Reflectie CDA Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Reflectie op programmabegroting 2025 – 2028 7 november 2024
Stelt u het zich eens voor: het is januari 2026. Tijdens de nieuwjaarsborrel kijken we met trots terug op 2025: het jaar waarin we met lef hebben gebouwd aan de veerkracht van onze samenleving. We hebben samen de tijd van ‘me, myself and I’ omgebogen naar een toekomst van saamhorigheid, solidariteit en gemeenschapszin. Al pratend constateren we dat bijvoorbeeld het investeren in Buurtgezinnen, in stichting Stronk, de nieuwe aanpak van kinderarmoede en het onder het landelijk gemiddelde houden van de woonlasten eraan hebben bijgedragen dat er een stabiele, goede sociale basis ligt voor de toekomst van onze gemeente. Een toekomst die geschetst is in de nieuw opgestelde Toekomstvisie. Een trotse voorzitter van een Dongense stichting vertelt me over het nieuwe evenementenbeleid. Dankzij de samenwerking met de verenigingsadviseur worden praktische problemen nu aangepakt en zijn vrijwilligers eindelijk in het zonnetje gezet. Van een collega-raadslid hoor ik hoe inwoners blij zijn dat ze hun stem kunnen laten horen bij het opstellen van het nieuwe verkeersbeleidsplan. Doordat de gemeente aan de slag is gegaan met de aanbevelingen uit het onderzoek naar externe communicatie is er een grotere groep participanten aangehaakt dan men had durven dromen. Aan een andere tafel wordt er volop gesproken over de ontwikkelingen aan de Noorderlaan.
Er wordt hard gewerkt aan het bouwen van een nieuwe, groene,
1
wijk. Door het verruimen van de starterslening heeft de zoon van een van de aanwezigen een huis in deze wijk kunnen kopen. Waarop zijn buurman enthousiast zegt dat hij met de Verzilverlening van de gemeente zijn huis eindelijk kan verduurzamen en opknappen. In mijn ooghoek zie ik leden van dorps- en wijkraden in gesprek met de wijkregisseur, blij dat ze eindelijk weer een aanspreekpunt hebben. De afgelopen tijd is er gewerkt aan hun toekomstbestendigheid. Een nieuw opgerichte wijkraad is zelfs al aanwezig. Wanneer ik aan het eind van de middag naar huis ga, zie ik een stel blije kinderen spelen op vernieuwde speeltoestellen. Het geeft mij voldoening dat het nieuwe beleidsplan speeltuinen dit voor heel de gemeente gaat regelen. Ondertussen wordt er aan de overkant hard gewerkt aan het recht leggen van enkele stoeptegels. Onlangs heeft er een wijkschouw plaatsgevonden en de gemeente heeft gelijk doorgepakt om de problemen te verhelpen. Al lopend kom ik een van de cursisten van Politiek Actief tegen. Ook afgelopen jaar heeft de gemeenteraad weer een succesvolle cursus georganiseerd. De cursist vertelt uitgelaten hoe prettig het was om de commissievergadering via de livestream te kijken. Ze had in het verleden ook wel eens een raadsvergadering gekeken, maar haakte toen af. Met het nieuwe camerasysteem zal dit haar niet zomaar meer gebeuren, vertelt ze.
Ik zie dat we aan het wegdromen zijn bij dit toekomstbeeld. Snel terug naar het ‘hier en nu’. Naar de realiteit. Want, wat heeft die voorzitter die mij aanspreekt aan een evenementenbeleid als het samenhangende subsidiebeleid pas in 2027 in werking treedt? Of wat vinden vrijwilligers van een gemeente die nog steeds hun inzet niet heeft weten te waarderen? En een starterlening is leuk, maar in bijvoorbeeld ’s Gravenmoer lastig te benutten als er geen woningen zijn gebouwd. Locatie De Vijf Turven is immers pas in 2028 gereed. En dan hebben we het nog niet eens over de flexwoningen 2
die een uitkomst moeten bieden voor jongeren en spoedzoekers. Was het voor 2024 geen speerpunt om een locatie planologisch voor te bereiden? Realistisch begroten vraagt om het zoeken naar balans. Een hoog ambitieniveau is goed, maar duidelijke resultaten die het verschil maken voor inwoners zijn beter. Wat valt het CDA - in dit licht - dan nog meer op in de voorliggende begroting? Al jaren roept het CDA op om de regie te nemen als het gaat om de woningbouwopgave. Ook in de nieuwe woonzorgvisie is het een belangrijk thema. Des te meer zijn wij blij dat we dit terug zien komen met de onderzoeken naar nieuwe woningbouwlocaties. We hopen ook snel stappen te zetten met een onderzoek naar actieve grondpolitiek en daaropvolgend een nieuw grondbeleid. Een belangrijk sturingsinstrument als gemeente. Andere instrumenten, zoals opgenomen in de woonzorgvisie, zijn nog niet verankerd in regels. Wat het CDA betreft ronden we de huisvestigingsverordening dan ook in 2025 af. De regie wordt duidelijk hernomen in het buitengebied. Het CDA vindt het erg positief dat er wordt toegewerkt naar een vitaal buitengebied, waar ook een koppeling gemaakt zal moeten worden met de economische visie. Deze wordt komend jaar verder gebracht door aan de slag te gaan met het uitvoeren van een 10-puntenplan. Verder stemt het ons tevreden dat we het ondernemerscollectief SamenDongen financieel gaan ondersteunen.
Een denkbare verrijking voor economie, toerisme en recreatie. Een verrijking die ook zou kunnen landen in het gebied Kanaalzone Noord. Maar, tot onze verbazing, duurt het nog twee jaar totdat de gebiedsvisie is opgeleverd. Afgelopen begrotingen heeft het CDA iedere keer opnieuw weer aandacht gevraagd voor het investeren op wijkniveau. Eindelijk is er nu een wijkregisseur aangenomen die hierin kartrekker wordt. Tot onze vreugde hebben er al drie wijkschouwen plaatsgevonden en volgen de andere wijken in 2025.
3
Wij hadden graag in de begroting gezien hoe de positie van dorps- en wijkraden verstevigd gaat worden. Dorps- en wijkraden zijn immers belangrijk voor het vertegenwoordigen van het geluid dat leeft in een kern of wijk. Een onderwerp dat daarbij steeds opnieuw naar voren komt, en om oplossingen vraagt, is de overlast van afval in het straatbeeld. Ook het reduceren van restafval blijft een hardnekkig probleem dat om serieuze, onderbouwde oplossingen vraagt. Daarom worden momenteel verschillende scenario’s onderzocht. Wij vinden het dan ook onverstandig om, vooruitlopend op de uitkomsten hiervan, al maatregelen te introduceren. Voordat ik ga afronden willen we nog stilstaan bij een belangrijke pijler in 2025: de visie op de sociale basis. Een visie waar het CDA al langere tijd van aangeeft dat het goed is als dit er komt. We zien het namelijk als belangrijke taak voor een gemeente om, samen met het maatschappelijk middenveld en de gemeenschap, een goede basis te faciliteren voor onze inwoners. Het stemt ons dan ook zeer tevreden dat er onderzoek komt naar gratis sporten voor jongeren, dat het armoedebeleid verder wordt uitgevoerd en dat we gaan werken met steungezinnen. Tegelijkertijd merken wij dat mantelzorgers en zorgvrijwilligers voor veel mensen een onmisbaar onderdeel van hun sociale basis zijn.
Al geruime tijd vraagt het CDA om de instrumenten voor mantelzorgers en zorgvrijwilligers te vernieuwen. Het is voor ons onbegrijpelijk dat dit vertraagd is. Ook het verenigingsleven maakt deel uit van de sociale basis. Daarom vinden wij het te lang duren voordat het nieuwe subsidiebeleid zal worden opgesteld. En ook verbaast het ons dat er niet meer gesproken wordt over de verenigingshal, de toekomstige basis voor veel verenigingen en stichtingen. Komend jaar worden toch immers de gronden uitgeven? Tot slot, een korte reflectie op de financiële positie van onze gemeente. Het is geruststellend dat we niet zwaar getroffen worden door de Ravijnjaren, en we mogen dus erkennen dat ons beleid als rentmeesters zijn vruchten afwerpt. Toch 4
blijft voorzichtigheid geboden. Daarom vinden wij het te vroeg om nu al te besluiten de geplande storting van 500.000 euro in de spaarpot in 2026 af te schaffen. Laten we dit bij de volgende kadernota bespreken. Het CDA is trots dat onze motie zijn werk doet: de gemiddelde woonlasten blijven in onze gemeente onder het landelijke gemiddelde. Een positie die we jarenlang niet kenden. Als we straks in 2026 met elkaar het glas heffen, wil het CDA niet alleen dat er mooie verhalen zijn om te vertellen, maar ook dat er echte, voelbare verbeteringen zijn. Dat we samen met lef en trots kunnen zeggen: ‘we hebben het verschil gemaakt’.
5