CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl1- 26-01 Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Dongen 2026

Commissie Bestuur en middelen 28 januari 2026, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 26-01 Gedragscode integriteit van het College van burgemeester en wethouders2.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedragscode integriteit Burgemeester en Wethouders gemeente Dongen Intitulé De gemeenteraad van Dongen; Gelet op de artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet; Gezien de voordracht van de burgemeester en wethouders, d.d. 16 december 2025; Besluiten: Voor de burgemeester en voor de wethouders; De navolgende gedragscode integriteit vast te stellen: Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders.

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Niet voor niets is integriteit als een van de zeven leidende beginselen opgenomen in de Nederlandse Code voor Goed Bestuur. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid rechtmatig en legitiem handelt, iedereen gelijk behandelt, openheid betracht in de wijze waarop besluiten tot stand komen en zich verantwoordt naar de samenleving. Politieke ambtsdragers liggen daarbij onder een vergrootglas. Zij nemen die besluiten op basis van bepaalde afwegingen. Elke politieke ambtsdrager op elk bestuurlijk niveau kan bij deze afwegingen, soms plotseling, vragen krijgen over zijn/haar integriteit. Een politieke ambtsdrager vervult immers een voorbeeldfunctie. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de integriteit van de gemeentelijke organisatie als geheel. Integriteit is daarom een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Niet-integer handelen, zoals belangenverstrengeling, fraude of grensoverschrijdend gedrag, werkt ondermijnend voor het vertrouwen van burgers in de democratische rechtsstaat. In de democratische rechtsstaat dient iedereen zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld.

Dat geldt zeker voor collegeleden, en de bestuursorganen die zij vormen, die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die regels en bij het afleggen van de eed of gelofte hebben uitgesproken getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. Deze gedragscode is aanvullend op de eed of gelofte en is een richtsnoer voor het handelen van individuele collegeleden met als doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Collegeleden moeten zich over de naleving ervan

kunnen verantwoorden. De gedragscode biedt het college een handvat om elkaar aan te spreken op gedrag en om, waar nodig, daar bestuurlijke of politieke consequenties aan te verbinden. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar gaat ook over houding en gedrag. Het vraagt om respectvolle omgang met inwoners, ambtenaren, raadsleden, maatschappelijke organisaties en andere bestuurders. Collegeleden hebben als dagelijks bestuur van de gemeente een voorbeeldfunctie. Zij onthouden zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het gemeentebestuur kunnen schaden. Een bestuurlijk ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. Integriteit krijgt betekenis in het handelen zelf. Deze gedragscode ondersteunt bij het beoordelen van het gedrag van collegelieden en biedt houvast voor reflectie, onderlinge bespreking en het versterken van een cultuur van openheid en vertrouwen.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze gedragscode wordt verstaan onder: a. Het College van Burgemeester en Wethouders: Het dagelijks bestuur van de gemeente. b. Collegelid: Een individueel Lid van het College van Burgemeester en Wethouders, waar ook plaatsvervangende ambtsdragers worden meegerekend.

Artikel 1:2 Reikwijdte van de regeling Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en wethouders, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

Artikel 1:3 Beschikbaarheid Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Regels rond de (schijn van) belangenverstrengeling Artikel 2:1 Belangenverstrengeling tegengaan Het College gaat actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen.

Artikel 2:2 Onthouden van stemmen en beïnvloeding Collegeleden onthouden zich van deelname aan stemming en beraadslaging als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: a. Het betreft een kwestie waarbij het collegelid zelf een persoonlijk belang heeft; b. Het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het collegelid een substantiële betrokkenheid heeft. Collegeleden onthouden zich in de bovengenoemde gevallen ook van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.

Artikel 2:3 Wettelijke bepalingen Alle bepalingen die voortvloeien uit wetgeving en die toepassing hebben op het handelen van het College en haar individuele leden, zijn in deze gedragscode eveneens van toepassing.

Artikel 2:4 Nevenfuncties 1. Leden van het College vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun functie binnen het College. 2. Leden van het College leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één week na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door. 3. De informatie betreft in ieder geval: a. De omschrijving van de nevenfunctie; b. De organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c. Of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het collegelidmaatschap; en d. Of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is. 4. De gemeentesecretaris zorgt voor een actueel overzicht van nevenfuncties, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen nevenfuncties die voortkomen uit het openbare ambt en nevenfuncties die dat niet doen.

Hoofdstuk 3. Omgang met geschenken en uitnodigingen Artikel 3:1 Geschenken 1. Leden van het college accepteren geen geschenken, faciliteiten en diensten als hun onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Leden van het College ontvangen geen geschenken op het woon-/huisadres. 3. Leden van het College nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie met een geschatte waarde van maximaal 50,00 euro. Deze geschenken worden gemeld bij de gemeentesecretaris. 4. Geschenken die leden van het College uit hoofde van hun ambt ontvangen en die een geschatte waarde van meer dan €50 hebben, worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente. 5. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan €50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 6. Giften onder de €50 worden gemeld in de reguliere vergadering van het College, waarna de mogelijkheid bestaat deze alsnog te registreren.

Artikel 3:2 Uitnodigingen 1. Leden van het College accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, voorstellingen, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als: a. dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en;

b. de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodigingen met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en; c. tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. 2. Deelname aan de onder 1 genoemde activiteiten die betaald worden door anderen dan de gemeente meldt een collegelid binnen één week na deelname bij de gemeentesecretaris. Daarbij wordt ook kenbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen Artikel 3:3 Reizen en verblijven 1. De burgemeester en de wethouders accepteren uitnodigingen voor buitenlandse reizen en verblijven enkel wanneer dit aantoonbaar voordelen heeft voor de gemeente en de schijn van belangenverstrengeling minimaal is. 2. Uitnodigingen voor buitenlandse reizen en verblijven worden altijd eerst met het College besproken. 3. Leden van het college leggen verantwoording af over de gevoerde reis met, indien toepasselijk, hun verblijf. In deze verantwoording deelt het lid wat het doel was, op welke manier dit doel is nagestreefd, de bestemming en duur van de buitenlandse dienstreis. 4. De kosten, bestemming en duur worden geregistreerd in een openbaar digitaal toegankelijk register. 5.

Wanneer de reis wordt verlengd voor persoonlijke doeleinden, worden de kosten van verblijf en terugreis, dan wel heenreis, voor persoonlijke rekening vanaf het moment dat de bestuurlijke activiteiten zijn afgerond.

Hoofdstuk 4. Gebruik van voorzieningen van de gemeente Artikel 4:1 Bestaand beleid Leden van het college houden zich aan het voor de gemeentelijke organisatie vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, waaronder toepasselijke wettelijke kaders. Artikel 4:2 Beperkingen gebruik voorzieningen Gemeentelijke voorzieningen gebruiken voor het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld, is niet toegestaan. Artikel 4:3 Persoonlijk gebruik Leden van het College maken geen gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn.

Hoofdstuk 5. Regels rond informatie

Artikel 5:1 Informatieplicht De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Leden van het College verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het College deelt daarnaast uit eigen beweging informatie die voor de raad van belang is, zonder dat de raad hier om vraagt. Op informatie kan geheimhouding worden opgelegd overeenkomstig de wet, indien nodig. Artikel 5:2 Transparantie Het college is transparant over beslissingen en hun beweegredenen daarvoor. Ze handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid (Woo). Artikel 5:3 Geheimhouding Leden van het college die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Artikel 5:4 Persoonlijk belang Leden van het College maken niet te eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie. Artikel 5:5 Zorgvuldigheid Leden van het College gaan behoedzaam, wijs en zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q.

geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.

Hoofdstuk 6. Omgangsvormen en gedrag Artikel 6:1 Informatieplicht Leden van het College gaan correct, fatsoenlijk en respectvol met elkaar, de gemeenteraad, ambtenaren, inwoners en andere externen om. Leden van het College laten geen hinderlijk, grensoverschrijdend of (seksueel) intimiderend gedrag zien zoals intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Dit soort gedrag, waardoor iemand zich bedreigd, beledigd, gekwetst of onveilig voelt, wordt niet getolereerd. Artikel 6:2 Reglement van Orde Leden van het College houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. In aanvulling op het reglement van orde, volgen leden van het College de aanwijzingen van de voorzitter op.

Artikel 6:3 Negatieve uitlatingen Leden van het College onthouden zich in het openbaar en in vergaderingen over negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Artikel 6:4 Communicatie Leden van het College communiceren met elkaar, met de raadsleden, met de commissieleden, met de griffie(r), met de gemeentesecretaris en met andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6:5 Twijfel over integriteit Leden van het College twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Artikel 6:6 Kwalitatieve besluitvorming Leden van het College zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar argumenten en accepteren deze als bijdragen tot zorgvuldige besluitvorming. Artikel 6:7 Onderlinge onenigheid Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan burgemeester en wethouders, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.

Hoofdstuk 7. Vaststelling en handhaving gedragscode Artikel 7:1 Vaststelling De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de burgemeester en de wethouders – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel 7:2 Ondersteuning Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel 7:3 Evaluatie Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het College de gedragscode van de burgemeester en de wethouders op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad. Artikel 7:4 Gespreksvoering

Minimaal één keer per jaar staat het college, op voorstel van de burgemeester, expliciet stil bij het onderwerp integriteit in het algemeen en de gedragscode in het bijzonder. Dit geschiedt in een Collegevergadering. Artikel 7:5 Indien een lid van het college twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt her lid de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken handhaving integriteit gemeentebestuur Dongen 2025 gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409186/2