RB 26-04 Reglement van Orde gemeenteraad Dongen 2026
Tekst van het document
Ontwerpraadsbesluit Onderwerp: Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad en andere werkzaamheden Dongen 2026
De raad van de gemeente Dongen; gelezen het voorstel van het presidium van 5 januari 2026; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; b e s l u i t:
1. Het Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad en andere werkzaamheden Dongen 2026 vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 februari 2026. de voorzitter,
de griffier,
ir. J.C. Slagboom
M.H. van Kampen
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Dongen 2026 (Reglement van Orde gemeenteraad Dongen 2026) Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; motie vreemd: een verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken over een nietgeagendeerd onderwerp; raadsinformatiesysteem: een digitaal systeem waarin alle vergaderingen en bijbehorende vergaderstukken van de gemeenteraad worden gepubliceerd; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet. Artikel 2. De voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde in de vergadering; c. het doen naleven van dit reglement; d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. 2.
Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder dan wel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de plaatsvervangend voorzitter. 3. De raad benoemt bij aanvang van de bestuursperiode uit zijn midden éen of meerdere plaatsvervangend voorzitters en stelt de volgorde voor het plaatsvervangend voorzitterschap vast. 4. Indien het raadslidmaatschap van een plaatsvervangend voorzitter als bedoeld in het derde lid gedurende de zittingsperiode eindigt, benoemt de raad een nieuwe plaatsvervangend voorzitter. Artikel 3. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het presidium. 3. Bij afwezigheid van de voorzitter wijst het presidium een vervanger aan. 4. De fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een daartoe aangewezen raadslid uit de eigen fractie. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Het presidium heeft als taak: a. Bepalen van de werkwijze en voorzieningen van de raad en de raadscommissies; b. Het vaststellen van het vergaderschema van de raad. c. Het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en commissievergaderingen. 7.
Het presidium vergadert zo vaak als de voorzitter het nodig acht, of als tenminste twee fracties, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 8. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. 9. De griffier draagt zorg voor openbaarmaking van de agenda en de vastgestelde besluitenlijst. Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen als bedoeld in dit regelement deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit minimaal drie raadsleden. 2. De commissie onderzoekt of de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw benoemde raadslid voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. 3. De commissie brengt na haar onderzoek mondeling verslag uit aan de raad en brengt advies uit voor een besluit over de toelating van het nieuw benoemde raadslid tot de raad. Daarbij maakt de commissie tevens melding van een eventueel minderheidsstandpunt. 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders 1.
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten die de wet daaraan stelt (van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet). 3. De commissie brengt na haar onderzoek vervolgens mondeling verslag uit aan de raad en brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Daarbij maakt de commissie tevens melding van een eventueel minderheidsstandpunt. 4. De burgemeester zal voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel 7. Fracties 1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Indien: a.
één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen die de Kieswet aan een politieke groepering stelt en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 8. Vergadermodel 1. Het vergadermodel bestaat uit raad op pad-avonden, beeldvomingsavonden, commissievergaderingen, thema-avonden en raadsvergaderingen. 2. Het presidium besluit op welke wijze een raadsbesluit wordt voorbereid. Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 9. Oproep en agenda 1. De voorzitter roept de raadsleden ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering digitaal op ter vergadering, tenzij een kortere termijn noodzakelijk is. 2. Gelijktijdig met de oproep voor de vergadering van de gemeenteraad wordt de voorlopige agenda van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken ter openbare kennis gebracht via het Raadsinformatiesysteem, voor zover het geen zaken betreft waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd. 3. Stukken waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de griffier. De griffier verleent op passende wijze aan de raadsleden inzage. 4. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende agenda opstellen. 5. Een extra vergadering wordt uitgeschreven indien de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk en met opgaaf van reden daarom verzoekt. 6. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 10. Openbare kennisgeving Vergaderingen worden ter openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de gemeentelijke website via het Raadsinformatiesysteem. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 11. Presentielijst 1.
De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 12. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering, onder verwijzing naar artikel 20 van de wet. Dit tijdstipt ligt ten minste 24 uur na het tijdstip van de hernieuwde oproep. Artikel 13. Inspreekrecht burgers 1. Een burger kan door tussenkomst van de griffier tijdens een raadsvergadering het woord voeren op een daarvoor gereserveerd moment. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep open staat, b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht kan of kon worden ingediend op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier.
Hij meldt daarbij zijn naam, telefoonnummer en e-mailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan zes sprekers zijn. 6. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De raadsleden kunnen daarna aan de inspreker een korte, verhelderende vraag stellen. 7. De voorzitter kan insprekers die zich niet aan de regels houden of zich onbehoorlijk of beledigend uitdrukken het woord ontnemen.
Artikel 14. Handhaving orde en schorsing 1. De voorzitter zorgt voor handhaving van de orde in de vergadering. 2. Indien een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitdrukt, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. 3. Indien een spreker geen gevolg geeft aan de oproep, bedoeld in het vorige lid, kan de voorzitter hem gedurende de desbetreffende vergadering het woord ontnemen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen. Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een raadslid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde raadsvoorstel of onderwerp. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Tijdens de behandeling van een geagendeerd voorstel of onderwerp is er namens een fractie maximaal één woordvoerder per fractie, met uitzondering van de behandeling van de kadernota, jaarrekening, begroting en bestuursrapportage. 6. Interrupties zijn in de eerste en tweede termijn toegestaan. 7.
Interrupties dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. 8. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een raadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 9. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 16. Spreektijd Het presidium kan regels vaststellen over de spreektijden van de raadsleden en de leden van het college van burgemeester en wethouders. Artikel 17. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 18. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. 2. Over een ordevoorstel besluit de raad onmiddellijk. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 19. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Artikel 20. Stemming algemeen 1.
Na het sluiten van de beraadslagingen over een voorstel of indien niemand het woord verlangt, stelt de voorzitter de stemming aan de orde. 2. Indien geen stemming wordt verlangd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel bij acclamatie is aangenomen.
3. Indien het voordstel bij acclamatie wordt aangenomen, kunnen de in de vergadering aanwezige raadsleden vragen om aantekening dat zij geacht worden te hebben tegengestemd. 4. Voordat er daadwerkelijk gestemd wordt, kunnen de leden van de raad namens hun fractie een stemverklaring, zijnde een korte toelichting van een fractie op het stemgedrag, afleggen. 5. De voorzitter stelt in eerste instantie de ingediende amendementen of subamendementen aan de orde, vervolgens het besluit en tot slot de ingediende moties. 6. Indien twee of meer amendementen zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van stemming waarbij het meest verstrekkende amendement of subamendement als eerste in stemming wordt gebracht. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Artikel 21. Hoofdelijke stemming 1. Hoofdelijk stemming vindt plaats indien de voorzitter of een van de ter vergadering aanwezige raadsleden dat verlangt. 2.
De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 3. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen door middel van 'voor' of 'tegen', zonder enige toevoeging. Artikel 22. Stemming over personen 1. Voor de stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn. 3. Indien een aantal personen tegelijk moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen, kan de raad op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4. De inhoud van elk stembriefje wordt door één van de stemopnemers voorgelezen, door een ander nagezien en door de derde aangetekend. 5. De stemopnemers onderzoeken of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal aanwezige leden dat zich niet op grond van artikel 28 van de wet van stemming dient te onthouden. 6. Een stemming is nietig als het aantal ingeleverde stembriefjes groter is dan het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend en zich niet van stemming op grond van artikel 28 van de wet moeten onthouden. 7.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Artikel 23. Herstemming over personen 1. Indien bij een enkelvoudige kandidatuur geen meerderheid is verkregen voor die kandidaat, blijft een benoeming, voordracht of aanbeveling achterwege. 2. Indien bij een meervoudige kandidatuur bij de eerste stemming geen volstrekte meerderheid is verkregen voor één van de kandidaten, volgt een tweede stemming. 3. Is ook bij deze tweede stemming geen meerderheid verkregen, dan vindt een herstemming plaats over de twee personen die bij de tweede stemming het hoogste aantal stemmen hebben gekregen. 4. Indien bij de tweede stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de herstemming moet plaatsvinden, wordt bij tussenstemming beslist tussen welke twee personen de herstemming zal plaatshebben. 5. Staken bij de her- of tussenstemming de stemmen, dan beslist het lot. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken
Artikel 24. Besluitenlijst en beeld- en geluidsregistratie 1. De griffier maakt een besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. De besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden, de leden van het college van burgemeester en wethouders voor zover aanwezig en de insprekers (met vermelding van het agendapunt waarover ze hebben ingesproken); b. afwezige raadsleden van wie bericht van verhindering is ontvangen; c. de genomen besluiten; d. de stemuitslag, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen die zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst wordt in de eerstvolgende raadsvergadering ter vaststelling aangeboden aan de raad. De vastgestelde besluitenlijst worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 4.
Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Via het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad worden beeld- en geluidsopnames van de raadsvergadering live uitgezonden en bewaard, voor zover deze niet besloten is. Aanwezigen kunnen in beeld komen. Artikel 25. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden via het raadsinformatiesysteem. 2. De raad stelt op voorstel van het presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. De griffier kan besluiten een ingekomen stuk niet op de lijst ingekomen stukken te plaatsen indien het stuk onbetamelijk, onbegrijpelijk of beledigend is, dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 26. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 27. Besluitenlijst besloten vergadering 1. Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2.
Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 28. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers
Artikel 29. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijk geven van tekenen van goedkeuring of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde door toehoorders is verboden. 3. De voorzitter kan toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, en dit na herhaaldelijk aanspreken blijven doen, uit de raadszaal laten verwijderen. 4. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan de voorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter via de griffier en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 31. Amendementen en subamendementen 1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan tot aan het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk een amendement indienen. 2. Een amendement heeft betrekking op één of meerdere beslispunten uit het ontwerpbesluit. 3. Een amendement wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend. 4. Wijziging van een amendement is mogelijk tot aan het moment dat de beraadslaging over een onderwerp wordt gesloten. 5.
Intrekking van het amendement kan tot aan het moment waarop de voorzitter de stemming over een onderwerp aan de orde stelt. 6. Dit artikel is overeenkomstig van toepassing op voorstellen tot wijziging van reeds ingediende amendementen (subamendementen). Artikel 32. Moties 1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan een motie indienen. 2. Een motie wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend. 3. De behandeling van een motie vindt tegelijk met de beraadslaging over het voorstel dat het betreft. 4. Wijzigen van een motie is mogelijk tot het sluiten van de beraadslagingen. 5. Intrekken van een motie is mogelijk tot aan het moment waarop de voorzitter de stemming over het raadsvoorstel waarop de motie betrekking heeft aan de orde stelt. Artikel 33. Motie vreemd 1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan een motie vreemd indienen. 2. Een motie vreemd wordt bij het vaststellen van de agenda aangekondigd door de indiener. 3. Behandeling van een motie vreemd vindt plaats als laatste agendapunt voor sluiting van de vergadering. 4. De indiener wordt als eerste het woord verleend om een toelichting te geven. Andere raadsleden kunnen vervolgens vragen stellen over de motie vreemd. Daarna krijgt het college het woord. 5.
Indien meerdere raadsleden gezamenlijk een motie vreemd hebben ingediend, wordt uitsluitend het lid dat als eerste indiener moet worden beschouwd de gelegenheid gegeven de motie vreemd toe te lichten. De indieners geven aan de voorzitter aan wie als eerste indiener moet worden beschouwd. Artikel 34. Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel indienen. 2. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter door tussenkomst van de griffier. 3. De griffier voorziet het voorstel zo snel mogelijk van een behandelplan dat, eventueel schriftelijk, wordt voorgelegd aan het presidium. Na instemming van het presidium wordt het behandelplan ter kennisname gebracht van de raads- en commissieleden.
4. Het college kan binnen 15 dagen, nadat het in kennis is gesteld van het initiatiefvoorstel, schriftelijk zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad brengen. 5. De betreffende raadscommissie bespreekt het initiatiefvoorstel in zijn eerstvolgende vergadering nadat de reactie van het college is ontvangen of de termijn van 15 dagen voor het college verstreken is. 6. De indiener wordt zowel in de raadscommissie als in de raadsvergadering in de gelegenheid gesteld het initiatiefvoorstel te verdedigen. 7. Na behandeling in de raadscommissie wordt het voorstel ter besluitvorming in de eerstvolgende raadsvergadering geagendeerd. Artikel 35. Collegevoorstel 1. Een door het college van burgmeester en wethouders opgesteld raadsvoorstel dat is opgenomen op de voorlopige agenda van een raadsvergadering, kan door het college gemotiveerd worden gewijzigd tot uiterlijk dinsdag 14.00 uur voorafgaand aan de raadsvergadering, dan wel door het college gemotiveerd worden ingetrokken tot aan het moment dat de gemeenteraad de agenda vaststelt. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 3.
Als na de voorafgaande bespreking van het voorstel in de raadscommissie de commissie concludeert dat het voorstel niet rijp is voor besluitvorming, gaat het voorstel niet door naar de eerstvolgende raadsvergadering maar terug naar het presidium. Artikel 36. Interpellatie 1. Een raadslid kan een verzoek tot het houden van een interpellatie tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de eerstvolgende raadsvergadering schriftelijk door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter indienen. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 2. Een verzoek bevat een korte en duidelijke omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. 3. De raad neemt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering een besluit over het verzoek tot het houden van een interpellatie bij het vaststellen van de agenda van de raadsvergadering. Voor het houden van een interpellatiedebat volstaat toestemming van 1/5 deel van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend. 4. Het raadslid dat het verzoek tot interpellatie heeft ingediend, wordt als eerste in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen, waarna het de burgemeester of het college kan antwoorden. 5.
Het raadslid dat het verzoek tot interpellatie heeft ingediend, krijgt opnieuw het woord om vervolgvragen te stellen, waarna door burgemeester of het college opnieuw kan antwoorden. 6. Indien meerdere raadsleden gezamenlijk het verzoek tot interpellatie hebben ingediend, wordt uitsluitend het raadslid dat als eerste indiener wordt beschouwd, de gelegenheid gegeven als eerste vragen te stellen. De verzoekers geven aan de voorzitter aan wie als eerste indiener moet worden beschouwd. 7. Na de beantwoording van de vragen, als bedoeld in het zesde lid, kunnen de overige raadsleden per fractie in maximaal 2 termijnen aan de beraadslagingen deelnemen. Na iedere termijn kunnen de burgemeester of het college antwoorden op eventuele vragen. Artikel 37. Schriftelijke vragen 1. Een raadslid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke vragen stellen. 2. De vragen worden nauwkeurig en zo zakelijk mogelijk omschreven en door tussenkomst van de griffier bij het college of de burgemeester ingediend. 3. Het college of de burgemeester beantwoordt de vragen zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. 4. De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld op zes weken indien de termijn van 30 dagen afloopt binnen de door de regio Zuid officieel vastgestelde zomervakantie voor het onderwijs. 5.
Indien het college of de burgemeester niet in staat is de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden, stellen zij hiervan binnen de gestelde termijn de vragensteller gemotiveerd en met opgave van een nieuwe termijn in kennis. 6. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
Artikel 38. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 15 dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 39. Vragenhalfuur 1. Raadsleden kunnen mondeling, actuele politieke vragen stellen aan het college en de burgemeester bij het agendapunt vragenhalfuur over onderwerpen die niet op de agenda staan. 2. Het vragenhalfuur duurt maximaal 30 minuten. 3. Een vraag voor het vragenhalfuur wordt ten minste 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering schriftelijk ingediend bij de voorzitter door tussenkomst van de griffier onder vermelding van het onderwerp en de vraag. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer korte vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. 6.
De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 40. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 41. Intrekking oude reglement Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2025 wordt ingetrokken. Artikel 42. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2026. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: ‘Reglement van orde gemeenteraad Dongen 2026’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 februari 2026. De voorzitter,
De griffier,
Ir. J.C. Slagboom
M.H. van Kampen