CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl2C- 24-45 VisieDonge WHK WitteBrug definitief - 11 augustus 2021

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-45 Gebiedsvisie Glorieux3.171 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie Donge Wilhelminakanaal tot Witte Brug Van

: Marco Beers

Via

: Thomas Deurloo

Aan

: Kathelijne van der Knaap

Onderwerp : Opgave en mogelijkheden beekherstel Donge in Dongen Kopie

: Janne Brouwers, Michiel Cornelis

Datum

: 11 augustus 2021

Aanleiding In de gemeente Dongen vinden verschillende ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op de mogelijkheden voor beekherstel van de Donge (zie voorbeelden in onderstaand tekstkader). Mede vanwege de ontwikkeling van een inbreidingslocatie in de stedelijke kern wil de gemeente met waterschap Brabantse Delta een visie voor de Donge opstellen. Doel van die visie is inzicht krijgen in de benodigde inrichting voor beekherstel. Waterschap en gemeente kunnen dan het gesprek voeren hoe in de planvorming van diverse gemeentelijke projecten beekherstel een plaats kan krijgen. Alvorens te kunnen komen tot een gezamenlijke visie moet het waterschap echter eerst de bevindingen van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge vertalen in de opgave en mogelijkheden voor de beek in Dongen. Voorliggende notitie geeft daaraan invulling. Gebied Glorieux en Dongepark Voor het gebied Glorieux wordt een integraal plan opgesteld. In dit gebied ligt een park ingeklemd tussen woningen, het pand Glorieux, de GGZ-instelling Breburg en het klooster van de Witte Paters. Aan de westkant ligt het industrieel erfgoed Heuvelpark. De Donge doorkruist deze historische gronden met kenmerken als landbouw, industrie, ambacht, gezondheidszorg en kerkelijk leven.

Direct stroomafwaarts van het gebied Glorieux, ten zuiden van de Middellaan heeft de wijkraad West II de wens om het Dongepark opnieuw inrichten. Deze plannen hebben politiek draagvlak in College en Gemeenteraad.

Opbouw Voorliggend document geeft eerst een beschrijving van het plangebied, gevolgd door de opgave voor de biologie en waterkwaliteit van de Donge en het streefbeeld voor de beek. Daarna wordt de huidige toestand en het ecologisch functioneren, inclusief knelpunten toegelicht. Tot slot volgen de oplossingsrichtingen voor de Donge in het plangebied en een vooruitblik. Plangebied De Donge in de kern van Dongen maakt deel uit van een beek die voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is aangewezen als waterlichaam (zie onderstaand tekstkader). Het KRW-type van de Donge is “langzaam stromende bovenloop op zand”, aangeduid als type R4. Vanwege zogenaamde “onomkeerbare ingrepen” heeft het waterlichaam voor de KRW de status “sterk veranderd” gekregen. Wijziging afbakening KRW-waterlichaam Waterbeheerders moeten jaarlijks voor de KRW de toestand van hun aangewezen KRW-waterlichamen rapporteren en uiterlijk in 2027 moeten de doelen voor deze waterlichamen worden gehaald. In eerste instantie maakte de Donge in de kern van Dongen deel uit van het waterlichaam Beneden Donge dat begon ten zuiden van het Wilhelminakanaal en afwaterde in de Bergsche Maas. Naar aanleiding van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge is voor de nieuwe KRW-planperiode 2022-2027 de afbakening aangepast.

Het deel van de Beneden Donge tussen stuw Witte Brug ten noorden van Dongen en het Wilhelminakanaal vormt samen met een nieuw gegraven verbinding in de Reeshofweide in Tilburg en met de Boven Donge een KRW-waterlichaam met de naam Donge (zie ook Figuur 6 in bijlage).

Voorliggende notitie beperkt zich tot de Donge tussen Wilhelminakanaal en stuw Witte Brug. Dit betreft de uniforme trajecten 3 en 4 van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge (zie Figuur 1). Traject 3 is 2,6 km lang en ligt grotendeels in het stedelijk gebied met langs de beek afwisselend bebouwing, infrastructuur en plantsoen. Ten noorden van Dongen ligt langs het traject lintbebouwing.

Traject 4 is 1,1 km lang en ligt tussen Dongen en stuw Witte Brug. Benedenstrooms van deze stuw mondt de Onkelsloot in de Donge uit. Aan de oostzijde ligt over een lengte van 750 m de Watertorenstraat langs het traject. Daarnaast bestaat het aangrenzende landgebruik overwegend uit landbouw.

Figuur 1. Uitsnede uniforme trajecten van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge; plangebied van voorliggende notitie bestaat uit trajecten 3 en 4 tussen Wilhelminakanaal en stuw Witte Brug.

Opgaven voor KRW De Donge voldoet nog niet aan het KRW-doel (Informatiehuis Water, s.a.). Voor de biologie (macrofauna, overige waterflora en vis) zijn er te weinig gewenste beeksoorten en er zijn overschrijdingen van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld van nutriënten en zware metalen. Voor de Donge resteren daardoor nog opgaven voor waterkwaliteit en beekherstel. KRW-doel Vanwege de status sterk veranderd hoeft de Donge niet te voldoen aan het KRW-doel voor natuurlijke wateren, maar mag getoetst worden aan een afgeleide, lagere doelstelling, het zogenaamde “Goed Ecologisch Potentieel” (GEP). Dit past bij de provinciale functie verweven van de Donge; bij beken met de functie verweven hebben natuurwaarden en mensgerichte aspecten ongeveer ‘gelijke rechten’ (Provincie Noord-Brabant, 2010). Voor de nieuwe KRW-planperiode heeft waterschap Brabantse Delta voorstellen gedaan om de GEP’s te actualiseren (Santbergen & Beers, 2020). Provincie Noord-Brabant stelt de geactualiseerde GEP’s in 2021 vast en legt daarmee de KRW-doelen voor de waterlichamen vast. Vooruitlopend daarop is - zoals gebruikelijk in Nederland - voor deze notitie de Donge getoetst aan het geactualiseerde GEP.

Streefbeeld In een natuurlijke situatie slingert een beek door een dal van minimaal enkele tientallen meters breed. Zo’n beekdal bestaat uit een gevarieerd landschap van bos en moeras. In droge perioden stroomt alleen door het laagste deel van het beekdal water, maar bij hevige neerslag loopt het hele beekdal vol. De overgang van beek naar aanliggende gronden is geleidelijk en vormt belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Voor de Donge beperken de huidige bebouwing, wegen en menselijk gebruik de mogelijkheden voor een volledig natuurlijk beekdal. Daarom is het volgende streefbeeld afgeleid. In parken en in het landelijk gebied liggen langs de Donge natuurlijk ingerichte stroken met onder andere bos. De beek gaat geleidelijk in deze stroken over en dat biedt ruimte om in natte perioden overtollig water te bergen en dieren kunnen zich veilig langs deze natuurlijk ingerichte oevers verplaatsen. Met schaduw remt

-2-

bos de woekering van waterplanten en opwarming van het beekwater. Takken en bladeren die uit het bos in de beek vallen, zorgen voor variatie in stroming en voedsel voor kleine waterdiertjes. Recreanten beleven de stadsnatuur van de goed bereikbare, duidelijk zichtbare beek. Op plaatsen waar de Donge tussen de bebouwing ligt, zijn de oevers vastgelegd om woningen, tuinen en wegen te beschermen. Oeververdediging bestaat bijvoorbeeld uit doorgroeimatten, waarin planten groene oevers vormen. In de stedelijke omgeving waarderen de inwoners de toegevoegde waarde van de beek en zijn oevers. Na realisatie van alle maatregelen, ook buiten het plangebied, voldoet de waterkwaliteit aan de normen en vertoont de Donge eveneens in droge perioden voldoende stroming. De beek vormt een optimaal leefgebied en verbindingsroute voor dieren van stromend water, waaronder diverse stromingsminnende vissoorten zoals bermpje en kopvoorn. Huidige toestand Het bovenstroomse, zuidelijke deel van het Dongesysteem watert bij de Reeshof in Tilburg grotendeels af op het Wilhelminakanaal (zie Figuur 6 in bijlage). De afvoer van het benedenstroomse, noordelijke deel van de Donge is daardoor beperkt. In de zomer bestaat de afvoer van de Donge in Dongen voor ongeveer de helft uit water van RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) Rijen. Daarnaast bestaat de afvoer uit water uit landbouw- en bebouwd gebied.

Door de grote bijdrage van de RWZI is de stroomsnelheid in smalle delen ook in de zomer redelijk tot goed, maar wordt de waterkwaliteit negatief beïnvloed. Daardoor zijn de concentraties ammonium, fosfor, stikstof en zink te hoog en de concentraties zuurstof te laag. Naast de RWZI hebben bedrijventerrein Tichelrijt en zogenaamde diffuse bronnen, zoals uit- en afspoeling en atmosferische depositie een negatieve invloed op de waterkwaliteit. Richting stuw Witte Brug wordt de Donge steeds breder en dat gaat ten koste van de stroomsnelheid. De opstuwende werking van deze stuw versterkt dit effect en dat werkt stroomopwaarts door tot ongeveer de rotonde Lage Ham-Noorderlaan-Beljaartlaan (= meest benedenstroomse kilometer van traject 3; zie Figuur 7 en Figuur 8 in bijlage). De Donge wordt intensief onderhouden door vier keer per jaar de beek met een maaiboot over de hele breedte, inclusief de taluds te maaien. Ecologisch functioneren Het functioneren van de Donge is in de watersysteemanalyse onderzocht met de methodiek met ecologische sleutelfactoren (ESF’s) die is ontwikkeld door STOWA (2015). Figuur 2 geeft voor een fictief stroomgebied een overzicht van deze ESF’s. ESF1-5 zijn werkzaam op stroomgebiedniveau en ESF6-9 op lokale schaal. Naast deze ESF’s over het ecologisch functioneren van de beek gaat ESF10 over de afstemming van de verschillende belangen.

Deze laatste ESF wordt ingevuld als gemeente Dongen en waterschap Brabantse Delta een gezamenlijke visie opstellen, waarin eventuele conflicten en meekoppelkansen met andere functies en ontwikkelingen een plaats krijgen. De ingrepen uit het verleden en de huidige negatieve invloed op de waterkwaliteit leiden voor bijna alle ESF’s tot knelpunten in het ecologisch functioneren. Door het losgekoppelde bovenstroomse deel van de Donge ontbreken de benodigde piekafvoeren voor gewenste erosie en sedimentatie voor de ecologie (ESF1), is de aanvoer van grondwater naar de beek te laag (ESF2) en is de continuïteit (vrije verplaatsing van organisch materiaal, sediment en dieren) verstoord (ESF3). Stuw Witte Brug versterkt de verstoring van de continuïteit en belemmert daarnaast de stroming (ESF9). RWZI Rijen zorgt samen met zogenaamde diffuse bronnen (zie bovenstaand) voor een te hoge belasting van de waterkwaliteit (aanvoer van voedingsstoffen en organisch materiaal; ESF4). Naast deze belasting komen uit de RWZI en van bedrijventerrein Tichelrijt en diffuse bronnen giftige stoffen in de beek. Dat leidt mogelijk tot toxische effecten (ESF5). Langs de beek ontbreken natuurlijke bufferzones met bos en moeras (ESF7). Hiermee is er een gebrek aan leefgebieden, verbindingsroutes en ruimtes om hogere afvoeren op te vangen.

Daarnaast is er geen beschaduwing om opwarming van beekwater te voorkomen en ontbreken ingevallen bladeren en takken, belangrijk voor variatie in stroming en voedsel voor waterdiertjes. Het intensief maaibeheer met een boot leidt tot directe verstoring en beperkt de aanwezigheid van waterplanten (ESF8). Alleen de natte doorsnede (breedte en diepte) is bovenstrooms klein genoeg om een redelijke tot goede stroomsnelheid te halen (ESF6). In benedenstroomse richting wordt de Donge echter steeds breder en dieper, waardoor de natte doorsnede te groot is en de stroomsnelheid te laag.

-3-

Figuur 2. Ecologische sleutelfactoren voor een fictief stromend water; overgenomen van STOWA (2015).

Oplossingsrichtingen De Donge heeft vanwege onomkeerbare ingrepen voor de KRW de status sterk veranderd gekregen en daarom is het niet nodig het beekdal volledig in de natuurlijke toestand terug te brengen. Het KRW-doel is daarop afgestemd en dit betekent dat niet alle knelpunten in de ESF’s opgelost hoeven te worden. Verder geldt dat de eerste vijf ESF’s werkzaam zijn op stroomgebiedniveau, waardoor knelpunten in die ESF’s hooguit deels in het plangebied verholpen kunnen worden. Onderstaand overzicht geeft per ESF een toelichting op ontwikkelingen, eventuele belemmeringen en mogelijke maatregelen. Aansluitend volgt de beschrijving van de oplossingsrichtingen voor het plangebied. Toelichting op ontwikkelingen, belemmeringen en maatregelen ESF’s Uit navolgend overzicht blijkt dat in het plangebied de natte doorsnede van de Donge verkleind kan worden (ESF6, benedenstrooms nodig), bufferzones aangelegd kunnen worden (ESF7, plaatselijk mogelijk) en stagnatie van stuw Witte Brug verminderd kan worden (ESF9, alleen benedenstrooms effectief). Op plaatsen waar bufferzones zijn gerealiseerd, kan het maaien verminderd worden, waardoor waterplanten zich daar beter kunnen ontwikkelen (ESF8). Deze maatregelen zijn enerzijds in een bepaald deel van het plangebied nodig en/of effectief. Anderzijds is voor deze maatregelen ruimte nodig die alleen plaatselijk beschikbaar kan komen.

Daarom is onderscheid gemaakt in twee oplossingsrichtingen.

-4-

ESF

Ontwikkelingen, belemmeringen en oplossingen Waterschap Brabantse Delta herstelt samen met gemeente Tilburg in 2021 de verbinding met het bovenstroomse deel van de Donge. De afvoerdynamiek en de aanvoer van grondwater wordt daarmee enigszins hersteld. Deze ESF’s blijven echter voor de ecologie een knelpunt. Om wateroverlast in Dongen te voorkomen zijn piekafvoeren in de huidige situatie namelijk niet mogelijk en wordt daarom in natte perioden slechts een deel van het beschikbare water door Dongen gestuurd. Daarnaast wordt in droge perioden de afvoer door Dongen beperkt, omdat bovenstrooms dan gemaaltjes water uit de Dongevallei weg pompen.1 De verbinding met het bovenstroomse deel herstelt voor transport van dieren de continuïteit. Omdat piekafvoeren in Dongen momenteel niet mogelijk zijn, blijft transport van organisch materiaal en sediment beperkt en voor ecologie een knelpunt. Het waterschap voorziet stuw Witte Brug in 2021 van een vispassage en daarmee herstelt voor vissen in die richting ook de continuïteit. De oorzaken van de hoge belasting en mogelijke toxiciteit liggen grotendeels buiten het plangebied. Met name RWZI Rijen levert daar een grote bijdrage aan. Daarnaast hebben bedrijventerrein Tichelrijt en diffuse bronnen een negatieve invloed op de waterkwaliteit.

De verbinding met het bovenstroomse deel van de Donge zorgt weliswaar voor meer verdunning van de belasting van de RWZI en andere bronnen, maar dit is onvoldoende om het KRW-doel te halen. Er zijn dan ook meer inspanningen nodig om de waterkwaliteit te verbeteren. Op uniform traject 4 en plaatselijk op traject 3 moet de natte doorsnede kleiner (de beek smaller en ondieper) gemaakt worden om ook in droge perioden nog een redelijke tot goede stroming te krijgen. Natuurlijk ingerichte bufferzones ontbreken langs de beek. Bijvoorbeeld in parken kunnen dergelijke zones gerealiseerd worden. Op andere plaatsen langs uniform traject 3 staat bebouwing dicht op de beek en is daar geen ruimte voor. Langs traject 4 moet grond voor bufferzones verworven worden. Op plaatsen met bufferzones ontstaat ruimte om hogere afvoeren op te vangen, waardoor minder gemaaid hoeft te worden. Dit vermindert verstoring door de maaiboot en hierdoor kunnen waterplanten zich beter ontwikkelen. Op andere plaatsen blijft intensief maaien noodzakelijk om wateroverlast te voorkomen. Benedenstrooms leidt stuw Witte Brug tot stagnatie (minder stroming door opstuwing). Plaatselijk kan deze opstuwing verminderd worden door de beek smaller en ondieper te maken en te laten slingeren.

Opgemerkt wordt dat er erg veel ruimte nodig is, om het totale verval over stuw Witte Brug in het plangebied op een natuurlijke manier op te vangen.

Ruimte voor beekherstel In de parken in de stedelijke kern van Dongen en in het zuiden en noorden van het plangebied kan ruimte beschikbaar komen voor de aanleg van beekherstel (zie Figuur 3). Voor bufferzones moet op deze locaties een strook van minimaal 25 m breedte beschikbaar komen. In het noorden kan deze ruimte tevens gebruikt worden om de Donge enigszins te laten slingeren en de beek smaller en ondieper te maken om de opstuwing van stuw Witte Brug te verminderen. In de parken en in het zuiden wordt de huidige beekloop zo nodig smaller gemaakt om de gewenste stroming te verkrijgen. Om de diepe insnijding van de beek en abrupte overgang naar de oevers (zie Figuur 4) ongedaan te maken moet de bodem van de beek verhoogd worden, zodat er een meer geleidelijke overgang naar de bufferzones ontstaat. Ook het verflauwen van de droge taluds kan hieraan bijdragen. Bij het beekherstel wordt eventueel aanwezige beschoeiing verwijderd. Waar mogelijk krijgt de Donge een beperkte slingering; te veel en te scherpe bochten zijn ongewenst, omdat dat ten koste gaat van stroming. In totaal staat langs minimaal de helft van de oevers bos van inheemse loofbomen. Dit kan bijvoorbeeld door bosjes aan weerszijden langs de helft van de beek of bos aan één zijde over de gehele lengte.

Op plaatsen waar bos zorgt voor voldoende schaduw, wordt de beek niet meer gemaaid en zorgen ingevallen takken en bladeren voor leefgebied en voedsel voor waterdiertjes. Op de andere plaatsen wordt de beekloop maximaal twee keer gemaaid, waarbij delen van de begroeiing ontzien worden. De bufferzones worden zo nodig vaker gemaaid om wateroverlast na hevige regenval te voorkomen.

1

Hier staan enkele belemmeringen die direct de afvoer in Dongen beïnvloeden. In het stroomgebied hebben echter vele ingrepen plaatsgevonden, waardoor de afvoer van de Donge in de zomer sterk is verlaagd en de afvoerdynamiek sterk afwijkt van de natuurlijke situatie. De knelpunten in ESF1 en 2 kunnen alleen volledig opgelost worden door in het hele stroomgebied de versnelde ontwatering op te heffen, de kunstwerken te verwijderen en de onttrekkingen stop te zetten.

-5-

Figuur 3. Voorstel tot indeling in twee oplossingsrichtingen voor de Donge in Dongen.

Mogelijkheden tussen bebouwing en wegen Afgezien van de parken ligt de Donge in de stedelijke kern ‘ingeklemd’ tussen bebouwing en wegen. Daar blijft oeververdediging noodzakelijk om woningen, tuinen en wegen te beschermen en moet de breedte van de beek behouden blijven om bij hevige regenval wateroverlast te voorkomen. Er is geen ruimte voor de aanleg van natuurlijkere stroken langs de beek. Voor zo ver mogelijk, zonder dat het leidt tot een groter risico op wateroverlast, wordt de bodem van de beek opgehoogd. De overgang naar de oevers verloopt dan meer geleidelijk en de beekbodem gaat beter aansluiten op de delen die in de parken en in het zuiden en noorden worden hersteld. Daarnaast versterkt het ophogen van de bodem de zichtbaarheid en daarmee de beleving van de Donge. Binnen de beperkingen van het stedelijk gebied kunnen aanvullend de omstandigheden voor dieren worden verbeterd en de uitstraling van de Donge worden versterkt. In de beek worden daarvoor schanskorven met takken als schuilplaats voor vissen en andere waterdiertjes aangebracht en met planten en bomen worden de muren en oeververdediging groener ingericht. Dergelijke oplossingen worden in het project GreenQuays in Breda voor de nieuwe Mark onderzocht (zie Figuur 5; www.greenquays.nl).

Uitkomsten daarvan kunnen inspiratie en mogelijkheden bieden voor een groenere inrichting van de Donge tussen bebouwing en wegen. Van visie naar uitvoering van beekherstel Een belangrijke volgende stap in het herstel van de Donge is het delen van voorliggend document met de gemeente Dongen. Waterschap en gemeente kunnen vervolgens een gezamenlijke visie opstellen en daarin eventuele conflicten en meekoppelkansen met andere functies en ontwikkelingen een plaats geven. Als vervolg op de gezamenlijke visie dient onderzocht te worden in hoeverre de beekbodem in het stedelijk gebied opgehoogd kan worden, zonder het risico op wateroverlast te vergroten. De uitkomsten van dat onderzoek geven de kaders voor de aanpassingen aan bodem en oevers van de Donge. Tot slot dient met inspanningen buiten het plangebied de waterkwaliteit de nodige aandacht te krijgen. Alleen als de waterkwaliteit weer op orde is, zal het effect van de inrichtingsmaatregelen aan bodem, oevers en aanliggende stroken optimaal zijn. Dan komen ook de meer kritische beeksoorten weer terug en kan het KRW-doel gehaald worden.

-6-

Figuur 4. Diep ingesneden Donge met abrupte, steile oevers ter hoogte van de Middellaan.

Figuur 5. Illustratie van project GreenQuays in Breda (bron: www.greenquays.nl).

-7-

Verwerkte literatuur Beers, M.C., Coenen, D., Keizer, H. & Tempelaars, J. (2018). Watersysteemanalyse Beneden Donge. Corsanummer 18IT026828. Waterschap Brabantse Delta, Breda. Informatiehuis Water (s.a.). Waterkwaliteitsportaal. www.waterkwaliteitsportaal.nl. Geraadpleegd op 17-22021. Provincie Noord-Brabant (2010). Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015. Waar water werkt en leeft (aangepast aan Structuurvisie ruimtelijke ordening, 1 oktober 2010). Den Bosch. Santbergen, L.L.P.A. & Beers, M.C. (2020). Overzicht voorstellen technische actualisaties Kaderrichtlijn Water waterschap Brabantse Delta 2022-2027. Versie 26 februari 2020. Djumanummer 82373. Waterschap Brabantse Delta, Breda. STOWA (2015). Ecologische sleutelfactoren voor stromende wateren, een methodiek in ontwikkeling. Rapportnummer 2015-W-06. Amersfoort: STOWA.

-8-

Bijlage

Figuur 6. Overzichtskaart Donge.

-9-

Figuur 7. Lengteprofielen voor uniform traject 3 van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge.

Figuur 8. Lengteprofielen voor uniform traject 4 van de watersysteemanalyse voor de Beneden Donge.

-10-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097637/3