Bijl1b- 25-63 Ontwerp regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende regels Begrippen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
4 4 9 10
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5
Regels voor functies en activiteiten Recreatie - Verblijfsrecreatie Waarde - Archeologie - 2
11 11 14
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene vergunningverplichtige bouwactiviteiten Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
16 16 17 18 19 20
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
21 21 22
2 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatieaan de Groenstraat 8 te Dongen en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Dongen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Dongen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan. Daarnaast gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
1.1
TAM-omgevingsplan
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Groenstraat 8 Dongen'
1.2
omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Dongen
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge deze regels, ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden, regels worden gesteld.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd, ondergeschikt gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
1.6
aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.7
achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
1.8
archeologisch deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid.
4 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
1.9
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
1.11
bebouwing
een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.12
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
1.13
bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon exploiteren en beheren van een verblijfsrecreatief complex, gericht op het als onderneming aanbieden van recreatief verblijf aan meerdere, steeds wisselende personen.
1.14
bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
1.15
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, oppervlaktematen en voorgevelrooilijnen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen alsmede voorgevelrooilijnen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.
1.16
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
1.19
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.21
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.23
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.24
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.25
chalet
een gebouw dat dient als recreatief dag- en nachtverblijf, niet zijnde een stacaravan en waar permanente bewoning is uitgesloten;
1.26
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
1.27
dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst.
1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
6 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
1.29
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.30
kampeermiddelen
tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
1.31
logeergebouw
een gebouw, bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband.
1.32
mantelzorg
het op basis van een indicatie, verstrekt door een daartoe deskundige instantie, bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
1.33
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
1.34
orangerie
Een overkapt terras/ een sfeervolle tuinkas waarbinnen planten kunnen overwinteren en (planten)materiaal kan staan. Deze ruimte kan tevens worden gebruikt voor activiteiten, met dien verstande dat deze activiteit ondergeschikt zijn aan de recreatieve verblijfsfunctie.
1.35
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
1.36
parkeerterrein
parkeerplaatsen voor meer dan één auto.
1.37
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwvlak en de kant van de weg minder dan 5 m bedraagt; b. bij ligging in het water: het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
1.38
permanente bewoning
er is sprake van permanente bewoning als een chalet, een stacaravan of ander kampeermiddel het hoofdverblijf voor de gebruiker is en/of voor bewoning anders dan in het kader van recreatief verblijf wordt gebruikt.
1.39
permanente standplaats
een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten, gedurende het gehele jaar en waar permanente bewoning is uitgesloten. .
1.40
recreatieve bewoning
verblijf dat plaatsvindt in het kader van weekend- en/of verblijfsrecreatie en dat enkel gericht is op ontspanning of vrijetijdsbesteding, niet zijnde dagrecreatie en waar permanente bewoning is uitgesloten.
1.41
slagboom
afsluitingsmechanisme dat dient om controle uit te kunnen oefenen over het gebruik van een doorgang of een toegang.
1.42
kampeerplaats
een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten en waar permanente bewoning is uitgesloten.
1.43
vakantieappartement
deel van een gebouw welke blijvend is ingericht voor recreatief dag- en nachtverblijf, waarbij wordt verbleven in zelfstandige eenheden en waar permanente bewoning is uitgesloten.
1.44
verblijfsmiddelen
voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans, tenten en andere soortgelijke constructies, voor zover geen bouwwerken en geen kampeermiddelen zijnde.
1.45
voorgevel van een gebouw
het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een gebouw; indien meerdere delen van het gebouw naar de weg zijn gekeerd (hoekkavel) bepalen burgemeester en wethouders welke zijde als voorgevel moet worden beschouwd.
1.46
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel.
8 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich - in geval van een lessenaarsdak - aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen peil, de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 3
Toepassingsbereik
a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in sub c. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'Groenstraat 8 Dongen', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0766.OPTI20250080-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
10 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
Regels voor functies en activiteiten
Recreatie - Verblijfsrecreatie
Functies en gebruik
In het voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gebied zijn de volgende functies/gebruiksactiviteiten toegestaan: a. bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie in de vorm van één vakantie-appartement en 35 kampeerplaatsen dan wel één vakantieappartement, 30 kampeerplaatsen en 5 chalets; b. ter plaatse van de aanduiding 'speciefieke vorm van recreatie - chalets' zijn ten hoogste 5 chalets toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - chalets uitgesloten' zijn geen chalets toegestaan; d. bij de functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' behorende voorzieningen, zoals sanitair- en dienstgebouwen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vakantieappartement' is één vakantieappartement toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - orangerie' is een orangerie toegestaan van 350m2; h. de gronden ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn bestemd voor het parkeren van voertuigen van bezoekers van het verblijfsrecreatieve bedrijf aan de Groenstraat 8 te Donge i. één mantelzorgwoning zolang de zorgbehoefte die aanwezig is ten tijde van vaststelling van dit TAM-omgevingsplan onafgebroken van toepassing blijft. 4.2
Bouwen
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels:
4.2.1
Algemeen
a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder hoofdgebouwen; b. de ondergronde bouwdiepte van ondergronde bouwwerken bedraagt maximaal 1 bouwlaag. 4.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor bedrijfsgebouwen, inclusief overkappingen, geldt het volgende: a. b. c. d.
de goothoogte bedraagt niet meer dan 4 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 m; het vakantieappartement dient inpandig binnen de bedrijfsgebouwen gerealiseerd te worden; de bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden, met uitzondering van een orangerie van maximaal 350 m² ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie orangerie'; e. er mogen maximaal 5 chalets gerealiseerd worden binnen de aanduiding 'speciefieke vorm van recreatie - chalets'; f. iedere chalet mag maximaal de afmetingen hebben zoals benoemd in onderstaande tabel; Chalet
Maximale afmetingen
Oppervlakte
75 m2
Inhoud
285 m3
Hoogte
3,8 m
g. er mag 1 vakantieappartement gerealiseerd worden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen recreatie - vakantieappartement' h. ieder vakantieappartement mag maximaal de afmetingen hebben zoals benoemd in onderstaande tabel;
i. j.
Vakantieappartement
Maximale afmetingen
Oppervlakte
100 m2
Inhoud
380 m3
Hoogte
8m
de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt ten minste 3 m; permanente bewoning van een vakantieappartement is uitgesloten.
4.2.3
Bedrijfswoning
Voor bedrijfswoningen geldt het volgende: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan met bijbehorende bijgebouwen; b. uitsluitend binnen het bouwvlak is een bedrijfswoning toegestaan. c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m; d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 m; e. de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijgebouwen, bedraagt niet meer dan 750 m³; f. de oppervlakte van de bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijgebouwen, bedraagt niet meer dan 200 m²; g. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 m; h. de minimale afstand tussen de woning aan de Groenstraat 8 en de Groenstraat bedraagt niet minder dan de afstand tussen de woning aan de Groenstraat 8 en de Groenstraat op het moment van vaststelling van dit TAM-omgevingsplan. 4.2.4
Bijgebouwen bij bedrijfswoning
Voor bijgebouwen bij een bedrijfswoning, inclusief overkappingen, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
de gezamenlijke bebouwde oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bedraagt niet meer dan 80 m²; de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 7 m; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 m.
4.2.5
Chalets
Voor chalets geldt het volgende: a. Chalets zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding 'speciefieke vorm van recreatie - chalets'; b. Er mogen maximaal 5 chalets worden gerealiseerd waarbij voldaan dient te worden aan de afmetingen zoals beschreven in 4.2.2, onder g; c. Permanente bewoning van chalets is uitgesloten. 4.2.6 a. b. c. d.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en antennes bedraagt ten hoogste 10 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 6 m; de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 60 m².
12 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
4.3
Gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vakantieappartement' is niet meer dan één vakantieappartement toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kampeerplaatsen' zijn niet meer dan 30 kampeerplaatsen toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - chalets' zijn niet meer dan 5 chalets toegestaan. d. het vakantieappartement mag niet buiten bestaande bedrijfsgebouwen gerealiseerd worden; e. permanente bewoning van chalets of objecten met een functie voor verblijfsrecreatie is niet toegestaan; f. onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met de functies/gebruiksactiviteiten wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoning; 4.3.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van de functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zoals beschreven in artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan, mits de landschappelijke inpassing, voor zover weergegeven in Bijlage 1, maximaal 1 jaar na het onherroepelijk worden van het TAM-omgevingsplan is aangelegd en vervolgens aldus duurzaam in stand wordt gehouden.
4.3.3
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Het gebruik van de functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zoals beschreven in artikel 4.1 is uitsluitend toegestaan, mits a. er in de avond- en nachtperiode (van 19:00 tot en met 07:00) niet wordt geparkeerd of weggereden van de parkeerplaats die met rood is omkaderd in bijlage 2 van de regels; b. er in de nachtperiode (van 23:00 tot en met 07:00) niet wordt geparkeerd of weggereden op de parkeerplaats die met blauw is omkaderd in bijlage 2 van de regels; c. de parkeerplaatsen die met rood en blauw zijn omkaderd in bijlage 2 worden op de tijden dat deze niet in gebruik mogen zijn op grond van a en b afgesloten met een slagboom waardoor verzekerd is dat er geen gebruik wordt gemaakt van de parkeerplaatsen op de periodes dat dit niet is toegestaan; d. Er minimaal 55 parkeerplaatsen aanwezig zijn op de locatie. 4.4
Vergunningplicht voor activiteiten
4.4.1
Afwijken landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor het realiseren van een afwijkend landschappelijk inpassingsplan zoals bepaald in lid 4.3.2 indien in plaats van de in bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: a. minimaal gelijk zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen; b. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; c. zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie - 2
Functies en gebruik
De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende functies/gebruiksactiviteiten - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
5.2
Bouwen
Op de voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde functies/gebruiksactiviteiten uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies/gebruiksactiviteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies/gebruiksactiviteiten geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning bouw een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning bouw regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 5.3
Werken en werkzaamheden
5.3.1
Aanwijzing vergunningplicht werken en werkzaamheden
Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Waarde - Archeologie - 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.3.2
Uitzonderingen
Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: 14 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen a. b. c. d.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.000 m²; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
5.3.3
Beoordelingsregels
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 7
Algemene vergunningverplichtige bouwactiviteiten
7.1
Overschrijding bouwgrenzen
7.1.1
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en de regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 7.1.2
Overschrijding ten behoeve van aan- of uitbouw
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 7.1.1 ten behoeve van de overschrijding van bouwgrenzen door een aan- of uitbouw aan een woning: a. tot een maximum oppervlakte van 6 m² indien de diepte van de voortuin kleiner of gelijk is aan 2 m; b. tot een maximum oppervlakte van 15 m² indien de diepte van de voortuin groter is dan 2 m; met dien verstande dat: c. de goothoogte van de aan- of uitbouw maximaal 3 m mag bedragen; d. de afstand van de aan- of uitbouw tot de functie Verkeer ten minste 0,5 m dient te bedragen; e. er geen onevenredige beperkingen voor de omringende functies mogen optreden. 7.2
Bestaande maten
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
a. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de locatie toegedeelde functies en/of gebruiksactiviteiten. b. burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd. c. Parkeren aan de (bermen van de) Groenstraat voor bezoekers van de recreatieve functie is niet toegestaan.
18 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking kan worden verleend - afwijking verlenen van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Afwijking wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de functie gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 10 10.1
Overige regels
Voldoende parkeergelegenheid
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dienen 53 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig te zijn en/of te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden.
10.2
Laden en lossen
a. Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die behoefte en waarbij die laad- en losgelegenheid in stand wordt gehouden. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien, indien aangetoond wordt dat de parkeerdruk niet toeneemt en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid. 10.3
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het TAM-omgevingsplan.
20 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot. 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstrip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dat gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen" (vastgesteld) 21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Groenstraat 8 Dongen
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam Regels van het TAM-omgevingsplan 'Groenstraat 8 Dongen'.
22 8 Dongen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Groenstraat