CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

25-129 Advies WMO-adviesraad sociale basis

Commissie Samenleving 4 december 2025, gemeente DongenBij agendapunt: Voor kennisgeving aannemen2.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WMO-Adviesraad gemeente Dongen Secretariaat: Wildzangweg 30 5106 NP Dongen Email: secretariaatwmoadviesraad@gmail.com

Burgemeester en wethouders van Dongen t.a.v. de portefeuillehouders sociaal domein Hoge Ham 62 5104 JJ DONGEN i.a.a. de gemeenteraad (griffie) Dongen, 19 september 2025. Onderwerp: advies ontwerp-visie sociale basis. Geacht college, I.

Inleiding

In de mail van 19 augustus 2025 wordt door uw beleidsmedewerker & opgavemanager Sociale Basis, mevrouw Van den Berg, gevraagd advies uit te brengen aan uw college over het ontwerp “Visie Sociale Basis”. In ons advies zullen wij speciaal aandacht besteden aan de werkwijze (procesgang), het karakter van een visie, onze detailpunten en het nog op te stellen uitvoeringsprogramma. Tot slot zullen de vijf door de gemeente gestelde vragen voorzien worden van een antwoord/mening. II.

Werkwijze/procesbegeleiding/regievoering

Zoals u bekend is, hanteert de WMO-adviesraad – waar mogelijk – een proactieve werkwijze bij haar advisering, namelijk: in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij de voorbereidingen en ontwikkelingen van beleidsvorming en -ontwikkeling, beleidsvaststelling en uitvoering. In dat kader hebben wij tijdig de gemeentelijke documenten “Startnotitie Visie Sociale Basis” en “Opzet Visiedocument” ontvangen en, waar nodig, van commentaar voorzien. De startnotitie is van gemeentewege mondeling toegelicht op 8 april 2025, terwijl met betrekking tot de ontvangen conceptvisie “Sociale Basis” recent in onze vergadering van 9 september 2025 nog een uitvoerige ambtelijke toelichting is verstrekt. Wij spreken onze waardering uit voor de gemeentelijke werkwijze en procesgang zoals deze thans wordt toegepast. Gezien de omvang en brede taakopdracht van de sociale basis in het sociaal domein is het aanbevelenswaardig voor dit project een stuur(werk)groep in het leven te roepen die de procesgang en regievoering voor de totstandkoming van het plan en het uitvoeringsprogramma gaat begeleiden. Bij de samenstelling daarvan is het minimaal vereist dat een bestuurlijk vertegenwoordiger (coördinerend portefeuillehouder sociaal domein) en een vertegenwoordiging van het Dorpsteam zitting nemen in de begeleidingsgroep, voorzien van ambtelijke ondersteuning.

Als WMO-adviesraad zouden wij graag onze adviserende rol op constructieve wijze willen vervullen om zo bij te dragen aan een transparante monitoring van de voortgang en de kwaliteit van de uitvoering vanuit inwonersperspectief. Door de mogelijkheid te hebben om in dialoog te treden met een stuurgroep,

zou ons dit in staat stellen het proces zorgvuldig te volgen en relevante signalen vanuit de samenleving tijdig in te brengen.

III.

Karakter Visie Sociale Basis

Als grondlegger voor het bepalen van de sociale basis is het vereist om daarvoor een visie vast te stellen. Een dergelijke visie is een ideaalbeeld van hoe een (leef)situatie er in de toekomst uit moet gaan zien. Het beschrijft wat een organisatie uiteindelijk wil bereiken en waar zij voor staat en dient als een kompas om richting te geven aan toekomstige acties, keuzes en prioriteiten. De visie mag geen papieren tijger worden. Welke stappen (strategieën) en methoden dienen genomen te worden om de doelen te realiseren? Daarbij is de vaststelling van een uitvoeringsprogramma van cruciaal belang. Op dat programma komen wij later in dit advies nog terug.

IV.

Detailpunten conceptvisie Sociale Basis

Bij de hierna gestelde op- en aanmerkingen/aanvullingen is de indeling gevolgd zoals deze is verwoord in het concept “Visie Sociale Basis”. A. Sociale basis – visueel (pagina 5) De prent op pagina 5 (sociaal vangnet) geeft een goed beeld van de personen en organisaties die betrokken zijn bij individuen die hulp en zorg nodig hebben. Prioritering daarbij is dat eerst bezien moet worden of hulp van buren, familie, vrienden, collega’s en mantelzorg tot een oplossing kan leiden (ring 1/lichtbruin). Mocht dit niet toereikend zijn, dan zal ondersteuning gezocht moeten worden bij stichtingen/verenigingen of andere hulporganisaties, waaronder met name het Dorpsteam (ring 2/lichtblauw). Is ook dit niet voldoende, dan zal via de gemeente een maatwerkvoorziening gerealiseerd moeten worden door specifieke zorgverleners (ring 3/lichtgrijs). In de prent missen we de centrale rol van het Dorpsteam. Het Dorpsteam vormt in de procesgang naar zorg een bijzondere situatie. Voor de bij het Dorpsteam binnenkomende zorgaanvragen dient het primair te beoordelen of ondersteuning en verwijzing naar de voorliggende voorzieningen (ring 1) of een doorverwijzing naar een maatwerkvoorziening (ring 3) noodzakelijk is. Het team vormt een bijzondere (centrale) positie in het zorgproces en dient ons inziens op de prent sterker geaccentueerd te worden voor deze functie.

In het kader van de hervormingsagenda Jeugd zullen gemeenten stevige lokale teams moeten gaan vormen. Deze bevinden zich primair in ring 3 van de prent. Een benoeming/vermelding aldaar is gewenst en geeft daardoor een completer beeld. B. Inleiding (pagina 6-8) Op pagina 6 schrijft u dat in het traject met verschillende groepen is gesproken. Wij missen daar enkele organisaties, zoals Maria-oord, GGZ Breburg, Rooms-Katholieke kerkgemeenschap en de Protestantse kerkgemeenschap. Ondanks dat deze organisaties en kerkgemeenschappen door hun eigen deskundigheid een positieve bijdrage kunnen leveren aan de Visie Sociale Basis, is het toch aanbevelenswaardig deze in het vervolgproces zo veel mogelijk te betrekken. Op pagina 7 wordt vermeld dat het doel is om mensen te helpen weer zo zelfstandig mogelijk te worden. Hierbij moet de nadruk ons inziens liggen op de mogelijkheden die passend zijn voor het individu, denkend vanuit persoonlijk belevingsgerichte zorg. De zin “Help mij om mezelf te kunnen helpen” zien wij graag gewijzigd in: “Help mij om mezelf te kunnen helpen zoals thuis”.

In de conceptvisie Sociale Basis is op pagina 8 gekozen voor een indeling op basis van levensfasen, namelijk: kinderen – jongeren – startende beroepsbevolking – middenvolwassenheid – senioren en kwetsbare inwoners. Een indeling is altijd arbitrair (willekeurig). Geprefereerd worden wij van de levensloopfasen volgens de indeling van Erik Erikson. Deze levensloopfasen bieden nog meer houvast en geven meer herkenning (baby, peuter, kleuter, basisschoolleeftijd, overgang tussen jeugd en volwassenheid, vroege volwassenheid, middelbare volwassenheid en late volwassenheid). Overigens is het gewenst het begrip kwetsbare inwoners nader te verduidelijken. C. De visie (pagina 9) Gezien de centrale functie van het Dorpsteam voor onder andere zorgaanvragen zou het voor de hand liggen dit team mede in te schakelen voor een verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma Sociale Basis. Gezien echter de reikwijdte van de sociale basis is het aanbevelenswaardig dat de gemeente Dongen de centrale regie voert bij de voorbereiding en realisering van het uitvoeringsprogramma Sociale Basis. D. Gemeenschapsvorming (pagina 10-12) Uw college schrijft dat gemeenschapsvorming plaatsvindt in buurten, dorpen, verenigingen, kerken, sportclubs e.d.

Wij adviseren u om duidelijk in beeld te brengen welke locaties in Dongen, DongenVaart, Klein-Dongen en ’s Gravenmoer beschikbaar zijn voor deze gemeenschapsvorming. E. Zorg en ondersteuning (pagina 13-16) U schrijft dat de drempel naar hulp soms hoog is. Voorliggende voorzieningen zijn niet overal even goed zichtbaar en vindbaar. Ook in het participatietraject is naar voren gekomen dat inwoners het vaak lastig vinden om hulp te vragen, zowel binnen als buiten het eigen netwerk. Het versterken van eigen kracht begint vaak niet bij de individuele zelfredzaamheid, maar bij toegankelijke, herkenbare en laagdrempelige ondersteuning in de leefomgeving. Juist het Dorpsteam heeft daarbij – als voorliggende partij – een essentiële rol te vervullen. De ervaring leert dat de zichtbaarheid en vindbaarheid van het ingestelde Dorpsteam verbetering behoeft. Het ontbreekt op dit moment aan structurele voorlichting aan de burgers betreffende hun taken. In het uitvoeringsprogramma zal ook inzicht gegeven moeten worden in hoe onder andere de (sport)verenigingen de zorg en ondersteuning gaan aanpakken en of voldoende deskundigheid voor die taak aanwezig is. F.

Bestaanszekerheid (pagina 17-19) U schrijft dat u als doel heeft dat iedere inwoner toegang heeft tot voorspelbaar en voldoende inkomen en beschikt over voldoende basisvaardigheden zodat niemand in armoede hoeft te leven en iedereen volwaardig kan meedoen. Bestaanszekerheid is meer dan alleen werk en inkomen. Het gaat daarbij ook over stabiliteit, veiligheid, vertrouwen en perspectief in het dagelijks leven. Inwoners weten niet altijd de weg naar passende hulp te vinden. Voorzieningen zijn niet altijd goed zichtbaar. Structurele communicatie en voorlichting zijn dan ook van essentieel belang. Ook hier kan het Dorpsteam een belangrijke rol spelen in ondersteuning en verwijzing naar plaatselijke organisaties (Arm in Arm) en gemeentelijke voorzieningen en regelingen (meedoeregeling). Het in kaart brengen van die plaatselijke mogelijkheden moet in beeld worden gebracht. G. Educatie en ontwikkeling (pagina 20-22) In het plan Gezond en Actief Leven Akkoord van september 2023 wordt vermeld dat de gemeente Dongen ongeveer 2500 laaggeletterden kent (tussen de 5 en 8% van de inwoners). Ondanks de

nodige inspanningen (Taalhuis) wordt deze doelgroep vaak niet gezien en niet bereikt. In het op te stellen uitvoeringsprogramma dient hier een hoge prioriteit aan gegeven te worden. H. Veiligheid en vertrouwen (pagina 23-25) Uit de gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen van de GGD blijkt dat 19% van de inwoners zich weleens onveilig voelt. Een duiding van dit begrip is volgens ons wenselijk. Vervolgens is uitwerking en verfijning van die onveiligheid vereist, evenals de acties die moeten gaan leiden tot verlaging van die onveiligheid. I. Participatieverslag (pagina 27-33) Wij missen op pagina 27 de Protestantse en Rooms-Katholieke kerkgemeenschappen (pastorale teams), de sportverenigingen in Dongen-Vaart, Klein-Dongen en ’s Gravenmoer, VluchtelingenWerk, huisartsen, wijkverpleging, scholen, de schoolbegeleidingsdienst, de wijk-GGD en Stichting Open Bejaardenwerk ’s Gravenmoer, enzovoort. V. Uitvoeringsprogramma Voor het realiseren van de Visie Sociale Basis is het opzetten van een uitvoeringsprogramma van cruciaal belang. Dat programma dient minimaal de volgende onderdelen te bevatten: a. een inventarisatielijst van de aanwezige voorzieningen gerelateerd aan de vijf pijlers; b. welke van die voorzieningen zijn/gaan goed, welke behoeven verbetering; c. welke voorzieningen ontbreken; d. een prioriteitstelling qua uitvoering van de voorzieningen; e.

een termijnplanning en een periodieke evaluatie, zodat voor ons de monitoring mogelijk is; f. de financiële consequenties van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. VI. Gemeentelijke vragen Bij de in de inleiding vermelde adviesaanvraag over het concept “Visie Sociale Basis” hebt u tevens gevraagd om een vijftal vragen te beantwoorden. De vragen met beantwoording zijn als volgt. Vraag 1: Is de visuele definitie van de sociale basis voldoende duidelijk? Antwoord: De visuele definitie, zie prent op pagina 5, is duidelijk. Het plan van aanpak voor realisering zien wij graag tegemoet. Vraag 2: Sluit deze visie aan bij wat u hoort, ziet en ervaart in de samenleving? Antwoord: Nee, dit is ons inziens een onvolledige bevraging van de samenleving. We missen hierbij de representatie van mensen uit de kleine kernen van de gemeente Dongen, maar ook VluchtelingenWerk, vele stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen zijn niet gehoord. Graag verwijzen wij hierbij ook naar ons advies hierboven voor het volledige beeld. Daarnaast kunnen we op dit moment nog niet beoordelen of de visie aansluit, aangezien de concrete uitwerking in dit plan ontbreekt.

Vraag 3:Kunt u adviseren hoe wij aansluiting kunnen vinden bij moeilijk bereikbare of minder zichtbare groepen in de samenleving? Antwoord: We hebben gezien dat u gebruik heeft gemaakt van een participatief communicatieproces waarbij u een vox-popbenadering heeft gekozen; een toevallige passant op een specifieke locatie heeft u gesproken. Een traditionele benadering zou zijn middels traditionele of sociale mediakanalen in de hoop dat mensen dit zien. Helaas leert de praktijk ons dat dit niet toereikend is om personen of bepaalde doelgroepen te bereiken. Om jeugd te benaderen zouden minder traditionele sociale media ingezet kunnen worden (zoals Snapchat en Telegram). We zien dat de onzichtbare groepen wellicht het beste te

bereiken zijn door een directe persoonlijke benadering. Daaraan is onlosmakelijk verbonden een persoonlijke begeleiding (met iemand de eerste keer meegaan) richting activiteit of bijeenkomst. Ook het vervoer daar naartoe dient laagdrempelig te zijn. Ook zou het helpend kunnen zijn om binnen de benadering van individuen te kijken hoe je kunt aansluiten bij de diversiteit van het individu. Voor de groepsbenadering zal een beroep gedaan moeten worden op plaatselijke instellingen en belangenorganisaties. Daarbij moet vooral gedacht worden aan kerkgenootschappen (pastorale teams), moskee, huisartsen, wijkverpleging, ouderenorganisaties, VluchtelingenWerk, wijk-GGD, scholen en schoolbegeleidingsdiensten. Vraag 4: Welke risico’s, aandachtspunten of randvoorwaarden ziet u bij de uitvoering van deze visie? Antwoord: Eisen of omstandigheden (randvoorwaarden) waaraan vooraf voldaan moet worden voor een succesvolle uitvoering van de sociale basis zijn: a. een vindbaar en zichtbaar Dorpsteam; b. het beschikbaar zijn van een actuele sociale kaart; c. een intensieve samenwerking van belanghebbende organisaties; d. het via de media garanderen van structurele voorlichting.

Vraag 5: Welke onderdelen van de visie verdienen volgens u als eerste aandacht bij het opstellen van een uitvoeringsprogramma? Antwoord: Naast de met name in vraag 4 vereiste (organisatorische) speerpunten is het benoemen van nadere prioriteiten onder andere afhankelijk van de resultaten en bevindingen voortvloeiende uit de nog op te stellen inventarislijst van bestaande voorzieningen die verbetering behoeven.

VII. Resumé Het voorliggende ontwerp “Visie Sociale Basis” vermeldt een vijftal pijlers die gezamenlijk het kader en de reikwijdte gaan vormen. De voorgestelde pijlers, te weten: gemeenschapsvorming, zorg/ondersteuning, bestaanszekerheid, educatie/ontwikkeling en veiligheid/vertrouwen, vormen ons inziens voldoende houvast en hebben een goede basis voor het nader uitkristalliseren en uitwerken van het uitvoeringsprogramma. Een afschrift van deze brief hebben wij ter kennisneming verstrekt aan de participatieraad.

Hoogachtend, Namens de WMO-adviesraad, De voorzitter (W.A.M. Segers)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16001252/1