OW01 200924 35918002 Toelichting en regels St. Josephstraat 39-53, Dongen
Tekst van het document
3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels. a. Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. gebouwen voor nutsvoorzieningen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. De oppervlakte van een gebouw bedraagt ten hoogste 15 m². c.
De bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste 3 m.
d. De bouwhoogte van speelvoorzieningen, voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens bedraagt ten hoogste 6 m. e. De bouwhoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en antennes bedraagt ten hoogste 10 m. f.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.
BESTEMMINGSPLAN SINT JOSEPHSTRAAT 39-53, DONGEN | ONTWERP
91
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. b. Bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, speelvoorzieningen, jongerenontmoetingsplaatsen, parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen, verkeersgeleiding, informatievoorziening, water, voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen, gedenktekens en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding in het plangebied, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen, afval(water)inzameling, ondergrondse bergbezinkbassins.
4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. Gebouwen voor nutsvoorzieningen en jongerenontmoetingsplaatsen en abri's. 2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. De oppervlakte van een gebouw bedraagt ten hoogste 15 m². c.
De bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste 3 m.
d. De bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 6 m. e. De bouwhoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en antennes bedraagt ten hoogste 10 m. f.
De bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens bedraagt ten hoogste 6 m.
g. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 2 m.
92
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Het wonen in een woning met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. b. Ter plaatse van de aanduiding 'erf': uitsluitend voor erven bij de hoofdgebouwen op hetzelfde bouwperceel. c.
Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen met inbegrip van de daarbij behorende bergingen en andere nevenruimten;
d. Bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, parkeervoorzieningen, achterpaden en ontsluitingen, water en nutsvoorzieningen.
5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
5.2.1
Algemeen
a. De volgende bouwwerken zijn toegestaan: 1. binnen een bouwvlak: hoofdgebouwen met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. ter plaatse van de aanduiding 'erf': aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, behorende bij het hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel; 3. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen met inbegrip van de daarbij behorende bergingen en andere nevenruimten; 4. op de overige gronden: uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. b. De totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. c.
Per bouwperceel mogen de gronden met de aanduiding 'erf' worden bebouwd met gebouwen en overkappingen, met een maximum van 125 m².
d. De afstand tussen niet aaneen gebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1 m. e. Het totaal aantal woningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding aangegeven maximum aantal woningen.
BESTEMMINGSPLAN SINT JOSEPHSTRAAT 39-53, DONGEN | ONTWERP
93
5.2.2
Hoofdgebouwen
a. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het bouwvlak. b. De bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
5.2.3
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en garages
a. De goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3,5 m. b. De voorgevel van een aan- of uitbouw en van een bijgebouw ligt ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw.
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m. b. De bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 10 m. c.
De bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Aan- of uitbouw in de voortuin
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken het bepaalde in lid 5.2.1 onder a voor de bouw van een aan- of uitbouw of overkapping op de gronden waar geen bouwvlak en geen aanduiding 'erf' is opgenomen, met inachtneming van het volgende: a. De oppervlakte van de aan- of uitbouw of overkapping bedraagt ten hoogste 6 m². b. De goot- en bouwhoogte bedraagt ten hoogste de in lid 4.2.3 aangegeven hoogten. c.
De afstand tot de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' bedraagt ten minste 0,5 m.
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Algemeen
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. Per bouwperceel is ten hoogste één woning toegestaan; b. Het is niet toegestaan om:
94
1. onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een hoogte van meer dan 1 m; 2. bijgebouwen te gebruiken als woon- en werkruimten; c.
De vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²;
d. Het parkeren van voertuigen of het plaatsen van objecten als aanhangwagens, boten, caravans en andere kampeermiddelen op de gronden waar geen bouwvlak en geen aanduiding 'erf' is opgenomen is niet toegestaan, behoudens ter plaatse van een toegang tot een garage/berging of carport.
5.4.2
Parkeren
a. Het aantal openbare parkeerplaatsen bedraagt minimaal 67; b. Bij halfvrijstaande woningen dienen ten minste twee parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; c.
De oppervlakte van een parkeerplaats bedraagt ten minste 12,5 m²;
d. Een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Het gebruik van een woning voor logies met ontbijt
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1 onder a en medewerking verlenen voor het gebruik van een woning voor logies met ontbijt, met in achtneming van de volgende regels: a. er mag in maximaal 2 kamers tegelijkertijd logies worden aangeboden; b. het oppervlak voor logies en ontbijt bedraagt ten hoogste 100 m2; c.
de woning is geschikt voor permanente bewoning en wordt bewoond door de hoofdbewoner(s);
d. er mag geen onevenredige verkeers- en parkeeroverlast ontstaan voor de omgeving; e. er mogen slechts terughoudende reclame-uitingen worden geplaatst, neonreclame is niet toegestaan.
BESTEMMINGSPLAN SINT JOSEPHSTRAAT 39-53, DONGEN | ONTWERP
95
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m. b. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
Het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
96
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie - 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. Het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. b. Het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen. c.
Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.
d. Het verlagen of verhogen van het waterpeil. e. Het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd. f.
Het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
6.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 6.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. Noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 16.2 in acht is genomen. b. Een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m². c.
Reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
d. Ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
6.3.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
BESTEMMINGSPLAN SINT JOSEPHSTRAAT 39-53, DONGEN | ONTWERP
97
b. De betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
6.4
Wijziging voor verwijdering van de bestemming
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de bestemming Waarde-Archeologie -1 geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. Uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. b. Het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. c.
Alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige.
98