CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl2- 24-80 Was-wordt-tabel RvO gemeente Dongen 2023-2025

Besluitvormende raadsvergadering 12 december 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-80 Reglement van Orde gemeente Dongen 20258.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2023-2025 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Tekst die niet meer voorkomt in de ‘nieuwe tekst’ is doorgehaald. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

In dit reglement wordt verstaan onder:

−

amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit;

−

amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

−

griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

−

griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

−

initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

−

initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;

−

motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

−

motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

−

subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

−

−

voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

motie vreemd: een verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken over een niet-geagendeerd onderwerp;

−

wet: Gemeentewet;

−

−

opinieweergave: een beknopte weergave van de behandeling van een onderwerp dat tijdens een opiniërende raadsvergadering als bespreekpunt voor de besluitvormde raadsvergadering wordt geagendeerd;

raadsinformatiesysteem: een digitaal systeem waarin alle vergaderingen en bijbehorende vergaderstukken van de gemeenteraad worden gepubliceerd;

−

subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

−

voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

−

wet: Gemeentewet.

−

raadsinformatiesysteem: een digitaal systeem waarin alle vergaderingen en bijbehorende vergaderstukken van de gemeenteraad worden opgeslagen.

Artikel 2 was art. 3 en deze tekst wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3. De voorzitter

Artikel 2. De voorzitter

1. De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad, het doen naleven van het reglement van orde en wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

1. De voorzitter is belast met:

2. Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder danwel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de waarnemend voorzitter.

a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde in de vergadering; c.

het doen naleven van dit reglement;

d. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. Wanneer de voorzitter in de hoedanigheid van burgemeester, portefeuillehouder danwel collegevoorzitter deelneemt aan het debat, wordt het voorzitterschap vervuld door de plaatsvervangend voorzitter.

Pagina 1 van 19

3. De raad benoemt bij aanvang van de bestuursperiode uit zijn midden éen of meerdere plaatsvervangend voorzitters en stelt de volgorde voor het plaatsvervangend voorzitterschap vast. 4. Indien het raadslidmaatschap van een plaatsvervangend voorzitter als bedoeld in het derde lid gedurende de zittingsperiode eindigt, benoemt de raad een nieuwe plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Het presidium

Nieuwe tekst Artikel 3. Het presidium

1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.

1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.

2. De fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.

2. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het presidium.

3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad, en stelt de vergadercyclus en planning van de gemeenteraad vast. 5. Het presidium bereidt de voorlopige agenda’s voor de raadsvergaderingen voor. 6. Het presidium vergadert zo vaak als de voorzitter het nodig acht, of als tenminste twee fracties, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 7. De vergaderingen van het presidium vinden in beslotenheid plaats. De agenda en vastgestelde besluitenlijst wordt openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem.

3. Bij afwezigheid van de voorzitter wijst het presidium een vervanger aan. 4. De fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een daartoe aangewezen raadslid uit de eigen fractie. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. Het presidium heeft als taak: a. Bepalen van de werkwijze en voorzieningen van de raad en de raadscommissies; b. Het vaststellen van het vergaderschema van de raad. c. Het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en commissievergaderingen. 7. Het presidium vergadert zo vaak als de voorzitter het nodig acht, of als tenminste twee fracties, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 8. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. 9. De griffier draagt zorg voor openbaarmaking van de agenda en de vastgestelde besluitenlijst.

Artikel 4 blijft inhoudelijk ongewijzigd

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

Nieuwe tekst Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit minimaal drie raadsleden.

2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

2. De commissie onderzoekt of de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw benoemde raadslid voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt.

3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

3. De commissie brengt na haar onderzoek mondeling verslag uit aan de raad en brengt advies uit voor een besluit over de toelating van het nieuw benoemde raadslid tot de raad. Daarbij maakt de commissie tevens melding van een eventueel minderheidsstandpunt. 4. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 5. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6. Benoeming wethouders

Nieuwe tekst Artikel 6. Benoeming wethouders

1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.

2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten die de wet daaraan stelt (van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet).

3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

3. De commissie brengt na haar onderzoek vervolgens mondeling verslag uit aan de raad en brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Daarbij maakt de commissie tevens melding van een eventueel minderheidsstandpunt. 4. De burgemeester zal voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester

brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Fracties

Nieuwe tekst Artikel 7. Fracties

1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.

1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.

2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

4. Indien:

5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

a. één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; c. één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen die de Kieswet aan een politieke groepering stelt en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Vergadermodel

Nieuwe tekst Artikel 8. Vergadermodel

1. Het vergadermodel bestaat uit raadsinformatieavonden, gespreksavonden, opiniërende raadsvergaderingen en besluitvormende raadsvergaderingen.

1. Het vergadermodel bestaat uit beeldvormingsavonden, commissievergaderingen, thema-avonden en raadsvergaderingen.

2. Het presidium besluit op welke wijze een raadsbesluit wordt voorbereid.

2. Het presidium besluit op welke wijze een raadsbesluit wordt voorbereid.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Oproep en voorlopige agenda

Nieuwe tekst Artikel 9. Oproep en agenda

1. De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een

1. De voorzitter roept de raadsleden ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering digitaal

digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

op ter vergadering, tenzij een kortere termijn noodzakelijk is. 2. Gelijktijdig met de oproep voor de vergadering van de gemeenteraad wordt de voorlopige agenda van de raadsvergadering met de daarbij behorende stukken ter openbare kennis gebracht via het Raadsinformatiesysteem, voor zover het geen zaken betreft waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd. 3. Stukken waarop op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de griffier. De griffier verleent op passende wijze aan de raadsleden inzage. 4. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende agenda opstellen. 5. Een extra vergadering wordt uitgeschreven indien de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk en met opgaaf van reden daarom verzoekt. 6. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 10 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken

Nieuwe tekst VERVALLEN

1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep op het raadsinformatiesysteem gepubliceerd. Als na het verzenden van de oproep nieuwe stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Openbare kennisgeving

Nieuwe tekst Artikel 10. Openbare kennisgeving

Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de gemeentelijke informatiekrant, via de gemeentelijke website en gemeentelijke sociale media.

Vergaderingen worden ter openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de gemeentelijke website via het raadsinformatiesysteem.

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Presentielijst

Nieuwe tekst Artikel 11. Presentielijst

1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Een nieuw artikel 12 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 12. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering, onder verwijzing naar artikel 20 van de wet. Dit tijdstipt ligt ten minste 24 uur na het tijdstip van de hernieuwde oproep.

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Spreekrecht 1. In een raadsvergadering kunnen aanwezige burgers, met inachtneming van lid 3 het woord voeren bij het agendapunt spreekrecht. 2. Een spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Gezamenlijk krijgen de sprekers maximaal 30 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 3. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. De voorzitter geeft het woord aan sprekers op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een

Nieuwe tekst Artikel 13 Inspreekrecht burgers 1. Een burger kan door tussenkomst van de griffier tijdens een raadsvergadering het woord voeren op een daarvoor gereserveerd moment over een onderwerp dat niet op de agenda van de betreffende raadsvergadering staat. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep open staat, b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht kan of kon worden ingediend op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij meldt daarbij zijn naam, telefoonnummer en e-mailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker.

4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan zes sprekers zijn. 6. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De raadsleden kunnen daarna aan de inspreker een korte, verhelderende vraag stellen. 7. De voorzitter kan insprekers die zich niet aan de regels houden of zich onbehoorlijk of beledigend uitdrukken het woord

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Spreken tijdens raadsvergadering en handhaving vergaderorde 6. Raadsleden richten zich tot de voorzitter. 7. Indien een raadslid zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, dan wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem over het aanhangige onderwerp het woord in de vergadering ontzeggen. 8. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Nieuwe tekst Artikel 14. Handhaving orde en schorsing 1. De voorzitter zorgt voor handhaving van de orde in de vergadering. 2. Indien een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitdrukt, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. 3. Indien een spreker geen gevolg geeft aan de oproep, bedoeld in het vorige lid, kan de voorzitter hem gedurende de desbetreffende vergadering het woord ontnemen. 4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Aantal spreektermijnen

Nieuwe tekst Artikel 15. Aantal spreektermijnen

1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

3. Een raadslid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde raadsvoorstel of onderwerp.

4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover.

4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.

5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord

5. Tijdens de behandeling van een geagendeerd voorstel of onderwerp is er namens een fractie maximaal één

heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

woordvoerder per fractie, met uitzondering van de behandeling van de kadernota, jaarrekening en begroting. 6. Interrupties in de eerste termijn niet toegestaan. 7. Interrupties dienen te bestaan uit korte korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. 8. Op een vraag bedoeld in het zesde lid, kunnen maximaal twee korte vervolgvragen gesteld worden. 9. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. Een raadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 10. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Een nieuw artikel 16 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 16. Spreektijd Het presidium kan regels vaststellen over de spreektijden van de raadsleden en de leden van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 16 blijft inhoudelijk ongewijzigd en omgenummerd naar artikel 17:

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17. Voorstellen van orde

Nieuwe tekst Artikel 18. Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

1. De voorzitter en raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. 2. Over een ordevoorstel besluit de raad onmiddellijk.

Artikel 18 blijft inhoudelijk ongewijzigd en omgenummerd naar artikel 19 Artikel 19 vervalt Bestaande tekst Artikel 19. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel

Nieuwe tekst VERVALLEN

voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, die niet ingevolge artikel 28 van de wet aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Nieuwe tekst Artikel 20. Stemming algemeen 1. Na het sluiten van de beraadslagingen over een voorstel of indien niemand het woord verlangt, stelt de voorzitter de stemming aan de orde. 2. Indien geen stemming wordt verlangd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel bij acclamatie is aangenomen. 3. Indien het voordstel bij acclamatie wordt aangenomen, kunnen de in de vergadering aanwezige raadsleden vragen om aantekening dat zij geacht worden te hebben tegengestemd. 4. Voordat er daadwerkelijk gestemd wordt, kunnen de leden van de raad namens hun fractie een stemverklaring, zijnde een korte toelichting van een fractie op het stemgedrag, afleggen. 5. De voorzitter stelt in eerste instantie de ingediende amendementen of subamendementen aan de orde, vervolgens het besluit en tot slot de ingediende moties. 6. Indien twee of meer amendementen zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde van stemming waarbij het meest verstrekkende amendement of subamendement als eerste in stemming wordt gebracht. 7. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee.

Het huidige artikel 21 vervalt Bestaande tekst Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die

Nieuwe tekst VERVALLEN

amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken

Een nieuw artikel 21 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 21. Hoofdelijke stemming 1. Hoofdelijk stemming vindt plaats indien de voorzitter of een van de ter vergadering aanwezige raadsleden dat verlangt. 2. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. 3. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen door middel van 'voor' of 'tegen', zonder enige toevoeging.

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22. Stemming over personen

Nieuwe tekst Artikel 22. Stemming over personen

1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

1. Voor de stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren,

2. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn.

3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 5. Wanneer bij de eerste instemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt

3. Indien een aantal personen tegelijk moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen, kan de raad op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4. De inhoud van elk stembriefje wordt door één van de stemopnemers voorgelezen, door een ander nagezien en door de derde aangetekend. 5. De stemopnemers onderzoeken of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal aanwezige leden dat zich

tot een tweede schriftelijk stemming overgegaan. 6. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

niet op grond van artikel 28 van de wet van stemming dient te onthouden. 6. Een stemming is nietig als het aantal ingeleverde stembriefjes groter is dan het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend en zich niet van stemming op grond van artikel 28 van de wet moeten onthouden. 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

7. Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken beslist terstond het lot.

Een nieuw artikel 23 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 23. Herstemming over personen 1. Indien bij een enkelvoudige kandidatuur geen meerderheid is verkregen voor die kandidaat, blijft een benoeming, voordracht of aanbeveling achterwege. 2. Indien bij een meervoudige kandidatuur bij de eerste stemming geen volstrekte meerderheid is verkregen voor één van de kandidaten, volgt een tweede stemming. 3. Is ook bij deze tweede stemming geen meerderheid verkregen, dan vindt een herstemming plaats over de twee personen die bij de tweede stemming het hoogste aantal stemmen hebben gekregen. 4. Indien bij de tweede stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de herstemming moet plaatsvinden, wordt bij tussenstemming beslist tussen welke twee personen de herstemming zal plaatshebben. 5. Staken bij de her- of tussenstemming de stemmen, dan beslist het lot.

Het huidige artikel 23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 23. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor opinieweergaven en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van welke raadsleden afwezig waren; c.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

Nieuwe tekst Artikel 24. Besluitenlijst en beeld- en geluidsregistratie 1. De griffier maakt een besluitenlijst van de raadsvergadering. 2. De besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de raadsleden, de leden van het college van burgemeester en wethouders voor zover aanwezig en de insprekers (met vermelding van het agendapunt waarover ze hebben ingesproken); b. afwezige raadsleden van wie bericht van verhindering is ontvangen;

d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f.

bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk, na vaststelling, de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Alle opinieweergaven en besluitenlijsten worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

c. de genomen besluiten; d. de stemuitslag, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen die zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en f.

bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 18 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

3. Een conceptbesluitenlijst wordt in de eerstvolgende raadsvergadering ter vaststelling aangeboden aan de raad. De vastgestelde besluitenlijst worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Via het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad worden beeld- en geluidsopnames van de commissievergadering live uitgezonden en bewaard, voor zover deze niet besloten is. Aanwezigen kunnen in beeld komen.

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 24. Ingekomen stukken

Nieuwe tekst Artikel 25. Ingekomen stukken

1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden via het raadsinformatiesysteem.

1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden via het raadsinformatiesysteem.

2. De raad stelt op voorstel van het presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

2. De raad stelt op voorstel van het presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. De griffier kan besluiten een ingekomen stuk niet op de lijst ingekomen stukken te plaatsen indien het stuk onbetamelijk, onbegrijpelijk of beledigend is, dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard.

Artikel 25 blijft inhoudelijk ongewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 25. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Artikel 26. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 26. Verslag besloten vergadering

Nieuwe tekst Artikel 27. Besluitenlijst besloten vergadering

1. De raad besluit tot het wel of niet opnemen van een besloten vergadering.

1. Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.

2. Bij opname van de besloten vergadering is de opname het verslag van de vergadering. 3. Indien de raad besluit om de besloten vergadering niet op te nemen, wordt een schriftelijk verslag van de raadsvergadering gemaakt. 4. Opnames, conceptverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem.

2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

5. Deze opnames, verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de opnames het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 6. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 27 blijft inhoudelijk ongewijzigd en omgenummerd naar artikel 28: Het huidige artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 28. Toehoorders en pers

Nieuwe tekst Artikel 29. Toehoorders en pers

1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

2. Het blijk geven van tekenen van goedkering of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde door toehoorders is verboden. 3. De voorzitter kan toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, en dit na herhaaldelijk aanspreken blijven doen, uit de raadszaal laten verwijderen. 4. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan de

voorzitter voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties

Nieuwe tekst Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens, of in diens naam gegeven aanwijzingen.

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter via de griffier en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 30. Amendementen en subamendementen

Nieuwe tekst Artikel 31. Amendementen en subamendementen

1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan tot aan het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk een amendement indienen.

2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

2. Een amendement heeft betrekking op één of meerdere beslispunten uit het ontwerpbesluit. 3. Een amendement wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend. 4. Wijziging van een amendement is mogelijk tot aan het moment dat de beraadslaging over een onderwerp wordt gesloten. 5. Intrekking van het amendement kan tot aan het moment waarop de voorzitter de stemming over een onderwerp aan de orde stelt. 6. Dit artikel is overeenkomstig van toepassing op voorstellen tot wijziging van reeds ingediende amendementen (subamendementen).

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 31. Moties

Nieuwe tekst Artikel 32. Moties

1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat

1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan een motie indienen.

2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

2. Een motie wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend. 3. De behandeling van een motie vindt tegelijk met de beraadslaging over het voorstel dat het betreft. 4. Wijzigen van een motie is mogelijk tot het sluiten van de beraadslagingen. 5. Intrekken van een motie is mogelijk tot aan het moment waarop de voorzitter de

4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

stemming over het raadsvoorstel waarop de motie betrekking heeft aan de orde stelt.

Een nieuw artikel 33 wordt toegevoegd Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 33. Motie vreemd 1. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, kan een motie vreemd indienen. 2. Een motie vreemd wordt bij het vaststellen van de agenda aangekondigd door de indiener. 3. Behandeling van een motie vreemd vindt plaats als laatste agendapunt voor sluiting van de vergadering. 4. De indiener wordt als eerste het woord verleend om een toelichting te geven. Andere raadsleden kunnen vervolgens vragen stellen over de motie vreemd. Daarna krijgt het college het woord. 5. Indien meerdere raadsleden gezamenlijk een motie vreemd hebben ingediend, wordt uitsluitend het lid dat als eerste indiener moet worden beschouwd de gelegenheid gegeven de motie vreemd toe te lichten. De indieners geven aan de voorzitter aan wie als eerste indiener moet worden beschouwd.

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 32. Initiatiefvoorstel

Nieuwe tekst Artikel 34. Initiatiefvoorstel

1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in, via de griffier, bij de voorzitter.

1. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel indienen.

2. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

2. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter door tussenkomst van de griffier.

3. Het college wordt voor de inhoudelijke behandeling in gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.

3. De griffier voorziet het voorstel zo snel mogelijk van een behandelplan dat, eventueel schriftelijk, wordt voorgelegd aan het presidium. Na instemming van het presidium wordt het behandelplan ter kennisname gebracht van de raads- en commissieleden. 4. Het college kan binnen 15 dagen, nadat het in kennis is gesteld van het initiatiefvoorstel, schriftelijk zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad brengen. 5. De betreffende raadscommissie bespreekt het initiatiefvoorstel in zijn eerstvolgende vergadering nadat de reactie van het college is ontvangen of de termijn van 15 dagen voor het college verstreken is. 6. De indiener wordt zowel in de raadscommissie als in de raadsvergadering

in de gelegenheid gesteld het initiatiefvoorstel te verdedigen. 7. Na behandeling in de raadscommissie wordt het voorstel ter besluitvorming in de eerstvolgende raadsvergadering geagendeerd.

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 33. Collegevoorstel

Nieuwe tekst Artikel 35. Collegevoorstel

1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.

1. Een door het college van burgmeester en wethouders opgesteld raadsvoorstel dat is opgenomen op de voorlopige agenda van een raadsvergadering, kan door het college gemotiveerd worden gewijzigd tot uiterlijk dinsdag 14.00 uur voorafgaand aan de raadsvergadering, dan wel door het college gemotiveerd worden ingetrokken tot aan het moment dat de gemeenteraad de agenda vaststelt.

2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 3. Als na de voorafgaande bespreking van het voorstel in de raadscommissie de commissie concludeert dat het voorstel niet rijp is voor besluitvorming, gaat het voorstel niet door naar de eerstvolgende raadsvergadering maar terug naar het presidium. Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 34. Interpellatie

Nieuwe tekst Artikel 36. Interpellatie

1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

1. Een raadslid kan een verzoek tot het houden van een interpellatie tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de eerstvolgende raadsvergadering schriftelijk door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter indienen. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. Voor het houden van een interpellatiedebat volstaat de toestemming van tenminste twee voltallige fracties, blijkens de presentielijst van de vergadering.

2. Een verzoek bevat een korte en duidelijke omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. 3. De raad neemt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering een besluit over het verzoek tot het houden van een interpellatie bij het vaststellen van de agenda van de raadsvergadering. Voor het houden van een interpellatiedebat volstaat de toestemming van 1/5 deel van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend. 4. Het raadslid dat het verzoek tot interpellatie heeft ingediend, wordt als eerste in de

gelegenheid gesteld om vragen te stellen, waarna het de burgemeester of het college kan antwoorden. 5. Het raadslid dat het verzoek tot interpellatie heeft ingediend, krijgt opnieuw het woord om vervolgvragen te stellen, waarna door burgemeester of het college opnieuw kan antwoorden. 6. Indien meerdere raadsleden gezamenlijk het verzoek tot interpellatie hebben ingediend, wordt uitsluitend het raadslid dat als eerste indiener wordt beschouwd, de gelegenheid gegeven als eerste vragen te stellen. De verzoekers geven aan de voorzitter aan wie als eerste indiener moet worden beschouwd. 7. Na de beantwoording van de vragen, als bedoeld in het zesde lid, kunnen de overige raadsleden per fractie in maximaal 2 termijnen aan de beraadslagingen deelnemen. Na iedere termijn kunnen de burgemeester of het college antwoorden op eventuele vragen. Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 35. Schriftelijke vragen

Nieuwe tekst Artikel 37. Schriftelijke vragen

1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

1. Een raadslid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke vragen stellen.

2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. Raadsleden kunnen bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

2. De vragen worden nauwkeurig en zo zakelijk mogelijk omschreven en door tussenkomst van de griffier bij het college of de burgemeester ingediend. 3. Het college of de burgemeester beantwoordt de vragen zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. 4. De termijn, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld op zes weken indien de termijn van 30 dagen afloopt binnen de door de regio Zuid officieel vastgestelde zomervakantie voor het onderwijs. 5. Indien het college of de burgemeester niet in staat is de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden, stellen zij hiervan binnen de gestelde termijn de vragensteller gemotiveerd en met opgave van een nieuwe termijn in kennis. 6. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.

Artikel 36 blijf inhoudelijk ongewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 36. Inlichtingen

Artikel 38. Inlichtingen

1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier .

1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.

2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 15 dagen nadat het verzoek is ingediend.

3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 15 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 37. Vragenhalfuur

Nieuwe tekst Artikel 39. Vragenhalfuur

1. Bij aanvang van iedere besluitvormende raadsvergadering is een vragenhalfuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.

1. Raadsleden kunnen mondeling, actuele politieke vragen stellen aan het college en de burgemeester bij het agendapunt vragenhalfuur over onderwerpen die niet op de agenda staan.

2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en de vraag ten minste 48 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

2. Het vragenhalfuur duurt maximaal 30 minuten. [N.B.: dit was lid 9 van dit artikel] 3. Een vraag voor het vragenhalfuur wordt ten minste 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering schriftelijk ingediend bij de voorzitter door tussenkomst van de griffier onder vermelding van het onderwerp en de vraag. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer korte vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. 7. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

8. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 9. Het vragenhalfuur duurt maximaal 30 minuten; aangemelde vragen die tijdens het vragenhalfuur niet kunnen worden beantwoord, worden zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord. Artikel 38 blijft inhoudelijk ongewijzigd Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 38. Uitleg reglement

Artikel 40. Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 39. Intrekken oude reglement

Nieuwe tekst Artikel 41. Intrekking oude reglement

Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2017 wordt ingetrokken.

Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2023 wordt ingetrokken.

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 40. Inwerkingtreding en citeertitel

Nieuwe tekst Artikel 42. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Dit reglement treedt in werking op 01 maart 2023.

1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2025.

2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Dongen 2023.

2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeente Dongen 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14757103/1