25-177 Bijl1- RMB Onderzoeksopzet art 185a en 213a Gemeentewet
Tekst van het document
Evaluatie naleving artikel 185a en 213a Gemeentewet Een hulpmiddel voor de controlerende taak van de gemeenteraad in de bestuursperiode 2026-2030 Wat is de taak van de Rekenkamer? De Rekenkamer in Midden-Brabant (hierna RMB) is ingesteld door de gemeenteraden van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. De RMB doet onderzoek ten behoeve van de gemeenteraden. De taak van de RMB is het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid op drie onderdelen: 1. Rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving? 2. Doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid kostenbewust verlopen? 3. Doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald? Het doel van een onderzoek is om inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente als geheel en het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. Meer informatie over ons vindt u op onze website: Rekenkamer in Midden-Brabant
Samenvatting onderzoeksopzet Wat wordt onderzocht? De Rekenkamer in Midden-Brabant onderzoekt of de colleges van B&W van Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand voldoen aan twee wettelijke verplichtingen: • •
Artikel 185a: Jaarlijks rapporteren over opvolging van aanbevelingen van de rekenkamer Artikel 213a: Periodiek onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk bestuur Artikel 185a
College rapporteert jaarlijks aan de raad over opvolging van rekenkameraanbevelingen
Artikel 213a College doet periodiek onderzoek naar eigen functioneren (doelmatig en doeltreffend?)
Wat betekenen deze begrippen? Doelmatigheid: bereikt de gemeente haar doelen tegen zo laag mogelijke kosten? (efficiëntie) Doeltreffendheid: bereikt de gemeente de doelen die zijn gesteld? (effectiviteit) Wederhoor: de organisatie en het college krijgen de kans om te reageren op conceptbevindingen en - conclusies voordat het definitieve rapport verschijnt.
Waarom dit onderzoek? Deze wetsartikelen zijn bedoeld om u als gemeenteraad beter in staat te stellen het college te controleren. Dit onderzoek controleert of deze instrumenten werken zoals bedoeld.
1
Voor de gemeenteraad formuleren we per gemeente een gemotiveerd oordeel over de naleving van beide wetsartikelen. Het onderzoek levert op: • • • • •
Helder oordeel: voldoet het college aan de wet? Verbetervoorstellen: concrete aanbevelingen voor verbetering; Best practices: vier gemeenten worden vergeleken, leerpunten worden benoemd; Handvatten: waarmee het college gecontroleerd en bijgestuurd kan worden; Meteen toepasbaar: nieuwgekozen raadsleden krijgen snel inzicht in beschikbare controle-instrumenten.
Wanneer? Dec 2025
Verzamelen documenten en inventarisatie
Jan 2026
Interviews met ambtenaren en bestuurders
Jan-feb 2026
Analyse, vergelijking en aanbevelingen
Feb-mrt 2026
Wederhoor met colleges en afronding
Apr-mei 2026
Presentatie aan nieuwe gemeenteraden
De timing is bewust gekozen: het rapport komt beschikbaar kort na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026, zodat nieuwe raadsleden het direct kunnen gebruiken in de bestuursperiode 2026-2030. Voorbeelden van mogelijke bevindingen Artikel 185a (rapportage rekenkameraanbevelingen): • "College X heeft in 2023 niet gerapporteerd over 3 van de 8 rekenkameraanbevelingen" • "De rapportage bevat wel standpunten, maar geen concrete toelichting op de uitvoering" Artikel 213a (periodiek onderzoek): • "Gemeente Y heeft geen verordening periodiek onderzoek vastgesteld" • "De onderzoeken zijn uitgevoerd, maar leiden niet tot concrete verbetermaatregelen" Voorbeelden van mogelijke aanbevelingen • "De raad verzoekt het college voortaan jaarlijks bij de jaarstukken een compleet overzicht van alle rekenkameraanbevelingen en hun opvolging te presenteren" • "De raad stelt voor de verordening periodiek onderzoek aan te passen volgens het voorbeeld van gemeente Z" • "De raad vraagt het college om per aanbeveling concreet te rapporteren welke acties zijn ondernomen en wat de resultaten zijn"
2
Wat kan de raad met dit rapport doen? Na ontvangst van het RMB-rapport kan de gemeenteraad: • Het rapport bespreken in een commissie • Vragen stellen aan het college over bevindingen en tekortkomingen • Aanbevelingen via besluiten overnemen • Het college opdracht geven tot verbetering • Het rapport als controle-instrument gebruiken
ONDERZOEKSOPZET 1. Inleiding en context De Rekenkamer in Midden-Brabant (RMB) voert een onderzoek uit naar de naleving van twee wettelijke verplichtingen die gelden voor alle colleges van burgemeester en wethouders in Nederland. Het onderzoek richt zich op de vier aangesloten gemeenten: Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand. Het betreft twee artikelen uit de Gemeentewet die de transparantie en democratische controle moeten versterken. Het eerste artikel, artikel 185a Gemeentewet, verplicht colleges vanaf 1 januari 2023 jaarlijks te rapporteren over de opvolging van aanbevelingen van de rekenkamer. Het college moet daarbij per aanbeveling aangeven wat het standpunt is en op welke wijze opvolging plaatsvindt. Het tweede artikel, artikel 213a Gemeentewet, verplicht colleges periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van hun bestuur. Dit betekent dat het college regelmatig moet onderzoeken of de gemeente haar doelen bereikt tegen zo laag mogelijke kosten. Beide wettelijke verplichtingen beogen de transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te versterken. Voor gemeenteraden zijn dit belangrijke instrumenten om hun controlerende taak effectief uit te kunnen oefenen.
Het is echter nog onduidelijk in hoeverre de colleges van de vier gemeenten aan deze verplichtingen voldoen en of de uitvoering ervan de gemeenteraden voldoende handvatten biedt voor democratische controle. 2. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft drie hoofddoelen die direct aansluiten bij de controlerende taak van gemeenteraden. Allereerst wil de RMB toetsen of de colleges van B&W daadwerkelijk voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. Dit betekent dat wordt onderzocht of jaarlijks volledige overzichten van rekenkameraanbevelingen aan de raad worden gestuurd, of er daadwerkelijk periodiek onderzoek wordt uitgevoerd naar doelmatigheid en doeltreffendheid, en of de vereiste verordeningen en rapportages op orde zijn.
3
Ten tweede gaat het onderzoek niet alleen om het bestaan van rapportages, maar ook om de kwaliteit ervan. De RMB beoordeelt of de rapportages over rekenkameraanbevelingen volledig, concreet en navolgbaar zijn. Voor het periodiek onderzoek wordt gekeken of de onderzoeken grondig en systematisch zijn uitgevoerd en of deze leiden tot concrete verbetermaatregelen. Een rapportage kan formeel aan de wettelijke eisen voldoen, maar als deze onvoldoende concreet of navolgbaar is, biedt deze de raad onvoldoende houvast. Het derde en meest cruciale doel is het beoordelen of beide instrumenten raadsleden voldoende handvatten bieden voor hun controlerende rol. Hierbij wordt onderzocht of raadsleden genoeg informatie krijgen om het college effectief te controleren, of de informatie bruikbaar is voor de toezichthoudende rol van de raad, en of raadsleden op basis hiervan het college kunnen aanspreken en bijsturen waar nodig. 3. Toegevoegde waarde voor gemeenteraden Dit onderzoek levert concrete en praktische voordelen op voor de gemeenteraden van de vier gemeenten. De toegevoegde waarde manifesteert zich op meerdere niveaus, waarbij de directe bruikbaarheid voor de nieuwe raadsperiode 2026-2030 vooropstaat. Direct bruikbaar voor nieuwe raadsperiode Het onderzoek start in oktober 2025 en wordt afgerond in april 2026, precies na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026.
Deze timing is bewust gekozen om maximale meerwaarde te bieden aan de nieuwe gemeenteraden. De nieuwe raadsleden kunnen direct profiteren van een complete evaluatie van hoe de colleges in de periode 2022-2026 hebben voldaan aan deze belangrijke wettelijke verplichtingen. Het rapport biedt concrete aanbevelingen voor verbetering die meteen in de nieuwe bestuursperiode 2026-2030 kunnen worden toegepast. Voor nieuwe raadsleden vormt het onderzoek bovendien een helder startpunt om hun controlerende taak effectief uit te oefenen, zonder dat zij zelf eerst het functioneren van deze instrumenten hoeven te onderzoeken. Versterking democratische controle Het onderzoek ondersteunt raadsleden bij hun rol op verschillende manieren. Ten eerste vergroot het de transparantie door helder inzicht te bieden in hoe het college rapporteert en verantwoording aflegt. Raadsleden krijgen een compleet beeld van de informatiestromen tussen college en raad. Ten tweede levert het onderzoek concrete controlemiddelen op, waarmee raadsleden het college kunnen aanspreken op opvolging van aanbevelingen en onderzoeksresultaten. Dit gaat verder dan alleen het ontvangen van informatie; raadsleden krijgen daadwerkelijke handvatten om het college bij te sturen.
4
Daarnaast biedt het onderzoek waardevolle sturingsinformatie door beter inzicht te geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk bestuur. Raadsleden kunnen hierdoor gefundeerder besluiten nemen over beleid en begroting. Tot slot identificeert het onderzoek verbetermogelijkheden en biedt het directe aanknopingspunten voor het verbeteren van de informatievoorziening door het college, waardoor de democratische controle structureel wordt versterkt. Leren van elkaar - best practices Een belangrijke toegevoegde waarde van dit onderzoek is dat het alle vier gemeenten systematisch vergelijkt. Deze vergelijking levert inzicht op in welke gemeente bepaalde zaken goed aanpakt en biedt concrete voorbeelden van effectieve werkwijzen die andere gemeenten kunnen overnemen. Dit gaat verder dan een academische exercitie; het betreft praktische oplossingen die al bewezen hebben te werken in vergelijkbare gemeenten. Het onderzoek creëert een benchmark waaraan elke gemeente de eigen prestaties kan afmeten. Dit bevordert niet alleen de kwaliteit binnen individuele gemeenten, maar biedt ook mogelijkheden voor gezamenlijke verbetering binnen de regio MiddenBrabant. Gemeenten kunnen van elkaar leren en gezamenlijk optrekken om de kwaliteit van democratische controle in de regio te versterken. Juridische zekerheid Het onderzoek biedt gemeenteraden ook juridische zekerheid.
Het wordt duidelijk of de gemeente voldoet aan wettelijke verplichtingen en welke verbeteringen nodig zijn om volledig aan de wet te voldoen. Dit voorkomt mogelijke juridische discussies of onduidelijkheden over de vraag of de gemeente doet wat wettelijk verplicht is. Bovendien krijgen gemeenteraden inzicht in hoe de eigen gemeente zich verhoudt tot andere gemeenten in de regio, wat een realistisch beeld geeft van de eigen positie. 4. Onderzoeksaanpak De RMB past verschillende onderzoeksmethoden toe. De kern wordt gevormd door een uitgebreide documentenanalyse, waarbij alle relevante documenten uit 2023 en 2024 worden bestudeerd. Dit omvat jaarrekeningen, rekenkamerrapporten, raadsbesluiten, verordeningen en alle rapportages die betrekking hebben op beide wetsartikelen. Deze documentenanalyse geeft een objectief beeld van wat er daadwerkelijk is gerapporteerd en besloten. Aanvullend worden interviews gevoerd met sleutelfunctionarissen in elke gemeente, waaronder gemeentesecretarissen, concerncontrollers en raadsgriffiers. Een interview met de burgemeester is optioneel. Deze interviews dienen om de bevindingen uit de documentenanalyse te valideren en eventuele onduidelijkheden te verhelderen. De interviews geven ook inzicht in de context en achtergronden van de gemaakte keuzes. 5
Vervolgens vindt normtoetsing plaats, waarbij de bevindingen worden getoetst aan de wettelijke vereisten van beide artikelen. Daarnaast worden de vier gemeenten met elkaar vergeleken om te identificeren welke aanpakken het meest effectief zijn. Bij deze houden we rekening met eventuele verschillen in gemeentelijke context of omvang. Een bijzonder element is dat de RMB ook zelfreflectie toepast. De rekenkamer beoordeelt de eigen rol en de kwaliteit van de eigen aanbevelingen. Dit past bij de overtuiging dat ook een rekenkamer zelf continue moet verbeteren en leren van de praktijk. 5. Onderzoeksvragen De hoofdvraag van het onderzoek luidt: In welke mate voldoen de colleges van B&W van de gemeenten Dongen, Goirle, Hilvarenbeek en Loon op Zand aan de wettelijke verplichtingen van artikelen 185a en 213a Gemeentewet en hoe effectief zijn deze instrumenten voor democratische controle door de gemeenteraad? Voor artikel 185a, de rapportage over rekenkameraanbevelingen, wordt specifiek onderzocht of de gemeente voldoet aan de formele vereisten, hoe concreet en navolgbaar de rapportage is, en of dit voldoende informatie biedt voor effectieve controle door de raad. Het gaat daarbij niet alleen om het bestaan van een rapportage, maar om de bruikbaarheid ervan voor de democratische controle.
Voor artikel 213a, het periodiek onderzoek, wordt gekeken of er een adequate verordening is en of deze wordt nageleefd, hoe grondig en systematisch de onderzoeken zijn, en of de onderzoeken leiden tot concrete verbeteringen. Hierbij is de vraag essentieel of het college daadwerkelijk leert van deze onderzoeken en of de resultaten bijdragen aan een beter functionerende gemeente. 6. Planning Het onderzoek volgt het in de samenvatting geschetste tijdschema, met start in december 2025 en presentatie aan de nieuwe gemeenteraden in 2026, kort na hun installatie. Het onderzoek evalueert de gehele bestuursperiode 2022-2026 (terugblik), zodat de nieuwe gemeenteraden direct kennis kunnen nemen van de ervaringen; en de aanbevelingen meteen kunnen toepassen in de bestuursperiode 2026-2030. 7. Verwachte opbrengsten Het onderzoek levert verschillende concrete resultaten op voor de gemeenteraden. Allereerst ontvangen de raden een helder en gemotiveerd oordeel over de mate waarin elk college voldoet aan beide wettelijke verplichtingen. Dit oordeel is gebaseerd op grondige analyse en vergelijking, en biedt inzicht in zowel sterke punten als verbeterpunten per gemeente. De raad krijgt hiermee een objectieve beoordeling die als basis kan dienen voor het gesprek met het college. 6
Daarnaast bevat het rapport concrete aanbevelingen voor verbetering. Dit zijn geen algemene adviezen, maar praktische aanbevelingen voor verbetering van de rapportagekwaliteit, suggesties voor effectiever periodiek onderzoek, en handvatten voor versterking van de controlerende rol van de raad. Deze aanbevelingen zijn direct toepasbaar en afgestemd op de specifieke situatie van elke gemeente. Het vergelijkend perspectief is een belangrijke opbrengst. De benchmark tussen de vier gemeenten maakt duidelijk waar elke gemeente staat ten opzichte van de andere drie. De best practices die worden geïdentificeerd kunnen worden gedeeld en overgenomen. Ook krijgen gemeenteraden inzicht in de samenhang tussen beide instrumenten voor transparantie en hoe deze elkaar kunnen versterken. Tot slot krijgen raadsleden met dit rapport een verstevigd controlemiddel in handen. De nieuwgekozen raadsleden krijgen direct inzicht in hoe deze controle-instrumenten werken en kunnen het college aanspreken op noodzakelijke verbeteringen. Het rapport dient als hulpmiddel voor effectieve democratische controle in de bestuursperiode 2026-2030. 8. Relevantie en urgentie De relevantie van dit onderzoek betreft de juridische, democratische en bestuurlijke niveaus.
Juridisch: het gaat het om de naleving van twee belangrijke wettelijke verplichtingen die de wetgever heeft ingesteld om de transparantie en verantwoording te vergroten. Democratisch: het gaat om instrumenten die de gemeenteraad in staat moeten stellen het college effectief te controleren. Als deze instrumenten niet goed functioneren, wordt de democratische controle ondermijnd. Bestuurlijk: het gaat om de kwaliteit en de transparantie van de verantwoording door de colleges, en aan de ontwikkeling van een lerende organisatie. Colleges die periodiek onderzoek doen naar hun eigen functioneren en die transparant rapporteren over de opvolging van aanbevelingen, werken aan continue verbetering van het gemeentelijk bestuur. 9. Eindproducten • • •
Hoofdrapport: Geïntegreerde analyse met bevindingen, conclusies en aanbevelingen voor beide artikelen. Presentatie: Voor de beeldvorming door de nieuwe gemeenteraden. Beantwoording vragen: Technische vragen van gemeenteraadsleden.
7
Bijlage 1: Wettelijke verplichtingen artikel 185a Gemeentewet Algemene toelichting Sinds 1 januari 2023 geldt voor B&W van alle Nederlandse gemeenten de wettelijke verplichting uit artikel 185a van de Gemeentewet om jaarlijks te rapporteren over de opvolging van aanbevelingen die de rekenkamer heeft gedaan aan B&W. Deze verplichting is onderdeel van de Wet versterking decentrale rekenkamers en beoogt de democratische controle door gemeenteraden te versterken. Wettekst artikel 185a Gemeentewet Het college zendt jaarlijks aan de raad een overzicht van de door de rekenkamer aan het college gedane voorstellen. In dit overzicht worden per voorstel het standpunt van het college en de wijze van opvolging vermeld. Rapportageverplichtingen B&W De specifieke rapportageverplichtingen zijn: • Jaarlijkse rapportage: Het college moet elk jaar aan de gemeenteraad een overzicht sturen van de door de Rekenkamer aan het college gedane voorstellen (aanbevelingen). • Per aanbeveling: Voor iedere aanbeveling moet het college aangeven: (1) Het standpunt van het college over de aanbeveling, en (2) Een toelichting op de wijze van opvolging: hoe is aan de aanbeveling concreet gevolg gegeven.
• Transparantie naar raad: Deze rapportage moet inzichtelijk maken welke aanbevelingen zijn opgevolgd, op welke manier dat is gebeurd en waar eventuele verschillen bestaan tussen het standpunt van het college en de daadwerkelijke uitvoering. • Frequentie & vorm: De wet schrijft alleen de jaarlijkse rapportage voor, maar laat de vorm en wijze van rapporteren grotendeels vrij. Wel moet het overzicht voldoende concreet zijn, zodat de raad effectief zijn controlerende rol kan vervullen. Criteria voor het afwijken van aanbevelingen Het college van B&W mag van rekenkamer-aanbevelingen afwijken, maar moet volgens de Wet versterking decentrale rekenkamers deze keuze goed en expliciet motiveren in de jaarlijkse rapportage aan de gemeenteraad. Motiveringsplicht Het is wettelijk verplicht dat het college deze keuzes per aanbeveling helder onderbouwt aan de gemeenteraad. Daarmee wordt het besluit controleerbaar en kan de raad wegen of de motieven van het college legitiem zijn.
8
Bijlage 2: Wettelijke verplichtingen artikel 213a Gemeentewet Algemene toelichting Artikel 213a Gemeentewet verplicht tot periodiek onderzoek door B&W naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur. Anders dan het onderzoek door de rekenkamer gaat het hierbij om een zelfonderzoek. Met de instelling van de onderzoeken beoogt de wetgever de transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten, en daardoor doelmatiger en doeltreffender te werken en de publieke verantwoording daarover te versterken. Wettekst artikel 213a Gemeentewet Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. De raad stelt bij verordening regels hierover. Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de resultaten van de onderzoeken. Het college stelt de rekenkamer tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar een afschrift van het verslag. Periodiek onderzoek Het college moet regelmatig controleren of het gemeentelijk beleid goed en effectief wordt uitgevoerd. Ook moet het college regelmatig onderzoeken of de gemeentelijke organisatie (zoals het personeel, de informatievoorziening en de administratie) en het beheer van gemeentelijke middelen aan de gestelde eisen voldoen.
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om – in een verordening - regels te stellen die ervoor zorgen dat deze onderzoeksverplichting op een zinvolle manier wordt uitgevoerd. Onderwerp van periodiek onderzoek Het college moet onderzoeken of de gemeente haar doelen heeft bereikt (doeltreffendheid) en of dit tegen zo laag mogelijke kosten is gebeurd (doelmatigheid). De periodieke onderzoeken kunnen verschillende onderwerpen en vormen hebben. Bijvoorbeeld het meten van de effecten van begrotingsprogramma's met vooraf bepaalde indicatoren. Naast de vraag of de doelen zijn gehaald, kan ook worden onderzocht of dit op een zo efficiënt mogelijke manier is gebeurd. Relatie met de lokale rekenkamer (RMB) Het college zelf controleert en evalueert voornamelijk de effectiviteit en efficiëntie van het beleid en beheer. Daarnaast doet de Rekenkamer Midden-Brabant (RMB) ook onderzoek naar de effectiviteit en efficiëntie van het beleid en beheer. De rekenkamer kan gebruik maken van de resultaten van de onderzoeken van het college. Ook kan de rekenkamer een tweede oordeel geven als zij vindt dat er een onafhankelijk oordeel nodig is over een bepaald onderwerp. 9