26-03 TV D66 MSchouten ANTW- RIB 25-85 Monitor Sociaal Domein 2025-2
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a g e n Naam:
Marieke Schouten
Datum: 2 januari 2025 Onderwerp:
Raadsinformatiebrief 25-85 Monitor Sociaal Domein 2025-2
Portefeuillehouder:
A. Timm
1. Van welke datum zijn de gegevens die verwerkt zijn in deze monitor? Soms wordt er namelijk gesproken over peildatum 1 mei, terwijl het soms om gegevens van september lijkt te gaan. Dit maakt het wat onoverzichtelijk wat betreft de tijdsperiode. Antwoord: Helaas is met de verzending van deze RIB niet de juiste versie van het document naar uw raad gestuurd. De monitor zoals deze door het college is vastgesteld op 15 oktober is alsnog als bijlage bij deze technische vragen gevoegd. In deze definitieve (vastgestelde) versie zijn de gegevens weergegeven over de periode tot en met augustus 2025. 2. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor het feit dat het aantal aanvragen voor trapliften de afgelopen jaren stabiel stijgt, maar de aanvragen voor de overige woonvoorzieningen eigenlijk redelijk constant blijven, terwijl je zou verwachten dat de dubbele vergrijzing in combinatie met het feit dat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen ook invloed zou hebben op de overige woonvoorzieningen? Antwoord: Zoals in de monitor sociaal domein aangegeven bij het onderdeel trapliften zien we over de afgelopen jaren een stabiele stijging in het aantal unieke cliënten met een traplift (zo’n 10 cliënten per jaar). Dit kan verklaard worden door de dubbele vergrijzing in samenhang met het feit dat van ouderen verwacht wordt dat zij langer zelfstandig thuis blijven wonen.
Het onderdeel ‘overige woonvoorzieningen’ is breed: tilliften, douche- en toiletstoelen, verhuizing en inrichting en aanpassingen van de woning (bijvoorbeeld een badkamer). Het wil niet zeggen dat wanneer er hulpvraag ontstaat in de woning en dit opgelost wordt met een Wmo-voorziening in de vorm van een traplift, er daarnaast ook áltijd andere woonvoorzieningen nodig zijn. We zien dus geen trend of verband tussen de twee voorzieningen trapliften en ‘overige woonvoorzieningen’. 3. Hoeveel aanvragen overige woonvoorzieningen zijn er in 2025 gedaan en welk percentage daarvan is daadwerkelijk toegekend? Antwoord: In 2025 zijn er 149 unieke cliënten met een Wmo-voorziening ‘overige woonvoorzieningen’. In de monitor sociaal domein stond het aantal op 117, maar de monitor is van een aantal maanden geleden. We zien een lichte stijging ten opzichte van 2024 met 131 unieke cliënten. Dit kan
Pagina 1 van 2
verklaard worden door de dubbele vergrijzing in samenhang met het feit dat van ouderen verwacht wordt dat zij langer zelfstandig thuis blijven wonen. We registreren niet op een onderwerp van een melding. Een inwoner meldt zich met een hulpvraag bij de toegang Wmo. Deze melding wordt geregistreerd op naam van de inwoner. We kunnen enkel ophalen hoeveel unieke cliënten er in een bepaalde periode zijn geregistreerd met een Wmo-voorziening (aanvraag die toegekend is). 4. Wat zijn de doorlooptijden jeugdzorg van de laatste maanden van het jaar? Antwoord: De doorlooptijden waren in de maanden oktober, november en december als volgt: Maand Oktober November December
Gemiddelde doorlooptijd in dagen* 131 117 118
*Er is hierbij gekeken naar de jeugdigen die in oktober, november of december een beschikking voor jeugdhulp hebben ontvangen en hoelang het geduurd heeft voor zij deze ontvingen (aantal dagen tussen aanvraag en besluit op aanvraag). 5. Hoe lang is op dit moment de gemiddelde wachttijd? Antwoord: De wachttijd is op dit moment ongeveer 25 weken. Het gaat dan om de tijd die zit tussen aanvraag jeugdhulp (aanmelding) en het moment dat de aanvraag opgepakt wordt (‘keukentafelgesprek’).
Pagina 2 van 2