Bijlage 2 Diverse aanvullende onderzoeken
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse aanvullende onderzoeken, Herontwikkeling JAL‐locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen
PROJECTNUMMER: B18.7241
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse aanvullende onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen PROJECTNUMMER: B18.7241 DATUM: 8 februari 2019
OPDRACHTGEVER: Hazenberg Bouw B.V.
Auteur:
Autorisatie:
M. Schimmel MSc. Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B18.7241/R7241-02/MS
2
SAMENVATTING Hazenberg Bouw B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van aanvullende (bodem)onderzoeken ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en voorgaande onderzoeken. De onderzoeken zijn in november 2018 uitgevoerd conform de normen NEN 5740:2009/A1:2016, de NEN 5707:2015/C1:2016 en de NTA 5755:2010. De onderzoeken hebben tot doel om aanvullend de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder de bebouwing (St. Josephstraat 53a-c) en het niet eerder onderzochte onverdachte deel op het zuidelijk deel de onderzoekslocatie vast te leggen. Daarnaast zal de eind-/nulsituatie ter plaatse van St. Josephstraat 53c aanvullend inpandig worden vastgelegd. Middels de onderzoeken wordt de tevens de omvang van de reeds ondervonden verontreinigingen vastgelegd en daarmee de ernst en spoedeisendheid bepaald ten behoeve van het op te stellen van de BUS-melding of saneringsplan. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Normec Certification) conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies voorgaande onderzoeken en vervolgtraject Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn op basis van voorgaand onderzoek bezwaren voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Voor wat betreft de lichte PAK-verontreiniging (index > 0,5) in de bovengrond ter plaatse van het onvoldoende onderzochte (voormalig) autoherstelbedrijf met spuitcabines (boring B122, St. Josephstraat 53c) en de Tri-verontreiniging in de grond ter plaatse van boring PB110 nabij de voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (ter hoogte van voormalige spuitcabine, HBO-tank en opslag thinner, St. Josephstraat 53a-b) is de bodemkwaliteit in onvoldoende mate onderzocht. Tevens is de eind-/nulsituatie (St. Josephstraat 53c) inpandig in onvoldoende mate vastgelegd. Voor wat betreft het overig erf (inclusief niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding) is de bodemkwaliteit (inclusief asbest) in voldoende mate onderzocht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 2 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor PAK en/of Tri (trichlooretheen), te weten: PAK-verontreiniging in de bovengrond bij boring B122; Verontreiniging met Tri in de grond (0,8-1,0) m-mv bij boring PB110.
Aangezien niet kan worden uitgesloten dat ernstige verontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen) verdergaand in de grond en/of diepe grondwater aanwezig zijn en in verband met de voorgenomen herontwikkeling en de civieltechnische werkzaamheden, dient rekening te worden gehouden met een nog uit te voeren nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen). Het nader onderzoek naar PAK en Tri (trichlooretheen) dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010. Daarnaast wordt geadviseerd de algemene bodemkwaliteit te actualiseren onder de huidige bebouwing en ter plaatse van het onverdachte niet eerder onderzochte terrein op het zuidelijk deel van de locatie. Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
3 Conclusies nader onderzoek naar PAK en Tri (trichlooretheen) Middels het uitgevoerde nader bodemonderzoek is de bodemverontreiniging met PAK en Tri in voldoende mate onderzocht. Nader onderzoek naar VOCl (Tri) Zowel in de grond als in het grondwater van de aanvullende boringen en peilbuis zijn geen sterk verhoogde gehalten voor Tri of overige VOCl aangetoond. Enkel ter plaatse van de vermoedelijke kern (PB110) is een licht verhoogd gehalte voor Tri aangetoond. Op basis van onderhavig onderzoek wordt gesteld dat er geen sprake is van een ernstige grondverontreiniging met Tri, aangezien er vanuit kan worden gegaan dat minder dan 25 m3 grond sterk verontreinigd is met Tri. Er is sprake van een plaatselijke spot sterk verontreinigde grond met Tri, die uitpandig tegen de gevel aanwezig is. Inpandig zijn geen verontreinigingen met VOCl aangetroffen. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden uitgesloten dat sprake is van een nieuw geval (ontstaan na 1987). Aangezien geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is geen spoedeisendheidbepaling uitgevoerd. Nader onderzoek naar PAK In de bovengrond van de aanvullende boringen zijn geen sterk verhoogde gehalten voor PAK aangetoond.
Op basis van voorgaand en onderhavig onderzoek wordt gesteld dat er geen sprake is van een ernstige grondverontreiniging met PAK, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Conclusies algemene bodemkwaliteit niet onderzochte delen (vastleggen eind-/nulsituatie) Middels de uitgevoerde bodemonderzoeken is de bodemkwaliteit van de nog niet onderzochte delen in voldoende mate vastgelegd. St. Josephstraat 53a-b (inpandig) Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. In de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten enkele zware metalen aangetoond. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. De aangetoonde verontreiniging betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. St. Josephstraat 53c (inpandig, inclusief vastleggen eind-/nulsituatie) Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien in de grond en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en/of tolueen is aangetoond. De aangetoonde verontreiniging betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
4 Overig niet onderzochte terrein Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient formeel gezien de gestelde hypothese te worden aangenomen. In de grond en in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten enkele zware metalen en/of PAK aangetoond, waarbij het gehalte voor zink de index van 0,5 overschrijdt. Het verhoogde gehalte voor zink in het grondwater is naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan een van nature aanwezig verhoogde concentratie. Hiervoor wordt verwezen naar het RIVMrapport ‘Achtergrondconcentraties van 17 sporenmetalen in het grondwater van Nederland’. Uit de resultaten van onderhavig onderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie in het grondwater heterogeen verhoogde gehalten voor zware metalen aanwezig zijn. In Noord-Brabant is vaker sprake van fluctuerende en heterogeen voorkomende gehalten voor zware metalen in het grondwater en is bekend dat sanerende maatregelen niet zinvol zijn. Conclusies aanvullend onderzoek naar asbest Voor het onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen noemenswaardige verontreiniging met asbest aangetoond.
Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Algehele conclusies en aanbevelingen Met de uitgevoerde aanvullende (bodem)onderzoeken ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen, is de bodemkwaliteit (inclusief asbest) in voldoende mate in beeld gebracht. Tevens is de nul-/eindsituatie in voldoende vastgelegd. Op basis van de onderzoeksresultaten van voorliggende en voorgaande onderzoeken zijn de bodemverontreinigingen met PAK en/of Tri in voldoende mate in beeld gebracht. Aangezien de grondverontreiniging met Tri en PAK niet (meer) sterk verhoogd zijn aangetroffen kan worden gesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wel dient rekening gehouden met een Zorgplichtgeval voor wat betreft de aangetroffen plaatselijke grondverontreiniging met Tri. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen belemmeringen tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling voor het beoogde gebruik voor wonen. Rekening houdend met onderstaande aanbevelingen.
Geadviseerd wordt voor de voorgenomen herontwikkeling de plaatselijk grondverontreiniging met Tri te saneren. Hiervoor dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag (gemeente Dongen). Voor wat betreft het overig terrein zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb (Wet bodembescherming). Wel wordt geadviseerd om bij herontwikkeling de aanwezige bodemvreemde lagen rondom de monumentale fabriekshal (St. Josephstraat 39) af te voeren naar een erkend verwerker.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
5
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 6
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN ........................................................................................ 6
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. VOORGAANDE ONDERZOEKEN ................................................................................................................... 7
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9
6.
OPZET DIVERSE ONDERZOEKEN ..................................................................................................... 10 6.1. NADER ONDERZOEK NAAR PAK EN TRI (TRICHLOORETHEEN) .............................................................. 10 6.2. AANVULLEND VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................... 11 6.3. AANVULLEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ................................................................................................ 11 6.4. UITVOERING .............................................................................................................................................. 11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ............................................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 19
9.
RESULTATEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................... 22 9.1. CONCLUSIES NADER ONDERZOEK NAAR PAK EN TRI (TRICHLOORETHEEN) ......................................... 22 9.2. CONCLUSIES ALGEMENE BODEMKWALITEIT NIET ONDERZOCHTE DELEN (VASTLEGGEN EIND/NULSITUATIE) .................................................................................................................................................. 22 9.3. CONCLUSIES AANVULLEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 23 9.4. ALGEHELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................................... 23
10. REFERENTIES ............................................................................................................................................ 24 BIJLAGEN 1.
Situering in de regio
2a-c.
Situatieschetsen met (bestaande) boringen, peilbuizen en proefgaten
3.
Boorprofiel beschrijvingen
4.
Analysecertificaten grond, grondwater en asbest
5.
Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden)
6.
Veldwerkformulieren asbestonderzoek
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
6
1.
INLEIDING Hazenberg Bouw B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van aanvullende (bodem)onderzoeken ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie en voorgaande onderzoeken. De onderzoeken zijn in november 2018 uitgevoerd conform de normen NEN 5740:2009/A1:2016 [1], de NEN 5707:2015/C1:2016 [2] en de NTA 5755:2010 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Normec Certification) conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel om aanvullend de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder de bebouwing (St. Josephstraat 53a-c) en het niet eerder onderzochte onverdachte deel op het zuidelijk deel de onderzoekslocatie vast te leggen. Daarnaast zal de eind-/nulsituatie ter plaatse van St. Josephstraat 53c aanvullend inpandig worden vastgelegd. Middels de onderzoeken wordt de tevens de omvang van de reeds ondervonden verontreinigingen vastgelegd en daarmee de ernst en spoedeisendheid bepaald ten behoeve van het op te stellen van de BUS-melding of saneringsplan.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De locatie is gelegen aan de St. Josephstraat 39 t/m 53c en is kadastraal bekend als gemeente Dongen, sectie H, nummers 1827, 1864, 1865 en 1866. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie betreft circa 18.300 m2. De onderzoekslocatie is gelegen op het voormalig terrein van de schoenenfabrikant J.A. Ligtenberg en is sinds circa 1900 in gebruik als bedrijfsterrein. De aanwezige bebouwing bestaat uit verschillende bedrijfsgebouwen en woningen uit de periode 1881-1992. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
7
3.2. Voorgaande onderzoeken In verband met de voorgenomen herontwikkelingen zijn recent diverse onderzoeken uitgevoerd door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT, kenmerk B17.6702, d.d. 14 juli 2017). Uit het vooronderzoek kwamen de volgende zaken naar voren: • Huidige bebouwing met goede vloeistofkerende betonvloer; • Voormalige schoenfabriek (St. Josephstraat 39-53); • Monumentale fabriekshal (St. Josephstraat 39); • Niet onderzochte opslag olie achter fabriekshal; • Voldoende onderzochte voormalige kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53a en b: Voormalige (inpandige) autoherstelbedrijf met voormalige ondergrondse tanks (1 inpandig, 1 uitpandig), wasplaats (zowel inpandig als uitpandig), olievetafscheider (uitpandig) spuitcabines, en verfaanmaak en opslag; • Onvoldoende inpandig onderzochte (voormalige) kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53c: (inpandige) werkplaats, voormalige plaatwerkerij, spuitcabines, stookinstallatie en verfkluis (eind-/nulsituatie); • Voldoende onderzochte voormalige ondergrondse tank nabij woning (St. Josephstraat 41); • Niet onderzochte grondwal, oostelijke en westelijk perceelsgrens; • Asfaltverharding (voetpad) westelijke perceelsgrens; • Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c.
Tijdens het onderzoek is rekening gehouden met bovenstaande zaken, waarbij opgemerkt wordt dat inpandig geen werkzaamheden zijn verricht, in verband met het intact houden van de goede vloeistofkerende betonvloer en toegangsproblemen. Tevens is het onverdachte braakliggende terrein op zuidelijk deel van het perceel niet meegenomen voor analytisch onderzoek. Onvoldoende onderzochte (voormalig) autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eind/nulsituatie St. Josephstraat 53c) Over het algemeen zijn in de boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met uitzondering van het verhoogde gehalte voor PAK (index > 0,5, noodzaak tot nader onderzoek) in de sporen puinhoudende bovengrond ter plaatse van boring B122, zijn uitpandig verder geen verhoogde gehalten aangetroffen waarvan de gestandaardiseerde meetwaarden de index van 0,5 overschrijden. Overige niet onderzochte algemene kwaliteit erf incl. voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (St. Josephstraat 53a-b), niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding In de grond zijn, met uitzondering van het steekbusmonster M110 (0,8-1,0 m-mv) maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond.
In het steekbusmonster ter plaatse van boring PB110 (M110; 0,8-1,0 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte voor trichlooretheen aangetoond. Analytisch zijn onder de sterk sintelhoudende, sterk grindhoudende lagen met sporen slakken geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. De aangetroffen sterk sintelhoudende, sterk grindhoudende lagen met sporen slakken hebben niet tot een bodemverontreiniging geleid.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
8 Asfaltverharding Het asfalt is indicatief onderzocht met een PAK-marker test. Er trad geen verkleuring op, wat leidt tot de conclusie dat het asfalt geen PAK bevat in gehalten boven de ondergrens van 250 mg/kg d.s. Indien in de toekomst bij werkzaamheden asfalt wordt afgevoerd dient het PAKgehalte nader te worden bepaald met analyses conform de CROW publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” om de teerhoudendheid van het asfalt in zijn geheel te bepalen. Asbest In de contactlaag (0,0-0,1 m-mv) van de afwateringzone ter plaatste van het kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. In de overige asbestmengmonsters van de zintuiglijk verdachte lagen zijn eveneens geen gehalten voor asbest aangetroffen die een nader onderzoek naar asbest verplichten (50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden. Aangezien de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden, is geen sprake van een ernstige verontreiniging met asbest. Conclusies voorgaande onderzoeken en vervolgtraject Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn op basis van voorgaand onderzoek bezwaren voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.
Voor wat betreft de lichte PAK-verontreiniging (index > 0,5) in de bovengrond ter plaatse van het onvoldoende onderzochte (voormalig) autoherstelbedrijf met spuitcabines (boring B122, St. Josephstraat 53c) en de Tri-verontreiniging in de grond ter plaatse van boring PB110 nabij de voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (ter hoogte van voormalige spuitcabine, HBO-tank en opslag thinner, St. Josephstraat 53a-b) is de bodemkwaliteit in onvoldoende mate onderzocht. Tevens is de eind-/nulsituatie (St. Josephstraat 53c) inpandig in onvoldoende mate vastgelegd. Voor wat betreft het overig erf (inclusief niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding) is de bodemkwaliteit (inclusief asbest) in voldoende mate onderzocht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 2 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor PAK en/of Tri (trichlooretheen), te weten: PAK-verontreiniging in de bovengrond bij boring B122; Verontreiniging met Tri in de grond (0,8-1,0) m-mv bij boring PB110.
Aangezien niet kan worden uitgesloten dat ernstige verontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen) verdergaand in de grond en/of diepe grondwater aanwezig zijn en in verband met de voorgenomen herontwikkeling en de civieltechnische werkzaamheden, dient rekening te worden gehouden met een nog uit te voeren nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen). Het nader onderzoek naar PAK en Tri (trichlooretheen) dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010. Daarnaast wordt geadviseerd de algemene bodemkwaliteit te actualiseren onder de huidige bebouwing en ter plaatse van het onverdachte niet eerder onderzochte terrein op het zuidelijk deel van de locatie.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
9
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Uit de grondwaterkaart van Nederland blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een deklaag aanwezig is welke voornamelijk uit matig fijne zanden bestaat [4]. Stratigrafisch gezien behoren deze afzettingen tot de Formatie van Boxtel. De dikte van de deklaag bedraagt circa 2 à 5 meter. Onder de deklaag bevindt zich het eerste watervoerend pakket. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit matig fijne tot uiterst grove grindrijke, of humeuze zanden. Het eerste watervoerend pakket bestaat uit de Formatie van Sterksel. De dikte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 25 à 30 meter. Onder het eerste watervoerend pakket bevindt zich een eerste scheidende laag bestaande uit de Formatie van Stramproy. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit leem en zandige klei. De dikte van de eerste scheidende laag bedraagt circa 2 à 5 meter. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerende pakket met grove en fijne zanden afkomstig van de Formatie van Stramproy. 4.2. Geohydrologie De grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerend pakket is globaal noordelijkgericht. Het freatisch grondwater stroomt vermoedelijk over het algemeen in noordwestelijke richting. De locatie is voor zover bekend niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, aangezien licht tot sterke verontreinigingen met PAK en/of VOCl (Tri) worden verwacht. Voor asbest wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
10
6.
OPZET DIVERSE ONDERZOEKEN 6.1. Nader onderzoek naar PAK en Tri (trichlooretheen) De werkzaamheden van het nader bodemonderzoek worden conform de NTA 5755:2010 uitgevoerd. Bij het uitvoeren van een nader onderzoek conform de NTA 5755:2010 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. De conceptuele modellen voor de beide verontreinigingen zijn in onderstaande tabel weergeven. Tabel 6.1: Conceptueel model bodemverontreiniging met VOCl (Tri) Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging
Spoed van de sanering / Zorgplicht
Onderzoeksopzet
Vermoedelijk voormalige wasplaats In de grond van boring PB110 is een sterk verhoogd gehalte voor Tri vastgesteld. De verontreiniging is aanwezig in de grondlaag van 0,8 tot 1,0 m-mv. Mogelijk is er sprake van plaatselijke spot met Tri in de grond waarbij niet uitgesloten kan worden 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten > interventiewaarde voor Tri aanwezig is. Er is mogelijk sprake van een oud geval van ernstige bodemverontreiniging (grotendeels ontstaan vóór 1987). Voor wat betreft de kenmerken van de aangetroffen parameter Tri (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstof) bestaan mogelijk wel verspreidingsrisico’s en humane risico’s. Aangezien geen VOCl is aangetroffen in het freatisch grondwater zullen naar verwachting de verspreidingsrisico’s beperkt zijn. Wel dient een nader onderzoek (inclusief dieper grondwater) te worden uitgevoerd, waarbij de ernst, omvang en daarmee de spoedeisendheid zal moeten worden bepaald. Ten behoeve van de verticale afperking zal ter plaatse van boring PB110 een diepe boring met peilbuisgeplaatst in verband met mogelijk uitzakken van VOCl. Ten behoeve van de horizontale afperking van de grondverontreiniging worden rondom de boring PB110 in totaal 6 boringen geplaatst. In totaal worden 7 ongeroerde grondmonsters (steekbussen) op VOCl en organische stof geanalyseerd.
Tevens zal het grondwater uit de diepe peilbuis na een week worden bemonsterd voor analyses op VOCl.
Tabel 6.2: Conceptueel model grondverontreiniging met PAK Conceptueel model Oorzaak van de verontreiniging Ernst van de verontreiniging
Spoed van de sanering / Zorgplicht Onderzoeksopzet
Sporen kolen in bovengrond In de bovengrond van boring B122 is een licht verhoogd gehalte (index > 0,5) voor PAK vastgesteld. De verontreiniging is aanwezig in de bovengrond en staat niet in contact met het grondwater. In de ondergrond is PAK niet verhoogd aangetoond. Mogelijk is er sprake van plaatselijke spot met PAK in de bovengrond waarbij niet uitgesloten kan worden 25 m3 sterk verontreinigde grond met gehalten > interventiewaarde voor PAK aanwezig is. Er is mogelijk sprake van een oud geval van ernstige bodemverontreiniging (grotendeels ontstaan vóór 1987). Ten behoeve van de horizontale afperking van de grondverontreiniging worden rondom de boring B122 in twee ringen in totaal 6 tot 8 boringen geplaatst ten behoeve van de horizontale afperking. In totaal worden 6 bovengrondmonsters op PAK, lutum en organisch stof geanalyseerd.
De boringen uit het nader onderzoek kunnen worden gecombineerd met onderstaande aanvullende verkennende bodemonderzoeken.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
11
6.2. Aanvullend verkennend bodemonderzoek Voorgesteld is om inpandig ter plaatse van de (voormalige) kleinschalige activiteiten bij St. Josephstraat 53a en b en bij St. Josephstraat 53c, aanvullend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740/A1, voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL), waarbij aanvullende werkzaamheden conform de onderzoekstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijk bodembelasting (VEP) zijn opgenomen, in verband met vastleggen van eind/nulsituatie ter plaatse van de (voormalige) activiteiten bij St. Josephstraat 53c. Tevens is voorgesteld het niet eerder onderzochte terrein op het zuidelijk deel te onderzoeken conform de NEN 5740/A1, voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). 6.3. Aanvullend onderzoek naar asbest Om vast te stellen of en in welke mate in de aanwezige bodem en/of puinverharding een asbestverontreiniging aanwezig is ter plaatse van de nog niet onderzochte deellocaties (in- en uitpandig) wordt een aanvullend onderzoek naar asbest uitgevoerd, conform de NEN5707 en/of de NEN5897 (uitpandig).
Hierbij zal het tevens vrijkomende materiaal uit de inpandige betonboringen worden beoordeeld op het voorkomen van asbest en/of puinbijmeningen. Derhalve is sprake van een indicatief onderzoek. Het aantal te analyseren monsters zal wel conform de norm zijn. Van de meest verdachte grond- en puinlagen uit de proefgaten worden mengmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN5898:2015 (fractie < 20 mm). Indien daartoe aanleiding bestaat zal een indicatief monster worden samengesteld uit de inpandige betonboringen. 6.4.
Uitvoering
Certificering Bodem Expert BV (certificaatnummer: K97733/01, afgegeven door Kiwa) en Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Normec Certification) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 3.2), protocol 2002 (versie 4): het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 3.2) In tabel 6.3 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocol en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 6.3: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker
22 en 23 november 2018
Bodem Expert BV
De heer M. van Diek
30 november 2018
Bodem Expert BV
De heer M. van Diek
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 3.2) & 2018 (v. 3.2) 2001 (v. 3.2) & 2002 (v. 4)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een betonboor, Edelmanboor en schop. Bodemexpert BV en Verhoeven Milieutechniek B.V. hebben op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
12 Grond Ten behoeve van de onderzoeksopzet, zoals beschreven in paragrafen 6.1 en 6.2, zijn de in tabel 6.4 uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.4: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen/peilbuizen Circa 0,5 m-mv Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv Peilbuis (filterstelling m-mv) St. Josephstraat 53a-b, inclusief nader onderzoek naar VOCl (PB110 voorgaand onderzoek) B207, B208, B210 B201 t/m B206, B211 PB200 (5,40 - 6,40) PB209 (3,50 - 4,50) St. Josephstraat 53c, inclusief nul-/eindsituatie en nader onderzoek naar PAK (B122 voorgaand onderzoek) B300 t/m B302, B303*, B304, B307, B313 t/m B316 B310, B311 PB312 (3,50 - 4,50) B305, B306*, B308*, B309* Overig niet onderzochte terrein (algemene kwaliteit) B401, B403, B404, B406 t/m B402, B413, B419, B423 B405 (3,50 - 4,50), B412, B414 t/m B418, B420, B421 (4,00 - 5,00) B422, B424, B425 * Gestaakt op tweede betonvloer onder kelder;
Opgemerkt wordt dat in de magazijnen, spuitcabines en verfkluis van het voormalige bedrijf aan de St. Josephstraat 53c, een kelder onder de betonvloer aanwezig is, waaronder een tweede betonvloer zit. Hierdoor was het niet mogelijk verder te boren en grondmonsters te nemen. Derhalve is het vastleggen van de nul-/eindsituatie ter plaatse van deze ruimtes niet zinvol. Voor de nul-/eindsituatie wordt gebruik gemaakt van de omliggende boringen (gecombineerd met de algemene kwaliteit). Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB200, PB209, PB312, B405 en B421 is na een standtijd van minimaal een week en na een twee keer afpompen op 30 november 2018 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Aanvullend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. De onderzoekslocatie is voor een deel (< 25 %) bedekt met vegetatie. Ondanks de aanwezige belemmeringen heeft efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen (fractie > 20 mm) waargenomen.
Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 22 proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot circa 0,5 mmv gegraven (B401, B403 t/m B409, B411 t/m B418, B420 t/m B425). De proefgaten zijn verspreid over het niet eerde onderzochte terrein. Voor de inspectie van de ondergrond zijn enkele proefgaten (B402, B405, B413, B421 en B423) met behulp van een Edelmanboor met een brede diameter (12 cm) doorgezet tot de ongeroerde ondergrond. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ter verificatie zijn vijf mengmonsters samengesteld ten behoeve van het onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond(meng)monsters en de zintuiglijke waarnemingen is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de voorgaande en geplaatste boringen / peilbuizen en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
13
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
14
7.2. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien uit vooronderzoek blijkt dat mogelijk respirabele vezels aanwezig zijn (bijvoorbeeld onder verweerde asbesthoudende dakbedekkingen, zonder dakgoot), wordt in de NEN 5707 geadviseerd, direct een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren. Dit gebeurt middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen in de fractie > 4 mm, wordt in de NEN 5707/NEN 5897 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s.
(niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
15
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde van de verharding over het algemeen uit zeer tot matig fijn, zwak siltig zand tot de maximaal geboorde diepte van circa 6,4 m-mv. Zintuiglijk zijn diverse bijmengingen waargenomen. In onderstaande tabel 8.1 is een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring Boring
Proefgat
PB200 B203 PB209
Nee Nee Nee
Diepte boring (m -mv) 6,40 2,00 4,50
Traject (m -mv) 0,00 - 1,50 0,08 - 0,70 0,15 - 0,45 0,45 - 1,40 0,14 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
zwak metselpuinhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen kolengruis zwak betonhoudend, sporen piepschuim sporen baksteen sporen baksteen sporen plastic sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen kolengruis sporen baksteen sporen kolengruis sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen
B210 Nee 1,00 B301 Nee 0,50 B305 Nee 0,50 B401 Ja 0,50 B403 Ja 0,50 B404 Ja 0,50 B405 Ja 4,40 B406 Ja 0,50 B412 Ja 0,50 B413 Ja 2,00 B415 Ja 0,50 B417 Ja 0,50 B418 Ja 0,50 B419 Nee 2,00 B420 Ja 0,50 B422 Ja 0,50 B423 Ja 2,00 Toelichting bij de tabel + Betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) Sporen ≥ 0 < 10 %; Zwak ≥ 10 < 20 %
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond/puin geen asbestverdachte materialen in de fractie groter dan 20 mm of overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Inpandig is enkel definieerbare bijmengingen met baksteen, kolengruis, beton en/of piepschuim waargenomen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 (blz. 77) is de grond duidelijk definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest. Daarnaast zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door een 2018-erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen met de genoemde bijmengingen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk zijn daarbij geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) waargenomen. Inpandig onderzoek naar asbest onder de betonvloer is derhalve niet noodzakelijk. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
16
8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en resultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grondzijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer 12922327 12922382
(Meng) Parameter Opmerking monster B305-1 Individuele Het gehalte is indicatief i.v.m. de PAK aanwezigheid van componenten die MM402, een storende invloed hebben op de MM403, meting. MM406 Toelichting bij tabel: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Toelichting Aangezien de som parameter voor PAK de index van 0,5 niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Grond Op basis van de resultaten van voorgaande onderzoeken, de onderzoeksopzet zoals beschreven in hoofdstuk 6, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en tussentijdse resultaten zijn de onderstaande (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Monster
Omschrijving
Nader onderzoek naar VOCl (Tri) PB200-16 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B200-2 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B201-3 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B202-3 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B203-3 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B204-3 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B205-7 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: B211-3 Ondergrond, zand (steekbus) Zintuiglijk: Algemene kwaliteit St. Josephstraat 53a-b (inpandig) M201 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen M202 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak betonhoudend MM203 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM204
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Boring (traject in m -mv)
Analysepakket
PB200 (2,80 - 3,00)
VOCl en H
-
-
B200 (2,00 - 2,20)
VOCl en H
Tri
-
B201 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
B202 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
B203 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
B204 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
B205 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
B211 (0,80 - 1,00)
VOCl en H
-
-
PB209 (0,15 - 0,45)
NEN, As, Cr, L en H NEN, As, Cr, L en H NEN, As, Cr, L en H
Co, Zn, PCB
-
-
-
Cu
-
NEN, As, Cr, L en H
-
-
B210 (0,14 - 0,50) B201 (0,12 - 0,50) B206 (0,12 - 0,50) B207 (0,14 - 0,50) B208 (0,14 - 0,64) B205 (0,80 - 1,20) B210 (0,50 - 1,00) B211 (1,00 - 1,50) B211 (1,50 - 2,00) PB209 (0,45 - 0,95)
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
> AW < I
Resultaten >I
17 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Monster
Omschrijving
Boring (traject in m -mv)
Analysepakket
Nader onderzoek naar PAK B300-1 Bovengrond, zand B300 (0,00 - 0,50) PAK, L en H Zintuiglijk: B301-1 Bovengrond, zand B301 (0,00 - 0,50) PAK, L en H Zintuiglijk: sporen baksteen B302-1 Bovengrond, zand B302 (0,00 - 0,50) PAK, L en H Zintuiglijk: B304-1 Bovengrond, zand B304 (0,00 - 0,50) PAK, L en H Zintuiglijk: B305-1 Bovengrond, zand B305 (0,00 - 0,50) PAK, L en H Zintuiglijk: sporen baksteen B307-2 Bovengrond, zand B307 (0,12 - 0,62) PAK, L en H Zintuiglijk: t. Josephstraat 53c (algemene kwaliteit inpandig, inclusief vastleggen eind-/nulsituatie) B307-1 Ondergrond, zand B307 (0,80 - 1,00) VOCl, BTEXN (steekbus) Zintuiglijk: en H B310-1 Ondergrond, zand B310 (0,80 - 1,00) VOCl, BTEXN (steekbus) Zintuiglijk: en H MM301 Bovengrond, zand B310 (0,12 - 0,62) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: B311 (0,12 - 0,62) L en H NEN, As, Cr, MM302 Bovengrond, zand B313 (0,12 - 0,62) L en H Zintuiglijk: B314 (0,12 - 0,62) B315 (0,12 - 0,62) B316 (0,12 - 0,62) NEN, As, Cr, MM303 Ondergrond, zand B307 (0,62 - 1,00) L en H Zintuiglijk: B310 (0,70 - 1,20) B313 (0,62 - 1,00) B316 (0,70 - 1,00) NEN, As, Cr, MM304 Ondergrond, zand B310 (1,20 - 1,70) L en H Zintuiglijk: B310 (1,70 - 2,00) B311 (1,20 - 1,70) B311 (1,70 - 2,00) Overig niet onderzochte terrein (algemene kwaliteit) MM401 Bovengrond, zand B418 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: sporen baksteen B419 (0,00 - 0,50) L en H B420 (0,00 - 0,50) NEN,
As, Cr, MM402 Bovengrond, zand B412 (0,00 - 0,50) L en H Zintuiglijk: sporen baksteen B415 (0,00 - 0,50) B422 (0,00 - 0,50) B423 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, MM403 Bovengrond, zand B403 (0,00 - 0,50) L en H Zintuiglijk: sporen baksteen B404 (0,00 - 0,50) B405 (0,00 - 0,50) B406 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, MM404 Bovengrond, zand B401 (0,00 - 0,50) L en H Zintuiglijk: B407 (0,00 - 0,50) B410 (0,00 - 0,50) B416 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, MM405 Ondergrond, zand B419 (0,50 - 1,00) L en H Zintuiglijk: B419 (1,00 - 1,50) B421 (0,50 - 1,00) B421 (1,50 - 2,00) NEN, As, Cr, MM406 Ondergrond, zand B402 (0,80 - 1,30) L en H Zintuiglijk: B402 (1,40 - 1,90) B405 (0,50 - 0,90) B405 (1,40 - 1,90) B423 (0,50 - 1,00) B423 (1,00 - 1,50) MM407 Ondergrond, zand B413 (0,50 - 1,00) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: sporen kolengruis B413 (1,00 - 1,50) L en H B413 (1,50 - 2,00)
De toelichting bij de tabel is weergegeven op de volgende pagina.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
> AW < I
Resultaten >I
-
-
-
-
PAK
-
-
-
PAK
-
-
-
Tolueen
-
Tolueen
-
Co, Cu, MO
-
Co
-
-
-
-
-
-
-
Mo
-
Cu, Mo, Zn, PAK
-
PAK
-
-
-
PAK
-
-
-
18 Toelichting bij tabel 8.3: VOCl Vluchtige chloorkoolwaterstoffen; NEN De zware metalen (ZM): barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn]; polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB’s) en minerale olie (MO); As Arseen; Cr Chroom; PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM); BTEXN Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); L en H Lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; 1 Gecombineerd voor de algemene kwaliteit; Niets aangetroffen/waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyses en resultaten Peilbuis PB200 PB209 PB312 B405 B421
Filterdiepte (m -mv) 5,40 - 6,40 3,50 - 4,50 3,60 - 4,60 3,40 - 4,40 4,00 - 5,00
GWS (m -mv) 0,03 3,79 0,13 4,00 0,04
pH 6,3 6,5 5,1 5,6 4,5
EC (µS/cm) 1158 241 972 1086 196
Troebelheid (NTU) 2,99 9,97 7,09 7,81 4,57
Analysepakket VOCl NEN, As, Cr NEN, As, Cr NEN, As, Cr NEN, As, Cr
Resultaten >S<I Ba Cr Ba, Cd, Zn*
>I
Toelichting bij tabel 8.4: MO+BTEXN Minerale olie en vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * Gehalte overschrijdt de index van 0,5; Niets gemeten/aangetroffen.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal vijf grondmengmonsters (< 20 mm) samengesteld en aangeboden aan het lab voor analyse op asbest. De samenstelling van de onderzochte monsters en de bijbehorende analyses zijn in de tabel 8.5. weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling mengmonsters asbest Monstercode MMASB01
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Soort
B401, B403, B404, Sporen grind, plastic en/of baksteen Grond B405 en B406 MMASB02 B407, B408, 409, Sporen grind en/of sporen baksteen 0,00 - 0,50 Grond B412 MMASB03 B411, B413 t/m B416 Sporen grind en/of sporen baksteen 0,00 - 0,50 Grond MMASB04 B417, B418, B420 en Sporen grind, sporen kolengruis en/of 0,00 - 0,50 Grond B421 sporen baksteen MMASB05 B422 t/m B425 Sporen grind en/of sporen baksteen 0,00 - 0,50 Grond Toelichting bij de tabel: Sporen ≥ 0 < 10 %; niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm. Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
Analysepakket Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1
19 De resultaten van het geanalyseerde grond- en puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht onderzochte grond(- en/of puin)monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monster code
Samenstelling (traject in m-mv)
Soort
Hechtgebonden
Type*
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2
B401, B403, B404, B405 en B406 (0,0-0,5) MMASB02 B407, B408, 409, Asbestboard Ja Chrysotiel < 0,1 < 0,1 B412 (0,0-0,5) MMASB03 B411, B413 t/m <2 <2 B416 (0,0-0,5) MMASB04 B417, B418, B420 <2 <2 en B421 (0,0-0,5) MMASB05 B422 t/m B425 Isolatie Nee Chrysotiel < 0,1 < 0,1 (0,0-0,5) Toelichting op de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niet aangetoond/waarneembaar. MMASB01
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Grond Nader onderzoek naar VOCl (Tri) In het onderzochte steekbusmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (2,0-2,2 m-mv, zand) uit PB200, in de kern nabij PB110, ter verticale afperking, is een licht verhoogd gehalte voor Tri aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige onderzochte VOCl zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het steekbusmonster van de onderliggende ondergrond (2,8-3,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor VOCl aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de onderzochte steekbusmonsters van de zintuiglijk schone ondergrond uit de boringen rondom PB110, ter horizontale afperking (B201 t/m B205 en B111; 0,8-1,0 m-mv, zand), zijn geen verhoogde gehalten voor VOCl aangetoond Algemene kwaliteit St. Josephstraat 53a-b (inpandig) In het puntmonster van de sporen baksteenhoudende bovengrond onder de betonvloer (0,15-0,45 m-mv) uit boring PB209 (M201, zand), zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, zink en PCB aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden. De overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
In het puntmonster van de zwak betonhoudende bovengrond onder de betonvloer (0,14-0,50 mmv) uit boring PB209 (M201, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond onder de betonvloer (MM203; 0,120,64 m-mv, zand) is een licht verhoogd gehalte voor koper aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
20 In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond onder de bebouwing (MM204; 0,452,00 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Nader onderzoek naar PAK In de onderzochte bovengrondmonsters van boringen B302 en B305 (0,0-0,5 m-mv, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarde, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde. In de bovengrondmonsters van boringen B300, B301, B304 en B307 (0,0-0,62 m-mv, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Ter plaatse van de inpandige boringen B303 en B306, welke eveneens voor de afperking waren geplaatst, is geen sprake van bovengrond in verband met de aanwezigheid van een kelder. Derhalve is de verontreiniging met PAK reeds afgeperkt richting de bebouwing met kelder, direct ten westen van boring B122 van voorgaand onderzoek. St. Josephstraat 53c (algemene kwaliteit inpandig, inclusief vastleggen eind-/nulsituatie) In de onderzochte steekbusmonsters van de zintuiglijk schone ondergrond (0,8-1,0 m-mv) uit boringen B307 en B310 (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor tolueen aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde.
De overige onderzochte vluchtige aromaten en VOCl zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond onder betonvloer uit boringen B310 en B311 (MM301, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, koper en minerale olie aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden. De overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond onder de betonvloer uit boringen B313 t/m B316 (MM302, zand) is een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters van de ondergrond (MM303 en MM304, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Overig niet onderzochte terrein (algemene kwaliteit) In het mengmonster van de sporen baksteenhoudende bovengrond uit boringen B418, B419 en B420 ter plaatse van de open plek (MM401, zand), waar betonpalen op maaiveld zijn aangetroffen, zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM402 van de sporen baksteenhoudende bovengrond uit boringen B412, B415, B422, B423 (zand) is een licht verhoogd gehalte voor molybdeen aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Diverse aanvullende onderzoeken, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B18.7241 versie:2.0 datum: 8 februari 2019
21 In mengmonster MM403 van de sporen baksteenhoudende bovengrond uit boringen B403 t/m B406 (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor koper, molybdeen, zink en PAK aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond (MM404, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte paramaters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM406 van de zintuiglijke schone ondergrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM405 (zand) van de zintuiglijk schone ondergrond alsmede in het mengmonster van de ondergrond met sporen kolengruis uit boring B413 (MM407, zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte paramaters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.