CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijl1- 24-60 Toelichting bestemmingsplan

Besluitvormende raadsvergadering 19 september 2024, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 24-60 Vaststelling bestemmingsplan Vaartweg 14 in Dongen10.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.7.1

Geur De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de geursituatie en de luchtkwaliteit. Er vinden immers geen activiteiten plaats waarbij emissies vrijkomen. Ter plaatse van de huisvesting zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Binnen een straal van 200 meter rondom de units zijn geen intensieve veehouderijen gelegen waardoor er geen overbelasting van geuremissie is te verwachten. De dichtstbij gelegen veehouderij ligt wel op ca. 65 meter afstand, maar dit betreft een rundveehouderij. Een rundveehouderij draagt niet bij aan geurbelasting, deze dient qua geur enkel aan vaste afstanden te voldoen. Volgens de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor een dergelijk bedrijf binnen een concentratiegebied (gemeente Dongen ligt binnen een concentratiegebied) een vaste afstand van 50 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Omdat voldaan wordt aan deze afstand wordt de veehouderij niet belemmerd. Bovendien kan gesteld worden dat ter plaatse van de units sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.

Figuur 10 Ligging t.o.v. veehouderijen

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

30

4.7.2

Luchtkwaliteit Voor het aspect fijnstof is gekeken naar de Grootschalige Concentratie- en Depostiekaarten van Nederland, zoals opgesteld door de RIVM. Op deze kaart is voor de locatie van de units een achtergrondconcentratie van 17,86 μg/m3 fijnstof opgenomen. Dit is ver onder de norm van 40,0 μg/m3 uit de Wet Milieubeheer. Ook wordt voldaan aan de aanvullende regelgeving zoals opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant welke stelt dat de achtergrondconcentratie niet meer mag bedragen dan 31,2 μg/m3. Concluderend kan gesteld worden dat er voor de toekomstige arbeidsmigranten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Met de ontwikkeling zal er sprake zijn van een beperkte toename van verkeersbewegingen, namelijk maximaal 60 per dag. Waarschijnlijk is dat aantal verkeersbewegingen aan te merken als Niet in Betekenende Mate (NIBM). Om te bepalen of dit aantal verkeersbewegingen daadwerkelijk aan te merken is als NIBM, is de NIBM-tool van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en Kenniscentrum Infomil ingevuld. Voor dit plan is de versie van 28 maart 2019 gebruikt. De resultaten zijn als weergegeven in navolgende figuur. Figuur 11 Uitkomst NIBM-tool

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2020

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

60

Aandeel vrachtverkeer

0,0%

NO2 in μg/m3

0,05

3

0,01

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Zoals blijkt uit de NIBM-tool is het project aan te merken als Niet in Betekenende Mate. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.4.8

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

31

Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Een plaatsgebonden risico van 10-6 betekent dat omwonenden van bijvoorbeeld een lpg-tankstation op die plaats een kans van één op een miljoen hebben om als gevolg van een ramp te overlijden. Het Groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico wordt niet uitgedrukt in een risicocontour maar in een FN-curve, waarbij het aantal slachtoffers wordt afgezet tegen de cumulatieve kans die ze als groep hebben om te overlijden. Het groepsrisico moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Risicobronnen kunnen worden opgesplitst in: inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden; transportroutes van gevaarlijke stoffen; buisleidingen; luchthavens. Risicovolle inrichtingen Om te bepalen of er voor de ontwikkeling beperkingen voorkomen kijkend naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gekeken op de risicokaart.

Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen gelegen zijn. Hierdoor zijn er voor onderhavig plan geen belemmeringen. Buisleidingen Op een afstand van 1.450 meter van het projectgebied komen buisleidingen voor welke op de risicokaart zijn opgenomen. De locatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour. Ook zijn er geen andere inrichtingen aanwezig waarbij de risicocontour buiten de inrichting komt. Transporten van gevaarlijke stoffen Zoals hierboven reeds aangeven zijn op een afstand van 1.450 meter buisleidingen gelegen. Voor het overige komen geen transportroutes voor van gevaarlijke stoffen voor, binnen een straal van 1 kilometer. Dit maakt dat een nader onderzoek naar groepsrisico niet noodzakelijk is. Luchthavens In de omgeving van het plangebied zijn geen luchthavens gelegen.

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

32

Figuur 12

Concluderend kan gesteld dat het groepsrisico niet van belang is. Verder is het plangebied niet gelegen binnen plaatsgebonden risicocontouren. Dit betekent dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen beperkingen zijn voor de plaatsing van de units.

Uitsnede risicokaart

4.9

KABELS EN LEIDINGEN Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering voor het aspect kabels en leidingen. Daarbij zal de grond niet worden geroerd.

4.10

PARKEREN Voor de huisvesting van arbeidsmigranten zijn geen parkeernormen bekend. Hierdoor is aangesloten bij de parkeernorm zoals voor kamerverhuur opgenomen in de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW. Er geldt een parkeerbehoefte van 0,6 parkeerplaatsen per kamer. Dit geeft in de toekomstige situatie een parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen per unit. Voor de 6 units is het noodzakelijk om 18 parkeerplaatsen te realiseren. Er is voldoende ruimte op het perceel om in dit aantal parkeerplaatsen te voorzien. In navolgende figuur is de ontsluiting van de huisvestingslocatie weergegeven.

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

33

Figuur 13 Ontsluiting en ligging parkeerplaatsen

Parkeren \

Ontsluiting

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

34

5 5.1

UITVOERBAARHEID

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Er heeft overleg plaatsgevonden met de omwonenden. Verder zal de voorliggende ruimtelijke onderbouwing besproken worden met de vaste overlegpartners van de gemeente te weten het Waterschap Brabantse Delta en de provincie Noord-Brabant. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met het plan. De reactie van de provincie heeft ertoe geleid dat het plan is aangepast en het plan nog specifieker toeziet op de beoogde ontwikkeling.

5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project is een particulier initiatief en komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Het concept en het bestaansrecht van het bedrijf hebben zich in de praktijk bewezen. De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden waarop de units worden geplaatst en deze worden voor dat doel ingebracht. Er hoeven dus geen investeringen te worden gedaan om gronden te verwerven. Voor zover de financiering niet uit eigen middelen plaatsvindt, heeft de initiatiefnemer afspraken gemaakt met externe financiers die de plannen onderschrijven en ondersteunen. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten als bedoeld in artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening waarin het verhaal van de kosten die de gemeente voor dit project moet maken zoals voor ambtelijke begeleiding en het voeren van de voorgeschreven procedure is geregeld. Er zijn dus voor de gemeente geen kosten aan verbonden. In de anterieure overeenkomst wordt ook een artikel opgenomen inzake mogelijke planschade. Deze regeling vloeit voort uit artikel 6.4a van genoemde wet op grond waarvan de gemeente Dongen eventuele planschadeclaims kan verhalen op de initiatiefnemer.

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

35

6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN

ALGEMEEN Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

6.2

TOELICHTING OP DE VERBEELDING De verbeelding bij een bestemmingsplan toont de ligging en begrenzing van de bestemmingen en aanduidingen die op basis van het bestemmingsplan worden gewijzigd. Een bestemmingsplan wordt ingetekend op een ondergrond. In dit geval is de ondergrond ontleend aan het kadaster. De bolletjeslijn toont de exacte grens van het plangebied. De gekleurde vlakken zijn de bestemmingen die aan de gronden zijn toegewezen. In dit plan is dat de bestemming “Agrarisch”. Bovenop liggen zogenoemde "aanduidingen" waarmee de ligging en de begrenzingen van specifieke regelingen worden aangeduid. De inhoud en de bedoeling van de aanduiding zijn vastgelegd in de regels.

6.3

TOELICHTING OP DE PLANREGELS De planregels in onderhavige wijzigingsplan zijn gebaseerd op de planregels als opgenomen in het geconsolideerde bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Dongen. Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van de het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012), de Wet Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

36

algemene bepalingen omgevingsrecht (Bor).

omgevingsrecht

(Wabo)

en

het

Besluit

De planregels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, dat werkelijk noodzakelijk is. Het kan in een concrete situatie voorkomen dat afwijking van de gestelde normen gewenst is. Hiertoe zijn in het bestemmingsplan diverse flexibiliteitregelingen opgenomen. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. Deze hoofdstukindeling is opgebouwd conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). 1.

Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de plan-regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2);

2.

Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

3.

Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). Het zijn allemaal belangrijke regels die voor het gehele plan gelden: ze moeten daarom altijd goed gelezen worden vóór dat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht;

4.

Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan genoemd gaat worden (de slotregel).

Huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Vaartweg 14, Dongen

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14428534/1