RB 26-05 Reglement van Orde raadscommissies Dongen 2026
Tekst van het document
Ontwerp-raadsbesluit Onderwerp: Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raadscommissies Dongen 2026
De raad van de gemeente Dongen; gelezen het voorstel van het presidium van 5 januari 2026; gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; b e s l u i t: 1. Het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadscommissies Dongen 2026 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 12 februari 2026. de voorzitter,
de griffier,
ir. J.C. Slagboom
M.H. van Kampen
Verordening van de gemeenteraad van Dongen voor de vergaderingen van de raadscommissies Dongen 2026 (Reglement van orde op de raadscommissies Dongen 2026) Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; burgercommissielid: commissielid niet zijnde raadslid commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; presidium: de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters; wet: Gemeentewet. Artikel 2. Instelling raadscommissies 1. Er is een vaste raadscommissie Fysieke leefomgeving, Financiën, Openbare orde en veiligheid, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a. Verkeer, vervoer en waterstaat; b. Economie; c. Milieu; d. Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing; e. Duurzaamheid; f. Financiën g. Openbare orde en veiligheid 2. Er is een vaste raadscommissie Samenleving en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: a. Onderwijs; b. Sport, cultuur en recreatie; c. Sociaal Domein; d. Volksgezondheid; e. Bestuur en ondersteuning 3.
Als een onderwerp de werkzaamheden van meerdere raadscommissies betreft, wordt het onderwerp belegd in de raadscommissie die het onderwerp het meeste aangaat. Artikel 3. Taken Een raadscommissie: 1. doet richtinggevende uitspraken over onderwerpen die gerekend moeten worden onder de kaderstellende rol van de raad; 2. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen die tot het taakveld van de commissie behoren; 3. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder 2; 4. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder 2 van dit artikel.
Artikel 4. Samenstelling en benoeming 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie commissieleden per fractie. 2. Elk raadslid is uit hoofde van het raadslidmaatschap lid van de raadscommissies. 3. Het presidium bepaalt het aantal burgercommissieleden per bestuursperiode. 4. Burgercommissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgercommissieleden, met die uitzondering dat voor de burgercommissieleden geldt dat zij de leeftijd van zestien jaar moeten hebben bereikt. 5. Bij voorgedragen burgercommissieleden wordt door de raad onderzocht, conform het onderzoek van de geloofsbrieven bij een nieuw benoemd lid van de raad, of het voorgedragen burgercommissielid voldoet aan de wettelijke vereisten uit lid 4. 6. Burgercommissieleden leggen, voordat ze hun functie kunnen uitoefen, de eed of de verklaring en belofte af conform artikel 14 van de wet. 7. De leden van de commissies mogen zich laten vervangen door een ander raadslid of burgercommissielid uit hun fractie. 8. De raad benoemt per commissie een raadslid als commissievoorzitter en een raadslid als plaatsvervanger. Bij verhindering van beiden zit een commissievoorzitter of plaatsvervangend commissievoorzitter van een andere raadscommissie voor. 9.
De voorzitter vervult de rol van technisch voorzitter en neemt niet deel aan de inhoudelijke bespreking van onderwerpen in een commissievergadering. Artikel 5. Einde lidmaatschap 1. De zittingsperiode van een burgercommissielid en -commissievoorzitter is gelijk aan de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een burgercommissielid eindigt als hij niet meer voldoet aan artikel 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. 3. De raad kan een burgercommissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een burgercommissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij melden dit schriftelijk aan de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van burgercommissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege. Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere commissie een medewerker van de griffie aan als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is aanwezig in commissievergaderingen. 3.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in commissievergaderingen deelnemen. 5. De griffier kan in iedere commissievergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 7. Oproep, voorlopige agenda en beschikbaarheid stukken 1. Het presidium bereidt de voorlopige agenda’s van de raadscommissies voor.
2. 3.
4. 5.
De commissievoorzitter roept de commissieleden ten minste 10 dagen voor een commissievergadering digitaal op ter vergadering tenzij een kortere termijn noodzakelijk is. Gelijktijdig met de oproep voor de commissievergadering wordt de voorlopige agenda van de vergadering met de daarbij behorende stukken ter openbare kennis gebracht via het Raadsinformatiesysteem, voor zover het geen zaken betreft waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd. Informatie waarop op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd blijven onder berusting van de griffier. De griffier verleent op passende wijze aan de commissieleden inzage. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de commissievergadering een aanvullende agenda opstellen.
Artikel 8. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de gemeentelijke website via het raadsinformatiesysteem. Paragraaf 2. Vergadering Artikel 9. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijsten van de commissievergadering. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst. 3. De commissievoorzitter en de commissiegriffier stellen door ondertekening de presentielijst vast. Artikel 10. Opening commissievergadering en quorum 1. Een commissievergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden aanwezig is. 2. Als op grond van het eerste lid de commissievergadering niet kan worden geopend, wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe commissievergadering belegd, ongeacht het aantal dan aanwezige commissieleden. In deze commissievergadering worden uitsluitend onderwerpen behandeld die voor de eerste commissievergadering aan de orde waren gesteld. 3. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende commissievergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden aanwezig is. Artikel 11. Aantal spreektermijnen 1.
Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Er wordt gesproken vanaf de zitplaats. 3. Een commissielid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over een raadsvoorstel of onderwerp. 4. Tijdens de behandeling van een geagendeerd voorstel of onderwerp is er namens een fractie maximaal één woordvoerder per fractie, met uitzondering van de behandeling van de jaarrekening, begroting en bestuursrapportage. 5. Interrupties zijn in eerste en tweede termijn toegestaan. 6. Interrupties dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. 7. Een commissielid mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een commissielid hem interrumpeert. De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 8. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of raadsvoorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 12. Advies; geen stemmingen
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Na sluiting van de tweede termijn adviseren de leden of een raadvoorstel als bespreekstuk of hamerstuk op de eerstvolgende concept agenda van de raadsvergadering geplaatst wordt. De leden beslissen op voorstel van de commissievoorzitter over het advies. De raadscommissie kan de raad gemotiveerd adviseren dat een voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming. Bij adviezen over niet-raadsvoorstellen beslissen de commissieleden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. In een commissievergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 13. Spreektijd Het presidium kan regels vaststellen over de spreektijden van de commissieleden en de leden van het college van burgemeester en wethouders. Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. Leden van het college van burgmeester en wethouders (portefeuillehouders) zijn bij een commissievergadering aanwezig en kunnen aan de beraadslagingen deelnemen. 2. Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen. 3. De commissievoorzitter of de commissie kunnen de (commissie)griffier uitnodigen in de commissievergadering het woord te voeren. Artikel 15. Inspreekrecht burgers 1. Een burger kan door tussenkomst van de commissiegriffier tijdens een commissievergadering het woord voeren over alle onderwerpen die tot de taakvelden van de betreffende commissie horen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat: b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht kan of kon worden ingediend op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht; d. besluitenlijst, toezeggingenlijst of rondvraag. 3. Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang van de commissievergadering aan de commissiegriffier.
Hij meldt daarbij zijn naam, telefoonnummer en emailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken als dit in het belang is van de orde van de commissievergadering. 5. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan zes insprekers zijn. De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissieleden kunnen de inspreker een korte, verhelderende vraag stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en commissieleden. 7. De commissievoorzitter kan insprekers die zich niet aan de regels houden of zich onbehoorlijk of beledigend uitdrukken het woord ontnemen. Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter zorgt voor handhaving van de orde in de commissievergadering. 2. De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigend of onbetamelijk uitdrukken dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gehoor geven, kan door de commissievoorzitters het woord worden ontnomen. 3.
De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de commissievergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de commissievergadering sluiten. 4. De commissievoorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
commissievergadering te ontzeggen. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Als de commissie het voorstel aanneemt, verlaat het commissielid de commissievergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de commissievergadering worden ontzegd. Artikel 17. Voorstellen van orde 1. De commissievoorzitter en commissieleden kunnen tijdens de commissievergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de commissievergadering doen. 2. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel 18. Verslag en beeld- en geluidsregistratie 1. De commissiegriffier maakt een beknopt verslag van de commissievergadering. 2. Het beknopt verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de (commissie)griffier, de commissieleden, de leden van het college van burgmeester en wethouders voor zover aanwezig en de insprekers (met vermelding van het agendapunt waarbij ze hebben ingesproken); b. afwezige commissieleden van wie bericht van verhindering is ontvangen; c. bij het desbetreffende agendapunt een samenvatting van het advies aan de raad. 3. Het beknopt verslag wordt in de eerstvolgende commissievergadering van de raadscommissie ter vaststelling aangeboden aan de commissieleden.
Het vastgestelde verslag wordt ondertekend door de commissievoorzitter en de commissiegriffier. 4. Gedane toezeggingen worden op een toezeggingenoverzicht van de betreffende commissie geplaatst. 5. Via het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad worden beeld- en geluidsopnames van de commissievergadering live uitgezonden en bewaard, voor zover deze niet besloten is. Aanwezigen kunnen in beeld komen. Paragraaf 3. Besloten commissievergaderingen Artikel 19. Toepassing verordening op besloten commissievergaderingen Op besloten commissievergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de commissievergadering. Artikel 20. Besluitenlijst besloten commissievergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze commissievergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 21.
Opheffing geheimhouding De raadscommissie kunnen alleen de geheimhouding opheffen op stukken waarop de commissie deze geheimhouding zelf heeft gelegd, tenzij deze stukken berusten bij de raad. Dan kan alleen de raad de geheimhouding opheffen. Paragraaf 4. Toehoorders en pers Artikel 22. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijk geven van tekenen van goedkeuring of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde door toehoorders is verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de commissievergadering verstoren, deze te doen vertrekken.
4.
Toehoorders die bij herhaling de orde in de commissievergadering verstoren, kan de commissievoorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de commissievergadering te ontzeggen.
Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter via de commissiegriffier en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 24. Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de commissievoorzitter. Artikel 25 Intrekken verordening Het Reglement van orde op de raadscommissies gemeente Dongen 2025 wordt ingetrokken. Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Reglement van orde op de raadscommissies Dongen 2026’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 februari 2026. De voorzitter,
De griffier,
Ir. J.C. Slagboom
M.H. van Kampen