Commissie notitie 26-01 Keuze ambitieniveau Participatieverordening
Tekst van het document
COMMISSIE NOTITIE Datum:
11 december 2025
Onderwerp:
Keuze ambitieniveau Participatieverordening
Portefeuillehouder: Burgemeester Slagboom
de commissie Bestuur en Middelen
Aan:
Geachte leden van de commissie, Inleiding Vanaf 1 januari 2027 moet de huidige inspraakverordening worden vervangen door een participatieverordening. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau'. Het belangrijkste verschil is dat de gemeente voortaan niet alleen betrokkenheid van inwoners regelt bij de voorbereiding van beleid, maar ook bij de uitvoering en evaluatie ervan. Daarnaast voegt de wet het uitdaagrecht toe: inwoners krijgen daarmee de mogelijkheid om bepaalde overheidstaken over te nemen als zij denken het beter of efficiënter te kunnen doen, en nemen daarmee ook bevoegdheden van de raad over. Vragen aan de commissie Bestuur en Middelen Het doel van de participatieverordening is om heldere kaders te scheppen voor en door inwoners, organisaties, volksvertegenwoordigers en ambtenaren over participatie. Deze commissienotitie verkent 3 scenario's om te komen tot de participatieverordening. De scenario's beschrijven elk een ander ambitieniveau. Het doel van deze commissienotitie is om richting te krijgen in de verdere uitwerking. Daarom leggen wij u twee vragen voor: •
Kunt u instemmen met de keuze voor uitwerking van scenario 2?
•
Wilt u ons aandachtspunten meegeven voor de verdere uitwerking?
De mate waarin inwoners en organisaties participeren doet ook iets met de rol van de gemeenteraad. Juist daarom wordt de commissie hierbij tijdig betrokken. Daarnaast bepaalt de commissie aan de voorkant de richting voor de participatieverordening. Verder staat ook
in de door de raad vastgestelde Toekomstvisie dat de gemeente veel ruimte wil geven aan nieuwe initiatieven en tradities van onze inwoners. De participatieverordening moet daar goed op aansluiten. Drie scenario’s Scenario 1 – Basisvariant (Beheersbaar) Kenmerken •
De gemeenteraad behoudt vrijwel alle zeggenschap.
•
Inwoners hebben inspraakrecht, zoals in de huidige werkwijze.
•
Participatie beperkt zich tot bestaande inspraakmomenten en consultaties.
•
Het uitdaagrecht wordt zeer beperkt toepasbaar gemaakt.
•
De raad maakt gerichte keuzes over uitzonderingen op het uitdaagrecht.
Kansen •
Snel en relatief goedkoop te implementeren.
•
Geen of zeer beperkte aanpassingen in werkprocessen of ambtelijke werkwijze.
•
Lage ambtelijke en bestuurlijke belasting.
Risico’s / aandachtspunten •
Kansen op vernieuwende participatie worden gemist.
•
Geen toekomstbestendige invulling van participatieverplichtingen.
•
Kans op kritiek dat participatie onvoldoende serieus wordt genomen.
Proces •
Beknopt proces.
•
Betrokkenheid beperkt tot ambtenaren en gemeenteraad.
•
Minimale input van inwoners en maatschappelijke organisaties.
Scenario 2 – Versterkte variant (Geleidelijke groei) Kenmerken •
Inwoners krijgen serieuze invloed en mogelijkheden om initiatieven aan te dragen.
•
De raad stelt duidelijke kaders vast waarbinnen participatie plaatsvindt.
•
De raad behoudt de eindverantwoordelijkheid, maar stimuleert actief participatie.
•
De raad maakt gerichte keuzes over uitzonderingen op het uitdaagrecht.
Kansen •
De kennis en betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties worden benut.
•
De democratische legitimiteit van de raad blijft gewaarborgd.
•
Verandering voor de ambtelijke organisatie is realistisch en uitvoerbaar.
Risico’s / aandachtspunten •
Keuzes nodig over welke taken bij uitdaagrecht openstaan voor inwoners.
•
Procesmatige afstemming vereist duidelijke kaders, communicatie en bestuurlijke steun.
•
Niet alle wensen van inwoners of raad kunnen worden meegenomen. Verwachtingsmanagement is belangrijk.
Proces •
Uitgebreider proces dan bij scenario 1.
•
Betrokkenheid van ambtenaren, de raad en een geselecteerde groep inwoners en organisaties.
Scenario 3 – Uitgebreide variant (Hoge impact) Kenmerken •
Inwoners krijgen brede mogelijkheden om te participeren en te initiëren.
•
De raad neemt een faciliterende in plaats van sturende rol.
•
Zeggenschap ligt minder direct bij de raad; de rol verschuift naar kaders en toezicht.
•
Het uitdaagrecht wordt breed toegepast, met minimale uitzonderingen.
•
Participatie wordt actief gestimuleerd en uitgebreid in meerdere beleidsterreinen.
Kansen •
Ruimte voor participatie-innovatie en experimenten.
•
Versterking van samenwerking tussen overheid, inwoners en maatschappelijke organisaties.
Risico’s / aandachtspunten •
Hoge kosten in tijd, middelen en organisatorische capaciteit.
•
Grote verandering in werkwijze, met groot risico op onvoldoende borging in de organisatie.
•
Risico op participatiemoeheid of teleurstelling bij te hoge verwachtingen.
•
Minder directe zeggenschap van de raad kan politiek gevoelig liggen.
•
Niet alle wensen van inwoners kunnen worden gerealiseerd, wat kan leiden tot teleurstelling.
Proces •
Zeer uitgebreid proces.
•
Betrokkenheid van ambtenaren, gemeenteraad en zo veel mogelijk inwoners en organisaties.
•
Intensieve en brede participatievormen (bijv. brede dialoogtafels, wijklabs, cocreatie).
Voorkeursscenario college Het college heeft voorkeur voor scenario 2 om de volgende redenen: •
Scenario 1 is te mager, bevat te weinig ambitie en draagt onvoldoende bij aan het vergroten van draagvlak en vertrouwen.
•
Scenario 3 is op dit moment een stap te ver, gelet op de omvangrijke organisatorische impact, onduidelijkheden en capaciteitsbeperkingen.
•
Scenario 2 biedt een evenwichtige middenweg: ambitieus genoeg om participatie daadwerkelijk te versterken en uitvoerbaar binnen de bestaande capaciteit. Het scenario biedt ruimte om ervaring op te doen, de organisatie te laten groeien en geleidelijk elementen van scenario 3 te verkennen.
•
Indien gewenst kan later worden opgeschaald naar een hoger ambitieniveau.
Kortom, Scenario 2 is haalbaar, toekomstgericht en vormt een verantwoorde stap vooruit. Vervolgstappen na keuze scenario 1. Procesplan opstellen (Q1 2026) 2. Stakeholdergesprekken met raad, ambtelijke organisatie en geselecteerde inwoners/partners (Q2–Q3 2026) 3. Concept verordening opstellen (Q4 2026) 4. Vaststelling door de raad (Q4 2026)
5. Inwerkingtreding per 1 januari 2027 Belangrijk om te vermelden is dat het vaststellen van de participatieverordening niet het eindpunt is voor participatie in de gemeente Dongen. Om te komen tot een goed, gedragen participatiebeleid is veel tijd en inspanning nodig. Zowel vanuit de gemeente als vanuit inwoners. Het vaststellen van de verordening is dan ook een mooi startpunt om participatie een betere plek te geven in het beleid van de gemeente.
Wij zien de behandeling in de commissie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders, Dr. G.W. Goedmakers
Ir. J.C. Slagboom
Secretaris
Burgemeester