CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl4 24-03 Memo advies over beleidskader agrarische windturbines Dongen

Besluitvormende raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-03 Beleidskader Agrarische Windturbines3.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Titel

Advies beleidskader agrarische windturbines Dongen

Datum Auteur

08-08-2023 Daan Booij, Harm Ligtenberg, Wouter Verweij

Inleiding Tijdens de voorbereiding van de Omgevingsvisie Dongen, die op 25 mei 2023 is vastgesteld, is gebleken dat er behoefte bestaat aan een helder afwegingskader voor kleine windturbines. Deze windturbines passen in het ruimtelijk beleid van de gemeente. Er is tevens vraag naar beleid voor kleine windturbines vanuit de agrarische sector. De gemeente Dongen heeft daarom een beleidskader agrarische windturbines voorbereid en daarover vooroverleg gevoerd. Vervolgens heeft het concept beleidskader van 4 mei tot 1 juni 2023 ter inzage gelegen. Bij verwerking van de overlegreacties en zienswijzen stuitte het college van b en w op enkele vragen waarvoor specialistische kennis nodig is van windturbines. Voor de beantwoording van deze vragen heeft gemeente Dongen Bosch & van Rijn om advies gevraagd. Dat advies is verwerkt in voorliggend memo. Figuur 1

Overzicht van bouwvlakken binnen bestemmingen ‘agrarisch’ en ‘agrarisch met waarden’

Onderzoeksvragen Uit het vooroverleg en de ontvangen zienswijzen is ten eerste gebleken dat vraagtekens worden gezet bij de economische uitvoerbaarheid van windturbines met een tiphoogte van 25 meter. In voorliggend memo wordt de functie van agrarische windturbines in het energiesysteem beschreven en wordt geschetst welke factoren van invloed zijn op de businesscase. Een tweede hoofdvraag die moet worden beantwoord betreft de vraag welke ruimte de gemeente heeft om een lokale geluidnorm op te nemen in het beleidskader, welke grenswaarde daarbij moet worden gesteld en wat de samenhang is met de minimumafstanden die eveneens zijn opgenomen in het beleidskader. Voor beantwoording van die vraag is het juridisch kader geschetst, zijn geluidberekeningen uitgevoerd en wordt ingegaan op de samenhang tussen minimumafstanden en geluidniveaus.

Businesscase van agrarische windturbines met een tiphoogte van 25 meter Er zijn meerdere opties voor windturbines met een tiphoogte tot en met 25 meter. De meest voorkomende types zijn de EAZ 13.2, de Solid Wind Power (SWP) 25kW en de Wind Energy Solutions (WES) 20. Figuur 3 en Tabel 1 geven de turbines weer en tonen een overzicht van de belangrijkste kentallen per windturbinetype. Agrarische windturbines worden niet uitgevoerd als energieproject zoals moderne, grote windturbines. De functie van agrarische windturbines is dat ze als bron achter een bestaande aansluiting worden geplaatst zodat de hoeveelheid af te nemen stroom substantieel wordt teruggebracht. De opgewekte stroom wordt direct op locatie gebruikt. Met een optimale combinatie van een agrarische windturbine en een aantal pv-panelen, afgestemd op het elektriciteitsverbruik, wordt gestreefd naar een situatie waarbij jaarrond zoveel mogelijk stroom wordt gebruikt en zo min mogelijk stroom het erf verlaat. Een overschot aan energie wordt terug geleverd op een bestaande aansluiting. Daarom is er voor agrarische windturbines geen nieuwe netaansluiting vereist. Het feit dat dergelijke turbines door heel Nederland zijn gebouwd toont aan dat er kennelijk voldoende rendement is om deze installaties te plaatsen.

De businesscase wordt voornamelijk bepaald door het verbruiks- en leveringstarief van de afnemer en in mindere mate door subsidiemogelijkheden en het windaanbod op locatie. Dit alles onder de voorwaarde dat het vermogen van de installaties (zon en wind) optimaal wordt afgestemd op het elektriciteitsverbruik. Windaanbod Leveranciers van agrarische windturbines geven geen garantie op de opbrengst. De opbrengst van een agrarische windturbines op een specifieke locatie kan afwijken van de door de fabrikant aangeleverde indicatieve waardes. Dit is voornamelijk het gevolg van variaties in de jaargemiddelde windsnelheid en de invloed van objecten in de directe omgeving van de windturbine. Een grote stal of een rij bomen heeft een negatief effect op de windsnelheid, hetgeen van invloed is op de opbrengst. Om de opbrengst van een windturbine nauwkeurig te voorspellen zou gedurende langere tijd een windmeting moeten plaatsvinden. Dat is echter veel te kostbaar voor een kleine windturbine en wordt daarom ook afgeraden. Op basis van Pagina 2 van 12

algemene gegevens over het windaanbod op 10 meter hoogte kan voor elk project een inschatting worden gemaakt van de energieopbrengst. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van algemeen beschikbare meteogegevens, zoals weergegeven in figuur 2. Figuur 2

Jaargemiddelde windsnelheid op 10 meter hoogte. In Dongen is het aanbod ongeveer 4 m/s. (bron: KNMI)

1

1

KNMI - Klimaatviewer Pagina 3 van 12

Figuur 3

Windturbines van links naar rechts (EAZ 13.2, SWP 25, WES20)

Tabel 1

Gegevens per windturbinetype zoals de fabrikant die presenteert.

EAZ 13.22 3 46

SWP 253 3 60

WES 204 2 124

Rotordiameter (m)

13.2

14

20

Ashoogte (m)

15

18

15

Rotor oppervlak (m2)

137

201

314

Geluidsniveau5

39 dB (A) op 60m

Geen concrete waarde genoemd

Prijsindicatie6

€ 52.000

€ 86.500

45 dB(A) op 100m bij windsnelheid van 8 m/s € 174.000

Aantal bladen Opbrengst (MWh/jaar) bij jaargemiddelde windsnelheid van 5 m/s

Subsidieregeling Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) Tot en met 31 december 2023 is een subsidieregeling opengesteld voor kleine windturbines. De ISDE subsidieregeling heeft een looptijd tot 2030. Jaarlijks kunnen echter wijzigingen worden doorgevoerd in budget en te subsidiëren technieken. Het is daarom niet zeker dat agrarische windturbines ook na 2023 in aanmerking komen voor ISDE subsidie. De maximale subsidie voor kleinschalige windturbines in 2023 is € 66,- per m2 rotoroppervlak. Om in aanmerking te komen voor deze subsidie moet aan enkele voorwaarden worden voldaan7.

2

Onze windmolen | EAZ wind SWP-25kW | Solid wind power (solid-group.dk) 4 WES 50 - WES, Wind Energy Solutions 5 Volgens opgave fabrikant 6 537699 (wur.nl) 7 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/zakelijke-gebruikers/kleinschalige-wind turbine Pagina 4 van 12 3

Conclusie Of een agrarische windturbine op een bepaalde locatie leidt tot een businesscase is op voorhand niet te zeggen. Dat is afhankelijk van verschillende factoren waaronder het energieverbruik van de energieafnemer en het verbruiks- en leveringstarief. Het is aan initiatiefnemers om een keuze te maken voor eigen opwek met zon, wind of een combinatie van beiden. Uit de toelichting bij de ISDE regeling is niet op te maken waar het subsidiebedrag van € 66,- per m2 rotoroppervlak op is gebaseerd. Het feit dat ISDE subsidie mogelijk is, duidt erop dat ondersteuning van deze techniek wenselijk is maar er is geen verband te vinden tussen de subsidieregeling en kostprijs per KWh. Het is op voorhand dus niet mogelijk om bepaalde windturbinetypes als onrendabel of rendabel te bestempelen. Gezien de groei van het aantal agrarische windturbines in de afgelopen jaren (alleen al in de provincie Groningen staan 150 EAZ windturbines8, landelijk zijn er volgens opgave van EAZ circa 800 geïnstalleerd), kan worden aangenomen dat windturbines van dit formaat in heel Nederland rendabel zijn. Als er al sprake is van een concentratie van dergelijke windturbines in bepaalde gebieden is dat het gevolg van planologische ruimte die wordt geboden aan dergelijke installaties.

Het is aan de individuele ondernemer en de financieel adviseur om een kostenberekening te maken in de situatie met en zonder eigen opwek met behulp van agrarische windturbines.

Ontheffingsmogelijkheid maximale tiphoogte Het is niet uitgesloten dat initiatiefnemers een windturbinetype op het oog hebben die qua tiphoogte net buiten de algemeen toelaatbare tiphoogte van 25 meter valt. Zo biedt fabrikant WES modellen aan met hogere ashoogten en zijn er overige fabrikanten zoals BestWatt die verschillende typen leveren met een grotere tiphoogte dan 25 meter. Alhoewel grotere windturbines dan windturbines met een tiphoogte van 25 meter in beginsel niet toelaatbaar worden geacht, kunnen zich op een bepaalde locatie omstandigheden voordoen die ertoe leiden dat toch een windturbinetype met een hogere tiphoogte in beeld komt bij initiatiefnemers. De gemeente kan besluiten om in dergelijke gevallen te toetsen of het windturbinetype voldoet aan de uitgangspunten van het beleid en bij uitzondering ontheffing verlenen tot 33 m tiphoogte. Het is aan het college om een verzoek om ontheffing te honoreren of af te wijzen. Het college betrekt in die afweging effecten op de leefomgevingskwaliteit en landschappelijke kwaliteit. Het college heeft daarbij de mogelijkheid om advies te vragen aan een landschapsdeskundige. Totdat het beleidskader is verwerkt in het omgevingsplan onder de Omgevingswet wordt de hiervoor bedoelde ontheffing verwerkt in de ruimtelijke toestemming (de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan).

Deze ontheffing kan niet worden gecombineerd met een verzoek om afwijking van de maximale bouwhoogte onder verwijzing naar regels voor binnenplanse afwijking van hoogtematen (10% afwijking).

8

Leads voor windmolenfabrikant EAZ Wind - READAR Pagina 5 van 12

Afstandsnormen en geluidniveaus bij kleine windturbines De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 een uitspraak gedaan waardoor het Activiteitenbesluit buiten toepassing is verklaard voor windparken met meer dan 3 turbines.9 Voor windparken bestaande uit 2 windturbines en voor solitaire windturbines blijft het Activiteitenbesluit het wettelijk kader met windturbinebepalingen voor toetsing van effecten op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Met ingang van 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en bijbehorende AMvB’s en de Omgevingsregeling in werking en vormen vanaf dat moment het wettelijk kader. Wettelijk kader: Activiteitenbesluit en Wabo In de bijlage bij het Besluit Omgevingsrecht, een AMvB behorende bij de Wabo, is vermeld dat op windturbines met een rotordiameter groter dan of gelijk aan 2 m2 de milieuregels uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Het betreft categorie 20.2 in bijlage 1 bij het Besluit omgevingsrecht. De milieuregels zijn opgenomen in paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit en paragraaf 3.2.3 van de Activiteitenregeling. Uit artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit blijkt dat windturbines moeten voldoen aan een grenswaarde van 47 dB Lden. Op grond van artikel 3.14b heeft het bevoegd gezag ruimte om bij maatwerkvoorschrift normen met een lagere waarde vaststellen.

Uit artikel 13.14b en uit vaste jurisprudentie blijkt dat het bevoegd gezag die ruimte alleen heeft als sprake is van: - cumulatie van geluid als gevolg van de nabijheid van overige windturbines - stiltegebied In overige gevallen heeft het bevoegd gezag geen mogelijkheid om lagere geluidgrenswaarden te stellen. Ook onder de omgevingswet bestaat er geen ruimte voor het vaststellen van lagere waarden, anders dan onder bovengenoemde omstandigheden. In artikel 5.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn dezelfde voorwaarden opgenomen als artikel 3.14b van het Activiteitenbesluit. De grenswaarde geeft ook rechten aan exploitanten van windturbines, zij voldoen aan het Activiteitenbesluit als zij kunnen aantonen dat aan de grenswaarde van 47 dB Lden op woningen van derde wordt voldaan.

9

Toelichting uitspraak Raad van State uitbreiding windpark Delfzijl Zuid - Kenniscentrum InfoMil Pagina 6 van 12

Wettelijk kader agrarische windturbines onder de Omgevingswet Omgevingswet Definitie Windpark: samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd (bijlage Omgevingswet, onderdeel A, begrippenlijst) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Aanwijzing milieubelastende activiteit (art 3.11 Bal): - Windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m Aanwijzing vergunningplichtige activiteit voor de activiteit ‘milieu’ (art 3.13 Bal): - Windpark met 3 of meer windturbines Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl) - Omgevingsplan kan hogere of lagere waarden bevatten mar kan alleen lagere waarden bevatten als sprake is van cumulatie met geluid van andere windturbines of windparken of gelet op de bijzondere aard van het gebied. uit de toelichting blijkt dat het gaat om stiltegebieden. (art 5.47 lid 2 Bkl)

Afstandsnormen In de wetenschap dat het Activiteitenbesluit geen ruimte biedt voor het vaststellen van lagere geluidgrenswaarden kan in een beleidskader worden gekozen voor het voorschrijven van minimumafstanden tot een daarbij te bepalen categorie woningen (verspreid liggende woningen, kernen etc.). Gemeente heeft beleidsvrijheid om minimumafstanden te hanteren. Afstandsnormen in een beleidskader moeten wel worden gemotiveerd vanuit het oogpunt van hetzij bescherming van de leefomgeving hetzij landschappelijk oogpunt. Omdat het geluidniveau van een windturbine (immissieniveau), dat wordt berekend op ontvangerpunten, afneemt naarmate de afstand tot de windturbine toeneemt is sprake van een samenhang tussen afstand en geluidniveau. Met het hanteren van een afstandsnorm wordt daarom hetzelfde doel bereikt als met het vaststellen van een lokale geluidnorm voor bepaalde categorieën bebouwing. Om de samenhang tussen afstand en geluidnorm te duiden volgt onderstaand eerst een uitleg van de Lden dosismaat waarmee geluid van windturbines wordt genormeerd in het Activiteitenbesluit en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (dat nog wordt gewijzigd als de Minister nieuwe windturbinebepalingen heeft voorbereid).

Uitleg Lden geluidsnorm De Lden waarden zijn gemiddelde waarden (L voor level, den staat hierbij voor DayEvening-Night), waarbij de avond- en nachtperiode zwaarder meetellen door een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB. In de praktijk komt de 47 dB Lden norm neer op een gemiddelde geluidbelasting van 41 dB. Dat de daadwerkelijk ervaren geluidniveaus lager zijn dan het gewogen Lden-gemiddelde komt doordat de gewogen Lden-waarde strafcorrecties heeft voor geluid in de avond en nacht. Figuur 4 geeft grafisch weer dat een jaargemiddelde geluidwaarde van 46 dB Lden neerkomt op een gemiddeld geluidsniveau van 40 dB(A).

Pagina 7 van 12

Figuur 4

Berekening Lden, met het meetellen van de straffactoren in de avond en nacht.

Advies over geluidsnormen en afstandsnormen Voor agrarische windturbines geldt evenals voor moderne groter windturbines een meldingsplicht op grond van het Activiteitenbesluit. Bij de melding moet onder meer worden aangetoond dat aan de grenswaarden voor geluid uit artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Daarvoor moet een geluidberekening worden uitgevoerd met een geluidmodel en moet een rapportage worden gemaakt. Opstellen van dergelijke rapportages brengen kosten met zich mee die niet in verhouding staan tot de opbrengsten van de installatie. Voor kleine windturbines geldt dat in tegenstelling tot grote windturbines op basis van afstand een goede indicatie kan worden gegeven van het optredende geluidniveau in de omgeving van de windturbine. Het hanteren van een afstandsnorm in een beleidskader heeft twee functies: - Bieden van hogere mate van milieubescherming dan op grond van het Activiteitenbesluit kan worden gevraagd. - Toetsen van projecten aan afstandsnorm waarmee opstellen en toetsen van geluidberekeningen achterwege kan blijven Voor het uitvoeren van handhavingsmetingen moet het bevoegd gezag gebruik maken van een gespecialiseerd meetbureau. Dergelijke controlemetingen kunnen altijd plaatsvinden. De noodzaak voor metingen wordt echter verkleind als handhaving eenvoudig kan plaatsvinden op basis van veilige afstandsnormen.

Onderstaand wordt ingegaan op de vraag welke geluidniveaus optreden bij een afstandsnorm en 150 meter tot woningen van derden en 250 meter tot kernen zoals opgenomen in het concept beleidskader.

Pagina 8 van 12

Samenhang afstand en geluidniveau agrarische windturbines Figuur 5

Indicatieve geluidsbelasting kleine windturbines; afstand tot 47 dB Lden contour

Tabel 2

Geluidsniveau op 150 meter van de windturbine (dB(A) Lden)

Harde bodem (B = 0) Zachte bodem (B = 1) Tabel 3

EAZ 13.2 41 dB Lden

SWP 25 36 dB Lden

WES 20 45 dB Lden

38 dB Lden

34 d B Lden

43 dB Lden

Geluidsniveau op 250 meter van de windturbine (dB(A) Lden)

Harde bodem (B = 0) Zachte bodem (B = 1)

EAZ 13.2 35 dB Lden

SWP 25 30 dB Lden

WES 20 40 dB Lden

33 dB Lden

28 d B Lden

37 dB Lden

Uit de berekening van geluidimmissieniveaus blijkt dat de WES20, als luidste windturbine en op een harde bodem, tot een afstand van 120 meter gemiddeld over een jaar voldoet aan een waarde van circa 47 dB(A) Lden. Dit betekent dat met een afstandsnorm van 150 meter en onder alle omstandigheden en met een marge wordt voldaan aan de wettelijke geluidseis. In de praktijk wordt de bodem in het buitengebied grotendeels als zachte bodem getypeerd. Alleen bebouwing, wegen en water worden als harde bodem getypeerd. Pagina 9 van 12

Voor alle duidelijkheid: een geluidwaarde uitgedrukt in dB Lden is een rekenwaarde, een gemiddelde waarde waarbij toeslagen worden gehanteerd voor de avond en nachtperiode. Het daadwerkelijk optredende maximale momentane geluidniveau ligt lager dan de rekenwaarde, als gevolg van de straftoeslagen. Het daadwerkelijk optredende maximale geluidniveau gedurende een bepaalde periode bedraagt bij een waarde van 41 dB Lden circa 37 a 38 dB (A). Dat geluidniveau ligt onder het achtergrondgeluidniveau van 40 dB (A) LAeq dat voor het landelijk gebied in het algemeen als referentie wordt gehanteerd. Met een afstandsnorm van 150 meter sluit gemeente Dongen ook goed aan op de nieuwe, landelijke windturbinebepalingen die voor geluid mogelijk uit een nieuwe standaardwaarde van 45 dB Lden (en grenswaarde van 47 dB Lden) zal bestaan. Uit Tabel 2 volgt dat voor alle drie de windturbinetypen op 150 meter (ruimschoots) aan een mogelijke standaardwaarde van 45 dB Lden wordt voldaan. Voor woonkernen heeft gemeente Dongen een afstandsnorm van 250 meter voorgesteld. Een dergelijke aanvullende afstandsnorm heeft een functie vanuit landschappelijk oogpunt, en in mindere mate vanuit het oogpunt van milieubescherming. Geluidniveaus zijn op een dergelijke afstand afgenomen tot circa 35 dB Lden (zie tabel 3).

Omdat draaiende objecten de aandacht trekken in het landschap is het aanhouden van een afstand van 250 meter tot clusters van gevoelige objecten en dorpskernen op zijn plaats. Agrarische bedrijfswoningen Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen de afstand tot de eigen woning en de afstand tot woningen van derden. In principe wordt een bedrijfswoning, of een woning waarvoor sprake is van een functionele binding met de windturbine, niet beschermd tegen milieueffecten die samenhangen met de eigen bedrijfsvoering. Vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat10 is het wel verstandig om een ondergrens aan te houden voor de afstand tussen de agrarische windturbine en de bedrijfswoning. Het advies is om een minimumafstand van 50m tot de eigen woning toe te voegen aan het beleidskader. Slagschaduw Wanneer een afstandsnorm van 150 meter wordt aangehouden heeft een aanvullende afstandsnorm van 132 meter, waarbinnen onderzoek zou moeten plaatsvinden in verband met slagschaduw, geen nut. Deze afstand van 132 meter valt immers binnen de afstand van 150 meter die moet worden aangehouden tot woningen van derden. Volgens onze inschatting vindt buiten een afstand van 150 meter geen slagschaduw plaat waardoor deze afstandsnorm tevens bescherming biedt tegen onaanvaardbare schaduwhinder.

Opmerkingen bij procesmatige regels 4.4 Het concept beleidskader bevat een bepaling over afdracht aan een landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is naar onze mening alleen relevant voor moderne grote windturbines. Voor agrarische windturbines is bij een juiste plaatsing ten opzichte van de agrarische bedrijfsbebouwing, achter op het erf

10

Geluid en bedrijfswoningen - Kenniscentrum InfoMil Pagina 10 van 12

geen sprake van negatieve effecten op de beleving van het landschap waardoor compensatie overbodig is (ook al is het een zeer minimale afdracht die wordt gevraagd bij € 30 per KWh opgesteld vermogen) 4.5 Het is in de geest van de Omgevingswet dat initiatiefnemers wordt gevraagd verslag uit te brengen van het consulteren van omwonenden over het voornemen voor het plaatsen van een windturbine. Het is ons inziens echter niet juist om een bewijs van instemming te verplichten. Dat neigt naar ‘burenplanologie’ en dat is oneigenlijk. Het is aan het college om het algemeen belang versus het belang van de ondernemer af te wegen. Daarbij wordt informatie over de reacties van omwonenden meegewogen. 4.6 Deze bepaling kan komen te vervallen (zie wettelijk kader) 4.7 Instemming van Defensie is bij een tiphoogte van 25 meter niet noodzakelijk, deze hoogte is beneden alle hoogtebeperkingen gelegen. 4.9 De kans op aanvaringsslachtoffers is nauwelijks te voorspellen vanwege het zeer kleine rotoroppervlak op geringe hoogte. De effecten zijn eigenlijk niet te onderscheiden van effecten van aanvaring met overige bouwwerken. Geadviseerd wordt om vanuit het oogpunt van de zorgplicht bij de afweging van de locatie rekening te houden met vogels en vleermuizen (bv landschapselementen die betekenis hebben voor vleermuizen).

Enige mogelijk mitigerende maatregel is naar onze mening een verplaatsing van de positie van de windturbine.

Conclusie Een afstandsnorm voor agrarische windturbines biedt de gemeente de mogelijkheid om een hogere mate van milieubescherming te bieden dan op grond van het algemene regels uit het Activiteitenbesluit mogelijk is. Voor enkele voorkomende agrarische windturbinetype is berekend dat bij de voorgestelde minimumafstand van 150 meter tot woningen van derden en 250 meter tot clusters van woningen sprake is van een geluidniveau dat ruim beneden de huidige grenswaarde van 47 dB Lden is gelegen. Met die afstand kan eveneens (ruimschoots) worden voldaan aan een eventuele toekomstige standaardwaarde van 45 dB Lden. Met de gekozen minimumafstanden wordt vanuit het voorzorgprincipe een marge ingebouwd. De gemeente introduceert met dit beleidskader minimumafstanden waarmee het ontstaan van onaanvaardbare hinder als gevolg van geluid van agrarische windturbines wordt voorkomen. Het voordeel van het toetsen van plannen aan deze minimumafstanden is dat relatief dure berekeningen met een geluidsmodel achterwege kunnen blijven. Geadviseerd wordt om voor de volledigheid een afstandsnorm van 50 meter toe te voegen aan het beleidskader. Dat betreft een afstandsnorm die moet worden aangehouden tot de agrarische bedrijfswoning van het bedrijf waartoe tevens de agrarische windturbine behoort. selecteren voorbij deze lijn, tekst verwijderen voor verzending----Pagina 11 van 12

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel:

030 - 677 64 66

Mail: info@boschenvanrijn.nl Web: www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2023 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13606835/2