CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl2B- 24-45 Quickscan beleid en omgevingsaspecten Heuvelpark Dongen 20230632

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-45 Gebiedsvisie Glorieux4.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO Memo

DATUM KENMERK AAN AUTEUR

2 oktober 2023 20230632 Gemeente Dongen, Grosfeld Bekkers van der Velde Architecten, Leystromen Thomas Franse, Hidde Maas

PROJECT Heuvelpark Dongen OPDRACHTGEVER Leystromen

BIJLAGE(N)

HEUVELPARK DONGEN - QUICKSCAN OMGEVINGSASPECTEN

1. AANLEIDING Aan het Heuvelpark te Dongen liggen een aantal terreinen met verschillende functies. Deze bevinden zich ten westen van het centrum van Dongen, in het zuidoosten van de Wijk West. Het betreft de volgende kadastrale percelen: Dongen 1083, 2206, 1977, 2908, 3056, 2943, 2940, 3057, 2331, 2943, 1104 en gedeeltelijk 3021, weergegeven in figuur 1. De totale oppervlakte bedraagt circa 115.000 m2.

Figuur 1 Aanduiding projectgebied Heuvelpark (Bron: Grosfeld Bekkers van der Velde Architecten) Het projectgebied kent momenteel diverse eigenaren. Deze eigenaren zijn met elkaar in gesprek over woningbouwontwikkeling op deze percelen. Via Grosfeld Bekkers van der Velde architecten (hierna: architect) vindt momenteel een verkenning ten aanzien van een op te stellen gebieds- en ontwikkelvisie plaats. Een concept visiekaart is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2 Concept visiekaart ten aanzien van herontwikkeling (Bron: Grosfeld Bekkers van der Velde Architecten) In het kader van de gebiedsvisie voor het Heuvelpark in Dongen is voorliggende quickscan beleid en omgevingsaspecten opgesteld om risico’s, kansen, benodigde onderzoeken en onderbouwingen ten aanzien van herontwikkeling in beeld te brengen.

2/16

2. GELDEND BESTEMMINGSPLAN Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Zuid en West Dongen’, vastgesteld op 25 april 2012. De bijbehorende verbeelding is weergegeven in figuur 3. Voor de gronden binnen het projectgebied gelden diverse bestemmingen, namelijk ‘Groen’, ‘Bedrijf’, ‘Maatschappelijk’, ‘Water’ en ‘Kantoor’. Voor de bebouwing zijn er bouwvlakken aangegeven. Verder heeft het gebied gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ (figuur 4). Deze voor ‘Waarde – Landschap’ aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van aanwezige landschapswaarden.

Figuur 3 Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Zuid en West Dongen’ (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Figuur 4 Dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ (Bron: Ruimtelijkeplannen)

3/16

De beoogde woningbouwontwikkeling is in strijd met de geldende gebruiks- en bouwregels van de diverse bestemmingen. Via een planologische procedure kan de beoogde ontwikkeling tot stand te worden gebracht. In voorliggende quickscan worden aandachtspunten ten aanzien van de relevante beleids- en milieuaspecten en de te doorlopen ruimtelijke procedure gegeven.

3. BELEIDSKADER 3.1

Rijksbeleid: Ladder voor duurzame verstedelijking

Kwantitatieve behoefte Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Dongen is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) van de provincie Noord-Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van 1.130 woningen in de periode tot en met 2030 (113 per jaar). In de periode daarna zijn nog eens circa 500 woningen nodig (ongeveer 50 per jaar). Tabel 1 is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen. Tabel 1 Indicatie toename woningvoorraad gemeente Dongen 2020-2040 (Bron: Provincie Noord-Brabant)

Er zijn in 2031 naar verwachting ongeveer 12.470 woningen nodig. De actuele woningvoorraad in de gemeente Dongen per 1 januari 2021 is 11.456 woningen. Dat betekent dat de resterende opgave tot 2031 1.014 woningen is. Regionale afspraken De gemeente Dongen heeft op 9 maart 2023 met gemeenten van de subregio's Breda en Hart van Brabant de landelijke Woondeal met minister De Jonge en de provincie ondertekend. Daarin ligt onder andere vast dat de minimale bouwopgave tot en met 2030 bestaat uit een netto toevoeging van 1.118 woningen. Het accent voor de nieuwbouw ligt bij plannen in het stedelijk gebied. Wat praktisch in ieder geval betekent dat alle plannen die al in 2022 onderdeel uitmaakten van het bouwprogramma zeker moeten worden gerealiseerd. Kwalitatieve behoefte Conform de woonvisie en het in 2021 op verzoek van de Gemeenteraad uitgevoerd woningbehoefteonderzoek gaan noodzakelijke nieuwe woningen grotendeels gebouwd worden op uitbreidingslocaties, maar wordt er waar mogelijk nadrukkelijk ook aandacht gegeven aan de herontwikkeling en/of transformatie van binnenstedelijke locaties en bestaand/verouderd vastgoed. Om in te kunnen spelen op een veranderende behoefte moet er planologisch zo veel mogelijk flexibiliteit ingebouwd worden (globale eindplannen die snel en flexibel in kunnen spelen op de kwalitatieve behoefte die er op dat moment speelt).

De woonvisie wijst op het belang om in nieuwbouwplannen rekening te houden met de relatief sterke groei van het aantal éénpersoonshuishoudens, die voor een groot deel bestaat uit oudere inwoners. Ook wordt gewezen op de behoefte aan een meer gevarieerd woningaanbod, gelet op de tamelijk eenzijdige woningvoorraad. Het

4/16

project Heuvelpark biedt kansen om in te spelen op de behoefte aan gericht woonruimte binnen bestaand stedelijk gebied. Voor een deel kan hiermee ingespeeld worden op zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte.

3.2

Provincie: Omgevingsvisie Noord-Brabant

In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: 

Werken aan de Brabantse energietransitie;

Werken aan een klimaatproof Brabant;

Werken aan de slimme netwerkstad;

 Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen. Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Maar: geconcludeerd wordt dat de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar niet enkel binnen bestaand stedelijk gebied op te vangen. Daarom dienen ook de mogelijkheden voor gerichte uitbreiding onderzocht te worden. De beoogde ontwikkeling biedt kansen om hier aan bij te dragen.

3.3

Provincie: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) Noord-Brabant vormt het juridisch beleidskader vanuit de provincie. Het projectgebied Heuvelpark ligt conform de Iov binnen de aanduiding ‘stedelijk concentratiegebied’. Een uitsnede van de kaart van de Iov is weergegeven in figuur 5.

5/16

Figuur 5 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: Ruimtelijkeplannen) Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik. Voorliggend plan speelt in op deze mogelijkheden.

3.4

Gemeente: Omgevingsvisie Dongen

De ‘Omgevingsvisie Dongen’ (figuur 6) is op 25 mei 2023 vastgesteld. De gemeente dongen kent verschillende gebiedstypen. De planlocatie ligt in de kern van de gemeente Dongen. Voor de kern heeft de gemeente verschillende ambities. Het Dongens DNA, De economie van morgen, De gezonde leefomgeving en Een duurzame toekomst zijn de ambities die in de Omgevingsvisie voorkomen. In de omgevingsvisie worden ook de volgende thema’s behandeld: Wonen, Voorzieningen, Cultureel erfgoed, Gezondheid en welzijn, Milieu, Recreatie en toerisme, Werk en ondernemen, Agrarische sector, Groen, klimaat, Energie, Circulariteit, Bereikbaarheid en Veiligheid. De relevante Thema’s en ambities voor de projectlocatie zijn hieronder beschreven.

6/16

Figuur 6 Omgevingsvisie Dongen (Bron: Gemeente Dongen) De relevante thema’s en ambities voor het projectgebied en het planvoornemen zijn onder meer: • Een gezonde leefomgeving; • Een duurzame toekomst; • Wonen. Gezonde leefomgeving De gemeente Dongen wil optimaal kansen benutten voor inbreiding binnen de kern van Dongen. Hierbij is er aandacht voor het behoud van aanwezige kernkwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorisch erfgoed en natuur. Ontwikkelingen moeten passen bij de maat en schaal van de gemeente. Er wordt duurzaam en circulair gebouwd en er wordt rekening gehouden met de woon- en leefomgeving. Het planvoornemen sluit met een inbreidingsproject d.m.v. woningbouw aan bij de gemeentelijke Omgevingsvisie. Duurzame toekomst De gemeente Dongen wil ruimte houden voor groene wijken en het groene karakter van het buitengebied. Het is belangrijk goed om te gaan met het veranderende klimaat. Bijvoorbeeld door water op te vangen in perioden van veel regen, maar ook door beter om te gaan met perioden van droogte of hitte. Natuur draagt bij aan een gezonde leefomgeving en nodigt uit om eropuit te gaan. De afgelopen jaren zijn delen van het openbaar groen omgevormd naar bloemen- en kruidenweides en er is een ecologisch maaibeleid ingevoerd. De komende jaren zet de gemeente Dongen hier verder op in. Ook in nieuwbouwplannen komt meer ruimte voor biodiversiteit.

Voornamelijk door de aanleg van bloemrijke grasvelden in plaats van gazons, maar ook door de realisatie van natuurlijke oevers bij waterpartijen. Concluderend kan gesteld worden dat het planvoornemen een positieve bijdrage kan leveren aan het groen en de biodiversiteit van Dongen.

7/16

Wonen De vraag naar woningen in Nederland is groot. Ook in Dongen is dat het geval. Woningprijzen zijn de afgelopen jaren gestegen en nieuwbouwprojecten raken snel verkocht. De vraag naar woningen is momenteel groter dan het aanbod. De totale planvoorraad (in voorbereiding en uitvoering zijnde bouwplannen) omvat bijna 1000 woningen, te realiseren in de periode 2021-2030. Er zullen nog meer woningbouwplannen nodig zijn, de bevolking groeit namelijk sneller dan de laatste provinciale prognoses vermelden. Er zullen voor de lokale behoefte plus de regionale behoefte tot 2040 naar huidige inschatting nog zo’n 850 woningen extra gebouwd moeten worden. Het aanbod moet aansluiten op de behoefte van verschillende doelgroepen. Vooral voor jongeren en starters is het lastig om een woning te vinden. Zij kunnen momenteel amper aan een sociale huur- of goedkope koopwoning komen, terwijl de behoefte daaraan groeit. Daarnaast vindt er vergrijzing plaats wat betekent dat er voldoende levensloopbestendige woningen moeten zijn. Hoe ziet Dongen de toekomst van wonen? • Ambitie om meer woningen te bouwen, in ieder geval voor eigen behoefte en te zorgen voor overcapaciteit. • Nadrukkelijk aandacht voor de toekomstbestendigheid van de woningvoorraad. • Streven naar voldoende betaalbare woningen voor de juiste doelgroep (zoals starter).

• De gemeente Dongen stelt een programma op voor de invulling van de woningbouwopgave. Als kader voor dit programma worden de volgende leidende principes gehanteerd: o De gemeente wordt gekoesterd zoals deze nu is en er wordt voorkomen dat ze vastgroeien aan buurgemeenten. o De Dongense sfeer moet behouden blijven (gepaste maat en schaal). • De kernkwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie en erfgoed, landschap en natuur staan centraal. • De kernkwaliteiten vormen de leidraad voor iedere potentiële woningbouwontwikkeling, zeker ook bij uitbreiding. • Er wordt gekeken naar het ruimhartiger toestaan van kleinschalige nieuwe woonconcepten in het buitengebied. • De gemeente bevordert de doorstroming op de woningmarkt door sturing te geven aan woningtypen die dit bevorderen. • Bij de bouw van woningen is er oog voor klimaat en energie. • Levendigheid en voorzieningen zijn van belang. • De gemeentelijke organisatie houdt de regio op waar en hoe de woningbouwopgave ingevuld wordt. Daarbij gaat het niet alleen om woningbouw, maar ook over bijkomende zaken als energie, groen en water. Concluderend kan op basis hiervan gesteld worden dat de Dongense sfeer behouden dient te blijven; gestapelde bouw van vier à vijf lagen zou in principe in de kern Dongen ingepast kunnen worden. Inbreidingsopties worden optimaal benut.

Hierbij streeft de gemeente naar een woningaanbod die aansluit op de behoefte van verschillende doelgroepen. De gemeente Dongen wil daarbij de doorstroming op de woningmarkt bevorderen door sturing te geven aan woningtypen die dit bevorderen, denk hierbij aan woningen voor 1 of 2 persoons huishoudens en senioren. Het planvoornemen dient hierop aan te sluiten.

3.4 Parapluplan Parkeren Dongen Voor de gemeente Dongen zijn voor het gehele gemeentelijke grondgebied de parkeernormen met een parapluplan vastgelegd. De CROW normering die in dit document wordt beschreven dient als richtlijn. Het plangebied valt binnen gebiedsindeling ‘Rest bebouwde kom Dongen en ’s-Gravenmoer’. Voor de functie wonen gelden de volgende parkeernormen:

8/16

Richtlijnen: er wordt uitgegaan van de maximale parkeernorm. Er is echter ruimte voor maatwerk. Aanpassen naar de gemiddelde of zelfs minimale parkeernorm gebeurt alleen op basis van een, door de ontwikkelende partij aan te leveren, duidelijke en transparante onderbouwing en indien gewenst door middel van een aantoonbaar parkeeronderzoek.

4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk gaan wordt ingegaan op de onderzoeken en/of onderbouwingen die nodig zijn om de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling aan te tonen en waarvan verslag moet worden gedaan in de onderbouwing met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het planvoornemen dient te worden getoetst aan het actuele ruimtelijke en sectorale beleidskader Rijks-, provinciaal en van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. gemeentelijk beleid (o.a. ladder voor duurzame verstedelijking) In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien de planontwikkeling ‘een nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt, in de toelichting een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. In dat geval is een beschrijving van de behoefte noodzakelijk. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die zogenoemd ladderplichtig is. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van tenminste twaalf woningen en mogelijk diverse andere functies, hiermee dient een ladderonderbouwing te worden uitgevoerd. Conclusie: het uitvoeren van een ladderonderbouwing is nodig.

Verkeer en parkeren

Het planvoornemen moet zorgen voor een goede verkeersontsluiting. De verkeersgeneratie en de verkeersafwikkeling vanaf het plan mag niet zorgen voor knelpunten in de omgeving. Aan de hand van het nieuwe programma dient de eventuele toename aan verkeersgeneratie berekend te worden aan kencijfers van het CROW en gemeentelijk parkeerbeleid.

9/16

In het kader van de haalbaarheid is separaat een beknopte quickscan verkeer uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage 1 van deze quickscan. Bijlage 2 toont cijfermateriaal ten aanzien van de verkeersgeneratie. De belangrijkste bevindingen zijn hierna weergegeven. Ontsluiting Deelgebied Akkers 1: • Ontsluiting leidt niet tot knelpunten; • Advies: ontsluiting verdelen over meerdere wegen. Ontsluiting Deelgebied Akkers 2: • Ontsluiting via Glorieux kan leiden tot knelpunten (smalle straten, aanwezigheid school); • Ontsluiting Beneluxlaan en Belgiëlaan is gezien de inrichting en het aantal voertuigen dermate gering (27 mvt in het drukste uur in de spits = 1 per 2 minuten) dat dit niet leidt tot knelpunten. Mogelijkheden tot verwijderen bestaande knip: • Verwijderen knip leidt tot verbetering verkeersveiligheid met name bij Glorieux en de school die daar ligt. Ontsluiting Looierijen: • Toevoeging van circa 1.000 mvt/etmaal is aanzienlijk op deze weg. • Bij verdere uitwerking plan nadrukkelijk is de verkeersveiligheid een aandachtspunt op deze weg. Ontsluiting Triangelstraat/Beneluxlaan • Geen verkeersintensiteiten Triangel, maar naar verwachting kan de Triangel deze toename van verkeer aan. Conclusie: in de onderbouwing ten aanzien van verkeer en parkeren dient in gegaan te worden op verkeersontsluiting, verkeersafwikkeling, de parkeeroplossing en de verkeersgeneratie. Archeologie

Archeologie Het plangebied ligt voor een deel in een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor dergelijke zones met een hoge (of middelhoge) verwachtingswaarde geldt dat bodemingrepen in principe niet zijn toegestaan. Indien een ingreep dieper gaat dan 0,5 meter minus het bestaande maaiveld en een planoppervlak heeft van 100 m² (vrijstellingsgrens uit de Monumentenwet) of meer is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor het projectgebied Heuvelpark zal bij ontwikkelingen naar verwachting dus een archeologisch onderzoek nodig zijn om te constateren of op de projectlocatie archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Voor een deel van het terrein is al bekend dat er hoge archeologische waarde in de grond aanwezig is. De archeologische beleidskaart is weergegeven in figuur 7.

10/16

Figuur 7 Archeologische beleidskaart met aanduiding projectgebied (Bron: Gemeente Dongen) Conclusie: Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is nodig. Cultuurhistorie

Niet alleen archeologische, maar ook de rondom het projectgebied aanwezige ‘cultuurhistorische waarden’ moeten worden betrokken bij de belangenafweging en hierover moet verantwoording worden afgelegd in de onderbouwing. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het gemeentelijke beleid omtrent erfgoed. Vanuit dat perspectief zal ook het ontwerp van de nieuwe bebouwing in de historische context worden beoordeeld. Uit de cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat het projectgebied zich (gedeeltelijk) kenmerkt door de historische dorpsstructuur/ lintbebouwing (gebiedstype 1). In dit gebied gaat het om de samenhang tussen structuren en historische bebouwing met eventueel het aanwezige groen en zijn de huidige stedenbouwkundige kwaliteiten uitgangspunt bij ruimtelijke

11/16

plannen. De belangrijkste objecten zijn reeds beschermd als gemeentelijk of rijksmonument of staan op de aandachtlijst van identiteitsbepalende objecten. Het projectgebied is gelegen aansluitend op cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen. De omgeving als geheel is uniek omdat het een gegroeide historische structuur is waarin uit alle ontwikkelingsperiodes sporen zichtbaar zijn gebleven. Bij het ontwerp en de realisatie van de nieuwe woningen in het Heuvelpark zullen historische (lijn)elementen behouden blijven en (zichtlijnen naar) de omliggende bebouwing niet worden aangetast. Er zal op een acceptabele manier rekening gehouden worden met omliggende cultuurhistorische waarden. Conclusie: nadere onderbouwing van het aspect cultuurhistorie is noodzakelijk. Ecologie

Soortenbescherming Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dieren plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Conclusie: met het oog op het aspect soortenbescherming is een quickscan flora en fauna noodzakelijk. Gebiedsbescherming Wat betreft het aspect gebiedsbescherming is een stikstofonderzoek (AERIUS-berekening) met het oog op zowel de aanleg- als de gebruiksfase noodzakelijk om aan te tonen dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Conclusie: met het oog op gebiedsbescherming is een stikstofonderzoek is noodzakelijk.

Water

De watertoets is wettelijk verplicht en dient om de waterbelangen goed in het plan te implementeren. In de ruimtelijke onderbouwing moeten de gevolgen voor water worden afgewogen (watertoets). In deze waterparagraaf moet verantwoord worden op welke wijze in het plan rekening is gehouden met waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater en afvalwater. Daarnaast zal er een waterbergingsopgave (conform beleid gemeente en waterschap) zijn die bij voorkeur binnen het plangebied opgelost dient te worden.

Wegverkeerslawaai

Volgens de Wgh (Wet geluidhinder) is akoestisch onderzoek noodzakelijk wanneer nieuwe woningen in de geluidzone van een bestaande gezoneerde weg of spoorweg worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling ligt binnen de kern van Dongen. In de directe omgeving van het projectgebied zijn enkel 30 km/u wegen gelegen (Beneluxlaan, Brabantpark, Triangellaan, Heuvelstraat, Heuvel. Derhalve is er geen onderzoek wegverkeerlawaai noodzakelijk, maar dient wel kwalitatief onderbouwd te worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

Luchtkwaliteit

De ontwikkeling zorgt tot meer verkeersbewegingen dan in de huidige situatie. Aangetoond moet worden dat aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit kan worden voldaan. Dit dient getoetst

12/16

te worden via de NSL-monitoringstool. Hieruit zal naar alle waarschijnlijkheid geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: • Ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • Rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. In het kader hiervan zal een kwalitatieve onderbouwing opgesteld moeten worden. Met de beoogde ontwikkeling verdwijnen de meest belemmerende functies uit de omgeving dus wordt de milieusituatie alleen maar verbeterd. Er kan voldaan worden aan de richtafstanden ten opzichte van de milieubelemmerende functies.

Bodem

Bij een ontwikkeling zal inzicht verkregen moeten worden van de bodemkwaliteit. Bij een nieuwe functie moet een goede bodemkwaliteit geborgd zijn. In de huidige situatie kent de grond verschillende bestemmingen, namelijk: ‘Groen’, ‘Bedrijf’, ‘Maatschappelijk’ en ‘Kantoor’. In de beoogde situatie wordt de functie ‘Wonen’ toegevoegd. Er zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden om te kunnen bepalen of de grond geschikt is voor deze functie. Daarnaast kan asbest op de locatie aanwezig zijn. Door onderzoek moet hier meer inzicht in verkregen worden. Conclusie: verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk.

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid rekening te worden gehouden met: • Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water en door buisleidingen. Inrichtingen Aan Middellaan 14 bevindt zich conform de risicokaart en het geldend bestemmingsplan ‘Zuid en West Dongen’ een tankstation met verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg. Bijbehorend zijn een functieaanduiding ‘vulpunt lpg’ en een gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ van toepassing. De PR-contour van het tankstation reikt echter niet tot het plangebied en vormt hierdoor geen belemmering. Tevens ligt het projectgebied buiten het invloedsgebied van 150 m, waardoor het niet nodig is het groepsrisico te onderbouwen. Ten zuiden van het plangebied is een hogedruk aardgasleiding van de Gasunie gelegen (Z-522-01). Dit traject heeft geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 95 m. Het projectgebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied. Transport gevaarlijke stoffen In de nabije omgeving van het projectgebied worden conform de risicokaart op geen enkele wijze gevaarlijke stoffen getransporteerd.

Bomen en groen

13/16

Het plan voorziet in de gedeeltelijke sloop van bestaande gebouwen. Naar schatting zijn er diverse bomen die binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling vallen. Om inzicht te krijgen in de

(on)mogelijkheden en benodigde randvoorwaarden voor werken rondom deze bomen, in het kader van duurzame instandhouding, kan een voortoets BEA benodigd zijn. Het doel van het onderzoek is het beoordelen van de kwaliteit van de bomen in de huidige en de toekomstige situatie. Ook worden eventuele beheerknelpunten opgenomen. Daarnaast wordt door middel van ondergronds onderzoek de opbouw van de bodem, waar mogelijk de grondwaterstand en de beworteling in beeld gebracht. Op basis van deze gegevens kan bepaald worden of de bomen vanuit boomtechnisch oogpunt (kwaliteit en levensverwachting) het behouden waard zijn. Conclusie: Het advies is om tijdig met gemeente in overleg te gaan over de noodzaak tot het uitvoeren van een BEA.

5. CONCLUSIE Het initiatief is in lijn met het beleid op verschillende schaalniveau’s. Wat betreft milieu dient het initiatief op een aantal gebieden nader onderzocht of onderbouwd te worden, maar vormen naar verwachting geen belemmering ten aanzien van ontwikkeling en procedure. Met het oog op draagvlak is een goede omgevingsdialoog met directe omgeving en stakeholders van belang.

14/16

BIJLAGE 1 – QUICKSCAN VERKEER

15/16

Uitgangspunten quickscan verkeer • Overzicht Grossveld-Bekkers van 30-8-23 • Grossveld geeft bandbreedte voor aantal appartementen. Daarvan is de bovenkant aangehouden. • Zonder saldering van de bestaande situatie • Kencijfers (van functies met grootste verkeersaantrekkende werking) • Knip Beneluxlaan als uitgangspunt Conclusie Verkeersgeneratie is worst-case bepaalt 2-9-2023

Ontsluiting deelgebieden

Deelgebied Broederhuis 656 mvt/etmaal

Deelgebied Akkers 1 236 mvt/etmaal

Deelgebied Akkers 2 898 mvt/etmaal

Deelgebied Looijerijen 965 mvt/etmaal

Locatie knip

Ontsluiting Deelgebied Akkers 1 • Verkeersgeneratie is gering met 236 mvt/etmaal (werkdag) → circa 24 in het drukste uur (spits) → circa 1 per 2 minuten. • Onsluiting via Brabantpark • Advies uitwerking plan: ontsluiting bij voorkeur verdelen over meerdere wegen om druk te verdelen • Vanaf de aansluiting met de Kapucijnenstraat rijdt het verkeer via de Trappistenstraat naar de Middellaan. Deze wegen kunnen dit verkeer vlot en veilig verwerken. Conclusie Ontsluiting leidt niet tot knelpunten.

Advies: ontsluiting verdelen over meerdere wegen. 2-9-2023

Ontsluiting Deelgebied Akkers 2 • Verkeersgeneratie 898 mvt/etmaal (werkdag) • Onsluit met nieuwe aansluiting rechtreeks op Beneluxlaan • Verkeer verdeelt zich bij de Beneluxlaan (navigatietool google) → zie volgende slide • 70% in westelijke richting via Glorieux (627 mvt/etmaal → 63 mvt in drukste uur. • 30% in oostelijke richting via Beneluxlaan – Belgiëlaan (270 mvt/etmaal → 27 mvt in drukste uur Conclusie • Ontsluiting via Glorieux kan leiden tot knelpunten (smalle straten, aanwezigheid school) • Ontsluiting Beneluxlaan en Belgiëlaan is gezien de inrichting en het aantal voertuigen dermate gering (27 mvt in het drukste uur in de spits = 1 per 2 minuten) dat dit niet leidt tot knelpunten 2-9-2023

70% 30%

Verwijderen knip Gevolgen verwijderen knip • Verkeer ontsluiting Deelgebied Akkers 2 (898 mvt/etmaal op een werkdag). Daarvan gaat 70% via Glorieux met knip. • Indien knip wordt verwijderd zal het verkeer niet meer genoodzaakt zijn om via Glorieux (langs de school) te rijden en gebruikt dan wegen die daar meer op zijn toegerust zoals de Kapucijnenstraat en de Trappistenstraat (zie plaatjes volgende slide)

Conclusie Verwijderen knip leidt tot verbetering verkeersveiligheid met name bij Glorieux en de school die daar ligt.

2-9-2023

= knip

Effect verwijderen knip Verkeer hoeft niet meer via Glorieux en langs de basis school

Ontsluiting Looijerijen • Verkeersgeneratie 965 mvt/etmaal (werkdag) • Verkeersintensiteit Heuvelstraat ligt op circa 2600 mvt/etmaal (bron: Basec.nl) • De rijbaan is relatief smal en kent asverspringingen, langs de rijbaan wordt geparkeerd. De capaciteit van deze weg is hierdoor beperkt. Conclusie

• Toevoeging van circa 1000 mvt/etmaal is aanzienlijk op deze weg. • Bij verdere uitwerking plan nadrukkelijk is de verkeersveiligheid een aandachtspunt op deze weg.

2-9-2023

Ontsluiting Triangelstraat/Beneluxlaan • Verkeersgeneratie 656 mvt/etmaal (werkdag) Conclusie

Geen verkeersintensiteiten Triangel, maar naar verwachting kan de Triangel deze toename van verkeer aan.

2-9-2023

Tellingen Basec.nl

BIJLAGE 2 – VERKEERSGENERATIE IN CIJFERS

16/16

NIEUW functie

aantal

kencijfer (CROW 381)

kengetal

verkeersgeneratie weekdag

werkdag

Deelgebied Akkers 1 grondgebonden woning appartementen appartementen appartementen bedrijfsruimte kantoor horeca bedrijfsruimte bedrijfsruimte totaal

1 koop huis vrijstaand 28 koop app duur 10 koop app duur 16 koop app duur 1375 kantoor met balie 200 kantoor met balie 200 restaurant 575 kantoor met balie 475 kantoor met balie

8,2 7,1 7,1 7,1 13,6 13,6 39 13,6 13,6

8,2 198,8 71 113,6 187 27,2 78 78,2 64,6 827

9,102 220,668 78,81 126,096 248,71 36,176 86,58 86,802 71,706 965

Deelgebied Akkers 2 appartementen appartementen appartementen appartementen totaal

20 koop app duur 40 koop app duur 40 koop app duur 14 koop app duur

7,1 7,1 7,1 7,1

142 284 284 99,4 809

157,62 315,24 315,24 110,334 898

Deelgebied Akkers 1 grondgebonden woning totaal

30 koop huis tussen/hoek

7,1

213 213

236,43 236

Deelgebied Broederhuis appartementen maatschappelijk/bedijfsruimte totaal

70 koop app duur 575 kantoor met balie

7,1 13,6

497 78,2 575

551,67 104,006 656

Uitgangspunten - midden bandbreedte - stedelijkheidsgraad "matig stedelijk" (CBS) - ligging "rest bebouwde kom" - restaurant turnover 3 - omrekenfactor wonen 1,11 - omrekenfactor werken 1,33 - omrekenfactor horeca 1,11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097641/3