25-94 Bijl1- Overzicht voortgang bevindingen rekenkamer 2022-2025 def
Tekst van het document
Jaar: 2025 Onderwerp: Cultuur telt Afdeling: Mens en Samenleving – Cultuur Bevindingen: *De gemeente Dongen werkt met een praktische en pragmatische benadering van cultuurbeleid. *De gemeente hanteert bestuurlijke kaders voor de ondersteuning van het culturele veld (cultuurhuis, erfgoed, kunstonderwijs, kerkenvisie, archeologie). *Uit het onderzoek blijkt bij de culturele instellingen geen behoefte aan een overkoepelende cultuurnota. In de huidige praktijk heeft deze geen toegevoegde waarde. *De gemeente werkt met Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF) d.m.v. vier praktische beleidskaders met meerjarige subsidieafspraken (2024-2027). *De beleidskaders zijn voor de Stichting Donckhuys, Bibliotheek Theek5, KunstPodium en het cultuurhuis De Cammeleur. *De subsidiekaders bevatten specifieke maatschappelijke effecten, beleidsdoelen, resultaatverwachtingen en prestatie-indicatoren per instelling. *De gemeente monitort (ambtelijk) haar cultuurbeleid via de BCF-cyclus met halfjaarlijkse voortgangsrapportages en jaarrapportages van de gesubsidieerde instellingen. *Deze rapportages worden (ambtelijk) getoetst aan vooraf vastgestelde prestatie-indicatoren en resultaatverwachtingen uit de subsidiekaders. Dit zorgt voor een duidelijke verantwoordingssystematiek.
*Er zijn in relatie tot Cultuurhuis De Cammeleur specifieke afspraken gemaakt over de wijze waarop de gemeenteraad geïnformeerd wordt over de uitvoering van het cultuurbeleid. *Over de andere culturele instellingen, zoals de bibliotheek, wordt op bestuurlijk niveau weinig gezegd over hun culturele impact voor de gemeenschap. *In de hiervoor genoemde beleidskaders (zie financiën/subsidieverlening) wordt een verbinding gelegd van het cultuurbeleid met sociaal domein, preventie en gezondheid. *Voor de gemeente geldt dat de kennismaking met kunst en cultuur niet afhankelijk mag zijn van individuele mogelijkheden, kansen en interesses, maar dat dit actief aan alle leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs aangeboden moet worden. *Deze uitgangspunten vormen de basis voor de subsidieopdracht aan Het KunstPodium, waarmee de gemeente een duidelijke verbinding legt tussen cultuur en onderwijs.
Aanbevelingen: •
Aanbeveling 1: Vraag B&W om in samenspraak met de culturele instellingen de meting van culturele impact (waarde van cultuur) concreet te maken in de nieuwe subsidiekaders in 2028: Een verbetermogelijkheid voor de gemeente zou zijn om – juist vanuit de praktische en pragmatische werkwijze in Dongen - met de instellingen de mogelijkheden tot het meten van culturele impact te verkennen, in de aanloop naar een nieuw subsidiekader per 2028. De RMB denkt vooral aan cultuurparticipatie (in kwantitatieve zin) en de bijdrage aan sociale cohesie/sociale basis (in kwalitatieve zin, met een koppeling aan het sociaal domein).
•
Aanbeveling 2: Verzoek B&W de verantwoording aan de gemeenteraad te verbeteren door jaarlijks een raadsinformatiebrief (RIB) te sturen over de subsidieverlening aan culturele instellingen: Verzoek B&W om jaarlijks een RIB aan de gemeenteraad te sturen, na afronding van de jaarlijkse cyclus (vaststelling tot en met verslag) bij de subsidieverlening: langs deze weg houdt de gemeenteraad zicht op de subsidiekaders en de toepassing ervan. Dan wordt expliciet verantwoording afgelegd over de ‘waarde van cultuur’ voor de gemeenschap.
•
Aanbeveling 3: Verbeter de zichtbaarheid van de culturele instellingen voor de gemeenteraad: De culturele instellingen hebben de wens om hun resultaten aan de raad te tonen. Zij geven aan het belangrijk te vinden om samen trots op Dongen te zijn. Zij vernieuwen zich en willen hun visies en activiteiten bekendmaken bij het gemeentebestuur. Tegelijkertijd hebben de instellingen het gevoel te leven in onzekere tijden. De RMB beveelt de gemeenteraad aan om in te gaan op deze behoefte en vervolgens wegen te vinden om de (ervaren) afstand tussen gemeenteraad en culturele instellingen te verkleinen (zoals werkbezoek, aanwezigheid en deelname aan activiteiten).
•
Aanbeveling 4: Ga als gemeenteraad - periodiek met B&W in gesprek over de realisatie van verbetermogelijkheden binnen het cultuurbeleid. Het onderzoek laat zien dat er – naast tevredenheid – verbeteringen mogelijk zijn. De RMB stelt de gemeenteraad voor om met enige regelmaat de volgende thema’s te bespreken met B&W en op deze manier de vinger aan de pols te houden: o Culturele impact als gezamenlijke waarde: Gemeente en culturele instellingen kunnen – als partners - van elkaar leren. Binnen de audits voor bibliotheek en kunstencentrum is er al aandacht voor culturele impact, in het kader van hun certificering. De vraag staat dan centraal ‘wat brengt cultuur de inwoners in Dongen?’ Deze resultaten kunnen op onderdelen ook voor de gemeente interessant zijn. o Vermindering van verantwoordingsdruk: de gemeente stelt voorwaarden en maakt afspraken met de culturele instellingen in het kader van het subsidiebeleid.
o o
Meting van effectiviteit: De RMB doet de suggestie om minder de nadruk te leggen op prestatie-indicatoren (wat tot minder regel- en verantwoordingsdruk leidt) en meer aandacht te geven aan het definiëren en meten van ‘culturele impact’ (in de zin van waarde van cultuur). Borging continuïteit: Voor Cultuurhuis De Cammeleur, Het KunstPodium, Theek 5 en Donckhuys maakt de gemeente meerjarige beleidskaders. Donckhuys en KunstPodium geven aan klein te zijn en daardoor kwetsbaar. De bibliotheek bevindt zich in een andere positie met een bibliotheekwet en een borging in een landelijk convenant van de rol en de maatschappelijke opgaven. Met als doel elkaar te versterken en de continuïteit te verbeteren doet de RMB aan de gemeente de suggestie om met de instellingen de mogelijkheden voor een toekomstbestendige, organisatorische bundeling van krachten te verkennen.
Reactie op bevindingen: Nieuw, dient nog besproken te worden Voortgang in 2025: Niet van toepassing
Jaar: 2024 Onderwerp: Wordt vervolgd Afdeling: Gemeentebreed Bevindingen: •
Aanbeveling 1: Geef het college de opdracht om de raadsbesluiten bij RMB uit te voeren aan de hand van een zodanige werkwijze dat de uitvoering van de raadsbesluiten navolgbaar blijft: Maak binnen de organisatie expliciet(er) hoe de raadsbesluiten over aanbeveligen van de RMB worden verwerkt. Geef proceseigenaren daarbij een duidelijke opdracht mee. Laat de proceseigenaar vervolgens per raadsbesluit terugkoppelen over de wijze waarop de opvolging nav een specifiek onderzoek plaatsvindt.
•
Aanbeveling 2: Geef het college de opdracht om de raad te informeren over de voortgang in de opvolging van raadsbesluiten over rekenkameronderzoeken- en aanbevelingen (periodiek). Dit ook als opvolging omderdeel is of wordt van een (breder) lopend proces. Zie nadere toelichting in rapport.
•
Aanbeveling 3: Geef de griffie de opdracht om de raadsbesluiten bij RMB-aanbevelingen in het zicht van de gemeenteraad te houden. Zie nadere toelichting in het rapport.
•
Aanbeveling 4: Voer ook als raad zelf actief de regie op de opvolging van de raadsbesluiten bij rapporten van de Rekenkamer. Zie nadere toelichting in rapport.
Reactie op bevinding/ aanbeveling: Voortgang in 2025: Aanbeveling 1 en 2 zijn sinds de jaarrekening 2023 meegenomen. Aanbeveling 3 wordt opgepakt, hiervoor is nog geen nieuw onderzoek besproken in de raad. Aanbeveling 4 moet door de raad worden toegelicht.
Jaar – 2023 Onderwerp – Evaluatie contracten jeugdheulp. Helpen doen we samen? Afdeling – Gemeentebreed Bevindingen: •
Aanbeveling 1: Benut het handelingsperspectief van de gemeenteraden door: a. B&W te vragen of de gemeentelijke Toegang klaar is voor de jeugdhulp, zoals zou moeten blijken uit voldoende personele bezetting, vereiste deskundigheid en sturing van de toegang. Vraag ook een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de gereedheid v a n de Toegang. b. B&W te vragen om een periodieke update bijvoorbeeld tweemaal per jaar over kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van het aantal verwijzingen door de gemeentelijke Toegang hoeveel vragen om hulp, hoeveel verwijzing naar het eigen sociaal verband, hoeveel naar het voorliggend veld, hoeveelnaar S1, hoeveel naar S4. Vraag bij elk van deze categorieën om een schatting van de gemiddelde behandelduur. Hierbij past een bestuurlijke duiding van de verkregen informatie. Zie rapportage.
•
Aanbeveling 2: Benut het handelingsperspectief van de gemeenteraden door B&W te vragen om een periodieke update van het contractmanagement door regio HvB met de ‘ zorgaanbieders Hierbij dient informatie gegeven te worden over de voortgang bij de diverse ontwikkel en transformatieopgaven in de beoogde samenwerking met de zor gaanbieders, zoals aangekondigd in de contracten en opdracht omschrijvingen.
•
Aanbeveling 3: Vraag als gemeenteraad aan B&W om zo snel mogelijk een visie op normalisering v oor te stellen aan de raad.
Reactie op bevinding of aanbeveling: De behandeling in de raad op 26 oktober 2023 heeft via een amendement namens alle partijen geleid tot het besluit om het college te verzoeken om: 1. Zo snel mogelijk kwalitatief en kwantitatief onderbouwd aan te geven of de gemeentelijke Toegang klaar is voor de jeugdhulp;
2. Een periodieke update - minimaal tweemaal per jaar- te geven aan de gemeenteraad mede door middel van het dashboard sociaal domein met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over het aantal verwijzingen door de gemeentelijke toegang. En in ieder geval de volgende informatie extra op te nemen in het dashboard sociaal domein: het aantal verwijzingen naar de eigen sociale toegang, naar het voorliggend veld, naar segment 1, en naar segment 4; 3. Regio Hart van Brabant periodiek een update te laten geven over het contractmanagement over de Dongense situatie en de situatie in de regio; 4. In samenspraak met de regiogemeenten Hart van Brabant in 2024 een visie en handelswijze op normaliseren op te stellen en deze voor te leggen aan de gemeenteraden die deelnemen aan deze gemeenschappelijke regeling. 5. Op korte termijn te laten weten, na overleg met de andere regiogemeenten Hart van Brabant, hoe aan de terugkoppeling van bovenstaande punten het beste vorm/invulling gegeven kan worden.
Voortgang in 2025: "De reactie van het college hierop is: Inzake beslispunt 1 hebben we als gemeente Dongen de toegang op dit moment functioneel ingericht maar beseffen we ons ook dat verbeteringen altijd mogelijk zijn. Voor de Hervormingsagenda Jeugd is regionaal en lokaal een startfoto gemaakt waarin ook de lokale toegang is meegenomen. De reactie van het Rijk zal een beeld geven van de mate waarin toegang klaar is voor de jeugdhulp. - Op korte termijn zal in de vorm van een raadsinformatiebrief de tweede prognose jeugdhulp 2023 worden gedeeld. Daarbij wordt voor zover mogelijk ook ingegaan op beslispunt 2. De verwijzingen naar het voorliggend veld worden op dit moment nog onvoldoende lang in kaart gebracht. We verwachten u daarover in de eerstvolgende periodieke raadsinformatiebrief over de prognose jeugdhulp te kunnen informeren. - Over (de vorm van) een update over het contractmanagement (beslispunt 3) zijn we ambtelijk in afstemming met de regio. De beoogde ontwikkel- en transformatieopgaven zijn nog volop gaande. - In de loop van het tweede kwartaal van 2024 hopen we meer duidelijkheid te hebben over aanpak en planning om te komen tot een regionale visie op normaliseren. Zo'n visie hangt nauw samen met de regionale aanpak van de doorontwikkeling van de toegangen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd.
- Inzake de beslispunten 1 en 2 volgt periodiek steeds terugkoppeling in de vorm van een raadsinformatiebrief. Inzake de beslispunten 3 en 4 kan een aparte raadsinformatieavond een eventuele optie zijn."
Jaar – 2023 Onderwerp – INFORMATIEVEILIGHEID VERDIENT MEER AANDACHT Afdeling – IT Bevindingen: •
Aanbeveling 1: B&W bespreekt (beeldvormend) met de gemeenteraad de scope en de integraliteit van de risicoanalyse bij informatieveiligheid. Zie pag. 28 rapport
•
Aanbeveling 2: B&W bespreekt (beeldvormend) met de gemeenteraad de invulling van macht en tegenmacht, in de professionele samenwerking met de externe ‘IP-partner’. Zie pag. 28 rapport.
Reactie op bevindingen/aanbevelingen: Voortgang in 2025: Nog geen uitvoering aan gegeven
Jaar – 2022 Onderwerp – Is de aansluiting te maken? Afdeling – Bedrijfsvoering - Financiën Bevindingen: •
Aanbeveling 1: Een verbetering van de informatievoorziening in zowel de beleidsnota’s als de P&C-stukken is gewenst. Dit geldt met name voor het inzicht in de relatie tussen taakvelden en te bereiken doelstellingen. 1. Formuleer in beleidsnota en programmabegroting bij ieder taakveld (zoals arbeidsparticipatie en afvalbeleid) een heldere doelstelling en ‘vertaal’ deze in beleidsindicatoren, met een heldere uitleg en bestuurlijke duiding. De uitkomsten van de beleidsindicatoren dienen bij de verantwoording in de jaarstukken de raad inzicht te geven in de mate waarin de gestelde (specifieke) beleidsdoelen zijn gerealiseerd. 2. Geef in de beleidsnota al aan hoe beleidsdoelen en beleidsindicatoren in programmabegroting en jaarverslag zullen worden verwerkt, om de programmabegroting en jaarverslag zullen worden verwerkt, om de verbinding tussen beleidscyclus en P&C-cyclus te optimaliseren. 3. Maak bij ieder bestuurlijk programma duidelijk welke BBV-taakvelden hieronder vallen. Doe dit bij voorkeur al in de beleidsbegroting. Reactie: 2022: In de P&C-stukken is met ingang van de Programmabegroting 2022-2025 een verbetering doorgevoerd in de opbouw van de programmahoofdstukken. Ieder beleidsthema begint met een strategische doelstelling; een abstract hoger doel waarnaar we streven.
De strategische doelstelling wordt aan de hand van de eerste W-vraag (Wat willen we bereiken) geconcretiseerd in beleidsdoelstellingen. Aan deze beleidsdoelstellingen zijn beleidsrisico’s en beleidsindicatoren gekoppeld. De activiteiten worden in kaart gebracht aan de hand van de tweede Wvraag (Wat gaan we daarvoor doen). Ten slotte wordt per thema aangegeven wat het gaat kosten (de derde W-vraag). De rekenkamercommissie stelt dat de doelstellingen niet gekoppeld moeten worden aan een beleidsthema, maar aan een taakveld. Dit is in feite een indelingsdiscussie. Bouw je de programmabegroting op aan de hand van de landelijke taakvelden of aan de hand van de eigen gekozen indeling in een veertiental beleidsthema’s? Gemeenten zijn vrij om hun eigen indeling van de begroting te kiezen. In Dongen is reeds jaren geleden de keuze gemaakt voor de breed herkenbare beleidsthema’s. Het college van B&W stelt voor de indeling in beleidsthema’s te handhaven. Een andere indeling leidt in zichzelf niet tot een betere informatievoorziening. Een ander punt van de rekenkamer is de aansluiting tussen beleidsnota’s en de P&C-stukken vaak lastig te maken is. Dat is een terecht punt. Beleid wordt niet geïnitieerd in de P&C-stukken, maar in de beleidsnota’s. Het is dus van belang dat daarin reeds wordt aangegeven wat de beleidsdoelen zijn en hoe die gemeten gaan worden.
Idealiter kennen beleidsnota’s dezelfde opbouw als de hierboven beschreven opbouw van de beleidsthema’s in de begroting (van strategische doelstelling, naar beleidsdoelstelling, beleidsrisico’s en beleidsindicatoren). We stellen voor een vast format te maken dat op deze zelfde wijze is opgebouwd en dat aan het begin van iedere beleidsnota kan worden opgenomen.
•
Aanbeveling 2: Beschrijf niet alleen de taakvelden, maar ook de deeltaken, zoals omschreven in het BBV, op die taakvelden. 4. Geef in beleidsnota en programmabegroting van ieder taakveld een nauwkeurige beschrijving en motivering van het gevraagde budget in relatie tot de benodigde deeltaken (bv. aan de hand van het BBV-taakveld). Geef hierbij ook een opbouw van het gevraagde budget op basis van de te onderscheiden deeltaken en de daarbij gewenste doelen. 5. Vermeld in de programmabegroting en de jaarstukken bij iedere deeltaak op een taakveld de geplande, respectievelijk de uitgevoerde activiteiten. Als de activiteiten in de P&C-stukken van een bepaald jaar verschillen van die van het voorgaande jaar, geef daarvoor dan een motivatie. 6. Vermeld in de jaarstukken de met de uitgevoerde activiteiten corresponderende gerealiseerde kosten. Reactie: 2022: Aanbeveling 2 borduurt voort op de eerste aanbeveling om de begroting op te bouwen aan de hand van de taakvelden en deze vervolgens onder te verdelen in deeltaken. Aangezien Dongen de beleidsbegroting opbouwt aan de hand van beleidsthema’s, ligt het niet voor de hand een onderverdeling in deeltaken te gebruiken. Wel vermelden we, zoals de rekenkamer aanbeveelt, in ieder P&C-document de geplande en gerealiseerde activiteiten per beleidsthema (als antwoord op de vraag ‘Wat gaan we daarvoor doen’ of ‘Wat hebben we daarvoor gedaan’).
We gaan niet mee in de aanbeveling om in de jaarrekening de met de activiteiten samenhangende kosten te vermelden. Dit impliceert dat de financiële administratie gekoppeld moet zijn aan de activiteiten uit de begroting. Die activiteiten kunnen van jaar-op-jaar behoorlijk verschillen. Het is technisch gezien niet mogelijk de administratie dusdanig flexibel in te richten dat deze kan meebewegen met het dynamische karakter van een begroting. Een begroting op activiteitenniveau impliceert bovendien een beheersbegroting (een begroting die in verschillende gemeenten door het college wordt gehanteerd om de budgetten uit de programmabegroting te verdelen over taken/activiteiten).
•
Aanbeveling 3: Geef meer inzicht in de effectiviteit van de uitvoering van het beleid. 7. Vermeld, met name in beleidsnota, op welke wijze via de geplande activiteiten de gemeente het bereiken van de doelstelling(en), respectievelijk de uitkomst van de beleidsindicator(en), denkt te kunnen beïnvloeden. Geef hierbij duidelijk aan op welke deeltaken de activiteiten betrekking hebben. 8. Geef, zo mogelijk, in kwantitatieve termen aan hoe een verandering in activiteiten voor deeltaken invloed kan hebben op het beter bereiken van een doelstelling. Geef aan wat de extra kosten zijn als men de doelstelling (bijvoorbeeld, een verlaging van het aantal aangeboden kilo’s restafval) beter wil benaderen. Geef, indien mogelijk, ook de kosten/baten-verhouding aan van dergelijke veranderingen (bijvoorbeeld, hoeveel kost het om een bepaalde verlaging van het aantal uitkeringen te realiseren). 9. Als het niet mogelijk wordt geacht inzicht te geven in de effectiviteit van het beleid, geef daarvan dan een onderbouwing. Geef vervolgens aan hoe het verband tussen uitvoering en doelstelling(en) bij de beleidsvoorbereiding in dit geval wordt beschouwd. Reactie: 2022: Reeds tientallen jaren wordt in overheidsland nagedacht over goede manieren om de effectiviteit van beleid in beeld te brengen. Ondanks verschillende goed bedoelde initiatieven, is dé oplossing nog altijd niet voor handen.
In de aanbevelingen van de rekenkamercommissie lezen we deze ook niet terug. In algemene zin streven we naar een zo goed mogelijk inzicht in de effectiviteit van de uitvoering van het beleid. Dat start aan de voorkant door goed na te denken wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Om aan de achterkant inzichtelijk te hebben of we ook bereikt hebben wat we wilden bereiken, is het van belang (vooraf) goed na te denken over zinnige beleidsindicatoren. Ten aanzien van het vooraf goed nadenken over de beleidsdoelen helpt de structuur zoals we die sinds de begroting 2022 consequent hebben doorgevoerd. Zoals reeds opgemerkt stellen we voor deze zelfde structuur ook te hanteren in beleidsnota’s. Ten aanzien van de noodzakelijke beleidsindicatoren, merken we op dat niet ieder beleidsonderwerp zich hiervoor leent. Er zijn beleidsdoelstellingen die zich niet laten meten in concrete cijfers. Ook zijn er beleidsdoelstellingen waarbij de lokale overheid niet de doorslaggevende rol heeft in het realiseren van die doelstellingen. Waarbij externe invloeden een dusdanig effect hebben op de uitkomst, dat de effectiviteit van het beleid niet afgemeten kan worden aan de uitkomst van de indicator.
Hoe begrijpelijk het streven naar concrete beleidsindicatoren die ons meer inzicht geven in de effectiviteit van beleid ook is, we zullen moeten accepteren dat er beleidsonderwerpen zijn, waarbij de rol van de (lokale) overheid niet anders is dan het stimuleren van de juiste beleidsrichting, maar waarbij het uiteindelijke (beleids)effect buiten de invloedssfeer van diezelfde overheid ligt.
•
Aanbeveling 4: Start bij de verbetering van de informatievoorziening met de P&C-stukken om voor de raad snel de meeste winst te behalen. Begin met 1 of 2 beleidsvelden bij wijze van pilot. Begin voor de verdiepingsslag, zoals uitgedrukt in de voorgaande aanbevelingen, met de P&C-documenten. De consequente beantwoording van de drie W-vragen (zowel ex ante als ex post) voor de deeltaken maakt het noodzakelijk ‘dieper’ liggende informatie over deeltaken uit de ambtelijke organisatie naar boven te halen. Om de gedachten te bepalen is in de bijlage in tabelvorm een handreiking toegevoegd waarop aanwijzingen staan hoe tot deze nadere detaillering te komen. In die handreiking wordt ook gevraagd naar de kosten van alternatieve uitvoeringsmogelijkheden, in lijn met de aanbevelingen 7 tot en met 9. Een verdergaande uitsplitsing van taakvelden vergt een strengere focus van het ambtelijk apparaat. Daarom is ons voorstel om eerst met een tweetal taakvelden te beginnen, bijvoorbeeld de hier besproken taakvelden arbeidsparticipatie en afvalbeleid. Op een later moment kan dit verder worden uitgerold voor andere taakvelden. Daarnaast dient vastgelegd te worden dat voor alle nieuwe beleidsnota’s de voorgaande relevante aanbevelingen worden opgevolgd. Reactie: 2022:De P&C-stukken vormen één van de belangrijkste informatieproducten van de raad.
We werken voortdurend aan verbetering van de kwaliteit van deze producten en daarmee de informatievoorziening aan de raad. Zoals vermeld zijn de afgelopen jaren de nodige verbeteringen doorgevoerd, onder andere in opbouw en leesbaarheid van de producten. Daarbij is een voorname rol weggelegd voor de Financiële Commissie. Ieder P&C-product behandelen we in de commissie waarbij verbeterpunten worden geïnventariseerd. Aan het eind van ieder jaar houden we een algehele evaluatie van de P&C-cyclus en haar producten. Wat geldt voor ieder product dat naar de raad wordt gestuurd, is dat er een goede balans gevonden moet worden tussen de leesbaarheid van het document en het detailniveau van de informatievoorziening. Meer informatie is niet altijd beter. In de programmabegroting 2023 hebben we een verdere verbetering doorgevoerd door voor een tweetal beleidsthema’s een concretere link te leggen tussen doelstellingen, activiteiten en indicatoren. Dit is gedaan voor een tweetal thema’s die zich hiervoor bij uitstek lenen. Deze aanbeveling is hiermee feitelijk opgevolgd. Zoals reeds opgemerkt leent een dergelijke aanpak zich voor veel thema’s niet.
•
Aanbeveling 5: Volg voor alle nieuwe beleidsnota’s de voorgaande relevante aanbevelingen op. Het gaat bij aanbeveling A5 met name om de opvolging van de aanbevelingen 1, 2, 4 en 7 tot en met 9. Reactie: 2022:Zoals reeds aangegeven: we zijn voornemens in iedere beleidsnota een vast format op te nemen waarmee op dezelfde wijze als in de begroting inzicht wordt gegeven in datgene dat we willen bereiken, datgene dat we daarvoor gaan doen en dat wat dat mag kosten. Aangevuld met de risico’s die samenhang met de genoemde doelstellingen en de mogelijkheden om de beleidseffecten te meten.
Voortgang in 2025: De gemeente heeft ervoor gekozen om eerst een pilot te draaien op thema's 530 en 540 binnen programma 5. Er zijn lokale Kpi's geformuleerd. De evaluatie van de pilots heeft nog niet plaatsgevonden door het vertrek van de concerncontroller destijds. Hij had deze verbeteracties in beheer. Er heeft op dit obderdeel geen overdracht plaatsgevonden, waardoor de evaluatie en verdere uitrol niet meer heeft plaatsgevonden (onvoldoende of verloop in bezetting). In 2025 zal dit verder opgepakt worden.
Jaar – 2022 Onderwerp – Inkoop Jeugdzorg, Goede koop of dure koop? (1e fase onderzoek) Afdeling – Mens en Samenleving -Jeugd Bevindingen: Geen aanbevelingen, alleen documentstudie Reactie op bevinding/aanbeveling: N.v.t. Voortgang in 2025: N.v.t.