Commentaar op antwoorden op vragen GR Dongen
Tekst van het document
Technische Vragen Fractie: Naam: Datum:
Dongense VVD/VPD Pieter Brooijmans / Gert Jan van Broekhoven 2021
Voorstel tot Portefeuillehouder: Behandelend ambtenaar: Plaatsten op Notubox:
Pukkemuk Jansen ja
Vraag/vragen & antwoord/antwoorden: Stichting Belevenispark Pukkemuk heeft bij de gemeente Dongen op 4 oktober 2021 een aanvraag om gemeentegarantie ingediend. De gemeentegarantie zou strekken ter meerdere zekerheid voor de Nederlandse Waterschapsbank N.V. voor een te verstrekken geldlening ad € 3 mln. Het bepaalde in het treasurystatuut en enkele overwegingen hebben de gemeente tot het standpunt gebracht, dat er in deze geen sprake is van een specifiek publiek belang c.q. publieke taak voor de gemeente. Om die reden heeft de gemeente besloten de aanvraag om gemeentegarantie af te wijzen. Vragen; 1. Het verzoek is getoetst aan de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). De wet geeft aan dat het verlenen van garanties uitsluitend mag plaatsvinden ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Waarom is de wet Fido naar uw mening op deze aanvraag van toepassing? Antwoord: De wet FIDO ziet toe op het financieringsbeleid van decentrale overheden. Het verstrekken van een garantie behoort tot dat financieringsbeleid. Artikel 2 lid 1 van de wet FIDO bepaalt dat openbare lichamen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. 2.
In de toelichting bij de wet Fido is aangegeven dat de uitvoering van de activiteiten die als publieke taak worden beschouwd kunnen worden gedaan door zowel publieke als private organisaties. Klopt deze veronderstelling? Antwoord: Dat klopt. 3. De wet Fido is volgens de aanvrager niet een vereiste op de aanvraag voor deze gemeentegarantie. De wet Fido zegt dat de gemeente zelf bepaalt wat van publiek belang is. Wat is uw reactie hierop? Pukkemuk heeft niet gezegd dat de wet Fido geen vereiste is. Wij hebben gezegd dat de wet Fido niet kan worden genoemd als reden om geen garantie te verlenen.(zie onder vraag 6 van deze beantwoording wat de gemeente zelf zegt over de wet Fido. De wet Fido bepaalt niet wat een gemeente van publiek belang vindt Antwoord: De wet FIDO is altijd een vereiste bij handelingen van de gemeente die het financieringsbeleid raken, zoals het verstrekken van gemeentegaranties. Het is echter inderdaad zo dat de wet FIDO geen definitie van de term “publieke taak” geeft. Hiermee wordt recht gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid van openbare lichamen ten aanzien van de afbakening van de publieke taak en de wettelijke taakomschrijving die zij op grond van de op hun van toepassing zijnde wetten bezitten. De term publieke taak is in het treasurystatuut afgebakend: “Het verstrekken van garanties wordt uitsluitend gedaan door Pagina 1 van 9
de gemeenteraad goedgekeurde instellingen werkzaam op het gebied van maatschappelijk werk, sport of cultuur.” Dit laatste klopt. Het gaat dus om de vraag of de gemeente Dongen het stimuleren van de ontwikkeling van de toeristische sector beschouwt als van publieke belang. Daar zijn naar onze mening voldoende redenen voor te weten hetgeen de gemeente zelf zegt in de programbegroting en het beleid van de provincie en Midpoint Brabant. Overigens noemt het treasury statuut ook de mogelijkheid een lening te verstrekken artikel 7 lid 4 dit luidt als volgt :
Leningen uit hoofde van de publieke taak mogen uitsluitend worden verstrekt op voorwaarde dat:
a. Vóóraf de zienswijze van de gemeenteraad wordt gevraagd als het belang uitgaat boven € 250.000
b. Financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet mogelijk is
c. Betaling van rente- en aflossing redelijkerwijs is verzekerd
d. Zoveel mogelijk zekerheden worden gesteld
e. De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt. Einde citaat. U zult begrijpen dat wij eveneens geholpen zouden zijn indien wij van de gemeente een lening zouden mogen ontvangen.
4. De stichting heeft geen winstoogmerk. Hoe onderbouwt de gemeente dat er toch sprake is van een commerciële/private partij? Antwoord: Hoewel een stichting per definitie geen winstoogmerk heeft, betekent dit niet dat er geen sprake is van commerciële activiteiten. Een andere rechtsvorm (in dit geval een stichting in plaats van een B.V.) brengt geen verandering teweeg in de aard van de activiteiten. Gelet op de aanvraag die dient ter garantstelling van de (gedeeltelijke) financiering met betrekking tot uitbreiding van het recreatiepark “Pukkemuk” en de bijhorende plannen (voor zo ver bij ons bekend), kan in redelijkheid aangenomen worden dat het hier uiteindelijk gaat om commerciële activiteiten. Dit wordt verder versterkt door de financieringsaanvraag die als bijlage bij de aanvraag voor een gemeentegarantie is ingediend. Hierin is o.a. te lezen dat de interne rentabiliteit van deze investering 9,5% Pagina 2 van 9
bedraagt. Wij hebben aangegeven dat de provincie akkoord is gegaan op voorwaarde dat we een stichting zouden oprichten, de statuten van de stichting zijn in samenspraak met de provincie opgesteld.. Natuurlijk verrichten we commerciële activiteiten, we ontvangen immers geen subsidies. De Efteling is ook een stichting en zoals bekend heeft het echtpaar Van Leijsen geen kinderen. De stichting is ook opgericht om de continuïteit te waarborgen, er zijn geen personen die in de statuten worden genoemd als UBO,s. 5. In hoeverre kan er sprake zijn van een risico op precedentwerking indien de gemeente garant staat? Antwoord: Bij precedentwerking gaat het in feite om gelijkheid van behandeling in dezelfde omstandigheden. Deze gelijke behandeling is essentieel bij het handelen van een (decentrale) overheid. Er is sprake van een ‘risico op precedentwerking’ indien deze gelijkheid niet betracht wordt, lees: in soortgelijke omstandigheden anders besloten wordt. Het afwijken van recent vastgestelde kaders (zoals het treasurystatuut 2020 dat op 1 januari 2020 in werking is getreden), werkt precedentwerking in de hand. Een dergelijk afwijkend besluit zal dermate moeten worden gemotiveerd, dat gesteld kan worden dat dit geval in onderscheidende mate verschilt van andere (toekomstige) gevallen.
Dat zou vereisen dat adequaat kan worden gemotiveerd dat in dit geval het publieke belang met het verlenen van gemeentegarantie wel gediend is, alsmede dat andere partijen in de toekomst niet (onterecht) kunnen stellen dat zij ook bijdragen aan een publiek belang. Bij de onderhavige plannen ontbreekt, in onze ogen, die motivatie en is er dus een risico op precedentwerking indien anders besloten wordt. Precedentwerking wordt er vaak met de haren bijgesleept om niet aan een verzoek te hoeven voldoen. In procedures slaagt een beroep op precedentwerking zelden. Zie de raadsledenbrief van de VNG inzake precedentwerking. Blog Pascale Georgopoulou voor VNG Raadsledennieuwsbrief - november 2018 Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Omgevingswet is maatwerk. Het benutten en beschermen van de leefomgeving vragen om beoordeling per geval, per plan, per initiatief. De gemeenteraad wordt daar knap zenuwachtig van. Want hoe zit het met precedentwerking? Als we dat toelaten, dan staat het straks vol met afdakjes, tafels en stoelen. In mijn presentaties voor gemeenteraden gebruik ik regelmatig een plaatje met een gigantische tafel en twee stoelen in de wei, daaronder schuilen paarden. Het zou gaan om een paardeneigenaar die geen toestemming kreeg van de gemeente om een afdakje te plaatsen voor zijn paarden.
Daarom plaatste hij een tafel en twee stoelen! Daar was geen toestemming voor nodig. Het plaatje leidt tot de nodige hilariteit. Het is een mooie illustratie van de botsing van de wensen van inwoners en de regels, de leef- versus de systeemwereld. Want waarom zou je geen afdakje plaatsen voor paarden? En is ook een illustratie van de onmetelijke creativiteit van inwoners. Mensen verzinnen oplossingen outof-the-box, zelfs out-of-the-rules, net langs het randje van wat mag. Er is altijd wel een raadslid dat reageert met: “Als we dat toelaten, dan staat het straks vol met afdakjes, tafels en stoelen”. Want als je het voor de een toestaat, dan moet dat voor de ander ook. De alarmbel van precedentwerking gaat al gauw af. Misschien wel vanuit de onzekerheid dat de raad vastzit aan zijn eigen besluiten die hij, zonder de gevolgen goed te doordenken, heeft genomen. Ergens ligt op elk moment een kwaadaardige inwoner op de loer om misbruik te maken van precedenten. Een precedent is een gebeurtenis waarop men zich kan beroepen en kan eisen in dezelfde omstandigheden dezelfde behandeling te krijgen. Precedentwerking gaat in essentie om gelijkheid, een pijler van democratie en rechtsstaat. Tegelijkertijd heeft de gewenste en nastrevenswaardige gelijkheid een keerzijde. Immers situaties zijn nooit gelijk, omstandigheden zijn altijd net even anders, een verzoek is altijd specifiek.
“Regels zijn Pagina 3 van 9
regels” kan niet meer het antwoord zijn nu de samenleving schreeuwt om maatwerk: maatwerk in de zorg, maatwerk in de leefomgeving, maatwerk algemeen. Maar als “regels zijn regels” niet meer het uitgangspunt is, wat dan? Het ontbreken van een duidelijk houvast wakkert de angst voor precedentwerking door maatwerk aan. Ik kan mij herinneren dat er in een kleinere gemeente waar ik heb gewerkt een verhit debat was over een tillift voor gehandicapten bij het zwembad, het enige zwembad. Zou de gemeente daar subsidie voor verstrekken, dan zou er sprake zijn van precedentwerking. Daarop beloofde de burgemeester grootmoedig dat elk ander zwembad in de gemeente desgewenst ook een tillift zou krijgen. Ligt het antwoord dus eigenlijk niet bij het motiveren en toelichten van de afwegingen. Met andere woorden waarom in de ene situatie iets wel is toegestaan of mogelijk gemaakt en waarom in de andere situatie niet. Dat vraagt veel van de communicatieve en contactuele vaardigheden van de gemeente. De raad zal er ook aan moeten wennen om open en duidelijk te zijn over argumenten en afwegingen. Maar tegen creativiteit van sommige inwoners is geen kruid gewassen.
Einde Blog 6. Is het juist dat de provincie Noord-Brabant de toepasbaarheid van de wet Fido heeft getoetst en in dezen geen belemmering ziet in het garantiestellen door de gemeente? Zo ja, wat is de toelichting van de provincie hierop? Antwoord: de mate waarin de Provincie de financieringsaanvraag getoetst heeft aan bestaande wet- en regelgeving is ons niet bekend. Echter, de wet Fido vormt op zichzelf geen belemmering tot het verstrekken van een lening of gemeentegarantie, dus dat zou zomaar de opinie van de provincie kunnen zijn. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat zij ook de aanvraag voor een gemeentegarantie aan de gemeente Dongen getoetst heeft aan de wet Fido (en dan met name op de interpretatie van de term ‘publiek belang’). Immers het is zoals gezegd aan het betreffende overheidsorgaan zelf om te beoordelen of het publiek belang gediend wordt. Het is derhalve gebruikelijk de toetsing van lokale aanvragen door het lokale bevoegd gezag te laten toetsen. Het resultaat van onze toets heeft u kunnen lezen in de beslissing op de aanvraag. Hier zegt de gemeente zelf dat de wet Fido geen belemmering vormt. 7. De andere financier voor het project, de provincie Noord-Brabant, heeft aangegeven dat met de in te brengen zekerheid (onderpand) het niet nodig is om nog een voorziening te treffen voor eventuele risico’s.
Hoe kijkt u naar het financiële risico van een eventuele garantiestelling? Antwoord: het verstrekken van een gemeentegarantie valt onder ons eigen ‘risicomanagement-regime’. Dat betekent dat wij van verstrekte gemeentegaranties een inschatting maken van het risico. Deze inschatting wordt opgenomen in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de diverse P&C-instrumenten. Wellicht ten overvloede willen we nog opmerken dat de financieringsaanvraag bij de Provincie losstaat van de aanvraag van een gemeentegarantie. M.a.w.: dat de Provincie kennelijk geen reden ziet om een voorziening te treffen voor de financieringsaanvraag, wil niet zeggen dat de gemeente Dongen geen risico loopt bij het verstrekken van deze gemeentegarantie. Hoe kan het zijn dat de gemeente meent een risico te lopen als het taxatierapport uitkomt op een waarde van 12,1 milj.. 8. De aanvrager biedt de gemeente als onderpand voor een garantie een vestiging van 1ste hypotheekrecht. Wat is in deze situatie het risico voor de gemeente? Antwoord: Het is niet zo dat de gemeente het recht van eerste hypotheek verkrijgt. De Provincie heeft laten weten dat:”…de provincie zich op het punt [stelt] dat zij als Pagina 4 van 9
belangrijkste financier ook het hoogste/eerste hypotheekrecht ontvangt. Mocht hier aanpassing van benodigd zijn, zal dit onderdeel zijn van eventuele financieringsonderhandelingen.” Dit betekent dat de gemeente Dongen op dit moment niet kan rekenen op het 1ste hypotheekrecht. Uiteraard geldt: Hoe onzekerder de toekomstige waarde van het onderpand hoe groter het potentiële financiële risico voor de gemeente Dongen. Dit komt niet overeen met het officiële standpunt van de provincie die ons op 2 juli berichtte citaat Geachte heer Van Leijsen en heer Van Dooren, Op 17 juni jl. heeft u gesproken met gedeputeerde Van Pinxteren en de heer Smarius over de lening aanvraag voor Belevenispark Pukkemuk. Op diezelfde dag ontvingen wij uw taxatierapport. Afgesproken was dat wij u vandaag zouden informeren over onze bevindingen op basis van het taxatierapport. Op basis van de door u aangeleverde informatie zien wij in principe mogelijkheden om een lening te verstrekken. Echter, dat kan - zoals in het gesprek op 17 juni aangegeven - alleen als we als provincie voldoende zekerheden hebben.
Voorwaarden voor een lening zijn in dit geval dat de provincie: 1) een eerste recht van hypotheek kan vestigen op het perceel voor de uitbreiding van het park (perceel DGN01-M-189); en 2) een tweede recht van hypotheek kan vestigen op het reeds bestaande deel van het park (perceel DGN01-M-623) Dan is er sprake van een voldoende omvangrijk onderpand om de provinciale lening geheel te kunnen aflossen bij een eventuele gedwongen verkoop van het park. Als niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, moeten we het verstrekken van een lening heroverwegen. 9. De provincie geeft aan dat de exploitatie o.b.v. de businesscase meer dan voldoende garanties geeft om op termijn aan de verplichtingen van rente en aflossing te kunnen voldoen. Wat is uw opvatting hierover? Antwoord: De provincie heeft zich nog niet uitgesproken over het businessplan. Ze hebben aangegeven dat zij ”in principe mogelijkheden (zien) om een lening te verstrekken”. Daarvoor moet er sprake zijn “van een voldoende omvangrijk onderpand om de provinciale lening in zijn geheel af te lossen bij een eventueel gedwongen verkoop van het park”. De provincie heeft ons gemeld: “Dit is nog niet in GS besproken c.q. geaccordeerd. Voordat dit financieringsverzoek naar GS wordt gebracht moet er duidelijkheid zijn wie en onder welke voorwaarden het tweede deel van de financiering (1/3) op zich neemt.
Op basis van het gehele verzoek zal dan uiteindelijk door GS een beslissing genomen worden.” De provincie moet nog komen tot een inhoudelijke beoordeling van het businessplan. De beslissing op de geldlening (die formeel aangemerkt wordt als een subsidieaanvraag) is opgeschort. Bij eerste lezing van het businessplan zou aangenomen kunnen worden dat de businesscase voldoende basis vormt voor de verplichtingen uit hoofde van de geldleningen. De vraag is echter of de toekomstige praktijk overeenkomt met het geschetste scenario in de businesscase. Met de huidige pandemie, als voorbeeld, in het achterhoofd zijn er legio scenario’s te bedenken waarin de werkelijke exploitatieresultaten niet voldoende garanties geven om aan de verplichtingen van rente en aflossing te kunnen voldoen. De businesscase is verder (nog) niet inhoudelijk beoordeeld. De toekomst is per definitie onzeker. Wij vinden het niet eerlijk om nu de pandemie als excuus aan te voeren om Pukkemuk niet te helpen. Pukkemuk heeft de crisis glansrijk doorstaan en waarom zou dat in de toekomst niet zo zijn. Ondernemen zonder lef gaat niet, besturen ook niet. 10. De Nederlandse Waterschap Bank (NWB) wil meefinancieren.
Kunt u bedenken waarom deze bank hiertoe in principe bereid is? Antwoord: Hoewel u ons vraagt om te speculeren over de motieven van de Waterschapsbank, lijkt het ons waarschijnlijk dat dit een combinatie is van het behalen van Pagina 5 van 9
rendement op vermogen en het behalen van hun eigen beleidsdoelstellingen. Daarbij komt dat met de gevraagde garantstelling van de gemeente de bank geen risico loopt. Een offerte van de NWB waarin de condities van de eventueel te verstrekken lening zijn opgenomen, is overigens niet aan ons overgelegd. 11. Het gemeentelijk treasurystatuut zegt wat onder publieke taak wordt verstaan en schrijft voor, dat het verstrekken van gemeentegaranties uitsluitend wordt gedaan aan door de gemeenteraad goedgekeurde instellingen werkzaam op het gebied van maatschappelijk werk, sport of cultuur. In hoeverre sluit de aanvraag hierbij aan?
Antwoord: Niet. Er is geen sprake van een door de gemeenteraad goedgekeurde instelling werkzaam op het gebied van maatschappelijk werk, sport of cultuur. Het treasury statuut regelt de kaders die de gemeenteraad stelt aan het college. Het college mag daar zonder toestemming van de raad niet van afwijken. Het staat de gemeenteraad echter vrij om van de door hemzelf gestelde kaders af te wijken. Bovendien kan de gemeente Dongen wel een lening verstrekken zoals hierboven aangegeven. 12. In de financiële beheersverordening van de gemeente Dongen is bepaald, dat bij het verstrekken van garanties het college, indien mogelijk, zekerheden bedingt, alsmede dat het college in zijn besluit het publieke belang van verstrekkingen van garanties motiveert. De gemeente heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een publieke taak c.q. publiek belang voor de gemeente Dongen. Graag een toelichting hierop. Antwoord: Of er sprake is van een publiek belang hangt mede samen met wettelijke taken, die de gemeente moet uitvoeren en met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft op bepaalde gebieden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat iets een publieke taak is, wanneer het als prioriteit is benoemd in het vastgestelde beleid én zonder gemeentelijke bemoeienis niet door de samenleving en/of de markt kan worden gerealiseerd. Daar is dit geval geen of onvoldoende sprake van.
De uitbreiding van een recreatiepark (met onder meer een aantal vakantiehuisjes en een bowlingbaan) en de financiering daarvan kunnen naar onze mening uitstekend door de markt worden opgepakt. Het verstrekken van een gemeentegarantie werkt dan in dit geval in principe als ‘marktverstorend’ en zal onderhavig zijn aan een onderzoek met betrekking tot het verlenen van staatssteun. De realisatie van onderhavige uitbreidingsplannen is daarnaast geen vastgesteld speerpunt (prioriteit) van beleid. Wij hebben aangegeven dat zonder gemeentegarantie realisering van de uitbreidingsplannen niet mogelijk is. Over de vraag of bevorderen van het toerisme wel of niet een gemeentelijke taak is verschillen wij van mening op grond van beleidsstukken van de gemeente zelf. Als de financiering plaatsvindt tegen bestaande marktcondities is er geen sprake van staatsteun De provincie stelt zich ook op dit standpunt. 13. Zijn alternatieve financieringsbronnen onderzocht om het Belevenispark Pukkemuk te realiseren? Zo ja, welke? Antwoord: In de gesprekken met de indiener is naar voren gekomen dat er inderdaad alternatieve financieringsbronnen onderzocht zijn. De exacte uitkomsten daarvan zijn ons niet bekend. Er is in ieder geval sprake geweest van contact met een aantal banken.
Vanuit de gemeente heeft de portefeuillehouder op 19 oktober contact gezocht met Midpoint Brabant om de mogelijkheden te bespreken. Na een positief gesprek is deze optie meteen gemeld aan de indiener. Daarnaast is in een eerder stadium al de suggestie gedaan om de BOM te polsen. Wij zijn met Rabobank ,ABN-AMRO, ING, Triodos, NIBC, in gesprek geweest en daar is uit gekomen dat ze geen lening willen verstrekken. Met Midpoint Brabant wordt/is Pagina 6 van 9
gesproken maar zij vragen een zodanig hoge rente dat de businesscase onhaalbaar wordt. 14. Wat zijn de verwachte jaarlijkse inkomsten voor de gemeente Dongen? Antwoord: De eventuele extra inkomsten voor de gemeente Dongen indien de uitbreiding doorgaat zoals gepland vallen uiteen in extra OZB-inkomsten en extra toeristenbelasting. E.e.a. is afhankelijk van de uiteindelijke WOZ-waardering van de uitbreiding en het aantal daadwerkelijke (extra) overnachtingen. Hoewel wij dit nog niet exact kunnen berekenen schatten we de extra opbrengsten in op € 40.000 toeristenbelasting en €20.000 OZB. Gemeente schrijft dat het ongeveer €40000,- zal opbrengen voor de gemeente. Onze berekening is als volgt opgesteld. Uitgaand van een normale bezettingsgraad van 65 % en in de berekening hebben we ook een worst Case scenario uitgerekend van 50 % Normaal is het bij nieuwe vakantieparken een bezettingsgraad van +/- 70% waarbij bij Pukkemuk ook mag worden verwacht omdat het hele luxe huisje worden met infrarood sauna en dicht bij de Efteling ( de meest kritische persoon is onder de indruk van het huisje) 60 vakantiehuisjes waarvan 30 huisjes van 4 personen en 30 huisjes van 6 personen. Berekeningen van 4 personen per huisje. 60 huisjes X 4 personen= 240 bezoekers per nacht X 7 dagen = 1680 bezoekers per week.
1680 p/week X 52 weken = 87360 bezoekers per Jaar bij 100% bezetting 30% bezetting is 87360 = 87360 : 100 X 30 = 26208 bezoekers per jaar X € 1,50 = € 39.312,00 50% bezetting is 87360 = 87360 : 100 X 50 = 43680 bezoekers per jaar X € 1,50 = € 65.520,00 65% bezetting is 87360 = 87360 : 100 X 65 = 56784 bezoekers per jaar X €1,50 = € 85.176,00 70% bezetting is 87360 = 87360 : 100 X 70 = 61152 bezoekers per jaar X € 1,50 = € 91.728,00 Berekening van 5 personen (gemiddeld 4 en 6 personen) 60 huisjes X 5 personen = 300 bezoekers per nacht X 7 dagen = 2100 bezoekers per week 2100p/week X 52 weken = 109.200 bezoekers per jaar bij 100% bezetting.
50% bezetting is 109200 = 109200 : 100 X 50 = 54600 bezoekers per jaar X € 1,50 = € 81.900,00 65 % bezetting is 109200 = 109200 : 100 X 65 = 70980 bezoekers per jaar X € 1,50 = € 106.470,00 70 % bezetting is 109200 = 109200 : 100 X 70 = 76440 bezoekers per jaar X €1,50 = € 114.660,00 Bij deze berekening is de camping nog niet mee genomen; Uitgaande van 15 plaatsen van gemiddeld 4 personen met een bezetting van 40% 15 camping X 4 personen per plaats = 60 p/nacht X 7 dagen = 420 p/week 420 p/week X 52 = 21840 bezoekers per jaar bij 100% 40% bezetting = 21840 : 100 X 40 = 8736 bezoekers p/jaar X€ 1,50 = € 13.104,00 Dan komt de OZB er nog jaarlijks bij waarbij ik ben uitgegaan van wat de gemeente schrijft €20.000,00 per jaar ( we mogen hopen dat het bij dit bedrag blijft)
15. Pukkemuk is omgevormd tot een stichting, Stichting Belevenispark Pukkemuk. Kunt u aangeven wat het verschil is bij medefinanciering zoals bij De Vennen en Pagina 7 van 9
Donckhuys? Antwoord: één verschil betreft het verstrekken van een lening enerzijds (de Vennen) en het afgeven van een gemeentegarantie anderzijds. Een ander verschil is dat het oordeel over de financieringsvraag met betrekking tot de Vennen destijds, met inachtneming van de toen geldende regelgeving, positief uitgevallen is. Wat met de “medefinanciering van Donkhuys” bedoeld wordt is ons niet helder. Met de stichting Donckhuys bestaat een subsidierelatie. Wij zijn ook geholpen met een lening. Waarom was het oordeel over de financieringsaanvraag m.b.t. de Vennen anders? Overigens hebben de jeu de boules en stichting beljaart. ook een gemeentegarantie gekregen. 16. Uit uittreksel KvK 08-11-2021 blijkt dat Pukkemuk BV geregistreerd is als welzijnsorganisatie. Dit zou kunnen impliceren dat er sprake is van een maatschappelijk werkachtig bedrijf. Met wijziging van de concernstructuur is de vraag of de activiteiten daarmee hetzelfde blijven en dus de toegekende SBI code ongewijzigd blijft. Hoe oordeelt de gemeente over deze classificatie? Antwoord: het is niet aan ons om te oordelen over de classificatie en de toegekende SBI code. Wij hebben de aanvraag beoordeeld op basis van geldende wet- en regelgeving en de ingediende stukken.
Het is verder dan ook niet relevant voor de aanvraag: het betreft hier geen goedgekeurde instelling werkzaam op het gebied van maatschappelijk werk, sport of cultuur. 17. Aanvrager heeft voor zover wij hebben begrepen op verzoek van de provincie de concernstructuur aangepast. a. Klopt dat? i. Zo ja, welke andere/aanvullende voorwaarden zijn er nog meer gesteld door de provincie? ii. Zo nee, op wiens initiatief is deze aanpassing dan gedaan en met welke reden? iii. Zo ja, Per wanneer is deze structuur van toepassing en/of gaat de omzetting plaats vinden of heeft gevonden? b. Is deze nieuwe structuur inmiddels ook bij de Kamer van Koophandel (formeel) geregistreerd? Uit uittreksel KvK 08-11-2021 lijkt de oude aandeelhouder nog geregistreerd bij Pukkemuk BV. c. Heeft toetsing hierop door de gemeente en/of provincie plaatsgevonden? Zo ja wat zijn de bevindingen ? Zo nee waarom heeft deze toets (nog) niet plaatsgevonden? Antwoord: a en b: Deze vraag hoort thuis bij de indiener, dit is ons niet bekend c: nee, het KvK-register / concernstructuur vormt in deze fase geen toetsingskader voor de aanvraag De overdracht van de het onroerend goed vindt plaats zodra de leningen worden verstrekt . 18. Er zijn diverse manieren om zekerheden te kunnen bedingen dan wel om invloed te kunnen uitoefenen. Zijn er andere zekerheden bekeken om mogelijke invloed te kunnen uitoefenen (zoals bijv.
zitting nemen in Raad van Toezicht door gemeente)? Zo ja, wat zijn de bevindingen. Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, het ontbreken van zekerheden is niet het doorslaggevende argument om de aanvraag af te wijzen. Nu de aanvraag is afgewezen vanwege het ontbreken van een publiek belang is vanuit het oogpunt van efficiëntie verder dan ook niet gekeken naar alle mogelijke manieren, anders dan het vestigen van een hypotheekrecht, om de zekerheden uit te breiden. Pagina 8 van 9
19. Heeft er overleg plaatsgevonden met provincie over mogelijkheden m.b.t. verdeling van eventuele onderpanden (vestiging 1e dan wel 2e hypotheekrecht of combi ervan)? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten? Zo nee waarom niet? Antwoord: nee, omdat de aanvraag op andere gronden afgewezen is. De provincie verlangt zoals gezegd als belangrijkste financier het hoogste/eerste hypotheekrecht. Zie onze reactie op vraag 8. 20. Wat zijn de uiterste termijnen/ultieme data waarop er een beslissing moet zijn, alvorens de diverse toezeggingen/uitwerkingsvraagstukken verlopen (Provincie/NWB-bank)? Antwoord: Dit is ons niet bekend. Deze informatie zat niet bij de ingediende stukken. Wij hebben aangeven dat de provincie wacht op het verkrijgen van het resterende deel van de financiering. De rente lijkt te gaan stijgen, Hoe langer het duurt hoe duurder de financiering wordt.
Pagina 9 van 9