Bijl-13 24-72 Quick scan geur
Tekst van het document
Quick scan geurhinder veehouderijen betreft:
Vaartweg 79 te ’s Gravenmoer
kenmerk:
210391
datum:
26 augustus 2022
Aan de Vaartweg 79 in ‘s Gravenmoer bevindt zich in de huidige situatie een verouderd kassencomplex op een verruigd terrein. De locatie is ongeveer zes hectare groot. Het voornemen bestaat om de bebouwing te saneren en het perceel te herontwikkelen met maximaal 10 woningen in een landschappelijke setting. Het overige deel zal worden ingericht als natuur. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, aangezien de geldende agrarische bestemming geen woningbouw mogelijk maakt. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Dongen. Om de haalbaarheid van het bestemmingsplan te kunnen aantonen, moet tevens een aantal onderzoeken worden verricht. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen aanwezig. Daarom dient in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en een goede ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden of het toevoegen van meerdere geurgevoelige objecten op de planlocatie mogelijk is, en of ter hoogte van de geurgevoelige objecten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In deze quick scan agrarisch geur wordt geïnventariseerd welke veehouderijen in de omgeving van het plangebied liggen, en waar mogelijke belemmeringen liggen. In onderstaande afbeelding is de locatie van het plangebied weergegeven.
Het plangebied bij benadering globaal rood omlijnd (Bron: PDOK viewer).
pagina 1 van 8
NORMEN EN AFSTANDEN In agrarisch geur zijn er twee verschillende invalshoeken die onderzocht moeten worden vanuit de wetgeving. De milieurechten en planologische rechten van de veehouderij. Hiernaast moet het woon- en leefklimaat bij het geurgevoelig object worden vastgesteld. De regelgeving voor wat betreft agrarisch geur staat omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.”
WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie, waarbij verschillen bestaan tussen zogeheten concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden, en ook tussen binnen en buiten de bebouwde kom. Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geurgevoelige objecten. In de Wgv wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende geurgevoelige objecten: · · ·
Woningen (standaard geurnormen); Bedrijfswoning bij een andere veehouderij (enkel vaste afstanden); Voormalige bedrijfswoning die op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij (enkel vaste afstanden).
In onderhavige situatie is sprake van woningen, waarvoor de standaard geurnormen gelden. Normen en vaste afstanden In de Wgv worden twee soorten dieren onderscheiden. Dieren met een geuremissiefactor en dieren zonder een geuremissiefactor. · Dieren met een geuremissiefactor noemen we Odour Unit-dieren (ou-dieren). Met behulp van de geuremissiefactor kan de geurbelasting van deze dieren op een geurgevoelig object worden berekend. Het totaal aantal dieren en het stalsysteem bepaalt de emissie. · Dieren zonder een geuremissiefactor noemen we vaste afstand dieren (va-dieren). Voor deze dieren geldt een vaste afstand vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object. Deze vaste afstand staat los van het dierenaantal. · Voor alle dieren geldt een minimum afstand van 50 meter binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom vanaf de gevel van het dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object.
pagina 2 van 8
Wettelijk gelden de onderstaande normen en afstanden. Tabel 1 Normen en afstanden volgens de Wgv
Dieren Ou-dieren Va-dieren Alle dieren
Bebouwde kom Buiten Binnen Buiten Binnen Buiten Binnen
Concentratiegebied 14 ouE/m3 3 ouE/m3 50 m 100 m 25 m 50 m
Niet-concentratiegebied 8 ouE/m3 2 ouE/m3 50 m 100m 25 m 50 m
Een gemeente mag gebruik maken van de mogelijkheid die de Wgv biedt om, binnen afgesproken bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen.
WOON- EN LEEFKLIMAAT Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het geurgevoelig object te beschouwen dient gekeken te worden naar de voorgrond- en achtergrondbelasting. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.” In deze handreiking is een relatie gegeven tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. De relaties zijn opgenomen in onderstaande tabellen. Tabel 2 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting [ouE/m3] <1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 > 25
Achtergrondbelasting [ouE/m3] <3 3-7 7 - 13 13 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 > 50
Tabel 3 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een niet-concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht
pagina 3 van 8
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30
Voorgrondbelasting [ouE/m3] <0.5 0,5 – 1,5 1,5 - 3 3 – 4,5 4,5 – 6,5 6,5 – 8,5
Achtergrondbelasting [ouE/m3] < 1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19
Milieukwaliteit Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting [ouE/m3] 8,5 - 11 > 11
Achtergrondbelasting [ouE/m3] 19 - 25 > 25
Op het gebied van woon- en leefklimaat zijn geen harde eisen. Wel kan een gemeente een minimale milieukwaliteit eisen.
TOELICHTING EN LOCATIE PLAN Het plangebied is gelegen aan de Vaartweg 79 te ‘s Gravenmoer, langs het lint ’s Gravenmoerse Vaart van de gemeente Dongen. Op het perceel bevindt zich in de huidige situatie een verouderd kassencomplex op een verruigd terrein. Het initiatief voor de locatie betreft het realiseren van maximaal 10 woningen in een landschappelijke setting. In navolgende afbeelding is de inrichtingstekening weergegeven. Van de zes hectare is circa 3.500 m2 aangewezen als zoekzone voor de 10 woningen. Het overige deel zal worden ingericht als natuur.
Impressie toekomstige situatie plangebied (Bron: SpaceValue)
De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom in de gemeente Dongen te ‘s Gravenmoer. De gemeente Dongen heeft ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wet geurhinder en veehouderij biedt om, binnen bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen. De afwijkende normen moeten in een verordening worden vastgelegd. Daarnaast moet een gebiedsvisie worden opgesteld. Daarin wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het gebied beschreven en gekoppeld aan een beoordeling van de geurbelasting van het gebied. In de gemeente Dongen is geen geurverordening vastgesteld. Het grondgebied van de gemeente Dongen, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, is volgens bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen in concentratiegebied. Het plangebied bevindt zich echter op het grondgebied van de voormalige pagina 4 van 8
gemeente ’s Gravenmoer dat niet is gecategoriseerd als concentratiegebied. Derhalve zal voor onderhavige locatie uitgegaan worden van een ligging binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied. Daarmee gelden de volgende normen en afstanden voor deze locatie: · een maximale voorgrondbelasting van2 ouE/m3 voor ou-dieren; · 100 meter voor va-dieren; · 50 meter voor alle dieren.
OMLIGGENDE VEEHOUDERIJEN De omliggende veehouderijen worden altijd in verschillende schalen bekeken: · 2.000 meter; eventueel van invloed voor de achtergrondgeurberekening (ou-dieren); · 500 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten van veehouderijen met ou-dieren (voorgrondgeurberekening, omgekeerde werking); · 100 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten veehouderijen met va-dieren (vaste afstand, omgekeerde werking). Onderstaande afbeelding geeft de gelegen veehouderijen weer binnen een straal van 2 km vanuit het plangebied.
Veehouderijen in de buurt van het plangebied (Bron: gemeente Dongen)
Binnen de straal van 2.000 meter van het plangebied zijn diverse agrarische bedrijven gelegen. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) heeft voor deze agrarische bedrijven de pagina 5 van 8
achtergrondgeurbelasting in kaart gebracht. Navolgende afbeelding geeft de situatie weer rondom het plangebied.
Achtergrondbelasting ten opzichte van het plangebied. (Bron: achtergrondbelasting geur ODZOB)
Binnen een straal van 2.000 meter zijn er verschillende agrarische geurbronnen gesitueerd. De overgrote meerderheid van het plangebied heeft een zeer goede kwaliteit van leefomgeving (donkergroen). Dit betekent dat de achtergrondbelasting < 3 ouE/m3 is. De uiterste westelijke rand van het plangebied scoort goed (lichtgroen), maar hier worden geen woningen beoogd. De oplopende achtergrondbelasting richting het westen is afkomstig uit twee veehouderijen, gelegen aan de Kleine Dongeseweg (nummers 23 en 25). Voor wat betreft de achtergrondbelasting heeft de gemeente geen grenswaarden opgesteld. Enkel voor wat betreft de voorgrondbelasting geldt de landelijke norm van maximaal 2 ouE/m3. Gezien de ligging van het plangebied in relatie tot de achtergrondbelasting kan worden geconcludeerd dat de voorgrondbelasting van een afzonderlijke agrarisch bedrijf de grenswaarde van de voorgrondbelasting niet zal overschrijden. Een nadere berekening van de voorgrondbelasting is daarom niet benodigd indien er geen overlap bestaat met het plangebied en de vaste afstanden. Hiervan is sprake, zoals navolgend zal worden beschouwd.
pagina 6 van 8
Plangebied (rood omkaderd) en gebufferde zone van 500 meter (geel) met veehouderijen (roze gebieden) binnen deze straal (Bron: gemeente Dongen, bewerking SAB) Binnen de straal van 500 meter rondom het plangebied zijn drie veehouderijen gelegen: - Ter plaatse van de letter A aan de Vaartweg 15 te Dongen: houden van melkvee. - Ter plaatse van de letter B aan de Vaartweg 19 A te ’s Gravenmoer: fokken en houden van paarden. - Ter plaatse van de letter C aan de Vaartweg 24 te ’s Gravenmoer: fokken en houden van rundvee (geen melkvee). Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Voor alle aanwezige veehouderijen gelden derhalve een afstand van 100 meter ten opzichte van het plangebied. De dichtst bijliggende veehouderij is circa 350 meter verwijderd van de begrenzing van het plangebied. Daarmee wordt er voldaan aan de voorgrondbelasting. Tot slot is geen veehouderij op een kortere afstand dan 100 meter gelegen van de beoogde geluidgevoelige objecten. Van een belemmering is daarom geen sprake.
pagina 7 van 8
CONCLUSIE In ‘s Gravenmoer bestaat het voornemen om aan de Vaartweg 79 maximaal 10 woningen te realiseren bij het huidige kassencomplex. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Om mogelijke knelpunten op gebied van geur is daarom een quick scan geurhinder uitgevoerd. Uit de quick scan komt naar voren dat de achtergrondbelasting voor de beoogde woningen onder 3 ouE/m3 ligt. Dit op basis van de door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant berekende achtergrondbelasting voor ou-dieren. Gezien de ligging van het plangebied in relatie tot de achtergrondbelasting kan worden geconcludeerd dat de voorgrondbelasting van een afzonderlijk agrarisch bedrijf de grenswaarde van de voorgrondbelasting niet zal overschrijden. Een nadere berekening van de voorgrondbelasting is daarom niet benodigd aangezien tevens wordt voldaan aan de vaste afstanden voor dieren zonder vastgestelde geurfactor. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft agrarisch geur.
pagina 8 van 8