RIB 24-07 - Bijlage 2 - Financiële verordening 2023 Gemeente Dongen
Tekst van het document
Financiële verordening 2023 Gemeente Dongen Besluit van de raad van de gemeente Dongen tot vaststelling van de Financiële verordening 2023 Gemeente Dongen De raad van de gemeente Dongen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 mei 2023; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de Financiële Commissie; besluit vast te stellen de volgende verordening: Financiële verordening 2023 Gemeente Dongen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen verantwoordelijkheid. De directie is één van deze teams; - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt de programma-indeling en onderliggende thema's vast. 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en verantwoording kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3.
In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten afzonderlijk weergegeven.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden voor 15 juni aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de investeringskredieten die in het begrotingsjaar ingaan. 3. Investeringskredieten hebben een jaaroverstijgend karakter. Dit betekent dat binnen investeringskredieten niet wordt gewerkt met jaarschijven. 4. Een investeringsbudget vervalt indien binnen twee jaar na eerste vaststelling in het investeringsplan niet is gestart met de werkzaamheden. 5. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 6. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages ten minste twee maal per jaar over de realisatie van de begroting van de gemeente. 2. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht. Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het raadsbesluit over het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat worden restantmiddelen niet overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Artikel 8.
EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over onrechtmatigheden met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 2. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde onrechtmatigheden (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
Artikel 10. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op 31 januari ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 11. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting, inclusief begrotingswijzingen, door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. 4.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting, inclusief begrotingswijzingen, als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. Er is sprake van een overschrijding die past binnen het bestaande beleid van de raad. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als onderdeel van de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen. Artikel 14. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen betreffende opgelegde heffingen en vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende bijstandsverstrekking wordt een voorziening gevormd ter grootte van een berekening op basis van ouderdomsanalyse. Artikel 15. Reserves en voorzieningen 1. Het instellen van een reserve respectievelijk voorziening gebeurt bij besluit van de raad. In het raadsbesluit worden in ieder geval de volgende bestanddelen opgenomen: het doel, de voeding, de hoogte en (het verloop) van de toevoegingen en onttrekkingen. Daarnaast kan een maximale looptijd worden benoemd.
2. In de begroting wordt een zo reëel mogelijk beeld gegeven van de toevoegingen en aanwendingen van de reserves in een bepaald jaar. Nieuwe toevoegingen en aanwendingen worden in beginsel alleen via tussentijdse rapportage tot stand gebracht. Toevoeging en aanwending van de reserves gebeurt bij besluit van de gemeenteraad. 3. Een voorziening moet de omvang hebben van de betreffende verplichting (of verlies). Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen verlopen via de exploitatie en dienen eveneens als onderdeel van een programma binnen de begroting door de raad goedgekeurd te worden. 4. Het aantal bestemmingsreserves en voorzieningen blijft beperkt tot de hoogst noodzakelijke. 5. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 6. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. Artikel 16. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd.
Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een opslagpercentage over de toegerekende overheadkosten, waarbij de berekende overheadkosten worden afgezet tegen de totale personeelslasten (de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel). 6. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde rentepercentage wordt binnen een marge van een half procentpunt afgerond. 7. In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. Artikel 17. Prijzen economische activiteiten 1.
Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen 1. Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, rechten en heffingen. Artikel 19. Financieringsfunctie 1. Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: a. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren. b. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. c. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen. d. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
2. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 3. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden. 4. Het college informeert de raad achteraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, wordt overschreden.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 20. Paragrafen 1. Bij de begroting en jaarstukken neemt het college in de paragrafen de verplichte onderdelen op grond van titel 2.3 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2. In de paragraaf lokale heffingen neemt het college daarnaast ook op: a. De berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 15, zesde lid; b. De berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 16, zesde lid; c. De kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht. 3. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. 4. In relatie tot de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen biedt het college de raad beheerplannen aan voorde openbare ruimte, riolering en gebouwen (inclusief sportaccommodaties): a.
Het beheerplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde kwaliteitsniveau, de planning en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair; b. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beoogde kwaliteitsniveau, de planning en kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen en kosten daarvan; c. Het beheerplan gebouwen (inclusief sportaccommodaties) bevat voorstellen voor het plegen van onderhoud en de bijbehorende kosten aan het gemeentelijk vastgoed.
5. In relatie tot de paragraaf grondbeleid: a. Biedt het college de nota grondbeleid aan de raad aan. Hierin wordt aandacht besteed aan: i. De strategische visie van het toekomstige grondbeleid ii. Te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten iii. Het verloop van de grondvoorraad (voorraadverwerving en uitgifte van gronden) iv. De uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden v. Tussentijdse winstneming vi. Waardering materiële vaste activa vii. De wijze van activeren van kosten viii. De autorisatie van budgetten door de gemeenteraad. b. Het college stelt jaarlijks de actuele grondprijzen vast. c. Twee maal per jaar wordt een voortgangsrapportage opgesteld ten behoeve van de begroting en jaarstukken. In deze voortgangsrapportage wordt specifiek ingegaan op de stand van zaken van de diverse grondexploitaties.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 21. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 22. Financiële organisatie 1.
Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. 2. De directie draagt zorgt voor: a.
de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
Artikel 23. Interne controle 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 24. Intrekking oude regeling De Financiële verordening 2020 Gemeente Dongen wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening 2023 Gemeente Dongen. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 22 juni 2023. De voorzitter, De griffier,