25-38 TV D66 BvanRosmalen ANTW - Bijlage Toelichtend memo CEMT klasse
Tekst van het document
Memo toepassing CEMT Klasse n.a.v. Raadsvragen Dongen Reactie in aanvulling op onderzoek haalbaarheid Passantenhaven 7 mei 2025
Geachte betrokkene, In december 2024 heeft ons bureau een haalbaarheidsonderzoek opgeleverd met betrekking tot de passantenhaven in Dongen. Naar aanleiding van de raadsbehandeling zijn er aanvullende vragen gesteld over de vaarwegklasse, het gebruik door scheepvaart en de gevolgen daarvan voor de conclusies van het onderzoek. In deze brief geven we een nadere toelichting / onderbouwing. Kern van de vraagstelling: • Is bekend dat de vaarweg ook gebruikt wordt door schepen met een hogere CEMT Klasse? • Waarom is de haalbaarheidstoets niet uitgegaan van een hogere CEMT Klasse? • Hebben deze zaken invloed op de conclusies van het onderzoek. Basisinformatie CEMT Klasse is een europees classificatiesysteem voor scheepvaartafmetingen. Onderstaand de vereenvoudige tabel met scheepvaartmaten per klasse (Bron: Richtlijn Vaarwegen 2020)
In het algemeen mogen schepen van CEMT-klasse V niet zonder meer gebruikmaken van vaarwegen die geclassificeerd zijn als CEMT-klasse IV. De CEMT-classificatie geeft de maximale afmetingen aan van schepen die veilig en vlot een bepaalde vaarweg kunnen bevaren. Een schip van klasse V is doorgaans groter dan wat een klasse IV-vaarweg kan accommoderen, wat betreft lengte, breedte, diepgang en doorvaarthoogte. Er zijn echter uitzonderingen mogelijk. Volgens de Richtlijnen Vaarwegen 2020 kunnen vaarwegbeheerders in specifieke gevallen grotere schepen toestaan op vaarwegen met een lagere classificatie, mits de veiligheid en doorstroming gewaarborgd blijven. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van aanvullende voorwaarden, zoals het varen met verminderde belading, het gebruik van boegschroeven, of het navigeren onder begeleiding. Dit komt bijvoorbeeld voor in geval van belading met containers, omdat deze schepen doorgaans niet de maximale diepgang gebruiken (deels lege containers). Uit fotomateriaal zoals is aangeleverd blijkt dat deze uitzondering kennelijk ter hoogte van Dongen wordt toegepast. De gefotografeerde schepen behoren door hun lengte en breedte tot de CEMT VA klasse. De sluiskolk Sluis 1 heeft een lengte van 115 meter, waarmee een deel van de CEMT VA schepen hier ook kan passeren.
De CEMT VA klasse gaat overigens uit van lengtes tot 135 meter, waarvoor sluis 1 te kort is. Vrolijks | Blue Progress B.V. • Bezoekadres: Sports + Vitality Hub • Druivenstraat 3, Breda Correspondentieadres: Schoutenlaan 39 4854 AV Bavel • 076-533 98 50 www.vrolijks.nl • info@vrolijks.nl NL 95 RABO 0157 9463 55 • KvK Breda 51742829 • BTW NL850151016B01
Classificatie van de vaarweg Vaarwegen kennen een classificatie die door Rijkswaterstaat wordt bepaald. Het Wilhelminakanaal heeft tot Tilburg een klasse IV (bordeauxrode kleur op de kaart).
Rijkswaterstaat investeert in de schaalvergroting van de binnenvaart. Op de website met het projectenoverzicht staat het volgende: Project Wilhelminakanaal Sluis II Waarom • In de huidige situatie is het Wilhelminakanaal in Tilburg maar deels bevaarbaar voor grotere schepen (klasse IV): vanaf rivier de Amer tot aan de instroom van rivier de Donge. • We maken het kanaal, tot en met Haven Kraaiven in Tilburg, bereikbaar voor grotere schepen. • Dit biedt economische kansen voor Tilburg. • Binnenvaartschepen kunnen veel meer vervoeren dan vrachtwagens, waardoor minder wegtransport nodig is. Dit is goed voor het milieu en vermindert files. Hoe: • sloop en nieuwbouw Sluis II en afbouw Sluis III • afbouw van het kanaalpand tussen instroom Donge en Sluis II en tussen Sluis II en Sluis III
toetsen en conclusies onderzoek Het haalbaarheidsonderzoek brengt de mogelijkheden en beperkingen in beeld. Daarbij zal Rijkswaterstaat toetsen op basis van de geldende CEMT Klasse. Deze wordt voor een groter traject van het Wilhelminakanaal Klasse IV, door verbetering van de vaarweg en vergroting van sluis 2. Er is voor zover bekend geen voornemen de vaarwegklasse op het traject tussen de Amer en Tilburg te verhogen naar CEMT V (inclusief vergroting Sluis 1). Dat neemt niet weg dat (kennelijk) Rijkswaterstaat toestemming geeft aan grotere schepen om tot in Tilburg te komen, zoals zij dat volgens de Richtlijn Vaarwegen 2020 kan doen. In het onderzoek zijn we uitgegaan van een Normaal Profiel en een Krap Profiel voor de geldende vaarwegklasse. Rijkswaterstaat zal bij initiatieven langs het kanaal op dezelfde wijze toetsen, vanuit het uitgangspunt dat dit de vaarwegklasse is waarmee rekening gehouden moet worden. De Richtlijn Vaarwegen vormt een bindend kader omdat het Wilhelminakanaal beheerd wordt door Rijkswaterstaat. Vanuit dat oogpunt is de toepassing van de vaarwegklasse IV als toetsing juist. Het feit dat Rijkswaterstaat (kennelijk) specifieke schepen van een hogere klasse toestemming geeft om het traject te gebruiken verandert de Richtlijn en toepassing daarvan in onze ogen niet. De uitzondering zit in specifieke toestemming voor specifieke schepen.
Toetsen op CEMT V zou in onze ogen onjuist zijn, omdat de vaarweg deze klasse niet heeft en ook niet krijgt, mede gezien de lengtebeperkingen van Sluis 1 in Oosterhout. De rapportage maakt op de juiste wijze inzichtelijk welke toetsinstrumenten RWS heeft en zal gebruiken. Daarbij zijn er ook nog variabelen en interpretaties, zoals toepassing van het Krap Profiel, hetgeen mogelijk is voor kortere stukken van de vaarweg. Daarmee is de rapportage geen blauwdruk voor het oordeel van RWS, maar brengt zij de juiste toetsingsaspecten in beeld, gebaseerd op de Richtlijn van Rijkswaterstaat zelf. In onze ogen is er daarmee geen aanleiding het onderzoek aan te passen of de conclusies bij te stellen. Wij hopen hiermee een nadere onderbouwing en toelichting te geven voor een breder inzicht. Met vriendelijke groeten, Vrolijks | Blue Progress,
Rob Vrolijks