Algemene Beschouwing Kadernota 2026 - VVD
Tekst van het document
Algemene Beschouwingen Kadernota 2026
Wie het nieuws de afgelopen maanden heeft gevolgd zal het niet ontgaan zijn dat er in de wereld van vandaag op meerdere terreinen nogal wat turbulentie is. Dat schept onzekerheid en risico’s. Ook dit najaar verkiezingen, we zullen moeten afwachten tot wat voor nieuwe regering dat gaat leiden en wat voor regeringsbeleid. En dat terwijl het nog steeds onduidelijk is wat de nieuwe afspraken gaan worden over de jaarlijkse uitkering uit het Gemeentefonds. Principes van goed bestuur vragen in deze situatie des te meer om behoedzaamheid. Laten we beginnen met de positieve constatering dat de financiële positie van onze gemeente is verbeterd. Daarbij moet worden aangetekend dat dit o.a. komt door incidentele meevallers, doordat het Rijk meer geld heeft uitgegeven waardoor er ook meer geld naar het Gemeentefonds is gegaan en doordat er door de vorige coalitie de nodige bezuinigingen zijn doorgevoerd waar we nu de vruchten van plukken. Ook zijn diverse investeringen uitgesteld waardoor enkele uitgaven naar de toekomst zijn verplaatst, maar die dus nog wel op ons afkomen. Niettemin, het gaat beter. 2026 wordt een jaar van onzekerheid, dat is gewoon een realiteit waarop we ons moeten aanpassen. Daarom is ons voorstel, en dringend advies, om voor volgend jaar een beleidsarme begroting op te stellen.
Daarmee bedoelen we: Focus op uitvoering van plannen en beleid die al in gang zijn gezet en op onze kerntaken, geen nieuw beleid. Het college heeft gezien voornoemde onzekerheden naast een basis scenario voor de begroting twee alternatieve scenario’s doorgerekend. We spreken onze waardering uit voor deze aanpak, dat helpt om het debat te voeren over welke keuzes we willen maken en welke prioriteiten we willen stellen. Wat betreft de scenario’s, laat ik vooropstellen dat een lastenverhoging voor onze bewoners voor ons geen bespreekbare optie is. Lasten moeten omlaag, niet omhoog, de lastendruk in ons land is al veel te hoog. Onze reactie op scenario 1 (beperkt extra geld van het Rijk): ● We kunnen meegaan met het voorstel om de jaarlijkse storting van 500.000 Euro in de algemene reserve eenmalig op te schorten voor 2026. Permanent opschorten vinden we onacceptabel. We zitten nog steeds met een te lage solvabiliteit. Door de
afspraak van jaarlijkse storting dwingen we ons tot de benodigde financiële discipline om ons financiën gezond te krijgen en te houden, zodat we ook naar de toekomst toe voldoende investeringsruimte kunnen waarborgen. ● Het niet structureel maar incidenteel opnemen van enkele uitgaven en de meer nauwkeurige bruto-netto raming van de personeelskosten kunnen we in meegaan. Bij scenario 2 (geen extra geld van het Rijk) onderschrijven we de mening van het college dat dit scenario minder waarschijnlijk is, maar het is goed om voorbereid te zijn. We kunnen meegaan met de zoekrichtingen waarbij we wel een zeer kritische noot plaatsen bij de jeugdzorg. Wij vinden de geschatte opbrengst zeer optimistisch. En dat is gelijk het volgende punt dat we willen adresseren. De jeugdzorg is volledig ontspoord. Vorig jaar kregen bijna een half miljoen jongeren in ons land jeugdzorg, ik meen dat dat 1 op de 5 jongeren is. Dit is buiten alle proporties. We hebben al meermaals het college gewezen op de afspraken over normaliseren en strenger toezicht op de jeugdzorgverleners. Maar helaas falen gemeenten hier, Dongen niet uitgezonderd. Begin dit jaar hebben we voor het eerst een Verenigde Vergadering van de Regio HvB bijeen geroepen vanwege de urgentie. We zijn geschrokken.
Geschrokken van de arrogantie en onkunde van de Bestuurscommissie Jeugd, het gebrek aan kritisch toezicht, het gebrek aan tijdige en volledige informatie aan de gemeenteraden, het gebrek aan inzicht in de kernoorzaken waarom het is ontspoord, het gebrek aan zelfreflectie bij de jeurgdzorgpartners en gebrek aan een geloofwaardige aanpak. Er waren meerdere moties ingediend. Alle moties waren negatief geadviseerd door de Bestuurscommissie Jeugd, met nota bene één van onze wethouders als bestuurslid, wat een aanfluiting! Er is bij zowel de gemeenten als de wethouders systematisch een gebrek aan kennis over dit domein en een gebrek aan lef om kritisch te zijn naar de jeugdzorgpartners, niet alles voor zoete koek te slikken en meer te sturen op doelmatigheid van behandeltrajecten. Bedenk u goed: Jeugdzorgverleners en zorginstellingen verdienen geld aan de behandeling, niet aan de genezing. En ze geven geen niet-goed-geld-terug-garantie. Het meest zorgwekkende en trieste resultaat hiervan is, dat wachtlijsten oplopen waarvan juist de meest kwetsbare jongeren de dupe zijn. Dat maakt streng toezicht des te urgenter. Dit punt geldt ook voor de GGD Hart van Brabant. De GGD zit in een ingrijpende transformatie én kampt al jaren met een veel te hoog ziekteverzuim dat vorig jaar verder is opgelopen naar bijna 8%.
En wat lazen we vorige week in de GGD stukken in de Commissie Samenleving over hoe het gaat met de transformatie? En met de ingezette maatregelen voor terugdringen van het ziekteverzuim? Niets, geen woord. Ook de wethouder kon geen zinnig antwoord geven op onze vragen hierover. En dat soort stukken vindt u als college kwalitatief afdoende verantwoording van een maatschappelijke partner aan onze raad? U moet zich schamen.
Wat betreft de woningbouw: We zien graag het voorstel Programma Wonen nog dit jaar naar de raad komen. Waarbij we vooral benieuwd zijn hoe de planontwikkeling loopt van het gebied Berlagestraat-Procureurweg (zie Locatiestudie Woningbouw van maart 2024). Met betrekking tot de lokale economie verbaast het ons dat de problematiek van de netcongestie enkel wordt benoemd (p3), verder ontbreekt elk idee of plan hoe de gemeente hierbij een rol kan spelen om te versnellen. Een oer-Dongens bedrijf als Van Schijndel Metaal gaat na 90 jaar verhuizen naar Gilze-Rijen, omdat ze daar wel de benodigde aansluiting voor uitbreiding kunnen krijgen. Vorig jaar mei hebben we de Economische Visie 2024-2030 vastgesteld. In de uitwerking van de actielijnen zien we graag concrete voorstellen terugkomen wat voor bedrijvigheid we in de toekomst graag willen. Dat immers bepaalt o.a. in welke mate de netcongestie ons op langere termijn zal raken. Het bepaalt welke ruimte je moet faciliteren: Fysieke ruimte, ecologische ruimte, omgevingsruimte qua geluid, stank, uitzicht en beschikbaarheid van energie. En dat laatste heb je nodig om een energiesysteemvisie te kunnen vormen. Ook wat betreft de Delta-Rhine-Corridor kun je alleen resultaatgerichte overleggen met partners voeren als je een samenhangende lange-termijnvisie hebt op onze lokale economie en duurzaamheid.
We willen hierbij niet onvermeld laten dat we positief zijn over de Green Deal op Tichelrijt en De Wildert. Over de investering in kunstgrasvelden voor Olympia kunnen we kort zijn: Die dient conform plan budgetneutraal te gebeuren, we roepen het college op om hier de rug recht te houden. We willen samenwerking zien tussen Olympia en DVVC tot gezamenlijk gebruik van hun faciliteiten. Tot slot merken we op dat het aantal openstaande vacatures en daarmee afhankelijkheid van externe inhuur aangeeft dat onze organisatie nog lang niet op het gewenste niveau en sterkte is. Ook dat noopt tot bezinning en realisme. Samenvattend: Een beleidsarme begroting is wat we nu even nodig hebben. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 zal er een nieuw democratisch mandaat zijn. Laten we het volgende college niet een valse start geven en even pas op de plaats maken. En de maatschappelijke partners in met name in het zorgdomein dienen veel strakker aan de lijn te worden gehouden.