Bijlage 1 Diverse (bodem)onderzoeken
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Herontwikkeling JAL‐locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen
PROJECTNUMMER: B17.6702
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen PROJECTNUMMER: B17.6702 DATUM: 14 juli 2017
OPDRACHTGEVER: Stichting Casade Vredesplein 5 6657 CP Waalwijk
Auteur:
Autorisatie:
M. Schimmel MSc. Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B17.6702/R6702-01/MS
2 SAMENVATTING Stichting Casade heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en eindsituatie bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en asfaltonderzoek ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009, NEN 5740:2009/A1:2016, de NEN 5707:2015/C1:2016 en afgeleid van de CROW 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’. Het bodemonderzoek heeft tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde vast te stellen of belemmeringen bestaan tegen de herontwikkeling. Tevens zal de eindsituatie worden vastgesteld ter plaatse van de St. Josephstraat 53c. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies historisch onderzoek Op basis van de bekende gegevens uit het vooronderzoek dient rekening te worden gehouden met de volgende zaken: Huidige bebouwing met goede vloeistofkerende betonvloer; Voormalige schoenfabriek (St. Josephstraat 39-53); Monumentale fabriekshal (St. Josephstraat 39); Niet onderzochte opslag olie achter fabriekshal; Voldoende onderzochte voormalige kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53a en b: Voormalige (inpandige) autoherstelbedrijf met voormalige ondergrondse tanks (1 inpandig, 1 uitpandig), wasplaats (zowel inpandig als uitpandig), olievetafscheider (uitpandig) spuitcabines, en verfaanmaak en opslag; Onvoldoende onderzochte voormalige kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53c: (inpandige) werkplaats, voormalige plaatwerkerij, spuitcabines, stookinstallatie en verfkluis (eindsituatie); Voldoende onderzochte voormalige ondergrondse tank nabij woning (St. Josephstraat 41); Niet onderzochte grondwal, oostelijke en westelijk perceelsgrens; Asfaltverharding (voetpad) westelijke perceelsgrens; Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c. Op basis van de bovenstaande gegevens is een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 noodzakelijk conform de verdachte heterogene strategie.
In verband met de voormalige activiteiten (schoenfabriek, plaatwerkerij en verfopslag) zijn aanvullende werkzaamheden uitgevoerd (extra NEN-analyses, analyses op vluchtige verbindingen zoals VOCl en BTEXN etc.). Tevens is een verkennend onderzoek naar asbest opgenomen conform de NEN 5707, waarbij uit is gegaan van de verdachte strategie in verband met de aanwezigheid van een asbestverdacht dak zonder goten (afspoeling) en de mogelijk aanwezige puinverharding. Met het plaatsen van de boringen en proefgaten is rekening gehouden met bovengenoemde aandachtspunten.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
3 Conclusie verkennend en eindsituatie bodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c) Zintuiglijk zijn, met uitzondering van sporen puin in de bovengrond bij boring B122, geen bijzonderheden waargenomen. Over het algemeen zijn in de boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met uitzondering van het verhoogde gehalte voor PAK in de sporen puinhoudende bovengrond ter plaatse van boring B122, zijn verder geen verhoogde gehalten aangetroffen waarvan de gestandaardiseerde meetwaarden de index van 0,5 overschrijden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarde voor PAK de index van 0,5 overschrijdt in het bovengrondmonster ter plaatse van boring B122, zijn in het kader van de Wbb vervolgstappen noodzakelijk. Overige niet onderzochte algemene kwaliteit erf incl. voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (St. Josephstraat 53a-b), niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding Ter plaatse van het overige erf zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen.
Over het algemeen betreft het sporen tot zwakke bijmengingen met puin en/of baksteen. Ter plaatse van boringen B109, 130 en 132 zijn sterk sintelhoudende, sterk grindhoudende lagen met sporen slakken aangetroffen. In de grond zijn, met uitzondering van het steekbusmonster M110 (0,8-1,0 m-mv) maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. In het steekbusmonster ter plaatse van boring PB110 (M110; 0,8-1,0 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte voor trichlooretheen aangetoond. Analytisch zijn onder de sterk sintelhoudende, sterk grindhoudende lagen met sporen slakken geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. De aangetroffen sterk sintelhoudende, sterk grindhoudende lagen met sporen slakken hebben niet tot een bodemverontreiniging geleid. Asfaltverharding Het asfalt is indicatief onderzocht met een PAK-marker test. Er trad geen verkleuring op, wat leidt tot de conclusie dat het asfalt geen PAK bevat in gehalten boven de ondergrens van 250 mg/kg d.s. Indien in de toekomst bij werkzaamheden asfalt wordt afgevoerd dient het PAKgehalte nader te worden bepaald met analyses conform de CROW publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” om de teerhoudendheid van het asfalt in zijn geheel te bepalen.
Conclusie verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de indicatieve onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen. In de contactlaag (0,0-0,1 m-mv) van de afwateringzone ter plaatste van het kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
4 In de overige asbestmengmonsters van de zintuiglijk verdachte lagen zijn eveneens geen gehalten voor asbest aangetroffen die een nader onderzoek naar asbest verplichten (50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschrijden. Aangezien de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden, is geen sprake van een ernstige verontreiniging met asbest. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie) op maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden. Echter de mogelijkheid bestaat dat eventuele aanwezige asbestverdachte plaatmaterialen niet zijn waargenomen tijdens het veldwerk. Onderliggend bodemonderzoek betreft een zo representatief mogelijke steekproef. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is een indicatie verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen.
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn op basis van voorliggend onderzoek bezwaren voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Voor wat betreft de PAK-verontreiniging in de bovengrond ter plaatse van het onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (boring B122, St. Josephstraat 53c) en de Tri-verontreiniging in de grond ter plaatse van boring PB110 nabij de voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (ter hoogte van voormalige spuitcabine, HBO-tank en opslag thinner, St. Josephstraat 53a-b) is de bodemkwaliteit in onvoldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie (St. Josephstraat 53c) in onvoldoende mate vastgelegd. Voor wat betreft het overig erf (inclusief niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding) is de bodemkwaliteit (inclusief asbest) in voldoende mate onderzocht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is derhalve minimaal sprake van 2 deellocaties met licht (index >0,5) en/of sterk verontreinigde grond voor PAK en/of Tri (trichlooretheen), te weten: - PAK-verontreiniging in de bovengrond bij boring B122; - Verontreiniging met Tri in de grond (0,8-1,0) m-mv bij boring PB110.
Gezien de resultaten van het historisch onderzoek (voormalige activiteiten, erf met ophooglaag), de zintuiglijke waarnemingen en de verdeling van de aangetroffen verontreinigingen tijdens onderhavig onderzoek, is mogelijk sprake van 2 lokale spots gerelateerd aan de sporen kolen (PAK-verontreiniging boring B122) en de voormalige spuitcabine nabij St. Josephstraat 53a-b (Tri-verontreiniging boring PB110). Gezien de kenmerken van de aangetroffen parameter PAK (geen verspreidingsrisico’s en humane risico’s) zal naar verwachting geen sprake zijn van een spoedeisendheid. Voor wat betreft de kenmerken van de aangetroffen parameter Tri (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstof) bestaan mogelijk wel verspreidingsrisico’s en humane risico’s. Aangezien geen VOCl is aangetroffen in het grondwater zullen naar verwachting de verspreidingsrisico’s beperkt zijn. Wel dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd, waarbij de ernst, omvang en daarmee de spoedeisendheid zal moeten worden bepaald. Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
5 Aangezien niet kan worden uitgesloten dat ernstige verontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen) in de grond aanwezig zijn en in verband met de voorgenomen herontwikkeling en de civieltechnische werkzaamheden, dient rekening te worden gehouden met een nog uit te voeren nader onderzoek naar de grondverontreinigingen met PAK en/of Tri (trichlooretheen). Het nader onderzoek naar PAK en Tri (trichlooretheen) dient te worden uitgevoerd conform de NTA 5755:2010. De uiteindelijke saneringswerkzaamheden dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voorafgaand dient een BUS-melding of Plan van Aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag. Daarnaast wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige begroeiing, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone. Tevens dient nog rekening te worden gehouden met de volgende opmerking van de gemeente Dongen, zoals vermeld in het historisch vooronderzoek: “Als ter plaatse van de bebouwing met voormalige bedrijfsactiviteiten (St. Josephstraat 53) ook deze locatie “wonen met tuin” wordt, dient ook onder de gebouwen een onderzoek uitgevoerd te worden.
Dit kan ook later na de sloop maar dient wel voor de bouwvergunningaanvraag te gebeuren”.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
6
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 7
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN ........................................................................................ 7
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 8 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 8 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK .......................................................................................... 8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. VERKENNEND EN EINDSITUATIE BODEMONDERZOEK ............................................................................. 10 6.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 10 6.3. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 14 7.1. GROND & GRONDWATER .......................................................................................................................... 14 7.3. ASBEST ...................................................................................................................................................... 15
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ............................................................................. 17 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 21
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 24 9.1. CONCLUSIE VERKENNEND EN EINDSITUATIE BODEMONDERZOEK .......................................................... 24 9.2. CONCLUSIE VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................ 24 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 25
10. REFERENTIES ............................................................................................................................................ 27 BIJLAGEN 1.
Situering in de regio
2.
Situatieschets met boringen, (bestaande) peilbuizen en proefgaten
3.
Boorprofiel beschrijvingen
4.
Analysecertificaten grond, grondwater, asfalt (laagopbouw en PAK-detector) en asbest
5.
Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden)
6.
Berekening totaalgehalten asbest
7.
Veldwerkformulieren asbestonderzoek (incl. foto’s)
8.
Historisch onderzoek VMT B17.6702, mei 2017
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
7
1.
INLEIDING Stichting Casade heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend en eindsituatie bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en asfaltonderzoek ter plaatse van de ‘JAL-locatie’, gelegen aan de St. Josephstraat 39 en omgeving te Dongen. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009 [1], NEN 5740:2009/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C1:2016 [3] en afgeleid van de CROW 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’. Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN Het bodemonderzoek heeft tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde vast te stellen of belemmeringen bestaan tegen de herontwikkeling. Tevens zal de eindsituatie worden vastgesteld ter plaatse van de St. Josephstraat 53c.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
8
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De locatie is gelegen aan de St. Josephstraat 39 t/m 53c en is kadastraal bekend als gemeente Dongen, sectie H, nummers 1827, 1864, 1865 en 1866. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie betreft circa 18.306 m2. De onderzoekslocatie is gelegen op het voormalig terrein van de schoenenfabrikant J.A. Ligtenberg en is sinds circa 1900 in gebruik als bedrijfsterrein. De aanwezige bebouwing bestaat uit verschillende bedrijfsgebouwen en woningen uit de periode 1881-1992. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2. Historische gegevens en locatiebezoek De historische gegevens zijn beschreven in bijlage 8 ‘Resultaten historisch onderzoek en onderzoeksopzet met diverse onderzoeken, t.b.v. risico-inventarisatie, herontwikkeling JALlocatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen - onderdeel bodem, Projectnummer Verhoeven Milieutechniek B.V. : B17.6702, mei 2017’. Gezien de ouderdom van de diverse onderzoeken en de onduidelijkheden ten aanzien van mogelijke verontreinigingen is de gehele locatie verdacht op het voorkomen van verontreinigingen in de boven-, ondergrond en/of het grondwater. Op basis van de bekende gegevens uit het vooronderzoek dient rekening te worden gehouden met de volgende zaken: Huidige bebouwing met goede vloeistofkerende betonvloer; Voormalige schoenfabriek (St.
Josephstraat 39-53); Monumentale fabriekshal (St. Josephstraat 39); Niet onderzochte opslag olie achter fabriekshal; Voldoende onderzochte voormalige kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53a en b: Voormalige (inpandige) autoherstelbedrijf met voormalige ondergrondse tanks (1 inpandig, 1 uitpandig), wasplaats (zowel inpandig als uitpandig), olievetafscheider (uitpandig) spuitcabines, en verfaanmaak en opslag; Onvoldoende onderzochte voormalige kleinschalige bodembedreigende activiteiten St. Josephstraat 53c: (inpandige) werkplaats, voormalige plaatwerkerij, spuitcabines, stookinstallatie en verfkluis (eindsituatie); Voldoende onderzochte voormalige ondergrondse tank nabij woning (St. Josephstraat 41); Niet onderzochte grondwal, oostelijke en westelijk perceelsgrens; Asfaltverharding (voetpad) westelijke perceelsgrens; Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c. Op basis van de bovenstaande gegevens is een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 noodzakelijk conform de verdachte heterogene strategie. In verband met de voormalige activiteiten (schoenfabriek, plaatwerkerij en verfopslag) zijn aanvullende werkzaamheden uitgevoerd (extra NEN-analyses, analyses op vluchtige verbindingen zoals VOCl en BTEXN etc.).
Tevens is een verkennend onderzoek naar asbest opgenomen conform de NEN 5707, waarbij uit is gegaan van de verdachte strategie in verband met de aanwezigheid van een asbestverdacht dak zonder goten (afspoeling) en de mogelijk aanwezige puinverharding. Met het plaatsen van de boringen en proefgaten is rekening gehouden met bovengenoemde aandachtspunten. Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
9
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Uit de grondwaterkaart van Nederland blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een deklaag aanwezig is welke voornamelijk uit matig fijne zanden bestaat [6]. Stratigrafisch gezien behoren deze afzettingen tot de Nuenengroep. De dikte van de deklaag bedraagt circa 5 meter. Onder de deklaag bevindt zich het eerste watervoerend pakket. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit matig fijne tot uiterst grove grindrijke, of humeuze zanden. Het eerste watervoerend pakket bestaat uit de formaties van Veghel en Sterksel. De dikte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 30 meter. Onder het eerste watervoerend pakket bevindt zich een eerste scheidende laag bestaande uit de formaties van Kedichem en Tegelen. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit leem en fijn zand. De dikte van de eerste scheidende laag bedraagt circa 50 meter. 4.2. Geohydrologie De grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerend pakket is globaal noordelijkgericht. Het freatisch grondwater stroomt vermoedelijk over het algemeen in noordwestelijke richting. De locatie is voor zover bekend niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt voor de algemene kwaliteit uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van verontreinigingen met diverse parameters (zware metalen waaronder arseen en chroom in verband met voormalig schoenfabriek, plaatwerkerij en verfopslag, vluchtige verbindingen zoals VOCl en BTEXN in verband met voormalige autoherstelbedrijven met wasplaatsen en olie-vetafscheider, asbest en teerhoudend asfalt).
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
10
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1. Verkennend en eindsituatie bodemonderzoek Voor de algehele bodemkwaliteit (1,0 hectare) is een onderzoeksopzet opgesteld conform de NEN 5740:2009/A1:2016 voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) gecombineerd met de CROW 210 ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’ voor de aanwezige asfaltverharding (voetpad) op de westelijke perceelsgrens. Voorgesteld is om alle boringen minimaal door te zetten tot 1,0 m-mv. Ons inziens is deze onderzoeksstrategie ‘heterogeen verdacht’ het meest voor de hand liggend in verband met de aanwezigheid van de locatie op een industrieterrein, diverse kleinschalige bodembedreigende activiteiten en de inpandige en uitpandig aanwezige beton- en asfaltverharding. Inpandig worden geen boringen geplaatst in verband met de vloeistofkerende betonvloeren, die voorlopig intact dienen te blijven. Wel worden aanvullende werkzaamheden uitgevoerd in verband met de voormalige inpandige kleinschalige activiteiten (verfkluis en spuitcabine, spuit-/dompelinrichting en opslag olie/verf. Tevens wordt hierbij onderscheidt gemaakt tussen de voormalige activiteiten ter plaatse van de St. Josephstraat 53a-b en nr. 53c, waarbij St.
Josephstraat 53c als aparte deellocatie wordt beschouwd in verband met het ontbreken van een eindsituatie onderzoek. Voor de in het verleden voldoende onderzochte activiteiten ter plaatse van St. Josephstraat 53a-b zullen deze worden meegenomen voor het onderzoek naar het gehele erf. Hierbij wordt wel rekening gehouden met aanvullende analyses naar vluchtige verbindingen, aangezien hier in het verleden geen aandacht aan was besteed. Daarnaast wordt bij de situering van de boringen en peilbuizen rekening gehouden met deze activiteiten. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een bestaande peilbuis. Ten behoeve van de grondwallen op de locatie wordt voorgesteld hier de boringen tot minimaal 3,0 m-mv te plaatsen in verband met de hoogte van grondwal (minimaal 2 meter). 6.2. Verkennend onderzoek naar asbest De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar asbest is afgeleid van de NEN 5707:2015/C1:2016 onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE, maximaal 1 hectare). Ter plaatse van de kippenhok is geen goede afwatering aanwezig, waardoor mogelijk asbesthoudend regenwater (‘asbest-regenwater’) op het maaiveld terecht is gekomen. Ter plaatse van deze locatie is de toplaag (bovenste 10 cm) verdacht op het voorkomen van (respirabele) vezels.
Derhalve is voorgesteld hier conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP < 10 m2), één extra proefgat zo dicht mogelijk tegen de schuur te plaatsen, waar de kans van afspoeling van het dak het grootst is, Conform de normen dienen middels een schop proefgaten van 0,3 m x 0,3 m tot in de ongeroerde grond te worden gegraven. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Voorgesteld is om tevens een afzonderlijk mengmonster ter plaatse van de kippenhok, met asbesthoudend dak zonder dakgoot, van de meest verdachte laag (10 cm) op een kwalitatieve/kwantitatieve asbestanalyse (0,5 < f < 20 mm). Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
11
6.3.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 3.2), protocol 2002 (versie 4): het nemen van grondwatermonsters. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn, afgezien van de maaiveldinspectie, eveneens uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen, BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 3.2). De peilbuizen zijn na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en kernboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
14 en 15 juni 2017
Verhoeven Milieutechniek B.V.
23 juni 2017
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer H.C.J. Langeveld De heer H.C.J. Langeveld De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 3.2) 2018 (v. 3.2) 2002 (v. 4)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
12 Verkennend en eindsituatie bodemonderzoek Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn in totaal 38 boringen (B100 t/m B137) geplaatst. Enkele boringen (B105 en B126) zijn gestaakt in verband met de te droge samenstelling van de bodem, waardoor het opgeboorde materiaal uit de grondboor terug het boorgat inviel voordat het bemonsterd kon worden. Aangezien alle boringen zijn geplaatst tot de minimale diepte zoals vastgesteld conform de NEN-normen, is ons inziens de representativiteit niet in gedrang gekomen. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie
Boring tot circa 1,0 m-mv
Boring tot circa 2,0 m-mv
Boring tot circa 3,0 m-mv
Onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c) Niet onderzochte ophoging (houtwal) en asfaltverharding Overige niet onderzochte algemene kwaliteit erf conform VED-HE-NL <1 hectare incl. voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (St. Josephstraat 53a-b)
B116, B117, B118, B119, B121
B122
-
B126*
-
B100, B102, B106, B107, B111, B112, B113, B115, B123, B125, B130, B131, B132, B133, B136, B137
B101, B108, B109, B114, B134, B135
*
Asfaltboring tot circa 1,0 m-mv -
(bestaande) peilbuis (filterstelling m-mv)
B104, B127, B128, B129
B103, B105*
-
-
-
PB110 (3,5-4,5) PB124 (3,5-4,5) Bestaande peilbuis 9 (??)
PB120 (3,5-4,5)
Gestaakt
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB110, PB20 en PB124 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 23 juni bemonsterd. Tevens is de nog aanwezige peilbuis 9 van voorgaand onderzoek, nabij de voormalige brandstofpomp, tank en wasplaats ter plaatse van de St. Josephstraat 53a-b, op 23 juni bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld is bepaald. Asfalt Om indicatief de teerhoudendheid van de asfaltverharding te bepalen zijn de asfaltkernen van boringen B103 en B105 geselecteerd voor een onderzoek naar de constructieopbouw (laagdikte) en een PAK-detector onderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
13 Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest dient op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie bedekt is met bebouwing en vegetatie (totaal circa 95 %). Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen bij de boringen van het verkennend onderzoek zijn in totaal 18 proefgaten (B101, ASB102, B105, B109, B111, B112, B113, B114 en B117) met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Ter plaatse van de kippenhok met een asbestverdachte dakbedekking, waar echter geen goede afwatering aanwezig is, is een proefgat gegraven (B114) met een afmeting van 1,0 m x 1,0 m van de toplaag (bovenste 10 cm). Hieronder is het proefgat met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn de proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen).
In het veld zijn op basis van de zintuiglijke waarnemingen 6 mengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde mengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen is in tabel 6.3 weergegeven. Tabel 6.3: samengestelde mengmonsters t.b.v. indicatief onderzoek naar asbest Mengmonster (samenstelling)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Totaal bijmengingen
Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c. conform VEP <10 m2 MMASB01 0,00-0,10 Zand (B114) Overig terrein conform VED-HE<1 ha MMASB02 0,20-0,60 Grind Sterk sintelhoudend, sterk grindhoudend, zwak 50 % (B109, B130, B132) slakhoudend MMASB03 0,00-0,80 Zand Zwak puinhoudend 4% (B101, B123) MMASB04 0,10-0,50 Zand Zwak baksteenhoudend 4% (B107) MMASB05 0,10-0,50 Zand Sporen baksteen <1% (B108, B110) MMASB06 0,10-0,50 Zand Sporen baksteen <1% (B125, B134, B135) Toelichting bij de tabel: + Betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) Resten/sporen <1% Zwak ≥1<5% Sterk ≥ 10 < 20 % Volledig ≥ 50 %
De verdachte asbestmengmonsters MMASB01 t/m MMASB06 zijn geanalyseerd op een kwalitatieve / kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 20 mm) conform NEN 5898:2015. Een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen is in tabel 8.1 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen en proefgaten is opgenomen in bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
14
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond & grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [7]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [8] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
15
7.3. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien uit vooronderzoek blijkt dat mogelijk respirabele vezels aanwezig zijn (bijvoorbeeld onder verweerde asbesthoudende dakbedekkingen, zonder dakgoot), wordt in de NEN 5707 geadviseerd, direct een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren. Dit gebeurt middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen in de fractie > 4 mm, wordt in de NEN 5707/NEN 5897 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s.
(niet-hechtgeboden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [8] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
16
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde van de verharding over het algemeen uit zeer fijn, zwak siltig zand tot de maximaal geboorde diepte van circa 5,0 m-mv hoofdzakelijk uit matig siltig, zwak humeuze klei. De boringen B105 en B126 zijn gestaakt op circa 1,5 m-mv in verband met de te droge samenstelling van de bodem, waardoor het opgeboorde materiaal uit de grondboor terug het boorgat inviel voordat het bemonsterd kon worden. Zintuiglijk zijn diverse bijmengingen waargenomen. In onderstaande tabel 8.1 is een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring Boring
Proefgat
B100 B101 B103 B105* B107 B108
Nee Ja Nee Nee Ja Ja
Diepte boring (m -mv) 1,20 1,80 1,00 1,50 1,00 2,00
B109
Ja
2,00
Traject (m -mv) 0,10 - 0,70 0,30 - 0,80 0,10 - 0,25 0,14 - 0,25 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,10 - 0,20 0,20 - 0,30
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand + + Zand Zand Zand Zand Zand + Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand + +
zwak puinhoudend zwak puinhoudend (gebonden) stabilisatie (gebonden) stabilisatie zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen, sporen kolen sterk sintelhoudend, sterk grindhoudend, sterk zandhoudend, zwak slakhoudend brokken slakken sporen puin zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen kolen zwak puinhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend sterk sintelhoudend, sterk zandhoudend, zwak slakhoudend, sterk grindhoudend sterk sintelhoudend, sterk zandhoudend, sterk grindhoudend, zwak slakhoudend leerlaag sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen grind
PB110
Ja
5,00
B122 B123 B125 B126* B130
Nee Ja Ja Nee Ja
2,00 1,00 1,00 1,51 1,00
0,30 - 0,40 0,40 - 0,70 0,70 - 1,00 1,00 - 1,50 0,10 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 1,00 0,00 - 0,60 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 0,20 - 0,50
B132
Ja
1,20
0,40 - 0,60
0,60 - 0,62 + B133 Nee 1,50 0,10 - 1,00 Zand B134 Ja 2,00 0,10 - 1,00 Zand B135 Ja 2,00 0,10 - 0,50 Zand B136 Nee 1,50 0,10 - 1,00 Zand B137 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Zand Toelichting bij de tabel + Betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) Sporen <1% Zwak/brokken ≥1<5% Sterk ≥ 10 < 20 % Volledig ≥ 50 % * Gestaakt
In de overige boringen zijn geen zintuiglijk geen waarnemingen gedaan, die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
17
8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en resultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van ALcontrol te Rotterdam (grond, grondwater, asfalt en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek zijn de in tabel 8.2 weergegeven grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. Op basis van tussentijdse resultaten is een aanvullend analytisch onderzoek uitgevoerd naar PAK. Tabel 8.2: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Traject Boring / peilbuis Analysepakket Resultaten monster (m -mv) (traject in m-mv) > AW < I >I Onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St.
Josephstraat 53c) M101 Ondergrond, zand 0,80 - 1,00 B119 (0,80 - 1,00) VOCL+BTEXN Zintuiglijk: (steekbus) en H M102 Ondergrond, zand 0,80 - 1,00 PB120 (0,80 - 1,00) VOCL+BTEXN Zintuiglijk: (steekbus) en H M103 Ondergrond, zand 2,80 - 3,00 PB120 (2,80 - 3,00) VOCL+BTEXN Zintuiglijk: (steekbus) en H M104 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B122 (0,00 - 0,50) NEN, As, Cr, PAK*, Cu, Pb, Zintuiglijk: sporen kolen L en H Zn MM105 Bovengrond, zand 0,10 - 0,60 B117 (0,10 - 0,40) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: B119 (0,10 - 0,50) L en H B121 (0,10 - 0,60) PB120 (0,10 - 0,60) MM106 Ondergrond, zand 0,70 - 2,50 B118 (0,70 - 1,00) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: B122 (1,00 - 1,50) L en H PB120 (1,50 - 2,00) PB120 (2,00 - 2,50) Overige niet onderzochte algemene kwaliteit erf conform VED-HE-NL <1 hectare incl. voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (St.
Josephstraat 53a-b), niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding M107 Bovengrond, zand 0,10 - 0,50 B107 (0,10 - 0,50) NEN, As, Cr, Zintuiglijk: zwak L en H baksteenhoudend M108 Ondergrond, zand 0,80 - 1,00 B108 (0,80 - 1,00) VOCL+BTEXN Zintuiglijk: sporen baksteen en H M109 Ondergrond, zand 0,70 - 0,90 B109 (0,70 - 0,90) VOCL+BTEXN Zintuiglijk: sporen baksteen en H M110 Ondergrond, zand 0,80 - 1,00 PB110 (0,80 - 1,00) VOCL+BTEXN Ethylbenzeen Tri Zintuiglijk: sporen baksteen en H MM111 Bovengrond, zand 0,00 - 0,80 B100 (0,10 - 0,40) NEN, As, Cr, Zn, PAK Zintuiglijk: zwak puinhoudend B101 (0,30 - 0,80) L en H B123 (0,00 - 0,50) MM112 Bovengrond, zand 0,10 - 0,60 B108 (0,10 - 0,50) NEN, As, Cr, Zn Zintuiglijk: sporen baskteen B125 (0,10 - 0,50) L en H B133 (0,10 - 0,60) B135 (0,10 - 0,50) MM113 Ondergrond, zand 0,50 - 1,50 B108 (1,00 - 1,50) NEN, As, Cr, Cr, Cu, Pb, Zn, Zintuiglijk: sporen baksteen B134 (0,60 - 1,00) L en H PAK B136 (0,60 - 1,00) PB110 (0,50 - 0,80) M114 Bovengrond, zand 0,10 - 0,20 B109 (0,10 - 0,20) NEN, As, Cr, PAK, PCB Zintuiglijk: sporen baksteen, L en H sporen kolen M115 Bovengrond, zand 0,30 - 0,40 B109 (0,30 - 0,40) NEN, As, Cr, L Cu, Pb, Zn Zintuiglijk: brokken slakken en H Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
18 MengOmschrijving monster M116 Ondergrond, zand Zintuiglijk: sporen puin MM117 Ondergrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend MM118 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
Traject (m -mv) 0,40 - 0,70
Boring / peilbuis (traject in m-mv) B109 (0,40 - 0,70)
0,50 - 1,00
B109 (0,90 - 1,00) B126 (0,50 - 1,00)
Analysepakket NEN, As, Cr, L en H NEN, As, Cr, L en H
Resultaten > AW < I >I PAK
0,00 - 0,60
B103 (0,25 - 0,60) NEN, As, Cr, L B105 (0,25 - 0,60) en H B112 (0,10 - 0,50) B114 (0,00 - 0,50) MM119 Bovengrond, zand 0,00 - 0,50 B104 (0,00 - 0,20) NEN, As, Cr, L Cu, Pb, Zn Zintuiglijk: B126 (0,00 - 0,50) en H B128 (0,00 - 0,50) B129 (0,00 - 0,50) MM120 Ondergrond, zand 0,50 - 1,30 B101 (0,80 - 1,30) NEN, As, Cr, L Zintuiglijk: B123 (0,50 - 1,00) en H B130 (0,50 - 1,00) B132 (0,62 - 1,20) MM121 Ondergrond, zand 0,50 - 2,00 B126 (1,00 - 1,50) NEN, As, Cr, L Zintuiglijk: B127 (1,00 - 1,50) en H B129 (1,50 - 2,00) PB124 (0,50 - 1,00) Aanvullend analytisch onderzoek - onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c) M122 Ondergrond, zand 0,50 - 1,00 B122 PAK, L en H Zintuiglijk: -
-
-
-
-
-
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (GC); As Arseen; Cr Chroom; VOCL Vluchtige chloorkoolwaterstoffen; BTEXN Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); TRI Trichlooretheen; L en H Lutum en organische stof (humus); Niets aangetroffen/waargenomen; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * De gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de index van 0,5.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m -mv) (m -mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I Onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c) PB120 3,50 - 4,50 3,90 6,8 365 4,89 NEN, As, Cr Ba, Cd, Zn Overig terrein 9(peilbuis 2,85 6,6 306 NEN, As, Cr voorgaand onderzoek PB110 3,50 - 4,50 3,85 6,8 422 4,56 NEN, As, Cr Naftaleen PB124 3,50 - 4,50 3,98 6,4 369 7,99 NEN, As, Cr Ba, Cd, Zn Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen [VOCl] en minerale olie [MO]; As Arseen; Cr Chroom; Niets aangetroffen/gemeten; S Streefwaarde; I Interventiewaarde.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
19 Asfalt De asfaltkernen van boringen B103 en B105 zijn geselecteerd voor een indicatief onderzoek naar de constructieopbouw (laagdikte) en een PAK-detector onderzoek. Uit het constructie onderzoek blijkt dat de kernen bestaan uit 5 lagen, waaronder een funderingslaag bestaande uit gebonden slakken. Geen van de lagen geeft een verkleuring tijdens het PAK-detector onderzoek. De laboratorium resultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Asfaltkernen met constructie en analyseresultaten PAK-detector Asfaltkern ASF103
Boring B103
ASF105
B105
Traject (mm-mv) 0-12 12-28 28-65 65-78 78-237 0-13 13-34 34-89 89-135 135-183
Constructie DAB 0-61 DAB 0-62 GAB 0-11 Penetratielaag Fundering DAB 0-61 DAB 0-62 GAB 0-11 GAB 0-11 Fundering
PAK-detector -
Toelichting bij de tabel: DAB Dicht Asfaltbeton; GAB Grind Asfaltbeton; 0-11 Diameter in millimeters van toegevoegd grind; 1 Samenstelling 1; 2 Samenstelling 2; geen verkleuring asfaltkern m.b.v. PAK-detector (PAK< 250 mg/kg ds).
Verkennend onderzoek naar asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen van bodemvreemde materialen aangetroffen. Visueel (> 20 mm) zijn in proefgaten geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. In het laboratorium is echter wel asbestverdacht materiaal (fractie < 20 mm) aangetoond in mengmonster MMASB04 (proefgat B107). De analyseresultaten voor asbest zijn getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. De interventiewaarde voor asbest bedraagt 100 mg/kg d.s. en betreft een gewogen norm. Daarbij wordt de serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal 6 asbestmengmonsters (< 20 mm) samengesteld. De samenstelling van de onderzochte mengmonsters en de bijbehorende analyses zijn in de tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling mengmonsters asbest Monstercode
Samenstelling
Traject Zintuiglijk Soort Analysepakket (m -mv) Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c. conform VEP <10 m2 MMASB01 B114 0,30-1,00 Zand Asbest in grond (>10 kg)1 Overig terrein conform VED-HE<1 ha MMASB02 B109, B130, 0,50-1,50 Sterk sintelhoudend, sterk Grind Asbest in grond (>10 kg)1 B132 grindhoudend, zwak slakhoudend MMASB03 B101, B123 0,30-1,00 Zwak puinhoudend Zand Asbest in grond (>10 kg)1 MMASB04
B107
MMASB05 MMASB06
0,10-0,50
Zwak baksteenhoudend
Zand
B108, B110 0,50-1,50 Sporen baksteen Zand B125, B134, 0,50-1,50 Sporen baksteen Zand B135 Toelichting bij de tabel: + Betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) Resten/sporen <1% Zwak: ≥1<5% Sterk ≥ 10 < 20 % Volledig: ≥ 50 % niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm. Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
Asbest in grond (>10 kg)1 Asbest in grond (>10 kg)1 Asbest in grond (>10 kg)1
20 Opgemerkt wordt dat mengmonster MMASB02 op basis van de samenstelling van het materiaal (sterk sintelhoudend en zwak slakhoudend grind), na zeven, door het lab is aangemerkt voor analyse asbest in grond, ondanks dat het formeel geen bodem betreft. De resultaten van de geanalyseerde asbestverdachte grond- en puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Asbestverdachte monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monster Proefgaten Soort HechtType* Gemeten <20 mm Totaal gewogen <20 mm code gebonden (mg/kg d.s.) (mg/kg d.s.) Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St. Josephstraat 53c. conform VEP <10 m2 MMASB01 B114 <1 <1 Overig terrein conform VED-HE<1 ha MMASB02 B109, <0,7 <0,7 B130, B132 MMASB03 B101, B123 <0,7 <0,7 MMASB04 B107 Plaat Ja Chrysotiel 2,1 2,1 MMASB05 B108, B110 <0,7 <0,7 MMASB06 B125, <0,6 <0,6 B134, B135 Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Aan de hand van analyseresultaten in de tabel 8.6 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, massa van de fractie > 20 mm) is indicatief de totale asbestconcentratie in proefgat B107 berekend. In de overige proefgaten zijn geen asbesthoudende materialen in zowel de fractie > 20 mm als in de fractie < 20 mm aangetroffen. Voor deze gaten is geen totaal gehalte berekend, maar wordt dit gelijk gesteld aan de weergegeven gehalten van MMASB01, MMASB02, MMASB03, MMASB05 en MMASB06 in tabel 8.6. De complete berekeningen zijn opgenomen in bijlage 6 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Totale asbestconcentratie Proefgat Gewogen asbestconcentratie (traject in m-mv) fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) B107 (0,1-0,5) Toelichting bij de tabel: niets aangetroffen/gemeten.
Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) 2,0
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 2,0
21
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Verkennend bodemonderzoek Onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (Vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c) Grond In de ongeroerde steekbusmonsters (M101, M102 en M103, zand) bij boringen B119 (0,8-1,0 mmv) en B120 (0,8-1,0 en 2,8-3,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aan vluchtige verbindingen (VOCl en BTEXN) aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het puntmonster van de sporen kolenhoudende bovengrond bij boring B122 (M104, zand) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK, koper, lood en zink aangetoond, waarbij het gehalte voor PAK de index van 0,5 overschrijdt. De overige onderzochte paramaters zijn niet aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone bovengrond (MM105, zand; 0,1-0,6 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM106, zand; 0,7-2,5 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Uit aanvullend analytisch onderzoek is gebleken dat in zintuiglijk schone grondlaag onder de sporen kolenhoudende bovengrond ter plaatse van boring B122 (M122) geen verhoogd gehalte voor PAK is aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB120, nabij het onvoldoende onderzochte voormalig autoherstelbedrijf met spuitcabines (vastleggen eindsituatie St. Josephstraat 53c), zijn licht verhoogde gehalten voor barium, cadmium en zink aangetoond. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Overige niet onderzochte algemene kwaliteit erf incl. voormalige reeds onderzochte verdachte activiteiten (St. Josephstraat 53a-b), niet onderzochte ophoging (houtwal) en grond onder asfaltverharding Grond In het puntmonster van de zwak baksteenhoudende bovengrond bij boring B107 (M107, zand; 0,1-0,5 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het ongeroerde steekbusmonster van de sporen baksteenhoudende ondergrond bij boring B108 (M108, zand; 0,8-1,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte vluchtige parameters (VOCl en BTEXN) ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
In het ongeroerde steekbusmonster van de sporen baksteenhoudende ondergrond bij boring B109 (M109, zand; 0,7-0,9 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte vluchtige parameters (VOCl en BTEXN) ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
22 In het ongeroerde steekbusmonster van de sporen baksteenhoudende ondergrond bij boring B110 (M110, zand; 0,8-1,0 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte voor trichlooretheen aangetoond. Tevens is een licht verhoogd gehalte voor ethylbenzeen aangetoond. De overige onderzochte vluchtige parameters (VOCl en BTEXN) zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zwak puinhoudende bovengrond bij boringen B100, B101 en B123 (MM111, zand; 0,0-0,8 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor zink en PAK aangetoond. De overige onderzochte paramaters zijn niet aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de sporen baksteenhoudende bovengrond (MM112, zand; 0,1-0,6 m-mv) is een licht verhoogd gehalte voor zink aangetoond. De overige onderzochte paramaters zijn niet aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de sporen baksteenhoudende ondergrond (MM113, zand; 0,5-1,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor chroom, koper, lood, zink en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het puntmonster van de bovengrond met sporen baksteen en sporen kolen ter plaatse van boring B109 (M114, zand; 0,1-0,2 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten voor PAK en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Het puntmonster van de bovengrond met brokken zand ter plaatse van boring B109 (M115, zand; 0,3-0,4 m-mv) bevat licht verhoogde gehalten aan koper, lood en zink. De overige onderzochte paramaters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het puntmonster van de grond met sporen puin ter plaats van boring B109 (M116, zand; 0,4-0,7 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zwak baksteenhoudende ondergrond bij boringen B109 en B126 (MM117, zand; 0,5-1,0 m-mv) is een licht verhoogde gehalte voor PAK aangetoond. De overige onderzochte paramaters zijn niet aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarden. In het zintuiglijk schone mengmonster van de bovengrond (MM118, zand; 0,0-0,6 m-mv) zijn de onderzochte parameters niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Mengmonster MM119 van de zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van de grondwal (ophoging) bevat licht verhoogde gehalten aan koper, lood en zink. De overige onderzochte paramaters zijn niet aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarden.
In de mengmonsters van de zintuiglijk schone zandige ondergrond (MM120; 0,5-1,3 m-mv en MM121; 0,5-2,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaaarden.
Diverse (bodem)onderzoeken, herontwikkeling JAL-locatie, St. Josephstraat 39 e.o. te Dongen Rapportnr.: B17.6702 versie: 1.0 datum: 14 juli 2017
23 Grondwater In het grondwatermonster uit de bestaande peilbuis (peilbuis 9 voorgaand onderzoek) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis PB110 is een licht verhoogd gehalte voor naftaleen aangetoond. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis PB124 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, cadmium en zink aangetoond. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asfalt (voetpad) op de westelijke perceelsgrens Op basis van de indicatieve PAK-marker test, waarbij geen verkleuring is opgetreden, kan niet zonder meer worden gesteld dat het asfalt teervrij is. Het kan een gehalte voor PAK onder de 250 mg/kg d.s., maar boven de hergebruiksgrens van 75 mg/kg d.s. hebben. Aangezien de asfaltverharding intact blijft, wordt aanvullend analytisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Verkennend onderzoek naar asbest Kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering In het mengmonster van de zintuiglijk schone contactlaag (0,0-0,1 mv) bij het kippenhok met asbesthoudend dak zonder goede afwatering ten westen van St.