Jeugd Regio Hart van Brabant
Notitie tweede prognose jeugdhulp 2023 regio Hart van Brabant Voor Van Onderwerp
Wethouder jeugd en betrokken ambtenaren Coen de Pijper / Lieke van Os-Schellekens Tweede prognose jeugdhulp 2023 regio HvB
Aanleiding Op basis van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regio Hart van Brabant wordt drie maal per kalenderjaar door de gastheer een prognose uitgebracht. Middels de prognose proberen we te voorspellen wat de daadwerkelijke jeugdhulpkosten voor het betreffende kalenderjaar zullen zijn. In de Bestuurscommissie Jeugd van 13 april 2023 is besloten om dit jaar niet drie maar twee prognoses uit te brengen. Deze keuze is gebaseerd op het feit dat als gevolg van de nieuwe inkoop aan het begin van het kalenderjaar maar een zeer beperkte dataset beschikbaar was, die de betrouwbaarheid van de cijfers erg beïnvloedde. Om die reden is ervoor gekozen om medio juni een eerste beeld met de betrokken ambtenaren en bestuurders te delen middels een eerste financiële tussenstand. Medio september is de eerste prognose opgeleverd die betrekking had op de cijfers van de eerste 7 maanden van 2023. De voorliggende informatiebrief heeft betrekking op de tweede prognose en bevat de cijfers van de periode 1 januari 2023 tot en met 30 november 2023.
Een bijzonder jaar Met ingang van 1 januari 2023 zijn er nieuwe contracten met zorgaanbieders afgesloten. De ingekochte zorg is verdeeld in 5 segmenten. Segmenten 1 en 5 zijn taakgericht ingekocht middels lumpsum financiering. Segmenten 2, 3 en 4 zijn inspanningsgericht ingekocht middels een P x Q constructie. Verder is er ook nog een aantal ‘Overige zorgproducten’ ingekocht via aparte inkoop en subsidies die deel uitmaken van deze prognose. Om de continuïteit van de jeugdhulp te borgen, is er een overgangsjaar afgesproken. Dit betekent dat eerdere toewijzingen voor jeugdhulp niet per 1 januari 2023 zijn omgezet naar de ‘nieuwe’ inkoop, maar dat deze toewijzingen gedurende 2023 gefaseerd uitstromen of worden omgezet naar de ‘nieuwe’ inkoop. Kortom, ‘oude’ en ‘nieuwe’ inkoop lopen in 2023 naast elkaar, waardoor we dus te maken hebben met de arrangementensystematiek van vóór 1 januari 2023 en de taak- en inspanningsgerichte systematiek vanaf 1 januari 2023.
Inhoud van deze tweede prognose 2023 Deze tweede prognose is gebaseerd op de eerste elf maanden van 2023 en is opgebouwd uit twee delen. Enerzijds de beproefde berekeningssystematiek ‘oude’ inkoop en anderzijds de nieuwe berekenings-systematiek ten behoeve van de ‘nieuwe’ inkoop. Deze prognose focust zich primair op de financiële ontwikkelingen. Gedurende een jaar worden steeds meer data 'definitief', waardoor de onzekerheid in de prognose vermindert. Naarmate het jaar vordert worden als gevolg van een ruimere dataset, betere inschattingen mogelijk van de bovenstaande factoren door ervaringscijfers en door de doorontwikkeling van het nieuwe rekenmodel. Deze 2e prognose 2023 geeft een redelijke inschatting van de directe zorgkosten 2023. Echter per 1 april 2024 wordt het boekjaar 2023 pas definitief gesloten. Tot dat moment kan van alles gebeuren wat van invloed kan zijn op de cijfers voor sluiting van het boekjaar, zoals bijvoorbeeld instroom van cliënten segment 1 waardoor de kostenverdeling van het lumpsumbedrag verschuift, aanpassing van looptijd of hoogte van toewijzingen, indienen van declaraties, etc. Naast de directe zorgkosten zijn vanaf dit jaar ook alle overige/indirect regionale kosten, zoals de uitvoeringskosten, de kosten voor (uitvoeren en borgen van) innovatieprojecten en de kosten van de Gecertificeerde Instellingen, in de prognose opgenomen.
De lokale zorgkosten voor jeugdzorg zoals bijvoorbeeld de persoonsgebonden budgetten (PGB's) of het jeugdvervoer middels de inzet van het Regiovervoer Midden-Brabant zijn niet in deze prognose meegenomen.
Vergelijk van de tweede prognose 2023 met de begroting en de eerste prognose In de onderstaande paragrafen is getracht op regionaal niveau een beeld te scheppen van de te verwachte kosten jeugdhulp voor het kalenderjaar 2023 aan de hand van een vergelijk met de begroting 2022 en met de eerste prognose.
1
Jeugd Regio Hart van Brabant
Bij het lezen van deze informatiebrief is het belangrijk om te beseffen dat de regionale jeugdzorgkosten hier worden vergeleken met de regionale begroting, zoals deze eind 2021 is opgesteld. Deze begroting 2023 is gebaseerd op de uitgangspunten van de oude inkoop en de laatste prognose 2021 (peildatum 1 december 2021) met daarbij opgeteld een indexering van 3,5 % voor 2022 en nog eens 5% voor 2023. Effecten als gevolg van het Woonplaatsbeginsel Jeugdwet, (eventueel) hogere indexatiecijfers en de beoogde besparingen binnen de nieuwe inkoop zijn daarin niet meegenomen. Het is daardoor voorstelbaar dat deze tweede prognose logischerwijs op een aantal onderdelen afwijkt van de eerder opgestelde begroting en daarom is besloten om enkel een vergelijking met het totaalbedrag van de begroting te maken. Daarnaast merken wij op dat het mogelijk is dat uw lokale gemeente een andere begroting voert waarbij wel rekening is gehouden met recente ontwikkelingen die van invloed zijn op de jeugdzorg(kosten) zoals bijvoorbeeld het Woonplaatsbeginsel of andere lokale ontwikkelingen. Wij vertrouwen erop dat deze tweede prognose u voldoende inzicht/handvatten geeft om het vergelijk te kunnen maken met uw lokale begroting.
1.
Regionaal beeld
Regio Hart van Brabant
€ € € € € € € € € € € € € € €
nvt 27.229.533 € 17.718.746 € 35.020.094 € 6.374.881 € 1.928.878 € 25.442.324 € 1.107.084 € 9.168.662 € 1.154.661 € 642.868 € 694.414 € 1.652.743 € 4.198.975 € 2.825.135 € 1.053.000 €
Verschil tov de vorige prognose (€) nvt nvt 28.461.619 € -1.232.086 17.789.890 € -71.144 34.509.400 € 510.694 6.007.170 € 367.711 1.712.885 € 215.993 23.853.527 € 1.588.797 1.107.084 € 9.795.074 € -626.412 949.238 € 205.423 796.025 € -153.157 523.759 € 170.655 1.761.952 € -109.209 3.705.499 € 493.476 3.422.498 € -597.363 2.153.000 € -1.100.000
€ 136.204.000 €
136.211.997 €
136.548.618 €
Begroting 2023 (totaalniveau)
Landelijke inkoop Arrangementen Overige zorgproducten Segment 1 Segment 2 Segment 3 Segment 4 Segment 5 Gecertificeerde instellingen EED ADHD BSO+ ZIO Overige kosten en subsidies Uitvoeringskosten Innovatie Totaal
1.1
2e prognose 2023 (december)
1e prognose 2023 (augustus)
Verschil tov Verschil tov Verschil tov de vorige begroting begroting prognose (%) (totaalniveau) (€) (totaalniveau) (%) nvt -4,3% -0,4% 1,5% 6,1% 12,6% 6,7% 0,0% -6,4% 21,6% -19,2% 32,6% -6,2% 13,3% -17,5% -51,1%
-336.621
-0,2% €
7.997
0,01%
Conclusie ten opzichte van de begroting
De tweede prognose 2023 laat een afwijking van 0,01% zien ten opzichte van de begroting. Hierin zijn zowel de directe zorgkosten als de indirecte kosten (uitvoering, innovatie en subsidies) meegenomen. Met deze prognose komen de totale kosten naar verwachting € 8.000 boven de begroting uit. Bij de individuele gemeenten is er sprake van grotere afwijkingen.
1.2
Conclusie ten opzichte van de eerste prognose
1.2.1. Oude inkoop De verwachte kosten zijn lager (-2,8%; - € 1,3 miljoen) ten opzichte van de eerste prognose. • Arrangementen: € 1,23 miljoen lager dan bij de vorige prognose. De verwachte kosten dalen van zowel de duurdere arrangementen (- € 1,18 miljoen) alsook van de goedkopere arrangementen (- € 55.000). In de vorige prognose was een onverwachte trendbreuk zichtbaar, die we hebben doorgerekend naar het hele jaar. Deze prognose zien we deze trendbreuk weer deels terugdraaien. Conclusie in 2023 is dan ook dat het niet goed mogelijk is de trend van arrangementen te schatten. Dit komt vermoedelijk door combinatie van ander gedrag van zorgaanbieders (vanwege de nieuwe inkoop) en meer fluctuaties als gevolg van minder massa (vanwege sterfhuisconstructie). In deze prognose is daarom een marge opgebouwd op arrangementen, waardoor de kans dat de kosten alsnog hoger uitvallen bij de jaarrekening beperkt is.
2
Jeugd Regio Hart van Brabant
• Overige zorgproducten: € 71.000 lager ten opzichte van de eerste prognose, waarbij de onderliggende zorgsoort hieronder noemenswaard afwijkt: o Diverse (NGZ) heeft € 101.000 lagere verwachte kosten door een lichte daling in het aantal actieve toewijzingen per maand (van 88 naar 86) en een lichte daling in de prijs. In de vorige prognose was er sprake van veel toewijzingen met terugwerkende kracht (TWK). Ook voor de rest van 2023 was rekening gehouden met veel TWK en die is iets minder geweest, waardoor aantallen licht dalen. Hierop heeft een analyse plaatsgevonden die we hieronder delen. NGZ aanvragen met terugwerkende kracht (TWK ) oude inkoop In de vorige prognose was er nog sprake van 20 NGZ aanvragen met TWK vanuit de oude inkoop (zorg gestart voor 2023). • Bij 6 trajecten is de verwijzer de GI. Bij de overige 14 is de verwijzer de gemeente. • Bij 12 trajecten is de verklaring een gewijzigd woonplaatsbeginsel (WPB) en hier hebben we als Regio HvB weinig invloed op. Vaak zijn er al maanden voorbijgegaan als andere gemeente erachter komt welke gemeente daadwerkelijk financieel verantwoordelijk is voor een jeugdige. • Verwerking van NGZ-aanvragen lopen verder vertraging op door onjuiste of onvolledige informatie die (vaak ook te laat) wordt aangeleverd.
Het kost Contractbeheer en Contractmanagement veel tijd en energie om bij de juiste personen de juiste informatie op te vragen. Soms is een NGZ dus al wel bekend, maar duurt het lang voordat deze correct in onze systemen staat. De regio HvB zet extra effort op het voorkomen van NGZ (met TWK) en we merken dat de inzet van NGZ in de nieuwe inkoop in de loop van 2023 enorm is afgenomen. We dienen er wel rekening mee te houden dat de inzet van NGZ, ook met TWK, zal blijven bestaan. Ondernomen acties zijn onder andere: De regionale toegangen zijn inmiddels goed geïnformeerd en proberen de inzet van NGZ te voorkomen. De GI’s zijn de afgelopen maanden door Contractbeheer en Contractmanagement veelvuldig gewezen op de route die ze dienen te doorlopen om tijdig en volledig met NGZ aanvragen te komen. Gezinshuizen waarvan de NGZ-toewijzing binnen 2 maanden afloopt worden door Contractbeheer proactief geïnformeerd om bij de verwijzer een verlenging aan te vragen. In de vorige prognose zijn de uitkomsten van de beschikte waarde ook vergeleken met de beschikte waarde van 2022. Het percentage voor het totaal van de beschikte waarde (alle zorgsoorten opgeteld) die nog onder de oude inkoop valt, is regionaal licht gedaald ten opzichte van de vorige prognose, van 47,5% naar 46,4%. Dat percentage is logisch gezien de sterfhuisconstructie.
Bij 2 van de 9 gemeenten is dit percentage hoger dan 50% en dit is te verklaren op basis van de data.
1.2.2. Nieuwe inkoop Segment 1 De kosten voor segment 1 zijn bijgesteld van € 34,5 miljoen naar € 35,0 miljoen als gevolg van: o Verrekenen LTA, JZ+ en zorg continuïteit Ten opzichte van de eerste prognose wordt er een minder groot bedrag gecorrigeerd aan doorlopende zorg dat betaald moet worden. De kosten voor doorlopende zorg uit de ‘oude inkoop' worden in mindering gebracht op het budget van segment 1. Segment 2 In segment 2 is sprake van hogere kosten van € 400.000 ten opzichte van de eerste prognose. Dit wordt veroorzaakt door een te lage inschatting van het aantal toewijzingen in de eerste prognose bij de gezins- en fasehuizen. In de eerste prognose zijn we uitgegaan van 65 toewijzingen. We verwachten in deze prognose dat richting het einde van het jaar het aantal toewijzingen uitkomt op 85. Dit zijn toewijzingen met een relatief hoge prijs van € 182,50 per etmaal. Het aantal toewijzingen van de pleegzorg schatten we lager in ten opzichte van de eerste prognose. In de eerste prognose gingen we uit van 320 toewijzingen en bij de huidige prognose van 285. De gemiddelde prijs van een pleegzorg toewijzing bedraagt € 40,00 per etmaal.
3
Jeugd Regio Hart van Brabant
Segment 3 In segment 3 is sprake van hogere kosten van € 200.000 ten opzichte van de eerste prognose. Dit wordt veroorzaakt door te lage inschatting van de aantallen in de eerste prognose. In de eerste prognose zijn we uitgegaan van 650 toewijzingen. We verwachten in deze prognose dat richting het einde van het jaar het aantal toewijzingen uitkomt op 800. Segment 4 De kosten voor segment 4 stijgen van € 23,8 miljoen naar € 25,4 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een te lage inschatting van de aantallen in de eerst prognose. In de eerste prognose zijn we uitgegaan van 5.300 toewijzingen. We verwachten in deze prognose dat richting het einde van het jaar het aantal toewijzingen uitkomt op 6.150. De stijging in kosten lijkt volledig te worden veroorzaakt door een stijging van de aantallen. De gemiddelde prijs blijft gelijk ten opzichte van de eerste prognose. Extreem hoge toewijzingen in segment 4 komen niet meer voor, maar desondanks blijven de eerder genomen beheersmaatregelen (om de casussen in het grijze gebied tussen segment 1 en segment 4 juist toe te wijzen) actueel, omdat er nu veelvuldig verlengingen worden aangevraagd van eerdere toewijzingen segment 4. We hebben op basis van de realisatiecijfers van de eerste twee kwartalen de uitnuttingspercentages bijgesteld naar 75% (was 78%) voor begeleiding, 71% (was 71%) voor behandeling en 77% (was 71%) voor overig.
Overige inkoop (EED, ADHD, BSO+ en ZIO) Bij overige inkoop zien we een toename van € 113.000. Dit wordt veroorzaakt door het actualiseren van de werkelijke aantallen bij de verschillende zorgsoorten. Overige kosten en subsidies Bij de overige kosten en subsidies zien we een toename van € 494.000. Dit wordt veroorzaakt door een verhoging van de subsidie aan Veilig Thuis van € 200.000 in verband met een hoger aantal meldingen. Daarnaast heeft de Bestuurscommissie Jeugd besloten bij te dragen aan een eenmalige tegemoetkoming aan Sterk Huis van € 300.000 ter compensatie van stijgende energielasten en loonkosten. Uitvoeringskosten Bij de uitvoeringskoten zien we daling van de kosten van € 597.000. Dit wordt veroorzaakt door een rentebate van € 386.000 als gevolg van een hoge kasgeldpositie en een voordeel op de post monitoring & analyse van € 125.000. Daarnaast is er sprake van een aantal kleine voordelen op overige posten. Innovatie Er zijn minder projecten gestart waardoor er geen volledige aanspraak is gemaakt op het beschikbare budget van € 2,1 mln. Daarnaast zien we bij de lopende projecten een onderbesteding. Hierop zal in de nabihje toekomst een nadere analyse worden gemaakt, waarbij we op korte termijn onderzoek doen naar de omvang van de beschikbare innovatiemiddelen en de daarbij behorende bestedingskaders.
4