Jaarverslag 2020 - definitief
Tekst van het document
De opbrengsten komen voort uit de overheveling van het zonnepark naar de materiele vaste activa. Het exploitatiesaldo is verrekend met de boekwaarde. De boekwaarde komt hiermee op € 383.000. Tichelrijt Zuid De gemeente heeft gronden in eigendom nabij de Zandeweg. Deze locatie maakt het uitbreiden van het bedrijventerrein mogelijk. Inmiddels is het bestemmingsplan daarvoor vastgesteld en onherroepelijk. De in 2020 gemaakte kosten bestaan voornamelijk uit grondverwervingskosten (een nabetaling aan de historische eigenaar vanwege de wijziging van de bestemming). Er zijn geen opbrengsten gerealiseerd. Het exploitatiesaldo is verrekend met de boekwaarde. De boekwaarde komt hiermee op € 257.000. Verwacht resultaat en tussentijdse winstneming Het verwacht resultaat op basis van de ontwikkelingen in 2020 ziet er als volgt uit. Resultaat Boekwaarde per 31-12-2019
-15.999
Vermeerderingen (lasten)
-1.254
Verminderingen (baten)
4.712
Tussentijdse winstneming 2020
-523
Boekwaarde per 31-12-2020
-13.064
Nog te maken kosten
-12.225
Nog te realiseren baten
27.346
Verwacht resultaat
2.057
80
Dit verwacht resultaat is het samenstel van het resultaat in de lopende complexen. Resultaat Biezenplein
95
De Beljaart
235
Noorderlaan
209
Waspikse weg
393
Tichelrijt 2
61
Tichelrijt 3
324
Tichelrijt Zuid
740
Verwacht resultaat
2.057
Het BBV schrijft voor dat ieder jaar bij de jaarrekening beoordeeld moet worden in hoeverre er aanleiding is tot het treffen van een verliesvoorziening (bij een geprognotiseerd negatief resultaat) dan wel tussentijdse winst (bij een geprognosticeerd positief resultaat). Hiervoor wordt de rekenmethode gehanteerd zoals voorgeschreven door het BBV, zijnde het percentage van de gerealiseerde kosten vermenigvuldigd met het percentage van de gerealiseerde opbrengsten per complex. Het percentage winstneming wordt berekend over het totaal verwacht resultaat, dus exclusief reeds genomen winsten en verliezen. Vervolgens wordt per jaar beoordeeld in hoeverre er reden is tot het verwerken van een aanvullend resultaat. Aangezien in 2020 alleen in het complex De Beljaart aanzienlijke verkopen zijn gerealiseerd is voor dit complex beoordeeld of een tussentijdse winst genomen kan worden. Deze winstneming is verwerkt in de jaarrekening 2020. Voor de overige in exploitatie genomen complexen zijn geen substantiële baten gerealiseerd of is het verwacht resultaat dusdanig onzeker dat geen tussentijdse winst mag worden genomen. Berekende tussentijdse winstneming 2020: Complex
Verwacht resultaat
Percentage
Bedrag
Reeds
Winstneming
(inclusief reeds
winstneming
winstneming
verwerkt
2020
genomen winsten t/m
resultaat
2019) De Beljaart
1.680
85,7%
81
1.440
917
523
Jaarrekening 2020 In dit hoofdstuk treft u het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting aan, de balans evenals de toelichting op de balans en de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. Vanwege toepassing van de BBV voorschriften zijn de bijlagen “specificatie reserves” en “specificatie voorzieningen” als onderdeel van de toelichting op de balans opgenomen. Onderdeel van de jaarrekening is het "Overzicht van baten en lasten" (recapitulatiestaat). In de toelichting op exploitatiebudgetten treft u de financiële verantwoording aan van de lasten, baten en resultaatbestemming, op hoofdlijnen en zowel voordelig als nadelig. Uitgangspunt hierbij is dat de voor- en nadelen per productgroep (zgn. grootboekrekening) worden toegelicht indien de afwijking substantieel is en/of minimaal € 10.000 bedraagt. De voor- en nadelen zijn eveneens opgenomen in een veelvoud van € 1.000. In principe worden afwijkingen onder € 10.000 niet toegelicht tenzij deze van politiek bestuurlijke importantie zijn. Voor de financiële verantwoording bij de producten afvalverwijdering en riolering is de invloed van de afwijkingen in principe neutraal op het rekeningresultaat vanwege het gebruik van een egalisatievoorziening. Van deze producten worden alle kosten gedekt door saldering met de egalisatievoorziening.
Indien echter binnen deze producten minder ambtelijke uren worden gemaakt dan begroot, werkt dit nadelig door naar het uiteindelijke rekeningresultaat. In de toelichting op de jaarrekening is onder andere ook een overzicht van gehanteerde afschrijvingstermijnen opgenomen en een overzicht van incidentele lasten en baten 2020. Tevens is in de toelichting op de jaarrekening een overzicht opgenomen van alle investeringskredieten met bijbehorende inhoudelijke en financiële toelichting. De toelichting is eveneens op hoofdlijnen. Tot slot is in de jaarrekening de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen in het kader van Single information Single audit (SISA) en de controleverklaring van de onafhankelijke accountant opgenomen.
82
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de bepalingen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Grondslagen voor consolidatie De verbonden partijen, zoals opgenomen in paragraaf F, worden niet geconsolideerd. Waarderingsgrondslagen Activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij hierna anders wordt vermeld. Activa algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs bevat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Naar verwachting worden duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde duurzaam lager is dan de verkrijging- of vervaardigingprijs. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Immateriële vaste activa Onder de immateriële vaste activa vallen de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio en kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Afschrijvingen worden berekend op 1 januari of 1 juli afhankelijk van de gerealiseerde uitgaven op deze categorieën. De looptijd van de afschrijving op kosten voor geldleningen is gelijk aan de looptijd van de nieuw afgesloten leningen. Materiële vaste activa Bij de materiële vaste activa wordt, conform de BBV voorschriften, onderscheid gemaakt tussen (a) investeringen met een economisch nut, (b) investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven en (c) investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. a. Investeringen met een economisch nut Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en / of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut (uitgezonderd kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde) worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
Voor investeringen met een economisch nut geldt dat: ze geactiveerd moeten worden; ze op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs worden geactiveerd, exclusief eventueel verrekenbare of compensabele omzetbelasting; bijdragen van derden in mindering mogen worden gebracht op het investeringsbedrag; reserves niet in mindering mogen worden gebracht op het investeringsbedrag; afschrijving geschiedt onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar, volgens een vaste methode en op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur; extra afschrijving alleen aan de orde is bij duurzame waardevermindering of bij eerder buiten gebruik stellen van het actief.
83
b. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Voor investeringen met een economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven geldt dat hiervoor gevormde voorzieningen in mindering moeten worden gebracht op het investeringsbedrag. De overige eisen zijn gelijk als genoemd bij de investeringen met een economisch nut. Het begrip “investeringen met een economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven” (artikel 35 BBV) is door de Commissie BBV geïntroduceerd in haar besluit van 25 juni 2013. In artikel 62 BBV is hiervoor het nieuwe lid 4 opgenomen dat verwijst naar de verplichte afboeking van de gevormde voorziening. De commissie BBV heeft in haar notitie "riolering 2014" expliciet opgenomen dat vanaf de jaarrekening 2014 de rioolinvesteringen afzonderlijk in de balans moeten worden opgenomen om te voldoen aan artikel 35 lid 1 BBV. De bedoelde heffing betreft ook rechten (zoals reinigingsrechten en begraaf- c.q. lijkbezorgingsrechten) die op grond van Gemeentewet art. 229 lid 1 a en b worden geheven. Dit zijn rechten die maximaal kostendekkend mogen zijn, alleen besteed mogen worden aan het doel waarvoor de rechten zijn geheven en die ook een spaarbedrag voor vervanging van de betrokken activa mogen bevatten. Daarom worden ook de investeringen m.b.t.
de begraafplaatsen en reiniging afzonderlijk in de balans opgenomen. c. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Investeringen met een maatschappelijk nut dienen met ingang van 2017 te worden geactiveerd (artikel 59 BBV). Net als bij investeringen met een economisch nut dient er netto te worden geactiveerd. (activeren voor het bedrag van de investering verminderd met investeringssubsidies en/of bijdragen van derden). Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief moeten op de investering in mindering worden gebracht. Financiële vaste activa Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de leningen verrekend. Met ingang van 2018 dienen de bijdragen aan activa in eigendom van derden worden ondergebracht onder de immateriële vaste activa. Voorraden (bouwgrond) De voorraad bouwgrond is niet meer gesplitst in nog niet in exploitatie genomen bouwgronden en lopende bouwgrondexploitaties. Alleen actieve lopende exploitaties (onderhanden werken) worden meegenomen. Bouwgronden in exploitatie worden gewaardeerd tegen vervaardigingprijs, waaronder een redelijk deel van de indirecte kosten en de toe te rekenen rente. Eventuele ontvangen voorschotten worden in mindering gebracht op de kostprijs. De niet in exploitatie genomen gronden zijn tegen boekwaarde per 1 januari 2016 overgebracht naar de materiële vaste activa.
Dit is conform het besluit BBV. Grond die een vaste bestemming heeft, en niet in een transformatieproces zit, dient op de balans te worden opgenomen als materiële vaste activa. Er is dan geen sprake van een vervaardigingsprijs maar van een verkrijgingsprijs. Op de boekwaarde van deze grond worden daarom ook geen kosten als rente bijgeschreven. Dit houdt de boekwaarde vaak betrekkelijk laag, want de verkrijgingsprijs in het jaar van activeren is hiervoor immers bepalend geweest. Vorderingen Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. Het onderscheid tussen vorderingen en financiële vaste activa wordt gevormd door de looptijd. Vorderingen hebben een rente typische looptijd van korter dan één jaar.
84
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd vanwege: verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, echter redelijkerwijs te schatten; (artikel 44, lid 1a BBV); op de balansdatum bestaande risico’s met betrekking tot van bepaalde te verwachte verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; (artikel 44, lid 1b BBV); kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. (artikel 44, lid 1c BBV); De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in als bedoeld in art. 35 BBV te weten: investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (artikel 44, lid 1d BBV). Tot de voorzieningen worden ook van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden gerekend (artikel 44, lid 2 BBV). Uitgezonderd zijn, conform de BBV voorschriften, de van Europese en Nederlandse overheidslichamen vooruit ontvangen subsidies c.q. middelen. Deze bedragen zijn opgenomen onder de debiteuren.
Vaste schulden In de BBV ligt het onderscheid tussen langlopende en kortlopende schulden bij één jaar en wordt er van vaste en vlottende schulden gesproken. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd langer dan één jaar. Vlottende schulden De vlottende schulden bestaan uit kasgeldleningen, banksaldi en overige schulden met een rente typische looptijd van korter dan één jaar. Overlopende passiva Onder de overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Grondslagen voor resultaatbepaling en resultaatbestemming Bij de bepaling van het resultaat wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd. Kapitaallasten De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en toegerekende rente. Afschrijvingen Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in relatie tot de economische levensduur. De uitgangspunten voor activering, afschrijvingsmethodieken en -termijnen nader uiteengezet, zoals weergegeven in onderstaande tabel zijn gebaseerd op de verordening. "financiële verordening 2020 gemeente Dongen".
85
Omschrijving (ingedeeld naar hoofdgroepen BBV binnen de administratie) Onderzoek en ontwikkeling
Afschrijvingstermijn 5
Kosten herfinancieren leningen
Looptijd nieuwe lening
Gronden
geen
Riolering
50
Begraafplaatsen
30
Sportterreinen
25
Wegen
30
Groenvoorzieningen
30
Speelvoorzieningen
30
Verkeersmaatregelen (w.o. openbare verlichting)
30
Onderwijshuisvesting
50
Opstallen
50
Semi-permanent/ noodlokalen
20
Sportaccommodaties
50
Bekabeling
15
Verbouwingen
20
Technische installaties
20
Machines
15
Meubels en inventaris
15
Automatisering (software)
5
Gereedschappen
5
Containers
15
Vervoersmiddelen en tractie
10
Met de afschrijving wordt gestart met ingang van het jaar volgend op het jaar van gereedkomen c.q. ingebruikname van het activum. Toegerekende rente Bij de berekening van de kapitaallasten wordt hoofdzakelijk een rentepercentage (rekenrente) gehanteerd van 1,50%. De rentetoerekening aan de grondexploitaties moet, met ingang van 1 januari 2016 op basis van de gewijzigde BBV voorschriften, plaatsvinden op basis van de werkelijk betaalde rente over het vreemd vermogen. Als er geen sprake is van projectfinanciering dan mag het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille van de gemeente (naar verhouding van het vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen) worden toegerekend. Rekening houdend met een toegestane marge van 0,5% t.o.v. het gehanteerde percentage in de begroting heeft er toe geleid dat de rekenrente aan de in exploitatie genomen gronden in 2020 op 0,96% is vastgesteld. Resultaat bouwgrondexploitaties Bij het verantwoorden van het resultaat van bouwgrondexploitaties wordt over het algemeen de percentage of completion methode gehanteerd. Dit houdt in dat resultaten in de jaarrekening worden verantwoord als de bouwgrondexploitatie wordt afgesloten.
Tussentijdse winstneming vindt plaats indien er voldoende zekerheid bestaat over nog te realiseren opbrengsten en nog te maken kosten met een voldoende mate van nauwkeurigheid kunnen worden toegerekend aan het al gerealiseerde deel en het nog te realiseren deel van het plan. Wanneer verliezen worden verwacht vindt afwaardering van de boekwaarde plaats. Personeel Personele lasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden op grond van jaarlijks 86
terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Per 1 januari 2017 zijn hierin wijzigingen opgetreden door de invoering van het IKB (Individueel Keuzebudget). Resultaatbestemming Het BBV staat toe dat de raad al bij de begroting autoriseert dat toevoegingen en onttrekkingen aan bestemmingsreserves plaatsvinden. Feitelijk heeft de raad hiermee gedurende het jaar al een deel van het verwachte resultaat bestemd. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Voor de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. De algemene uitkering dient te worden opgenomen volgens de laatst gepubliceerde accresmededeling (meestal de septembercirculaire; in 2020 is nog sprake geweest van een decembercirculaire). Wanneer voor het inzicht van de jaarrekening 2020 rekening wordt gehouden met latere circulaires en in berichtgeving aangekondigde ontwikkelingen van het accres, dan dient deze afwijking van de genoemde stellige uitspraak te worden toegelicht bij de waarderingsgrondslagen.
Voor wat betreft het accres is de Algemene Uitkering in deze jaarrekening gebaseerd op de laatst gepubliceerde accresmededeling in de septembercirculaire 2020. Eigen bijdrage CAK (bron: kadernota rechtmatigheid BBV): Een aanvrager van een voorziening, hulp in het huishouden of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. Het CAK verstrekt aan de gemeenten een totaaloverzicht waarbij maandelijks afstorting plaatsvindt van de geïncasseerde bijdragen. Gemeenten kunnen op deze overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen Wmoadministratie. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht. De gemeente zal deze onzekerheid in de jaarstukken moeten noemen, ook al ligt de oorzaak niet bij de gemeente.
87
Balans Activa (bedragen x € 1.000) VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Kosten verbonden aan sluiten geldlening en saldo agio/disagio Totaal immateriële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal materiële vaste activa Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan: Deelnemingen Leningen aan: Deelnemingen Overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Overige uitzettingen met een rent typische looptijd van één jaar of langer Totaal financiële vaste activa
31-12-2020
31-12-2019
857 857
958 958
34.287
25.795
13.337
13.603
19.215 66.839
18.003 57.401
271
271
3.452 0 1.088 2
3.566 199 1.397 2
4.813
5.435
72.509
63.794
0 13.064 13.064
0 15.999 15.999
2.685 2.086
3.291 1.821
4.742
3.479
9.513
8.591
17
53
3 0
859 33
862 13
741 75
878
1.708
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
23.472
26.351
TOTAAL ACTIVA
95.981
90.145
TOTAAL VASTE ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Grond- en hulpstoffen: niet in exploitatie genomen bouwgronden Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Totaal uitzettingen met rente typische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen Overlopende activa Totaal overlopende activa
88
Balans Passiva (bedragen x € 1.000) VASTE FINANCIERINGSMIDDELEN Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat Totaal eigen vermogen Voorzieningen Verplichtingen, verliezen en risico's Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden Totaal voorzieningen Vaste schulden Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste schulden
31-12-2020
31-12-2019
4.964 3.373 2.309 10.646
6.007 3.740 -863 8.884
3.635 3.365 7.000
3.657 3.377 7.034
67.942 6 67.948
62.156 28 62.184
85.594
78.102
0
4.500
0 2.201
0 2.802
2.201
7.302
4.267
3.455
3.440 472
611 628
7
48
8.186
4.742
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
10.387
12.044
TOTAAL PASSIVA
95.981
90.145
TOTAAL VASTE FINANCIERINGSMIDDELEN VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Kasgelden aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1 onder a, van de wet financiering decentrale overheden Banksaldi Overige schulden Totaal netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva
89
Toelichting op de balans Immateriële vaste activa 2020 2019 857 958 857 958
Immateriële vaste activa Totaal
Materiële vaste activa 2020 2019 34.287 25.795 13.337 13.603
Investeringen met economisch nut Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal
Boekwaarde 31-12-2019
Investeringen
958 958
0 0
Immateriële vaste activa Totaal
19.215 66.839
18.003 57.401
Verloopoverzicht immateriële vaste activa DesinvesAfschrijBijdrage Boekwaarde 31teringen vingen van 12-2020 derden 0 101 0 857 0 101 0 857
Verloopoverzicht investeringen met economisch nut Investe- Desinves- Afschrij- Bijdrage Boekwaarde ringen teringen vingen van 31-12-2020 derden 1.528 118 0 0 3.390
Boekwaarde 31-12-2019
Herrubricering
Gronden en terreinen
1.979
0
Bedrijfsgebouwen Grond- weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
22.128 425
0 0
8.115 0
0 0
833 69
0 0
29.410 356
622 279
0 0
61 0
0 0
115 32
0 0
568 248
362
0
0
0
47
0
315
25.795
0
9.704
118
1.095
0
34.287
Verloopoverzicht investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Boekwaarde Her- Investeringen Afschrijvingen Boekwaarde 31-12-2019 rubricering 31-12-2020 Gronden en terreinen 124 0 0 0 124 Bedrijfsgebouwen 17 0 0 6 11 Grond- weg- en 11.023 0 358 371 11.010 waterbouwkundige werken Vervoermiddelen 491 0 0 87 404 Machines, apparaten en 240 0 0 38 202 installaties Overige materiële vaste activa 1.708 0 0 122 1.586 Totaal 13.603 0 358 624 13.337 90
Grond- werk- en waterbouwkundige werken
Verloopoverzicht investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Boekwaarde HerInvesteringen Afschrijvingen Bijdragen Boekwaarde 31-12-2019 rubricering van 31-12-2020 derden 18.003 0 1.972 759 0 19.215
Er worden geen reserves ingezet voor de kapitaallasten van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, en de afschrijvingen volgen de termijnen zoals zijn opgenomen in de grondslagen van deze jaarrekening. Financiële vaste activa 2020 2019 271 271 3.452 3.566 0 199 342 296 746 1.101 2 2 4.813 5.435
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen Leningen aan overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Leningen aan starters koopwoningen Overige uiteenzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer Totaal
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen Voorziening zwembad de Vennen Leningen aan overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Leningen aan starters SVN Leningen aan starters koopwoningen Voorziening Starterslening Overige uiteenzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal
Verloopoverzicht financiële vaste activa Verstrekte Aflossingen Boekwaarde leningen 31-12-2020 0 0 271
Boekwaarde 31-12-2019 271
Herrubricering 0
4.066 -500 199
0 0 0
0 0 0
214 -100 199
3.852 -400 0
121 175 1.101 0 2
0 0 0 0 0
0 60 0 0 0
14 0 246 108 0
107 235 854 -108 2
5.435
0
60
681
4.813
Vanuit de risico inschatting rondom de terugbetaling is voor de lening van de Vennen een waardevermindering ingeschat van € 400.000 per 31 december 2020.
Grond en hulpstoffen: niet in exploitatie genomen en overige gronden Onderhanden werk (bouwgronden in exploitatie) Totaal
91
Opbouw voorraden 2020 2019 0 0 13.064 15.999 13.064 15.999
Verloop bouwgronden in exploitatie 2020 2019 -15.999 -8.792 -1.254 -12.649 4.712 5.583 -523 -141
Boekwaarde per 1 januari Vermeerderingen Verminderingen Tussentijdse winstname Boekwaarde per 31 december Nog te maken kosten Nog te realiseren opbrengsten Verwacht resultaat
-13.064 -12.225 27.346 2.057
-15.999 -13.930 31.488 1.559
Bovenstaande totale kosten, opbrengsten en resultaat zijn gebaseerd op de geactualiseerde exploitatieopzetten. Voor een toelichting op de grondexploitaties per project en de methodiek wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid, en de Voortgangsrapportage Grondexploitatie 2021. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar 2020 2019 Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen op openbare lichamen algemeen Vorderingen op BTW-compensatiefonds Overige vorderingen Overige vorderingen Uitzettingen Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar Dubieuze debiteuren algemeen Dubieuze debiteuren WIZ Totaal
Drempelbedrag Kwartaalcijfers buiten Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
1e kwartaal 424 24 400 0
335 2.350
365 2.926
2.590 4.742 -47 -457 9.513
2.243 3.479 -65 -358 8.591
Schatkistbankieren (benutte drempelbedrag) 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal 424 424 424 191 34 180 233 0
390 0
244 0
Liquide middelen 2020 2019 -7 34 19 16 5 2 17 52
BNG Bank Overige banken Kas Totaal
92
Specificatie overlopende activa Saldo 31-12-2019
Toevoeging
Ontvangen bedragen
Saldo 31-12-2020
859 33
3 36
859 69
3 0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen
236
219
139
316
Overige nog te ontvangen bedragen
505
812
771
546
Overlopende activa overig
75
0
62
13
1.708
1.070
1.900
878
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen
Totaal
Eigen vermogen 2020 2019 4.964 6.007 3.373 3.740 2.309 -863 10.646 8.884
Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat voor bestemming Totaal
De toelichting op de reserves is op de pagina specificatie reserves opgenomen, hierin vindt u het verloop gedurende 2020.
Algemene reserve Totaal
Saldo 31-12-2019 6.007 6.007
Bestemmingsreserves Totaal
Saldo 31-12-2019 3.740 3.740
Toevoegingen 0 0
Verloopoverzicht algemene reserve Onttrekkingen Saldo 31-12-2020 1.043 4.964 1.043 4.964
Verloopoverzicht bestemmingsreserves Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31-12-2020 3 370 3.373 3 370 3.373
Verplichtingen, verliezen en risico's Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden Onderhoudsegalisatie Totaal
Opbouw voorzieningen 2020 2019 2.981 3.332 3.365 3.377 654 325 7.000 7.034
De toelichting op de voorzieningen is op de pagina specificaties voorzieningen opgenomen, hierin vindt u het verloop gedurende 2020 en de aard/reden van de mutatie. 93
Voorzieningen
Stand 01-01-2020 7.034
Toevoegingen 740
Verloop voorzieningen Onttrekkingen Stand 31-12-2020 774 7.000 Opbouw vaste schulden 2020 2019
Onderhands lening van Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal
67.942 6 67.948
62.156 28 62.184
Rentelast vaste schulden 2020 2019 725 847
Rentelast vaste schulden
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar 2020 2019 Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1 onder a, van de wet financiering decentrale overheden 0 4.500 Banksaldi 0 0 Overige schulden 2.201 2.802 Totaal 2.201 7.302
De rekening courant faciliteit van de gemeente Dongen bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt € 2.000.000. Overlopende passiva 2020 2019 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Totaal
94
4.267
3.455
3.440 472
720 521
7 8.186
48 4.742
Verloop vooruitontvangen bedragen voor specifieke uitkeringen derden Stand Ontvangen Vrijgevallen Stand 01-01-2020 bedragen bedragen of 31-12-2020 terugbetalingen Vooruit ontvangen bedragen van het Rijk - Onderwijsachterstandenbeleid - Specifieke uitkering stimulering sport - Regeling reductie energiegebruik -Verkeersmaatregelen -geluidssanering -TOZO
431 181
171 455
207 462
395 174
108 0 0 0
0 472 90 4.410
108 0 0 2.102
0 472 90 2.308
Subtotaal
720
5.598
2.879
3.439
- Subsidie ISV-3 geluid - Klimaatstresstest - Klimaatadaptatiedialoog - Mensgerichte maatregelen - Maaionderhoud bermen
477 12 12 -5 25
0 0 0 5 0
5 12 12 0 25
472 0 0 0 0
Subtotaal
521
5
54
472
1.239
5.603
2.933
3.911
Vooruitontvangen bedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
Totaal
Niet uit balans blijkende verplichtingen Bedragen x € 1.000 Borgstellingen Woningbouw Gemeentegarantie eigen woning Totaal
Oorspronkelijk bedrag
Percentage borgstelling
Restant 1-12020
Restant 31-122020
65.644 1.531
50% 100%
69.084 1.220
65.566 458
70.304
66.024
67.175
Gemeente Dongen heeft tevens enkele (mogelijke) verplichtingen die materieel van omvang zijn, maar die niet in de balans zijn opgenomen. De belangrijkste verplichtingen staan in onderstaande tabel. Omschrijving
Looptijd contract
Bedrag (per jaar)
onbepaalde tijd
€ 657.000
verplichting
Diverse verzekeringen
31-12-2021
€ 167.000
verplichting
Schoonmaakkosten
31-1-2021
€ 135.000
verplichting
Huur De Entree
31-12-2023
€ 64.000
verplichting
Energieverbruik
31-12-2021
€ 259.000
verplichting
ICT bijdrage Tilburg
95
Opmerking
Specificatie reserves Specificatie reserves 31-12-2020
01-01-2020
Algemene reserve
4.964
6.007
Totaal algemene reserve
4.964
6.007
59
75
2.519
2.733
Programma Andere Overheid (PAO)
218
340
Nederland Schoon
34
34
Gebiedsgericht grondwaterbeheer Dongen
71
68
Onderwijshuisvesting
367
367
Kunst
6
6
Duurzaamheid
99
117
Totaal overige bestemmingsreserves
3.373
3.740
Totaal eigen vermogen
8.337
9.747
Overige bestemmingsreserves Sociale woningbouw Multi functionele Accommodaties (MFA)
Mutaties reserves Toevoeging Algemene reserve
S/I
Onttrekking
S/I
0
1.043
I
Sociale woningbouw
0
16
S
Multi functionele Accommodaties (MFA)
0
214
S
Programma Andere Overheid (PAO)
0
122
S
Gebiedsgericht grondwaterbeheer Dongen
3
Duurzaamheid
0
Overige bestemmingsreserves
96
S
0 18
I
Algemene reserves De primaire functie van de algemene reserve is het opvangen van risico’s binnen de gemeente ter dekking van niet begrote kosten en het opvangen van financiële tegenvallers. Het betreffen dus ongedekte risico's waarvoor geen verzekering is afgesloten. Ontwikkeling algemene reserve 2019-2020 Bedragen x € 1.000 Ontwikkeling algemene reserve (bedragen x € 1.000)
2020
2019
Beginwaarde boekjaar
6.007
7.332
0
532
Onttrekkingen
-1.043
-1.857
Eindwaarde boekjaar
4.964
6.007
Stortingen
Aansluiting algemene reserve (bedragen x € 1.000)
2020
Beginwaarde boekjaar
6.007
Resultaat voorgaand jaar
-863
Subsidie verenigingshal
-15
Project WOZ Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)
-40
ANWB-automaatje
-25
Maatregel keuzenota
-100
Eindwaarde boekjaar
4.964
Sociale woningbouw Het doel van het fonds, ingesteld in 1996, is het realiseren van sociale woningbouw. Bij raadsbesluit d.d. 4 februari 1999 zijn beleidsregels vastgesteld met betrekking tot de aanwendingsmogelijkheden, waarmee de algemene doelstelling concreter is gemaakt. Bijdragen kunnen worden verstrekt aan woningbouwcorporaties, aan bewoners en gemeentelijke projecten. Structureel wordt deze reserve benut voor de dekking van de rentekosten van de verstrekte opstartleningen voor starters van koopwoningen. Sociale woningbouw (bedragen x € 1.000)
2020
Saldo 1 januari
75
Dekking rentekosten opstartleningen
-16
Saldo 31 december
59
97
Multi Functionele Accommodatie (MFA) Het doel van deze reserve is het leveren van een bijdrage aan de financiering van de kapitaallasten van de nieuwe Multi Functionele Accommodatie. De jaarlijkse vrijval uit deze reserve wordt ingezet ter dekking van de afschrijvingskosten. Deze reserve is destijds gevormd uit de algemene reserve. In 2020 is € 214.000 uit de reserve onttrokken ter dekking van de kapitaalslasten. Programma Andere Overheid (PAO) Het Programma Andere Overheid omvat een groot aantal verplichtingen voor de gemeentelijke overheid op het gebied van elektronische dienstverlening, vermindering administratieve lastendruk en basisregistraties. De inzet van de reserve eindigt in 2022. Voor 2020 is € 121.671 uit de reserve onttrokken. Nederland Schoon Deze reserve ad € 60.000 is in 2014 gevormd uit de in 2013 en 2014 ontvangen subsidiegelden m.b.t. de subsidieregeling bestrijding zwerfval van "Nederland Schoon" en heeft een administratief karakter. Uit de ingebrachte subsidiegelden dienen de uitgaven m.b.t. de bestrijding van zwerfafval in het kader van Nederland Schoon te worden bekostigd. In 2020 is geen bedrag uit de reserve onttrokken. De in 2020 ontvangen subsidies waren toereikend voor de gemaakte kosten.
Gebiedsgericht grondwaterbeheer Dongen In onze gemeente is gewerkt aan een gebiedsgerichte benadering van de historische grondwaterverontreinigingen, het gebiedsgericht grondwaterbeheer. Dit is vastgelegd in het gebiedsbeheerplan. Ten behoeve van de uitvoering van dit plan is in 2015 een reserve ad € 64.000 gevormd. De reserve heeft een looptijd van 15 jaar en zal worden gevoed door de geoormerkte bijdrage van de provincie en de gemeente overeenkomstig de opgestelde kostenraming. In 2020 is € 3.000 toegevoegd aan de reserve. Onderwijshuisvesting In 2016 is de subsidie aan vereniging Ons Middelbaar Onderwijs vanwege beëindiging van de doorcentralisatie-overeenkomst komen te vervallen en vrij gevallen in de exploitatie. De vrijvallende middelen zijn gestort in bestemmingsreserve "Onderwijshuisvesting". Belangrijkste overweging hierbij is dat voor de komende jaren diverse majeure onderwijshuisvestingprojecten op de rol staan en hiermee mogelijk een deel van de risico's kan worden ondervangen. In 2020 heeft er geen mutatie in de reserve plaatsgevonden. Kunst Deze bestemmingsreserve is in 2016 gevormd om te bestemmen voor een kunstwerk. In 2020 heeft er geen mutatie in de reserve plaatsgevonden. Duurzaamheid De reserve duurzaamheid is in 2018 ontstaan uit het bestuursakkoord waarin duurzaamheid een speerpunt is.
De reserve is gevormd vanuit de algemene reserve en voorziet hiermee in de toekomst om de gemeente te verduurzamen. In 2020 is hiervoor € 17.500 uit de reserve onttrokken.
98
Specificatie voorzieningen Specificatie voorzieningen Omschrijving voorziening (bedragen x € 1.000)
Saldo 31-12-2020
Saldo 01-01-2020
7
7
2.974
2.886
0
438
Riolering
2.968
3.009
Reiniging
397
368
Gebouwenbeheer
519
325
Sportaccommodaties
135
0
Totaal voorzieningen
7.000
7.033
Verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening "De Beljaart" Pensioenen politieke ambtsdragers Jeugd Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
Onderhoudsegalisatie
Daar waar de mutatie bestaat uit een toevoeging en onttrekking is het saldo opgenomen. Mutaties voorzieningen Omschrijving voorziening (bedragen x € 1.000)
Toevoeging
Onttrekking Aanwending
Vrijval
Verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening "De Beljaart"
0
0
236
148
0
197
Riolering
0
41
Reiniging
29
0
Gebouwenbeheer
305
111
Sportaccommodaties
170
35
Totaal voorzieningen
740
532
Pensioenen politieke ambtsdragers Jeugd
241
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
Onderhoudsegalisatie
99
241
Voorziening "De Beljaart" In de raadsvergadering van 24 april 2014 heeft de raad besloten een voorziening "De Beljaart" te vormen waarmee de financiële risico's van de WKO problematiek worden afgedekt. In 2020 is € 334 onttrokken t.b.v. de voorziening WKO 2020. Pensioenen politieke ambtsdragers Ten behoeve van de verplichtingen in het kader van de wet APPA wordt gewerkt met een voorziening conform richtlijnen BBV. De berekening van de hoogte van de voorziening is gebaseerd op actuariële berekeningen welke jaarlijks worden opgesteld. De toename in 2020 wordt verklaard door aanpassing van de objectief bepaalde parameters, zijnde rente en leeftijdsverwachting (van zowel (oud)bestuurder als partner). Met name de ontwikkeling van de rente (het rendement) zorgt voor een extra dotatie in de voorziening. Riolering Het gaat hier om een voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (artikel 44 lid 2 BBV). Omdat de stand van de voormalige reserve niet kan worden uitgesplitst naar de in het BBV onderscheiden componenten (onderhoud of spaarcomponent vervangingsinvesteringen), wordt deze voorziening gepresenteerd als voorziening ex. artikel 44 lid 2 BBV. Vandaar dat conform de BBV-voorschriften eind 2014 het saldo van de reserve riolering is ingebracht in de voorziening Riolering.
Vanaf 2014 is de regelgeving met betrekking tot de verslaglegging van de rioolheffing en afvalstoffenheffing gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Overschotten die worden gerealiseerd op de exploitatie van riolering kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht omdat dit geld is van de belastingbetaler dat in de toekomst nog besteed gaat worden. Deze egalisatievoorziening dient om de pieken en dalen in de exploitatie en de tariefstelling op te vangen. In 2020 is het tekort van € 40.000 binnen de exploitatie voor riolering uit de voorziening gehaald. Reiniging Het gaat hier om een voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (artikel 44 lid 2 BBV). Omdat de stand van de voormalige reserve niet kan worden uitgesplitst naar de in het BBV onderscheiden componenten (onderhoud of spaarcomponent vervangingsinvesteringen) wordt deze voorziening gepresenteerd als voorziening ex. artikel 44 lid 2 BBV. Vandaar dat conform de BBV-voorschriften eind 2014 het saldo van de reserve reiniging is ingebracht in de voorziening reiniging. Overschotten die worden gerealiseerd op de exploitatie van afvalstoffenheffing kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht, omdat dit geld is van de belastingbetaler wat in de toekomst nog besteed gaat worden.
Deze egalisatievoorziening dient om de pieken en dalen in de exploitatie en de tariefstelling op te vangen. In 2020 is het overschot van € 28.000 binnen de exploitatie voor reiniging toegevoegd aan de voorziening. Jeugd De voorziening Jeugdzorg is in 2020 volledig ingezet, de afrekening 2019 conform geldende systematiek plaatsgevonden. Voor de jaarrekening 2020 was het resultaat van de regio Hart van Brabant Jeugdzorg eerder bekend waardoor deze rechtstreeks is het rekeningresultaat is verwerkt en daarmee voor 2020 de systematiek is losgelaten. Daarmee heeft de voorziening per ultimo 2020 geen saldo. Sportaccommodaties Deze voorziening is gevormd voor het egaliseren van de jaarlijkse kosten van het groot onderhoud van sportaccommodaties. Gebouwenbeheer Deze voorziening is gevormd voor het egaliseren van de jaarlijkse kosten van het groot onderhoud van gemeentelijke gebouwen. 100