RIB 15 - Bijlage 2 Advies programma van eisen dorpsteam incl beantwoording
Tekst van het document
Werkgroep dorpsteam van de adviesraden Participatiewet en WMO Aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen ter attentie van mevrouw Kunst en mevrouw De Hoon i.a.a. de griffie van de gemeenteraad Betreft: advies inzake het “Programma van eisen Dorpsteam Dongen” Dongen, 13 februari 2023 Geacht college, Op 12 januari 2023 ontvingen wij via mevrouw Floor Schepens het verzoek u te adviseren over het “programma van eisen Dorpsteam Dongen”, zoals dat door de gemeente is opgesteld. Nadat de contourennota door de Gemeenteraad was vastgesteld is dit “programma van eisen” een logische volgende stap in de verdere ontwikkeling van het dorpsteam. Waar de contourennota dorpsteam kon volstaan met het schetsen van een globaal beeld, moet het “programma van eisen” duidelijk omschrijven wat uw college van de partners binnen het dorpsteam verwacht en – zo nemen wij aan – waaraan u in de toekomst hun werkzaamheid zult toetsen. Hoe eenduidiger en concreter deze eisen worden geformuleerd, hoe beter later in het proces de werkzaamheid van het dorpsteam kan worden geëvalueerd. Een duidelijk programma van eisen maakt het voor de partners mogelijk om op basis daarvan een goed plan van aanpak te presenteren met een gedegen financiële onderbouwing. Na eerste lezing en bespreking van dit “programma van eisen” binnen onze werkgroep vroegen een aantal zaken om nadere verheldering.
Per mail van 30 januari jl. hebben we deze vragen schriftelijk aan u toegestuurd. Reeds op 1 februari ontvingen wij daarop uw antwoord, waarvoor onze hartelijke dank. Het programma van eisen en de door u daarop gegeven toelichting hebben wij besproken in onze vergadering van 8 februari jl. En dat brengt ons tot het nu volgende advies. In het programma van eisen en in de correspondentie daaromheen wordt nogal wat verwarring gecreëerd. In uw mail van 9 januari, waarin u antwoord gaf op de vraag van de adviesraden naar hun rol in het verdere proces, verving u het begrip “programma van eisen” door “opdrachtbeschrijving” . In de inleiding op het “programma van eisen” lezen we dat het dient als “onderlegger” ( lees “praatpapier” ) voor de offerte, die bestaat uit “een plan van aanpak”. Dit door elkaar gebruiken van begrippen maakt het moeilijk zicht te krijgen op de status van dit voorliggende “programma van eisen”. Advies:
Wij adviseren u daarom een eenduidige terminologie te hanteren. U als college bent degene die de eisen stelt. De opdrachtnemer moet beoordelen of hij aan de eisen kan voldoen. Op basis van het overeengekomen eisenpakket verleent u een opdracht, schrijft de opdrachtnemer een plan van aanpak met een onderliggende kostenberekening, de offerte. Ingewikkelder moet u het niet maken.
We passen het document aan en zorgen voor een eenduidige terminologie. De genoemde volgorde in uw advies is niet correct. Het college stelt de eisen in het programma van eisen. De opdrachtnemer schrijft op basis hiervan een plan van aanpak met onderliggende kostenberekening, de offerte. Het college beoordeelt vervolgens de offerte en verstrekt de opdracht voor het uitvoeren van het plan van aanpak (en het implementeren van een Dorpsteam). In de beschrijving van de visie en de maatschappelijke opgaven wordt opnieuw bevestigd dat u inzet op de zelfredzaamheid van de burger. Geloof in eigen kracht (positieve gezondheid) en aanvaarding dat problemen bij het leven horen (normalisatie) zijn daarbij de uitgangspunten. Een en andermaal heeft onze werkgroep aangegeven dat er grenzen zijn aan zelfredzaamheid en dat u zich niet rijk moet rekenen met de vrijwillige inzet van de Dongense bevolking. Op de vraag die wij daarover stelden, gaf u als antwoord: “Het uitgangspunt van zelfredzaamheid hanteren we sinds de decentralisaties in 2015. Dit is ingebakken in onze processen, zowel bij de Entree als bij de partners in het voorliggend veld.” Maar sinds 2015 zijn in voortschrijdend inzicht de opvattingen daaromtrent nogal veranderd.
De kritische evaluaties van de transities liegen er niet om en in zijn lezenswaardig essay “de menselijke staat” schrijft Kim Putters van het CPB “Op verschillende terreinen verwacht de overheid steeds meer eigen verantwoordelijkheid, participatie en aanpassingsvermogen van burgers. De aannames over wat burgers allemaal wel en niet zullen of kunnen doen, kloppen vaak niet of blijken onrealistisch. Als de overheid de situatie van mensen niet begrijpt, is beleid niet alleen ineffectief, maar kunnen de gekozen oplossingen de problemen zelfs vergroten. Door een niet realistisch beroep op zelfredzaamheid krijgen mensen in de meest kwetsbare posities niet altijd de zorg die ze nodig hebben.”(blz.5). In hetzelfde essay beschrijft hij op blz. 29 vijf elementen voor mensgericht handelen door de (lokale) overheid. Advies:
Wij adviseren u de door u gekozen visie en uitgangspunten nog eens kritisch tegen het licht te houden en de partners in het programma van eisen opdracht te geven bij de verdere uitwerking van het dorpsteam de hierboven genoemde vijf elementen voor mensgericht handelen als uitgangspunt te hanteren.
De visie en uitgangspunten van het Dorpsteam zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Zelfredzaamheid blijft het uitgangspunt daar waar inwoners de mogelijkheid hebben om dat te versterken. We hebben oog voor kwetsbare inwoners bij wie dit niet realistisch is, hierbij wordt rekening gehouden met de menselijke maat. Onze partners werken ook op deze wijze. Doel van het dorpsteam is te sturen op inzet van eigen kracht van inwoners en op het eerder inzetten van (lichte) ondersteuning, zodat erger wordt voorkomen. Daarom ziet u als taken voor het dorpsteam: presentie, preventie, signalering en ondersteuning. Het dorpsteam moet daartoe samenwerken in de wijken en de kernen van onze gemeente om de sociale basis te versterken en stevig inzetten op preventie. Om samen met de burger oplossingen te vinden in de eigen leefomgeving, de eigen kracht of de voorliggende voorzieningen, is uitvoering geven aan genoemde taken voor een dorpsteam een eerste vereiste. Toch lezen wij daarover niets terug in het programma van eisen.
Advies:
Wij adviseren u ten aanzien van presentie, signalering en preventie duidelijke eisen te formuleren aan de partners in het dorpsteam. De ontwikkeling van een sociale kaart van onze gemeente, waarin alle activiteiten en mogelijkheden tot ondersteuning in het voorliggend veld overzichtelijk in beeld zijn gebracht, inclusief een zicht op mogelijkheden en grenzen daarvan moet daarvan deel uitmaken.
De eisen die gesteld worden aan presentie, preventie en signalering zijn onderwerp van gesprek geweest bij de inkoop algemene voorzieningen. Het werkplan (uitvoering van het contract) van de partners bevat op deze thema’s de interventies die zij doen, gericht op de maatschappelijke opgaven. In de jaarlijkse verantwoording rapporteren de partners over de resultaten van het werkplan en in welke mate deze effect hebben op de maatschappelijke opgaven. Met instemming lezen wij in de voorwaarden, dat u de partners in het dorpsteam adviseert ook de sociale adviesraden bij de ontwikkeling van het plan van aanpak te betrekken. Wat ons betreft mag dat een dwingend advies zijn. Tot slot willen wij stil staan bij de inhoudelijke eisen. Wij waarderen het, dat uw college in dit programma van eisen een groot aantal aandachtspunten formuleert, die nadere uitwerking verdienen in het plan van aanpak. Maar het komt ons voor dat u vooral wensen en aandachtspunten formuleert. Wij missen in het programma van eisen de eigen visie van onze gemeente op het dorpsteam. De invulling wordt weggelegd bij de partners. Dat werd ons eens te meer duidelijk uit de antwoorden die wij ontvingen op onze toelichtende vragen. Zo gaf u op onze constatering dat de inhoudelijke vragen steeds weer worden vooruit geschoven, als antwoord dat u “juist van de partners de inhoudelijke uitwerking verwacht”.
Op onze suggestie om bij de taken genoemd op blz. 2 toe te voegen welk doel ermee moet worden bereikt, welke kwaliteitseisen u daaraan stelt en welk instrumentarium u wilt gebruiken om de effectiviteit van de taken en doelen te meten, gaf u ons als antwoord dat u verwacht dat de partners daaromtrent een concreet voorstel doen. Op onze vraag of de partners in de toekomst ook apart te benaderen zijn voor taken die ze al jaren uitvoeren en hoe dan de terugkoppeling is naar het dorpsteam, gaf u als antwoord dat de partners dat, met elkaar moeten bespreken. Op onze vraag naar wat “professionaliteit” betekent gaf u als antwoord dat de partners de eisen bepalen die ze aan de medewerkers van het dorpsteam stellen. Zelf geeft u aan dat er sprake moet zijn van relevante kennis en ervaring voor het doen van de werkzaamheden. Maar wanneer de intake werkelijk “een brede uitvraag moet zijn op meerdere leefdomeinen”, lijkt ons het empathisch vermogen van de professional van minstens even groot belang. Wat ons betreft dient u stringenter te formuleren wat u onder professionaliteit verstaat. Een vraag die eveneens onbeantwoord blijft is de verhouding ook in juridische zin van het dorpsteam tot de eigen achterliggende organisaties van de partners. Die vraag kan actueel worden rond de klachtenprocedure.
Hoe verhoudt de klachtenprocedure van het dorpsteam zich tot de eigen klachten- en geschillenregeling van de participanten. Die vraag is eens te meer van belang daar het dorpsteam tot op heden geen eigen rechtsvorm heeft. Uw antwoord dat deze vraag voor u niet van belang is, vinden wij erg kort door de bocht. De vraag hoe binnen het dorpsteam, waar het elkaar beschikbaar stellen van gegevens van
groot belang is voor de samenwerking en afstemming van de hulpverlening zijn de regels van de AVG van cruciaal belang. Dat de partners daarover onderling afspraken maken lijkt ons absoluut onvoldoende. De gemeente behoort hier het toezicht te houden en de afspraken daaromtrent te toetsen. Datzelfde geldt ook voor de ICT systemen. Advies
Het is ons bekend dat u graag in samenspraak met de partners het dorpsteam wilt ontwikkelen. Toch zijn wij zijn van oordeel, dat binnen dit programma van eisen de inhoudelijke invulling al te zeer wordt doorgeschoven naar de partners. De gemeenteraad heeft u bij motie gevraagd zelf de regie te houden bij de verdere ontwikkeling van het dorpsteam. Daarom adviseren wij u deze regierol opnieuw op te pakken en de eisen stringenter te formuleren.
We willen juist onze professionele partners (die we als expert zien) de ruimte geven om tot de inhoudelijke invulling te komen. Zij hebben inmiddels ook ervaring opgedaan met Dorpsteams. We zijn van mening dat het college voldoende de regie heeft omdat zij uiteindelijk beslist over het plan van aanpak. Daarnaast worden medewerkers van de gemeente ook betrokken bij de totstandkoming van het plan van aanpak. Binnen het programma van eisen wordt onder 5.1 geformuleerd, dat het dorpsteam een alerte rol vervult bij het bestrijden van fraude. Omdat het dorpsteam werkt in het voorliggend veld kan van fraude nog geen sprake zijn. Natuurlijk kan een medewerker van het dorpsteam een burger wijzen op de gevolgen van zijn of haar handelen, maar de suggestie dat het dorpsteam ook maar enige rol speelt bij het bestrijden van fraude wijzen wij af. Dat werpt een drempel op en ondermijnt het vertrouwen. We kunnen ons vinden in uw standpunt. Vandaar dat we hebben opgenomen dat er passend naar gehandeld wordt, rekening houdend met de vertrouwenspositie. Onze werkgroep las met tevredenheid dat u de onafhankelijke clientondersteuning hebt opgenomen in dit programma van eisen. Het dorpsteam vervult daarin een actieve rol. Het wijst de hulpzoekende burger op de mogelijkheid van ondersteuning en fungeert ook als aanmeldpunt voor clientondersteuning.
In onze ogen betekent dat, dat binnen het dorpsteam de kennis aanwezig moet zijn van de vele vormen van clientondersteuning die de hulpzoekenden burger bij verschillende organisaties ter beschikking staan. Daarnaast zal het team zelf deze ondersteuning moeten organiseren, wanneer deze onverhoopt niet voorhanden is. Zorgen hebben wij omtrent de wettelijke termijnen beschreven in 5.3. Omdat in de toekomst de hulpvraag van de burger binnenkomt bij het dorpsteam, bestaat het gevaar dat dat vertragend werkt op de wettelijke termijnen. Wij vinden het wenselijk dat de wettelijke termijnen ingaan op het moment dat een hulpvraag bij het dorpsteam binnen komt. Uw antwoord op onze vraag heeft ons niet gerust gesteld in deze. U schrijft: “wij blijven uitgaan van de mogelijkheid tot het gebruik maken van de wettelijke termijnen binnen de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet, omdat sommige casussen daarom vragen. Er is dan veel tijd nodig voor onderzoek en het toewerken naar passende inzet.” Wanneer dit betekent, dat een burger met een hulpvraag die
inzet van maatwerkvoorzieningen nodig maakt, zich meldt bij het dorpsteam, de tijd van overdracht van dorpsteam naar gemeente aan de wachttijd wordt toegevoegd. Dat vinden wij niet acceptabel. Als een voorziening vanuit de Wmo, Jeugd- en Participatiewet nodig is dan hebben we rekening te houden met wettelijke termijnen. Het Dorpsteam is geen extra schakel maar vervangt de huidige gemeentelijke toegang. We gaan er vanuit dat er geen wachttijd wordt toegevoegd. Onder 5.4 zouden wij graag zien dat aan de eisen voor verantwoording wordt toegevoegd, dat er een nulmeting plaats vindt op het moment dat het dorsteam haar werkzaamheid aanvangt, dat de effecten van de werkzaamheden worden gerapporteerd en melding wordt gemaakt van bereikbaarheid en doorlooptijden. Bij de voorgestelde gewenste gegevens is er geen sprake van een nulmeting. De partners doen een voorstel betreffende verantwoording m.b.t. indicatoren en kwalitatieve informatie op basis van ervaring vanuit andere Dorpsteams. Doorlooptijden en bereikbaarheid voegen we toe aan de lijst met gewenste informatie. Voor wat betreft 5. 5 Financiën, maken we van deze gelegenheid gebruik een kanttekening te maken bij het raadsvoorstel van 5 september 2022, zaaknummer 20-22-014405. Op blz. 7 komt het prijsmodel dorpsteam ter sprake.
U spreekt als uw intentie uit het prijsmodel “shared savings” te hanteren en u licht toe “weten de partners te sturen op normaliseren, de inzet van meer eigen regie en algemene voorzieningen in plaats van inzet van maatwerkvoorzieningen, dan ontvangen zij een gedeelte van dat wat wij daardoor minder uitgeven aan maatwerkvoorzieningen”. Er staat dus een bonus op het weghouden van burgers bij maatwerkvoorzieningen. Naar ons oordeel geeft u daarmee een heel verkeerd signaal af. Dit onderdeel is komen te vervallen. In het programma van eisen missen wij het hoofdstuk “rechtsbescherming”. Vanuit verschillende adviesraden is aandacht gevraagd voor het belang van een laagdrempelige, onafhankelijke en sociaaljuridische ondersteuning voor mensen in kwetsbare posities. In uw beantwoording aan de betreffende adviesraden, hebt u aangegeven in gesprek te gaan met de partners in het voorliggende veld om daaraan verder vorm te geven. Vanuit de adviesraad participatiewet is u de suggestie meegegeven de rechtsbescherming mee te nemen in de werkzaamheden van het dorpsteam, zodat onze inwoners ook met een dergelijke hulpvraag bij het dorpsteam terecht kunnen. We zijn hierover nog niet in gesprek gegaan met de partners. In een later stadium wordt voorzien of dit een extra onderdeel is wat toegevoegd wordt aan het Dorpsteam. Tot slot willen wij nog uw aandacht vragen voor de eigen positie van SWOD.
Ze is de kleinste partner tussen de giganten, maar waarborgt wel het eigen DNA van het Dongense dorpsteam. In ons omringende gemeenten hebben we gezien hoe deze kleine partners vermalen kunnen worden tussen het geweld van de groten. Wij willen u vragen erop toe te zien dat SWOD haar waardevolle functie ten behoeve van de kwetsbare met name oudere burgers kan blijven vervullen. Het zijn de
plaatselijke organisaties, die de kracht vormen van de lokale samenleving, de plek waarvan u hoopt dat er de oplossingen worden gevonden voor veel hulpvragen die bij het dorpsteam binnen komen. De samenhang tussen de verschillende partners geeft de meerwaarde en gewicht aan het Dorpsteam. Wij onderschrijven de rol van SWOD, ook in het Dorpsteam. Wij zien geen reden waarom SWOD haar functie niet kan blijven vervullen. Geacht college, de totstandkoming van een goed functionerend dorpsteam als toegang tot het sociale domein gaat de werkgroep dorpsteam van de beide adviesraden zeer ter harte. Leidend voor ons is steeds de vraag: wat wordt voorgesteld is dat in het belang van de burger. Zeker wijzen de door u geformuleerde aandachtspunten in het programma van eisen de partners een goede weg. Maar toch blijft ergens de vraag knagen of hier niet meer het doel van de gemeente wordt gediend dan dat van de burger. Wij hopen dat ook u zelf bij kritische lezing van dit programma van eisen die gewetensvraag zult stellen. Wij hopen u met ons advies en nadere overwegingen van dienst te zijn geweest. Wij wensen u wijsheid toe bij het besturen van onze gemeente. Het college bedankt u voor uw schrijven, we waarderen de wijze waarop u ons van advies voorziet in het belang van de inwoners.
Met vriendelijke groet, de participatieraad de WMO- adviesraad namens deze: De werkgroep dorpsteam sociale adviesraden
Marianne de Kok, secretaris Wildzangweg 30 5106 NP Dongen Email: secretariaatwmoadviesraad@gmail.com