CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl1- CN25-01 Notitie uitvoeringsprincipes Participatiewet

Commissie Samenleving 13 maart 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Commissie notitie uitvoeringsprincipes Participatiewet7.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Uitvoeringsprincipes Participatiewet Gemeente Dongen Januari 2025

1

Voorwoord

Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans op komst, een groeiende en veranderende doelgroep is het wenselijk om de uitvoering van de Participatiewet in Dongen te herijken. We benaderen dit vraagstuk praktisch. Geen lang beleidsstuk, maar een notitie gericht op uitvoering. Een notitie die het midden houdt tussen werkwijzen, uitvoeringsprincipes en beleidsuitgangspunten. De opdracht volgend uit de Participatiewet is helder: Het bieden van bestaanszekerheid door middel van een voorspelbaar inkomen. Deze bestaanszekerheid en een voorspelbaar inkomen bieden de beste mogelijkheid om deel te nemen in de samenleving. Naar mening van het college is werk is de beste manier om een inkomen te krijgen. Door de kansen op betaald werk voor inwoners te vergroten, dragen we bij aan zelfredzaamheid. Werken brengt echter meer dan alleen een inkomen. Met werken ontstaat een (sociale) structuur en een netwerk. Het hebben van een netwerk helpt inwoners om volwaardig deel te kunnen nemen aan onze samenleving. De werkelijkheid is dat het vinden van werk en/of het behouden van werk niet voor iedereen even makkelijk is of vanzelf gaat. Sommige inwoners hebben ondersteuning en begeleiding nodig. Of moeten een aantal stappen zetten om terug een arbeidsritme te vinden en arbeidsgeschikt te worden. En in sommige situaties is zogenoemd beschut werk de beste oplossing voor werk.

Wat er ook nodig is of welke route doorlopen moet worden, het doel is om inwoners te laten participeren in de samenleving. Bij voorkeur via werk en een bijkomend inkomen. In de wijze waarop we uitvoering geven aan de Participatiewet kunnen we op sommige gebieden keuzes maken en prioriteiten stellen. Met dit plan leggen we daar het fundament voor. Op basis van analyses zetten we onze inzet en middelen gericht in. En dat doen we op basis van een aantal uitvoeringsprincipes. Waarbij we focus aanbrengen, zodat we onze capaciteit en energie optimaal benutten. Hoewel het doel van de Participatiewet helder is, is de uitvoering daarvan weerbarstiger. De Participatiewet en andere wetten en regelingen sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Daarnaast is er een uitgebreid speelveld aan partijen en partners. Partijen en partners die niet altijd dezelfde belangen hebben. En tenslotte, misschien wel het belangrijkste, gaat de Participatiewet over mensen. Inwoners van Dongen, met allemaal een eigen verhaal, persoonlijke omstandigheden en andere kwaliteiten, vaardigheden en behoeften. Binnen dat speelveld is het een kwestie van laveren en verschillende doelstellingen en belangen bijeen brengen. Onze Missie: Iedereen doet mee! In lijn met het coalitieakkoord geloven we dat het hebben van een eigen inkomen de meest duurzame manier is voor mensen om in hun levensonderhoud te voorzien.

Dit komt niet alleen ten goede aan henzelf, maar ook aan onze gehele samenleving. We onderzoeken mogelijkheden die bijdragen aan de actieve participatie van uitkeringsgerechtigden. Dit kan hen helpen om stappen te zetten naar een betaalde baan. Want zoals gezegd: naast een 2

inkomen vormt een werkomgeving ook een (sociaal) netwerk. En dat helpt inwoners om meer actief te kunnen deelnemen in de samenleving. Tenslotte: binnen het sociaal domein en ook de Participatiewet worden veel termen en vakjargon gebruikt. Als bijlage bij deze notitie is een begrippenlijst bijgevoegd. Dat vergroot de leesbaarheid. Ankie de Hoon Wethouder

3

1. CONTEXT EN ANALYSE Aanleiding Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is een brede doelgroep ontstaan die onder Participatiewet valt. De Wet werk en bijstand, de Wet Sociale Werkvoorziening en een groot deel van de Wajong zijn komen te vervallen. De Wajong alleen nog toegankelijk voor jonge inwoners die die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Hierdoor doet een groeiende groep mensen met een arbeidsbeperking een beroep op de gemeente voor ondersteuning. De samenstelling van de bijstandsgroep verandert. Zo neemt onder andere het aantal statushouders toe. Daarnaast neemt het aantal inwoners dat lager op de participatieladder instroomt toe. Het lijkt erop dat dit effecten zijn van de coronaperiode en (langere) wachtlijsten bij zorg- en hulpverleners. De wet- en regelgeving dwingt gemeenten om vanuit vertrouwen en de menselijke maat te werken. Niet alleen kijken naar de cijfers, maar vooral naar de mensen achter die cijfers. Daarnaast streeft de gemeente naar verbinding met andere disciplines binnen het sociaal domein. Binnen de uitvoering van de Participatiewet willen we de mens meer centraal stellen. Door de verschillende disciplines binnen het sociaal domein en verschillende wetten met elkaar te verbinden kunnen we inwoners gerichter en klantvriendelijker bedienen. In de laatste jaren is ook de arbeidsmarkt verandert.

De laatste vijf jaar is in veel sectoren sprake van krapte en zelfs schaarste op personeelsgebied. Opvallend is dat de omvang van het bijstandsbestand daar eigenlijk niet op reageert, om redenen zoals die hierboven zijn genoemd. In praktijk blijkt dat de groep bijstandsontvangers zelfs in een overspannen arbeidsmarkt moeilijk naar werk bemiddelbaar blijkt. De verwachting van de gemeente Dongen is dat juist deze groep werkgevers kan voorzien van arbeidskrachten, met de juiste begeleiding en ondersteuning. Hiervoor is het wel essentieel dat werkgevers beter inzicht krijgen in deze doelgroep. Zodat voor werkgevers inzichtelijke wordt wat zij binnen hun personeelsbeleid kunnen doen om de mogelijkheden en talenten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te benutten. De gemeente, ons regionaal werkbedrijf de Diamant-groep, het werkgeversservicepunt en het nieuwe regionale Werkcentrum Midden-Brabant hebben hier samen met de gemeente een rol in te vervullen. Op het gebied van communicatie, voorlichting en begeleiding. Maar ook als het gaat om deze specifieke doelgroep potentiële werknemers in het voetlicht te krijgen. Om dit inzicht te realiseren, is een analyse van het huidige klantenbestand uitgevoerd. Dit stelt de gemeente in staat om effectief en efficiënt trajecten in te zetten die mensen duurzaam naar werk begeleiden.

De gemeente wil de uitvoering van de Participatiewet stroomlijnen door de rechtmatigheiden doelmatigheidstoetsen met elkaar te verbinden. Dat betekent in praktijk dat we het bieden van een inkomen rechtstreeks koppelen aan de bemiddeling naar werk. Of in de gevallen waar dat niet kan aan (maatschappelijke) participatie. Hierdoor kan meer focus en samenhang worden aangebracht in de aanpak, maar vooral ook meer kansen creëren voor iedereen die in Dongen woont. Samenwerken, verbinden en vertrouwen zijn de sleutelwoorden in het streven naar een inclusieve samenleving waar iedereen kansen krijgt. 4

2.1 Wettelijk kader De Participatiewet heeft als uitgangspunt dat iedereen naar vermogen deelneemt aan de samenleving, bij voorkeur door betaald werk. Gemeenten zorgen daarbij voor een vangnet als het tegenzit of niet lukt. Een van de onderliggende doelen van de Participatiewet is om de afhankelijkheid van uitkeringen te verminderen en mensen met weinig arbeidsvermogen, inclusief mensen met een arbeidsbeperking, aan het werk te helpen. Hiervoor zijn verschillende instrumenten in te zetten, zoals jobcoaching, werkplekaanpassingen, loonkostensubsidie en beschut werk. Individuele gemeenten en gemeenten gezamenlijk binnen de arbeidsmarktregio zijn aan zet als het gaat om de uitvoering van de Participatiewet. Deze uitvoering is afgestemd op de behoeften van inwoners en mogelijkheden van werkgevers en maatschappelijke organisaties. In een gemeentelijke verordening van de gemeente Dongen wordt vastgelegd wie in aanmerking komt voor welke voorzieningen en onder welke voorwaarden De gemeente Dongen heeft uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor de re-integratie en participatie van inwoners die onder de Participatiewet vallen en hierbij ondersteuning nodig hebben. Dit omvat mensen met een bijstandsuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden en personen die eerder met loonkostensubsidie door de gemeente aan werk zijn geholpen en vervolgens ziek zijn geworden of uit dienst zijn gegaan.

2.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Landelijk Op Rijksniveau zijn er de komende jaren een aantal nieuwe ontwikkelingen te verwachten. Het kabinet heeft het wetsvoorstel Participatiewet in balans toegestuurd aan de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel is opgesteld na een evaluatie (2021) van de Participatiewet (2015). In de praktijk is gebleken dat de Participatiewet onvoldoende aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is in feite een programmaplan met 20 ontwikkellijnen. Het Rijk wil toewerken naar een Participatiewet die eenvoudiger is, een toereikend bestaansminimum biedt en mensen meer passende ondersteuning biedt om mee te doen in de samenleving. De uitgebreide landelijke evaluatie van de Participatiewet in 2021 heeft geleid tot voorstellen voor aanpassingen in wet- en regelgeving door het Ministerie. De doelstelling om een inclusievere arbeidsmarkt te creëren is niet behaald. Daarom zijn er voorstellen zoals het wetsvoorstel Participatiewet in Balans (invoeringsdatum nog onbekend) en het Breed Offensief (invoering in 2023 en 2024) ontwikkeld om meer kansen te creëren voor mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. En om tegelijkertijd de bestaanszekerheid te vergroten, onder andere door het bieden van een meer voorspelbaar inkomen.

Regionaal Diamant-groep Voor Dongen is de Diamant-groep de partner als het gaat om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor inwoners die zijn aangewezen op een beschut werkplek. De 5

Diamant-groep is een gemeenschappelijke regeling, waaraan de gemeente Dongen deelneemt. Regionaal vindt er momenteel een verkenning plaats naar het meer toekomstbestendig maken van de Diamant-groep. De bedoeling is dat zij een grotere rol gaan spelen in de ontwikkeling van groepen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente Tilburg heeft een pilot ingericht, waarbij de Diamant-groep taken van de gemeente overneemt en uitvoert. De gedachte hierachter is dat de Diamant-groep sneller kan schakelen in het bieden van de verschillende ondersteuningsvormen bij werkzoekenden die een extra steuntje nodig hebben. Daarnaast kan de Diamant-groep binnen de muren van de eigen organisatie een breder ondersteuningspakket aanbieden. De gemeente Dongen volgt deze pilot met belangstelling. Afhankelijk van de strategische verkenning door de Diamant-groep en de uitkomsten van de pilot zullen overwegingen worden gemaakt om ook in Dongen de Diamant-groep op een andere wijze in te gaan zetten. Regionaal werkcentrum De regionale arbeidsmarktinfrastructuur in Midden-Brabant wordt uitgebreid met de oprichting van een (verplicht) regionaal Werkcentrum, waarmee inwoners en bedrijven in onze regio beter geholpen kunnen worden.

In 2023 heeft de ministerraad een hervorming van de arbeidsmarkt goedgekeurd, gericht op de oprichting van Werkcentra in alle 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland, om één herkenbaar loket te bieden voor hulp bij werk en personeel. Dit besluit is (mede) genomen in het licht van de toenemende personeelstekorten. In de loop van 2024 is in Midden-Brabant gestart met de voorbereidingen voor dit Werkcentrum, dat bestaat uit een samenwerking tussen gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen, sociale partners, en andere relevante organisaties. Het doel is om de dienstverlening te bundelen en toegankelijker te maken, waarbij de bestaande loketten van bijvoorbeeld het Regionale Mobiliteitsteam en het Werkgeversservicepunt integreren in het nieuwe Werkcentrum. Het Werkcentrum Midden-Brabant is sinds eind 2024 operationeel en biedt een centrale en laagdrempelige toegang tot ondersteuning voor werkzoekenden, werknemers en bedrijven. Dit kan via één contactpunt, zowel telefonisch als digitaal, en op meerdere fysieke locaties.

De samenwerking in het Werkcentrum moet ervoor zorgen dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten, en dat iedereen de nodige ondersteuning krijgt bij (om)scholing en werk., gericht op Tot slot wil het kabinet de leer- en ontwikkelcultuur versterken om zo een bijdrage te leveren aan een goed werkende, toekomstbestendige arbeidsmarkt waarin het vanzelfsprekend is dat mensen zich een leven lang blijven ontwikkelen (LLO).

2.3 De participatieladder De participatieladder voor de Participatiewet is een model dat wordt gebruikt om een indeling te maken van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat helpt bij het bepalen van de juiste mate van ondersteuning en de intensiteit van participatie van deze mensen in het arbeidsproces. Het model bestaat uit zes verschillende treden, die het niveau van zelfregie 6

en verantwoordelijkheid van de betrokkenen weergeven. Trede 6 bevat de inwoners die het kortste en trede 1 de inwoners die het verste tot de arbeidsmarkt staan. In praktijk worden de treden 1-2, 3-4 en 5-6 ook geclusterd en samengevoegd gebruikt (ook wel ABC-methode genoemd). De ladder begint bij zorg en aanbieden ondersteuning (de onderste trede, trede 1), waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zorg ontvangen en worden geïnformeerd over beschikbare voorzieningen en diensten. Inwoners of cliënten op deze trede leven over het algemeen geïsoleerd. Op de volgende trede, maatschappelijke activering (trede 2), wordt ingezet op activeren van de inwoner. Doelstelling is om de inwoner uit het isolement te halen en weer ‘onder de mensen’ te krijgen en sociale contacten aan te gaan. Op trede 3 wordt de activering doorgezet naar deelnemen aan georganiseerde activiteiten. Op trede 4, wordt de inwoner begeleid richting het verrichten van vrijwilligerswerk of onbetaald werk. Doel hiervan is om een ritme op te doen dat een opmaat is naar arbeidsritme. Op trede 5 bevinden zich de inwoners die met ondersteuning en begeleiding betaald werk hebben. De laatste trede, trede 6, is de trede waarin de inwoners betaald werk vinden. En van daaruit uitstromen naar de reguliere arbeidsmarkt.

De participatieladder helpt gemeenten om maatwerk te leveren bij het ondersteunen van mensen in hun weg naar werk en maatschappelijke participatie, en om hen in hun eigen tempo te laten groeien in verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid.

2.4 Cijfers en gegevens Aantal bijstandsuitkeringen Het totaal aantal bijstandsuitkeringen in Dongen toont een licht stijgende trend. Het gemiddeld aantal in 2023 is 313, procentueel 2,5%. Verwachting is dat de uiteindelijke toename over 2024 0,05% bedraagt. Deze stijging loopt vrijwel gelijk op met de stijging van het aantal te plaatsen statushouders. En dat lijkt daarmee dan ook de belangrijkste verklaring voor de toename. Voor de volledigheid: het aantal bijstandsuitkeringen en het aantal klanten die de gemeente heeft op basis van de Participatiewet tellen niet op tot hetzelfde aantal. Niet iedere inwoner die ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk, ontvangt een (gedeeltelijke) bijstandsuitkering. Vergelijking Wanneer het totaal aantal bijstandsuitkeringen in Dongen wordt afgezet tegen het landelijk gemiddelde en het Brabants gemiddelde, dan ‘scoort’ Dongen fors lager/’beter’. Wanneer de cijfers worden afgezet tegen twee groepen gemeenten met een vergelijkbare omvang (25.000-35.000 en 20.000-30.000) dan ‘scoort’ Dongen ook onder die gemiddelden. Maar is het verschil minder groot. Dongen

7

Landelijk

Brabant

Gemeenten met omvang 25.000-

Gemeenten met omvang 20.000-

2023 2,5% Verschil -

4,7% 2,2%

3,7 1,2%

35.000 2,9% 0,4%

30.000 2,6% 0,1%

De bovenstaande vergelijking leidt tot 2 conclusies: 1) De gemeente Dongen wijkt (zeer) positief af ten opzichte van andere gemiddelden en 2) de omvang van een gemeente heeft een relatie met het aantal bijstandsuitkeringen: hoe kleiner de gemeente, hoe kleiner het aantal bijstandsuitkeringen. Samenstelling van de doelgroep Er zijn verschillende manieren om naar de doelgroep te kijken. Op deze plaats wordt de doelgroep vanuit twee perspectieven bekeken: naar leeftijd en naar plaats op de participatieladder. De beoordeling op basis van leeftijd is een vrij traditionele en klassieke manier van kijken. In de huidige arbeidsmarkt is leeftijd veel minder een criterium voor werkgevers. Bovendien heeft de Rijksoverheid aanwijzingen gegeven om binnen de uitvoering van de Participatiewet leeftijd buiten beschouwing te laten. Vanuit het perspectief van gelijke kansen en behandeling. En daarmee voorkoming van (positieve) discriminatie op basis van leeftijd. De onderstaande gegevens zijn gebaseerd op 2023. Op basis van leeftijd is 9% van de bijstandsontvangers tot 27 jaar. De overige 91% is nagenoeg gelijkelijk verdeeld over de categorieën 27-45 jaar en 45 jaar en ouder (tot AOWgerechtigde leeftijd). Als de doelgroep wordt verdeeld op basis van de treden van de participatieladder, dan is 9% kansrijk om zelfstandig, met lichte ondersteuning een baan te vinden (trede 5 en 6).

37% heeft arbeidsvermogen, maar is niet in staat om zich zelfstandig op de arbeidsmarkt te begeven (trede 3 en 4). Een ruime meerderheid van 54% beschikt niet over arbeidsvermogen (trede 1 en 2). Op basis van de participatieladder of de ABC indeling is nog een verdere onderverdeling te maken: de mate van beweegbaarheid. Na een analyse van de positie op de participatieladder, wordt een inschatting gemaakt van de positie over een bepaalde periode, met inzet van gemeentelijke ondersteuning. Er is niet een direct verband te leggen leeftijd en de trede op de participatieladder. Wel is er een algemene trend zichtbaar waarbij het aantal jongeren (onder 27 jaar) in de bijstand toeneemt. Duur bijstandsuitkering. In 2023 ontving ruim 1/3 van de inwoners met een bijstandsuitkering langer dan 5 jaar een bijstandsuitkering. Dat sluit aan bij de eerdere opmerkingen over de bemiddelbaarheid naar werk van de Participatiewet doelgroep.

2.5 De doelgroep in beeld Om de gemeentelijk capaciteit en inzet effectief in te zetten, wordt gebruik gemaakt van specifieke indelingscategorieën. Om het complex te maken: de categorieën die geïdentificeerd worden zijn niet exclusief én niet limitatief. En er is beweging c.q. verschuiving mogelijk. Een inwoner kan op basis van de persoonlijke omstandigheden of kenmerken binnen meerdere groepen worden geschaard. Of juist buiten iedere categorie 8

vallen. Bovendien wordt voor iedere inwoner die valt onder de Participatiewet vastgesteld waar op de participatieladder deze cliënt zich bevindt. En voor iedere cliënt wordt een doelstelling vastgesteld. In het voorgaande zit opgesloten dat de toeleiding naar werk vraagt om een maatwerkaanpak: talloze combinaties van kenmerken, omstandigheden, vaardigheden, kwalificaties, etc zijn te maken. Maatwerk vraagt om een persoonsgerichte aanpak. Dat wil niet zeggen dat in te zetten instrumenten, middelen of ondersteuning altijd individueel zijn. De ondersteuning kan evengoed groepsgericht zijn, waarbij inwoners die eenzelfde ondersteuningsbehoefte hebben worden samen genomen. Een groepsgerichte aanpak heeft twee voordelen. In organisatorische zin levert het efficiëntie op: met een min of meer gelijke inspanning wordt het bereik groter. Daarnaast is het helpend voor inwoners die sociaal geactiveerd moeten worden. Zij worden gecontroleerd in een groep geplaatst. De volgende indelingscategorieën worden onderscheiden, om ergens enige structuur en uniformiteit aan te brengen. In praktijk blijkt dat voor de genoemde categorieën veelal wordt samengewerkt met steeds dezelfde partners en gebruik wordt gemaakt van dezelfde instrumenten. We onderscheiden de onderstaande indelingscategorieën.

Bij iedere groep worden steeds ook de belangrijkste samenwerkingspartners en de instrumenten genoemd die kunnen worden ingezet. Statushouders en inburgeraars De gemeente Dongen krijgt vanuit de overheid de opdracht om statushouders te huisvesten (zogenoemde taalstelling) en hen daarna te begeleiden. Ieder jaar wordt bepaald hoeveel statushouders dit moeten zijn. Dit aantal nam in de afgelopen jaren jaarlijks toe. Op basis van de laatste berichtgeving lijkt de taakstelling te verdwijnen. Wanneer dat gebeurt en of en wat daarvoor terugkomt is volledig onbekend. De inburgering van statushouders is een gemeentelijke taak die valt onder de Wet Inburgering. De mate en snelheid waarin statushouders inburgeren heeft echter wel direct invloed op de kansen op werk. Taal en kennis van gewoonten gerelateerd aan werk vormen in veel gevallen een basisvoorwaarde voor werkgevers. Voor de begeleiding naar werk van statushouders werkt de gemeente Dongen samen met opleiders zoals het Taalhuis Dongen, Yonder (ROC Tilburg), begeleiders zoals ContourdeTwern, Refugeeteam en Vluchtelingenwerk. De focus ligt hierbij op (werk)taal, werk- en arbeidsgewoonten en het wegnemen van eventuele andere belemmeringen. Denk bij dat laatste aan gebruik van openbaar vervoer, kinderopvang, etc.

Mensen met een arbeidsbeperking Deze groep omvat personen met fysieke, mentale of psychische beperkingen die hen belemmeren om regulier werk uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn mensen met een visuele of auditieve beperking, mensen met een chronische ziekte of mensen met een psychische aandoening. Voor deze inwoners werkt de gemeente samen met de Diamant-groep op het gebied van begeleiding. Om werkzoekende en werkgever samen te brengen en ter ondersteuning van 9

werkgevers het Werkgever servicepunt Midden-Brabant. De gemeente heeft een rol richting werkgevers wanneer de begeleiding en aanpassing van een werkplek dermate omvangrijk is dat dit in redelijkheid niet van ween werkgever kan worden gevraagd. Er wordt ook ingezet op (om)scholingstrajecten en bieden ondersteuning via het leerwerkloket. Indien nodig kan de gemeente ondersteuning bieden bij het structuur brengen in financiën en betalingen (hulp bij financiën). Jongeren zonder startkwalificatie Deze groep bestaat uit jongeren die de school hebben verlaten zonder een diploma op minimaal mbo-niveau 2. Zij hebben moeite om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt en lopen een verhoogd risico op langdurige werkloosheid. Rondom jongeren zonder een startkwalificatie werkt de gemeente samen met een breed scala aan samenwerkingspartners. De inzet is daarbij voornamelijk gericht op jobcoaching én op specifiek (werk)gerichte opleiding, bijvoorbeeld via het verstrekken van opleidingsvouchers. Indien nodig biedt de gemeente ondersteuning bij het structureren van financiën (hulp bij financiën). Samenwerkingspartners zijn onder andere het LeerwerkLoket Midden-Brabant, Jongerenpunt Midden-Brabant, ContourdeTwern, Werkgever Servicepunt Midden-Brabant en Stronk.

Mensen met een beschutwerk indicatie Deze groep mensen zijn om verschillende redenen niet in staat om onder normale omstandigheden op de reguliere arbeidsmarkt te werken. En daarmee zelfstandig het minimumloon te verdienen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking. Het doel van beschut werk is om deze mensen een kans te bieden op werk en participatie in de samenleving, met ondersteuning en begeleiding op de werkplek. Voor deze categorie is de Diamant-groep de aangewezen samenwerkingspartner. Zij zijn specialist op het gebied van het aanbieden van beschut werkplekken. Voor de toekomst liggen er wellicht extra kansen om via het Werkgever Servicepunt werkgevers te vinden die bereid en in staat zijn om beschut werkplekken te creëren. Dat vraagt iets van werkgevers en zij zullen daarbij moeten worden ondersteund en geholpen. Dat kan worden gedaan via jobcoaching, werken met proefplaatsingen, aanbieden van werkervaringsplaatsen, het berekenen (en toekennen) van loonkostensubsidie en het werken met een indicatie beschut werk. Alleenstaande Ouders Alleenstaande ouders, in praktijk vaak alleenstaande moeders, vormen ook een meer kwetsbare groep op de arbeidsmarkt vanwege het combineren van zorg- en opvoedtaken en het vinden van passend werk. De kosten en de beschikbaarheid van plekken binnen de kinderopvang spelen hier ook een rol.

Voor deze doelgroep zijn niet veel samenwerkingspartners. De ondersteuning is vooral gericht op voorlichting en hulp bij het aanvragen van voorzieningen om de belemmeringen weg te nemen. Via de lokale werkgeversdienstverlening en het Werkgevers servicepunt Midden-Brabant informeren wij werkgevers over wat zij kunnen doen om het werken voor 10

een alleenstaande ouder makkelijker te maken. Daarnaast kunnen voor zowel werkgevers al voor werkzoekenden proefplaatsingen een middel zijn om wederzijds ervaringen op te doen. Richting de werkzoekende ondersteunt de gemeente onder andere via (job)coaching en hulp bij financiën, bijvoorbeeld met het aanvragen van (kinderopvang)toeslag(en). Ouderen Ouderen boven de 55 jaar kunnen te maken krijgen met leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt en hebben soms moeite om nieuw werk te vinden na baanverlies. De inzet richting deze groep is tweeledig. Allereerst en uiteraard gericht op het vinden van nieuw werk. Via het lokale werkgeverspunt en het Werkgever Servicepunt Midden-Brabant worden werkgevers over deze groep geïnformeerd. En worden geprobeerd werkzoekenden en werkgevers bij elkaar te brengen. Mocht het langer duren voor werk gevonden wordt, dan wordt ingestoken op participatie, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk, zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord. Via hulp bij financiën kan hulp worden ingezet als het uitblijven van werk (mogelijk) tot financiële problemen leidt.

11

3. Participatiewet in uitvoering 3.1 Onze opdracht De gemeente Dongen zet zich in voor een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond of situatie, de kans krijgt om bij te dragen aan de samenleving. De gemeente streeft er naar om de arbeidskansen van de inwoners te vergroten en de juiste ondersteuning te bieden. De Participatiewet vormt daarbij het kader en er wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het rijksbeleid. Omdat de behoeften van de cliënten persoonlijk van aard zijn en kunnen veranderen, is een zekere mate van flexibiliteit in de uitvoeren van belang om daarop te kunnen inspelen. Een van de belangrijke uitgangspunten is de 'menselijke maat'. 3.2 Onze werkwijze In het kader van deze opdracht hanteert de gemeente een werkwijze die de consulenten van de gemeente Dongen in staat stelt om hun taken effectief uit te voeren. De gemeente maakt daarbij gebruik van samenwerkingspartners en zet instrumenten in zoals die bij de verschillende indelingscategorieën worden genoemd. Maatwerk, eigen regie en gedeeld eigenaarschap staan centraal in de aanpak. Dit is essentieel, gezien de diverse samenstelling en de diverse behoeften van de bijstandsgerechtigden. We richten onze aanpak in volgens een zestal uitvoeringsprincipes: 1.

We hanteren een persoonlijke benadering op de menselijke maat De persoonlijke situaties van de uitkeringsgerechtigden worden in beeld gebracht. Iedere persoon is uniek en vraagt om een op maat gemaakte benadering. Daarom wordt persoonlijke begeleiding en het principe van de ‘menselijke maat centraal in de uitvoering van de Participatiewet’ gesteld. De menselijke maat wordt vaak direct in verband gebracht met ‘maatwerk’. Maar de menselijke maat verlangt meer om te kunnen inspelen op individuele situaties, wat resulteert in meer ruimte voor maatwerk. Zoals eerder gezegd wil maatwerk niet zeggen dat geen stappen worden gezet langs ‘geijkte paden’, groepstrainingen, etc. Als dat passend is, dan is dat passend. De menselijke maat is een verzamelterm voor onder andere: uitgaan van vertrouwen, inspelen en aanpassen op individuele situaties, communicatie met de klant, evenredigheid en redelijkheid in besluitvorming. 2. We brengen prioriteiten aan Binnen de uitvoering van werkzaamheden wordt focus aangebracht door prioriteiten te stellen. Ons doel is om ervoor te zorgen dat elke groep binnen het uitkeringsbestand een werkwijze krijgt die hen optimaal ondersteunt. Er is overigens ook een groep inwoners die géén recht hebben op een uitkering, maar wel vallen onder de doelgroep Participatiewet. Als start hiervoor is een analyse gemaakt van het huidige uitkeringsbestand.

Deze analyse wordt mede gemaakt op de aandachtsgebieden van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitkering. Vervolgens dient een verdiepende analyse gemaakt te worden waarbij wordt gekeken naar hoe ieder leefgebied (wonen, werken, zorg, onderwijs, en participatie) de situatie van de uitkeringsgerechtigde beïnvloedt. Daarmee wordt inzichtelijk waar ondersteuning wenselijk is, welke effecten die ondersteuning heeft (doelmatigheid) en of de ondersteuning ook daadwerkelijk ingezet mag en kan worden (rechtmatigheid). 12

Deze stappen helpen te structureren en dragen bij aan efficiëntie. 3. We optimaliseren onze interne- en externe communicatie Extern Uitkeringsgerechtigden worden pro-actief geïnformeerd via een periodieke nieuwsbrief. Hiermee worden de uitkeringsgerechtigden geïnformeerd over kansen op (vrijwilligers)werk, ontwikkelingen binnen de Participatiewet en andere kansen op uitstroom. Intern Door regelmatig intern intervisies te organiseren, ontstaat er een proces binnen de organisatie waarbij ervaringen en inzichten worden uitgewisseld en waar rechtmatigheid en doelmatigheid hand in hand gaan. Dit stimuleert het onderlinge leren, bespreken van verbeterpunten en verbeteren van processen. 4. We werken resultaatgericht In het kader van het heronderzoek van uitkeringsgerechtigden, wordt gericht op zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de ontvangen uitkeringen. Dit onderzoek heeft als doel om vast te stellen wat de specifieke behoeftes van de uitkeringsgerechtigde zijn, zodat zij de ondersteuning kunnen krijgen die hen helpt om maximaal bijstandsonafhankelijk te worden. Bij de aanvraag voor levensonderhoud vindt het intakegesprek gezamenlijk plaats, uitgevoerd door zowel een medewerker van het team inkomen als een medewerker van Dongenwerkt.

Deze samenwerking zorgt ervoor dat een integrale en coherente aanpak gehanteerd wordt, gericht op het behalen van concrete resultaten voor de uitkeringsgerechtigde en/of werkzoekende klant. Onderzocht wordt of de verschillende werkzaamheden vanuit beide disciplines bij een intake zo te integreren zijn dat in de toekomst de intake door één medewerker kan worden uitgevoerd. Door rechtmatigheid en doelmatigheid integraal te benaderen, worden uitkeringsgerechtigden gestimuleerd om te streven naar verbetering van de zelfredzaamheid. Consulenten hebben hierbij de verantwoordelijkheid om resultaatgerichte doelstellingen te formuleren, ongeacht de participatietrede van de uitkeringsgerechtigde. De doelstelling In rapportages wordt niet alleen de situatie op het gebied van uitkeringen beschreven, maar ook de situatie op alle relevante leefgebieden, waardoor tot meetbare conclusies wordt komen. Idealiter worden doelstellingen gezamenlijk geformuleerd, waarmee draagvlak voor de doelstelling bij de uitkeringsgerechtigde ontstaat.

5. We evalueren, reflecteren en verbeteren Door middel van intervisiebijeenkomsten worden op gezette tijden werkwijzen en processen geevalueerd. Dit gebeurd onder andere op basis van meetbare resultaten, feedback van uitkeringsgerechtigden, best practices en de meest recente ontwikkelingen. Op deze manier wordt het kennisniveau voortdurend verbeterd zodat op basis van de meest actuele informatie de bijstandsgerechtigde verder wordt geholpen.

13

Tevens worden jaarlijks werkplannen opgesteld voor de uitvoerende teams. Deze werkplannen helpen om de voortgang te evalueren en toekomstige doelen te bepalen. 6. We bewaken onze budgetten Binnen de uitvoering wordt verder inzichtelijk gemaakt welke budgetten en deelbudgetten er zijn. Dit is helpend bij een efficiënte inzet van maatregelen en trajecten. Bovendien ontstaat er een betere bewaking van budgetten. Team sociaal beleid en kwaliteit en de financieel consulent kan hierbij helpen door dit inzicht te delen tijdens teamoverleggen. 3.3 Focus en prioriteiten in 2025 De werkzaamheden zijn onder te verdelen in 3 werkvelden: 1. Klanten nieuwe Wet inburgering 2021 (met en zonder uitkering). Bereik Binnen dit werkveld worden inwoners tussen van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die vallen onder de nieuwe Wet Inburgering begeleid. De Wet inburgering en de Participatiewet raken elkaar binnen dit werkveld. Het bekend maken en geschikt worden voor de Nederlandse arbeidsmarkt maakt onderdeel uit van het inburgeringstraject. De werkzaamheden die de gemeente uitvoert hebben een verplicht karakter: de gemeente is verplicht inwoners binnen dit werkveld te bedienen en ondersteunen. Voor de volledigheid: de gemeente heeft geen taken als het gaat om arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven. Zij vallen niet onder de Wet inburgering en in niet onder de participatiewet.

Omvang In december 2024 kende de gemeente Dongen binnen dit werkveld 118 klanten. De verwachting is dat in de eerste helft van 2025 40 klanten (statushouders) instromen. Op basis van de afgelopen jaren blijft de uitstroom achter bij de instroom. Ofwel: de groep inwoners vallend onder de nieuwe Wet Inburgering neemt toe. Deze toename komt voor een deel omdat de nieuwe Wet inburgering relatief nieuw is. De verwachting is dat de uitstroom toeneemt, omdat meer trajecten worden afgerond. Klanten hebben namelijk 3 jaar om hun inburgering af te ronden. Werkzaamheden Op basis van de nieuwe Wet inburgering wordt er onderscheid gemaakt tussen asielmigranten en gezinsmigranten. Voor beide groepen is er een verplicht proces met verplichte onderdelen. Het inburgeringsproces voor asielmigranten is uitgebreider dan het proces voor gezinsmigranten. Voor iedere klant wordt (verplicht) een plan inburgering en participatie (PIP) gemaakt. Daarin leggen de klant en gemeente vast welke concrete en realistische doelstellingen worden nagestreefd voor inburgering en participatie. Hierin wordt ook vastgelegd welke ondersteuning een klant daarbij ontvangt en waar wordt verwacht dat een klant zelf(standig) stappen zet. Wanneer een migrant de inburgering heeft doorlopen, maar nog geen baan heeft gevonden, ‘verhuist’ deze inwoner naar de klassieke doelgroep.

De gemeente Dongen beperkt zich tot het uitvoeren van de wettelijke taken. De inspanningen op het gebied van de Participatiewet zijn erop gericht om migranten, binnen de mogelijkheden en capaciteiten van deze inwoner, zo snel als mogelijk, gereed te maken voor de arbeidsmarkt.

14

2. Klanten met indicatie banenafspraak en indicatie beschut werk (met en zonder uitkering). Bereik Binnen dit werkveld wordt onder beschut werk verstaan: inwoners van 18 jaar tot de AOWgerechtigde leeftijd met een specifieke indicatie ondersteund. Het betreft inwoners die enkel kunnen werken met a) technische of organisatorische aanpassingen of b) onder intensieve begeleiding welke niet binnen redelijke grenzen van werkgevers verwacht kunnen worden. Onder banenafspraak vallen inwoners van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd met structurele mentale en/of fysieke beperkingen, waardoor zij zonder ondersteuning niet binnen zes maanden het sociaal minimumloon kunnen verdienen. Omvang Binnen werkveld waren er in december 2024 132 klanten. Kenmerkend voor deze groep is dat er geen regie gevoerd kan worden op de instroom. Indicering van inwoners gebeurt door het UWV, waarna het UWV de klant overdraagt aan de gemeente. Uitstroom (anders dan door verhuizing naar een andere gemeente, of bereiken van AOW-gerechtigde leeftijd komt binnen deze groep zelden voor. Het betreft een groep (zeer) kwetsbare inwoners, die niet zonder stevige ondersteuning en begeleiding kunnen werken. Het aantal klanten binnen dit werkveld is in twee jaar tijd met 50% toegenomen. Werkzaamheden De werkzaamheden binnen dit werkveld geven de gemeente weinig handelingsvrijheid.

Het UWV indiceert de betreffende inwoners. Dit betekent dat vanaf het moment dat een klant bij de gemeente in beeld komt, vaststaat wat voor deze klant nodig c.q. randvoorwaardelijk is om deze te laten werken. Werkgevers waar deze voorwaarden en omstandigheden realiseerbaar zijn en/of die bereid zijn om hieraan mee te werken zijn beperkt in aantal. Hiervoor is een actieve lobby, netwerken en ondersteuning voor nodig. Daarnaast vraagt de plaatsing van klanten binnen dit werkveld nagenoeg altijd om een financiële tegemoetkoming vanuit de gemeente. Tenslotte brengen de gemeentelijke werkzaamheden een (verplichte) flinke administratieve onderbouwing- en verantwoordingslast met zich mee. De ondersteuning van inwoners binnen dit werkveld vraagt om intensieve inzet vanuit de gemeente. Na indicatiestelling is helder dat ervoor die klant helder behoefte aan intensieve ondersteuning is. Dat vraagt in de oplossing om maatwerk denken en maatwerkoplossingen. Daarnaast vraagt ook de ondersteuning van (potentiële) werkgevers om inzet van capaciteit. Binnen dit werkveld is het lastiger om specifieke focus aan te brengen. De gemeente heeft een (wettelijke) taken uit te voeren. En het betreft een kwetsbare groep inwoners, die om specifieke aandacht en ondersteuning vragen. Met de groei van het aantal klanten, groeit ook de behoefte aan beschut werkplekken.

De taakstelling vanuit de landelijke overheid is in 2025 10 fte, waarbij 1 fte beschut werk, gelijk staat aan 31 uur. Op basis van de analyse binnen de groep klanten is er behoefte om in 2025 5 extra klanten te kunnen plaatsen. Hiervoor is in 2025 aanvullend budget nodig van maximaal € 87.000. De daadwerkelijke kosten hangen af van de mogelijkheden die iedere klant heeft en zijn pas na onderzoek en berekening definitief te maken. De loonkostensubsidie die van toepassing is bij beschut werkplekken wordt via de Buiggelden vergoed. In de financiële paragraaf wordt de financiële onderbouwing verder toegelicht. 3. Klanten Regulier (met en zonder uitkering): Bereik

15

Binnen dit werkveld worden de overige inwoners van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd ondersteund zonder een van de bovenstaande statussen of indicaties geholpen. Inwoners horende onder de oude wet inburgering vallen ook binnen dit onderdeel. De instroom binnen dit werkveld komt vanuit drie richtingen 1) inwoners die een bijstandsuitkering aanvragen, 2) inwoners die na inburgering nog geen werk hebben gevonden en 3) inwoners zonder recht op een uitkering, maar wel voldoen aan de Participatiewetcriteria. Het overgrote deel komt in beeld na de aanvraag van een bijstandsuitkering. Omvang In december 2024 kende de gemeente 273 klanten binnen deze groep. Zie hieronder voor een verdere specificatie. Over 2024 liepen in- en uitstroom nagenoeg gelijk op. Werkzaamheden Binnen dit werkveld is er sprake van de meeste handelingsvrijheid. Er is vrijheid om keuzes te maken. In algemene zin wordt de focus gelegd op klanten waarbij beweging mogelijk wordt geacht: activeren en/of opstromen naar een volgende trede/categorie en/of uitstroom naar betaald werk. ABC-methode In 2025 worden de reguliere klanten ingedeeld en benaderd volgens de ABC–methode: A. Klanten op de participatieladder trede 5 (deels werkend) en trede 6 (klanten die uit kunnen stromen) B. Klanten op de participatieladder trede 3 (deelname opleiding, vereniging) en trede 4 (vrijwilligerswerk) C.

Klanten op de participatieladder trede 1 (geïsoleerd) en trede 2 (contacten beperkt tot eigen omgeving) Voor deze klanten is gekeken waar zij nu op de participatie ladder staan en waar ze volgens oordeel van de regievoeder kunnen staan bij het volgende contactmoment (variërend van 3 maanden tot een jaar). Hiermee ontstaat een per categorie een verdere onderverdeling: klanten waarvan wordt verwacht dat zij een stap kunnen maken en klanten die ‘vast’ staat op hun trede. Categorie C bestaat uit 157 klanten. Hiervan zitten 97 klanten ‘vast’ in deze categorie. Met deze kanten is jaarlijks contact om te bespreken welke zorg er nodig is en welke ontwikkelmogelijkheden en perspectieven voorstelbaar zijn. Wellicht is groei en uiteindelijk doorstroming naar categorie B mogelijk. Naar verwachting kunnen 47 klanten kunnen doorstromen naar trede B. Iedere zes maanden is er contact om de voortgang te monitoren en nieuwe afspraken over te zetten stappen te bespreken. Vanuit categorie C zouden 13 klanten moeten kunnen uitstromen naar werk. Met deze klanten is iedere 3 maanden contact. Categorie B bestaat uit 98 klanten. Hiervan zitten 68 klanten ‘vast’ in deze categorie Met deze kanten is iedere zes maanden contact om te bespreken welke ontwikkelmogelijkheden en perspectieven voorstelbaar zijn. Wellicht is groei en uiteindelijk doorstroming naar categorie A mogelijk.

De verwachting is dat 30 klanten kunnen richting deels(categorie A) of volledig werk. Deze klanten worden intensiever gevolgd: er is maandelijks contact. Categorie A bestaat uit 18 klanten Binnen categorie A werken 12 klanten naar vermogen en hebben geen mogelijkheden om volledig uit te stromen. 16

Naar inschatting kunnen 6 klanten kunnen volledig uitstromen. Met hen is intensief, wekelijks, contact. Groepsgericht werken In 2025 wordt meer ingezet op groepsgericht werken door het herinvoeren van groepstrainingen:  Geven van wekelijkse trainingen voor mensen die nieuw instromen in de uitkering om van de klant een goed beeld te vormen.  Geven van wekelijkse trainingen voor klanten die in staat zijn om te werken.  Trainingen voor nader te bepalen groepen te denken aan, jongeren, werkende moeders, klanten die deels werken, klanten in een vrijwilligersfunctie denkend aan een empowerment training. Klanten uit de onderdelen doelgroep/banenafspraak en statushouders kunnen ook deelnemen/worden ingedeeld voor deze groepstrainingen. Een groepsgerichte aanpak heeft twee voordelen. In organisatorische zin levert het efficiëntie op: met een min of meer gelijke inspanning wordt het bereik groter. Daarnaast is het helpend voor inwoners die sociaal geactiveerd moeten worden. Zij worden gecontroleerd in een groep geplaatst en daarmee min of meer ‘gedwongen’ om sociale contacten te leggen.

17

4. Borging De borging van de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsprincipes vindt plaats op verschillende manieren en op verschillende niveaus. Het belangrijkste kader is uiteraard de Participatiewet (2015) zelf. Deze wet stelt de harde voorwaarden en kaders. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans ligt voor behandeling in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bevat aanpassingen van de Participatiewet, waarmee de uitvoering eenvoudiger en effectiever wordt. Lokaal wordt een en ander vertaald in een verordening: de Verzamelverordening Participatiewet, IAOW, IOAZ Bbz. Deze is voor het laatst vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2024. Er is geen directe aanleiding om de verzamelverordening op dit moment te wijzigen. Wanneer landelijke ontwikkelingen daarvoor aanleiding geven wordt aan de gemeenteraad een gewijzigde verordening voorgelegd. De eerstvolgende aanleiding hiervoor lijkt de Participatiewet in balans. De ingangsdatum was voorzien voor 1 januari 2025, maar besluitvorming hierover in de Tweede Kamer heeft nog niet plaatsgevonden. Een behandeldatum is nog niet bekend. De ingangsdatum van 1 januari 2025 is in ieder geval niet gehaald. Verwachting is dat de Participatiewet in balans niet meer in 2025 zal ingaan. Voor de uitvoering stelt het college volgend uit de verzamelverordening beleidsregels vast. Binnen de uitvoering werken de teams met werkprocessen.

De werkprocessen dragen bij aan een bepaalde mate van uniformiteit in de uitvoering van de werkzaamheden. Dat is belangrijk omdat de kans op willekeur daarmee wordt verkleind. Tegelijkertijd wordt gestreefd naar maatwerk en werken naar de menselijke maat. Dat vereist het zoeken naar een balans tussen standaardisatie, uniformiteit én flexibiliteit. Binnen de uitvoering krijgen de medewerkers nadrukkelijk ruimte om te zoeken naar wat wél werkt. Het standaard ‘afwerken’ van stappen en inzet van instrumenten werkt lang niet voor alle uitkeringsgerechtigden. Deze notitie grijpt op een aantal punten in op de werkprocessen. Na vaststelling van deze notitie worden de werkprocessen daarop aangepast. Jaarlijks worden voor de uitvoering werkplannen opgesteld. Deze worden geëvalueerd, getoetst aan de cijfermatige ontwikkelingen en op basis daarvan -indien nodig- aangepast.

18

5. Financiën en capaciteit De uitvoering van de Participatiewet vraagt om capaciteit en om middelen. Medewerkers van de gemeente Dongen onderhouden het klantcontact. Dat klantcontact is er vanuit twee teams over de twee verschillende onderdelen van de Participatiewet die over het algemeen in één adem worden genoemd: inkomen en werk (participatie). Voor begeleiding naar werk of participatie wordt echter ook veelvuldig gebruik gemaakt van externe partijen. Bij deze partijen zit meer specialistische expertise. Daarnaast onderhoudt de gemeente contacten met werkgevers. Dat doet de gemeente enerzijds om werkgevers te informeren over mogelijkheden en potentiële werknemers onder de aandacht te brengen. Anderzijds doet de gemeente dat om werkgevers actief te ondersteunen wanneer een inwoner een arbeidsplaats vindt. Er is vaak net wat meer ondersteuning en begeleiding van deze werknemer nodig om succesvol aan het werk te gaan. Zoals eerder opgemerkt, blijkt de groep bijstandsgerechtigden moeilijker bemiddelbaar naar werk. Met de arbeidsmarkt van afgelopen jaren, zijn bijstandsgerechtigden die relatief dicht bij de reguliere arbeidsmarkt staan uitgestroomd naar werk. De groep die nu bijstand ontvangt vraagt om een relatief intensieve begeleiding en sturing.

Voor de uitvoering van de Participatiewet (exclusief uitgaven bijstand, exclusief personeelslasten) is in de begroting van 2025 een budget van € 366.000 opgenomen. Deze worden volledig ingezet voor begeleiding, opleiding, ontwikkeling, beschut werkplekken en arbeidsfit maken van de brede doelgroep. Het uitvoeringsbudget is op dit moment kaderstellend. Waarbij de opmerking herhaald moet worden dat de huidige samenstelling van de Participatiewetdoel-groep om een intensievere begeleiding en investering lijkt te vragen. In de prijsontwikkeling in de afgelopen jaren, zijn de personeelskosten (stevig) gestegen. Dat leidt tot stijging van tarieven bij externe partners. Als de randen van de budgetten worden geraakt, dan mag de gemeenteraad daarover een bericht verwachten. De jaarlijkse bijdrage aan de Diamant-groep bedraagt voor 2025 € 1.4 mln. Afhankelijk van de strategiediscussie die op dit moment binnen de Diamant-groep wordt gevoerd kan een koerswijziging worden voorgesteld. Aan de gemeenteraad wordt daarvoor een voorstel voor een eventuele zienswijze voorgesteld. Het is nog niet mogelijk om aan te geven of de strategiediscussie leidt tot een aanpassing van de bijdrage. Op basis van een analyse van de klanten die vallen binnen ‘doelgroep en banenafspraak’ is er een behoefte om meer klanten te kunnen plaatsen op beschut werkplekken.

De landelijke taakstelling (in 2025 voor 10 fte (31 uur per week)) wordt makkelijk gehaald. Er is een behoefte om op basis van de analyse vijf extra klanten te kunnen plaatsen. Dit vraagt wel om een aanvullend budget. Niet alle kosten voor de plaatsing boven de taakstelling van 10 fte worden vergoed. De gemeente wordt via de buiggelden wel vergoed voor de loonkostensubsidie. Er wordt echter geen vergoeding gegeven voor begeleidingskosten, vervoerskosten en de kosten voor de berekening van de loonwaarde. Via een raadsvoorstel wordt aan de gemeenteraad formeel gevraagd om een extra budget van maximaal € 87.000 beschikbaar te stellen, om daarmee 5 extra klanten te kunnen plaatsen. Dit bedrag is gebaseerd op 5 klanten die voor maximaal 31 uur werken en waarvoor voor iedere klant gemiddelde vervoerskosten gemaakt worden. In praktijk zal dat afwijken. Niet iedere klant is in staat 31 uur te werken en niet iedere klant maakt gebruik van de vervoerskostenregeling.

19

BIJLAGE 1: Begrippenlijst Arbeidsbeperking: Fysieke, mentale of psychische beperkingen die het moeilijk maken om regulier werk uit te voeren. Arbeidsinschakeling: Het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. Beschut werk: Werkplek voor inwoners die enkel kunnen werken met a) technische of organisatorische aanpassingen of b) onder intensieve begeleiding welke niet binnen redelijke grenzen van werkgevers verwacht kunnen worden. Banenafspraak: Werkplek voor inwoners met structurele mentale en/of fysieke beperkingen, waardoor zij zonder ondersteuning niet binnen zes maanden het sociaal minimumloon kunnen verdienen. Bijstandsuitkering: Financiële ondersteuning van de overheid voor mensen die tijdelijk geen inkomen hebben. ContourdeTwern: Een organisatie die begeleiding biedt aan jongeren in de regio, gericht op hun ontwikkeling en werk gerelateerde vraagstukken. Diamant-groep: Een organisatie die zich richt op maatwerkwerkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking, zodat zij kunnen participeren op de arbeidsmarkt. De Entree-opleiding: Een programma dat zich richt op het bieden van kansen aan jongeren zonder startkwalificatie om hen te helpen bij het verkrijgen van hun diploma of werk.

Doelgroep re-integratie: Personen die een uitkering op grond van de PW, IOAW, IOAZ ontvangen, niet uitkeringsgerechtigd zijn (Nugger) en waarbij het college het noodzakelijk acht om een voorziening aan te bieden gericht op arbeidsinschakeling. Hulp bij financiën (schulddienstverlening): Ondersteuning die geboden wordt om mensen te helpen en te adviseren bij het beheren van hun financiën en het omgaan met schulden. Inclusieve arbeidsmarkt: Een arbeidsmarkt waarin iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond of situatie, gelijke kansen krijgt om te werken en bij te dragen aan de samenleving. Indicatie Banenafspraak: Een indicatie die afgegeven wordt als iemand door ziekte of handicap niet in staat is om zelfstandig het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen. Jobcoaches: Begeleiders die met name mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt helpen bij het vinden behouden van werk waarbij ze aandacht hebben voor hun unieke behoeften en situaties. Jobcoaching: Begeleiding van werkzoekenden of werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het vinden en behouden van werk. Jongerenpunt Midden-Brabant: Een specifiek aanspreekpunt voor jongeren, dat ondersteuning biedt bij werk, opleiding en persoonlijke ontwikkeling. Jongeren zonder Startkwalificatie: Schoolverlaters tot 23 jaar die geen diploma hebben behaald op havo-, vwo- mbo-2 niveau.

Een vmbo-leerling heeft geen startkwalificatie en 20

dient in feite nog 2 jaar een beroepsopleiding te volgen alvorens deze een startkwalificatie heeft. Leerwerkloket Dongen: Een lokaal loket dat informatie en begeleiding biedt bij leren en werken, waaronder voor mensen met een arbeidsbeperking. LeerwerkLoket Midden-Brabant: Een loket dat jongeren zonder startkwalificatie helpt bij het vinden van een leerwerkplek en ondersteuning biedt bij opleidingen. Loonkostensubsidie: Financiële ondersteuning van de overheid aan werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen en een kleinere productiviteit hebben dan anderen. Anders gezegd, deze mensen hebben een lagere loonwaarde. Werkgevers vragen deze subsidie aan bij de gemeente. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen de loonwaarde en het minimumloon. Mensen met een Arbeidsbeperking: Iemand die door ziekte of een gebrek belemmerd wordt bij het verrichten van arbeid of het verkrijgen van een baan. (Om)Scholingstrajecten: Programma's die gericht zijn op het vergroten van vaardigheden en kennis, zodat mensen met een arbeidsbeperking beter hun weg kunnen vinden naar werk. Participatiedoelgroep: Groep mensen die ondersteuning nodig heeft om aan de arbeid deel te nemen, waaronder bijstandsontvangers en mensen met een arbeidsbeperking.

Participatiewet: Wet die ervoor zorgt dat iedereen, naar vermogen, deelneemt aan de samenleving door onder andere te werken. De wet biedt ook ondersteuning voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Proefplaatsingen: Met behoud van uitkering kan iemand 2 maanden op proef bij een werkgever. De werkgever hoeft dan geen loon te betalen. Echter is de intentie wel om iemand daarna een contract aan te bieden. Re-integratie: Het proces van het ondersteunen van mensen bij het terugkeren naar de arbeidsmarkt na een periode van werkloosheid of ziekte. Statushouder: Een vluchteling die een verblijfsstatus heeft gekregen en recht heeft op ondersteuning bij het vinden van werk en een woning. Tegenprestatie: Is een bevoegdheid om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten. Deze worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Doel van het inzetten van een tegenprestatie is (maatschappelijk) laten participeren en vergroten van de arbeidsfitheid. Vrijwilligerswerk: Onbetaald en onverplicht werk, voor anderen of de samenleving. Werkervaringsplekken: Tijdelijke werkplekken, die je kunt vergelijken met een stageplek, waarbij werkzoekenden werkervaring kunnen opdoen met als doel arbeidsritme en verhoudingen te leren.

De bedoeling is dat iemand daarna kan doorstromen naar een baan op de arbeidsmarkt.

21

Werkgever Servicepunt Midden-Brabant: Een aanspreekpunt voor werkgevers en werkzoekenden, dat onder andere ondersteuning biedt bij het verbinden van mensen met een arbeidsbeperking aan werkgevers. Werkplekaanpassing: Aanpassingen op de werkplek om het voor werknemers met een beperking gemakkelijker te maken om hun werk uit te voeren. Zelfredzaamheid: Het vermogen van een persoon om zelfstandig voor zichzelf te zorgen, waaronder het vinden en behouden van werk.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15101800/2