CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl3- 25-65 Advies Participatieraad

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-65 Visie Sociale Basis 20251.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesraad Participatiewet Secretariaat: adviesraad.pwet@gmail.com Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dongen t.a.v. de heer A. Timm i.a.a. de griffie van de gemeenteraad Dongen, 10 september 2025 betreft advies inzake: Visie Sociale Basis, december 2025

Geacht college, Op 19 augustus ontvingen wij de “visie Sociale Basis, december 2025” met het verzoek onze feedback te geven op dit document. In uw voorwoord geeft u aan, dat het niet zomaar gaat om een beleidsdocument, maar een toekomstgerichte koers. Het is geen eendagsvlieg die na de gemeenteraadsverkiezingen bij een volgend college in een lade verdwijnt. De visie moet richting geven aan een ontwikkeling die jaren- misschien wel een generatie – kan duren. En juist omdat het gaat om een zaak van lange adem, zouden de politieke partijen met het oog op de komende verkiezingen zich verplicht moeten voelen dit document uitdrukkelijk op te nemen in hun verkiezingsprogramma en bij de collegevorming te vertalen naar een nieuwe bestuursperiode. En daarna opnieuw…. en opnieuw…. Op pagina 9 geeft u in het cursief aan wat u onder de sociale basis verstaat. De begrippen die daarin worden gehanteerd zijn veel omvattend. We moeten werken aan een “inclusieve samenleving”, een gemeenschap waarin ruimte is voor iedereen, ieder zich gezien en geteld weet, zichzelf mag zijn, en vanuit die basis mee doet aan de samenleving naar vermogen en ambitie.

Dat is een utopische samenleving, die het nastreven meer dan waard is, maar ver verwijderd is van onze samenleving die steeds meer polariseert, voor ieder probleem zondebokken zoekt en ramen en deuren gesloten houdt voor de problematiek van anderen, dichtbij en ver weg. In juni 2020 schreef onze gemeente de “lokale inclusie agenda”. Deze was gericht op de maatschappelijke deelname van mensen met een beperking. Elf speerpunten werden geformuleerd waaraan we met elkaar zouden werken. Een kritische evaluatie van dit proces en het zorgvuldig formuleren van mogelijkheden en valkuilen kan ons wellicht van dienst zijn bij de eerste stappen op weg naar de inclusieve samenleving die u voor ogen staat. Een tweede begrippenpaar dat in deze visie op verschillende plaatsen in één adem wordt genoemd is zelf- en samenredzaamheid. Het woordenboek omschrijft zelfredzaamheid als “het vermogen zelfstandig te leven zonder professionele hulpverlening”. We willen er dus voor zorgen dat onze inwoners sterk genoeg worden om op eigen kracht of met behulp van anderen vorm te geven aan hun leven. Geïndiceerde zorg komt pas in beeld als het zogenaamde “voorliggend veld” niet bij machte is. Deze visie ligt overigens ook ten grondslag aan de werkwijze van het dorpsteam. Problematisch in deze is dan de visie van Mijzo met een “reablementtraject”.

Als geïndiceerde zorginstelling komt Mijzo in beeld wanneer de zelf- en samenredzaamheid het niet meer aan kan. Dan roept een traject waarbij mensen opnieuw terug verwezen worden naar zichzelf en hun sociale omgeving toch vragen op. Een grondige bezinning op de mogelijkheden en grenzen van wat zelf- en samenredzaamheid vermag in relatie tot de professionele hulpverlening is dan ook geboden.

Hoe bouwen we aan zorgzame gemeenschappen die deze opdracht ook werkelijk kunnen waarmaken en welke plaats neemt de professionele zorg daarbinnen in. Bovendien vraagt het begrippenpaar zelf- en samenredzaamheid om een solidaire samenleving die zich niet direct verstaat met onze sterk geïndividualiseerde samenleving, waarin – ook politiek – alle ruimte is gegeven aan de ontwikkeling en versterking van het individu en het persoonlijk belang ten koste van de dienstbaarheid aan het algemeen belang. Dat maakt een cultuuromslag in ons denken over onszelf als individu noodzakelijk. Wij moeten onszelf weer leren zien en waarderen als onderdeel van een samenleving. Dat vraagt om nieuwe keuzes op micro- , meso- en macroniveau. Zorgen voor elkaar vraagt dat er ruimte wordt gevonden in het persoonlijk leven; dat die zorg maatschappelijk wordt ondersteund door de wijze waarop we arbeid, lesprogramma’s en educatie inrichten en vorm geven; maar ook in de inrichting van de samenleving, in wet- en regelgeving, in inkomenspolitiek zal er een verschuiving moeten plaats vinden van het individueel naar het collectieve belang. Kortom als wij in Dongen een samenleving tot stand willen brengen gebaseerd op deze sociale basis dan is er werk aan de winkel en doorzettingsvermogen voor jaren. Op blz. 26 kondigt u aan dat u na het vaststellen van de visie gaat werken aan een strategisch uitvoeringsplan.

Dat voornemen juichen wij toe, want zonder dat blijft het visiedocument een erg algemeen en theoretisch verhaal. Het uitvoeringsplan zal het succes van het tot stand komen van een nieuwe sociale basis in ons gemeenschap bepalen. In het uitvoeringsplan zullen per pijler de concrete stappen moeten worden geformuleerd, die gezet moeten worden om te bereiken “waar we naar toe willen”. Ook zullen in de uitvoering de te bereiken doelen per levensfase zo duidelijk mogelijk moeten worden geformuleerd. Het strategisch uitvoeringsplan zal naar onze mening moeten worden vergezeld van een duidelijke tijdsplanning. Ook moet daarin helder worden op welke wijze en met welke methodiek de voortgang van het proces wordt gemonitord, geëvalueerd en gewaardeerd. Als participatieraad spreken wij dan ook van harte onze bereidheid uit daaraan mee te werken. Na deze feedback op het visiedocument als geheel hebben we nog een aantal opmerkingen meer op detailniveau. Op blz. 5 maakt u de sociale basis visueel. In drie kleurencirkels geeft u eerst het persoonlijk vangnet, in de tweede cirkel het maatschappelijk veld en tenslotte in de buitencirkel de professionele geïnstitutionaliseerde zorginstellingen. Enkele opmerkingen daarbij.

Op de eerste plaats willen wij uitdrukkelijk benoemen dat het persoonlijk vangnet voor mensen heel verschillend is: niet iedereen heeft familie of vrienden in de buurt; niet iedereen heeft collega’s, niet iedereen staat op goede voet met de buren. En hoewel er veel voorzieningen zijn in ons dorp in het maatschappelijk middenveld, worden deze door mensen (blz.10 en 11) lang niet altijd gezocht of gevonden. Een goede werkbare sociale kaart, waarover we al jaren spreken, zou hierbij al heel behulpzaam zijn. En tenslotte in de visualisatie loopt er nu een duidelijk streep tussen het voorliggend veld en de geïndiceerde zorg. Willen wij werkelijk bouwen aan zorgzame gemeenschappen dan zal er veel meer wisselwerking moeten zijn dan dit beeld suggereert. Op blz. 7 en 8 verduidelijkt u de keuze voor een toespitsing van de visie op de verschillende levensfases. Het benoemen van levensfases is altijd arbitrair. U realiseert zich dat ook. Maar omwille van de werkbaarheid begrijpen wij die keuze. Een grote opgave zal wel zijn goed zicht te krijgen en te houden op welke mensen op enig moment tot welke levensfase behoren. De grenzen ertussen zijn immers fluïde. Binnen de levensfases blijft de groep alleengaanden onbenoemd, terwijl veel mensen in hun leven - door keuze of lot - kortere of langere tijd alleenstaand zijn.

Dat kan soms een enorme impact hebben op de sociale basis waarop zij hun leven kunnen bouwen.

Alleen gaan doet zich overigens voor in alle genoemde levensfases. Datzelfde geldt in ook voor kwetsbaarheid. Wij pleiten er dan ook voor om binnen elke levensfase oog te houden voor wat uw voornemens betekenen voor de kwetsbare inwoners en de alleengaanden in elke levensfase. Op blz. 9 schrijft u, dat u de inwoners actief wilt betrekken, juist ook degenen die minder zichtbaar zijn. Hun probleem is nu echter dat ze niet gezien en niet bereikt worden. Dat probleem doet zich ook voor op het terrein van de taalvaardigheid, waar bij alle programma’s en goede initiatieven de doelgroep toch vaak niet wordt bereikt. Wij roepen u op in het uitvoeringsplan grote aandacht te besteden aan deze problematiek. Het verplicht stellen van samenwerking tussen gesubsidieerde en niet gesubsidieerde instellingen, zou de zoektocht naar de onvindbaren in onze samenleving sterk verbeteren. Eveneens op blz. 9 spreekt u over de rol van de gemeente. Die ziet u als faciliteren, verbinden en ruimte bieden. Maar omdat het tot stand brengen van deze sociale basis in onze ogen een proces van jaren is lijkt ons dat de gemeente een duidelijke regiefunctie te vervullen heeft, verantwoordelijk is voor de voortgang van het proces, de monitoring en de evaluatie. Dat kan uiteraard in goede verbinding met het dorpsteam en professionele instellingen.

Het kan wellicht helpen om daarvoor een aparte taakgroep in het leven te roepen. In onze ogen is dat eens te meer noodzakelijk omdat het project “zaak van de toekomst” en “visie sociale basis” op enig moment met elkaar zullen moeten worden verbonden. Op blz. 11 komen wij een tekstuele onduidelijkheid tegen. Moeten wij daar in regel 3 lezen, dat 74 % van de volwassen mensen in de buurt NIEMAND heeft om op terug te vallen? Als dat juist is geeft het eens te meer aan hoeveel werk er nog verzet moet worden om zelf- en samenredzaam te zijn. Wat wij in het visiedocument missen is een visie op de rol die de voortschrijdende technologie in dit proces zal gaan betekenen. De robot doet zijn intrede in de zorg, consultering vindt plaats op afstand, veiligheid wordt gewaarborgd met cameratoezicht sensoren en alarmsystemen. Wat betekent dat voor de zelf- en samenredzaamheid? Een laatste opmerking betreft het participatieverslag. In het woord vooraf lezen we dat de visie tot stand is gekomen in samenwerking met inwoners, partners en maatschappelijke organisaties. Wij waarderen uw inspanningen om een zo groot mogelijk draagvlak voor deze visie op de sociale basis te genereren. Maar kijkend naar het participatieverslag moeten wij constateren dat de deelname uiteindelijk erg mager is geweest.

Slechts 21 inwoners hebben de vragenlijst ingevuld en slechts de helft van de stakeholders heeft mee gedaan in het gesprek, ook op de latere navraag is maar mondjesmaat gereageerd en enkele belangrijke instellingen zijn nog apart benaderd. En hoewel de eigen sociale basis rond de Moskee sterk is, blijft de vraag hoe deze te integreren in de totale visie op de sociale basis van Dongen.

Geacht college, wij hopen dat onze feedback een bijdrage is aan het versterken van onze visie op de sociale basis van onze samenleving. Graag denken wij – zoals gezegd – mee over het uitvoeringsplan. Wij wensen u wijsheid toe bij het besturen van onze gemeente.

Met vriendelijke groet namens de adviesraad participatiewet

Harrie Broeders, voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16144700/1