210128-01 TV D66 MSchouten- ANTW Bijlage1-Factsheet uitstroommonitor Weer Thuis
Tekst van het document
Bijlage 1 bij Uitstroomconvenant: Factsheet uit- en doorstroommonitor Weer Thuis De uit- en doorstroommonitor is bedoeld om een beeld te geven van de verwachte uit- en doorstroom vanuit zorgorganisaties naar verschillende woonvormen in de regio Hart van Brabant. De werkgroep 'Weer Thuis' heeft in beeld gebracht hoeveel personen er naar verwachting uitstromen naar een zelfstandige woning in de wijk of doorstromen naar andere woonvormen. De uitkomsten geven een startpunt om te komen tot regionale afspraken over de uitstroom. De uitkomsten zijn gepresenteerd en besproken met een vertegenwoordiging van woningbouwcorporaties, zorgorganisaties en gemeenten in een brede werkbijeenkomst op 18 februari. Dit heeft inzichten en aanbevelingen opgeleverd voor het vervolgproces. In deze factsheet worden de uitkomsten gepresenteerd. Werkwijze uit- en doorstroommonitor Deze uit- en doorstroommonitor geeft een beeld van de verwachte uit- en doorstroom van de volgende doelgroepen: Beschermd wonen Maatschappelijke opvang Residentiele jeugdzorg & AMV Hiertoe zijn 8 zorginstellingen gevraagd om een inschatting te maken van de verwachte uit- en doorstroom op basis van hun huidige cliëntenpopulatie. Samen bestrijken deze instellingen ruim 80% van de totale doelgroep in de regio HvB. Deze gegevens zijn per doelgroep geëxtrapoleerd naar het totaal aantal cliënten. Voor de verantwoording zie bijlage 1.
Verwachte uit- en doorstroom naar woonvormen Onderstaande tabel laat de totale verwachte uit- en doorstroom van alle doelgroepen zien: Verwachtte uit/doorstroom naar verschillende woonvormen 1. Groepswoning in de wijk 2. Individueel appartement/studio binnen groepscomplex met andere cliënten in de wijk 3. Individueel appartemente/studio/huis in de wijk
4. Groepswoning op instellingenterrein 5. Individueel appartement/studio binnen groepscomplex met andere cliënten op instellingsterrein 6. Individueel appartement/studio/huis op instellingsterrein
Totaal Tussen nu en 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar 59 29 134 103 281 222 473 354 2
90
26 14 42
20 25 135
Het grootste deel stroomt komend jaar uit naar een zelfstandige woning in de wijk (281), maar daarnaast is er ook sprake van doorstroom naar andere woonvormen: in de wijk (193) of op een instellingsterrein (42). Voor de woningbouwcorporaties is vooral de vraag naar zelfstandige woningen in de wijk belangrijk, dit zijn over het algemeen nieuwe huurders die aangewezen zijn op sociale woningbouw. Maar ook de vraag naar andere woonvormen is van belang. Dit zijn veelal woningen op naam van een instelling, maar ook deze worden vaak door de corporaties geleverd. Binnen de totale groep is specifiek gekeken naar de doelgroep 18 tot 23 jarigen, omdat deze doelgroep is aangewezen op het goedkope segment huurwoningen van de woningbouwcorporaties. In onderstaande tabel is de verwachte uit- en doorstroom van 18 tot 23 jarigen te zien. Dit betreft dus een subgroep van bovenstaande tabel.
Verwachtte uit/doorstroom naar verschillende woonvormen 1. Groepswoning in de wijk 2. Individueel appartement/studio binnen groepscomplex met andere cliënten in de wijk 3. Individueel appartemente/studio/huis in de wijk
4. Groepswoning op instellingenterrein 5. Individueel appartement/studio binnen groepscomplex met andere cliënten op instellingsterrein 6. Individueel appartement/studio/huis op instellingsterrein
18-23 Tussen nu en 1 jaar Tussen 1 en 2 jaar 35 0 51 31 107 69 193 99 0
0
0 3 3
0 6 6
De uit- en doorstroom vanuit zorgorganisaties naar een zelfstandige woning in de wijk, bestaat dus voor een behoorlijk aandeel uit jongeren tot 23 jaar. Verwachte zorgbehoefte na uit/doorstroom In onderstaande tabel is te zien wat de behoefte aan begeleiding is van de clienten die naar verwachting de komende twee jaar zullen uit- of doorstromen. Verwachtte uit/doorstroom naar type begleiding Tussen nu en 1 jaar
Tussen 1 en 2 jaar
a. Onplanbare zorgvraag: 24-uurs aanwezigheid van begeleiding
9
42
b. Onplanbare zorgvraag: begeleiding gedeeltelijk aanwezig en 24-uur oproepbaar
76
116
c. Planbare zorg: ambulante begeleiding
356
247
d. Geen begeleiding meer nodig
73 514
84 489
De meeste cliënten die komend jaar uitstromen hebben na uitstroom nog behoefte aan begeleiding. Veruit het grootste deel betreft ambulante (Wmo) begeleiding (356), maar er is ook een deel dat nog behoefte heeft aan onplanbare zorg (beschermd wonen). Herkomstgemeenten en spreiding van de uitstroom Van de clienten Beschermd Wonen en clienten van de maatschappelijke opvang is bekend waar zij voordat zij in BW of MO terecht kwamen gewoond hebben. Herkomstgemeente Tilburg Oisterwijk Gilze Rijen Waalwijk Heusden Hilvarenbeek Goirle Loon op Zand Dongen Buiten de regio Onbekend
MO 56,8% 1,5% 2,1% 3,0% 1,9% 0,0% 0,7% 1,5% 0,2% 32,3% 100%
BW 44,7% 3,3% 2,6% 4,9% 0,6% 0,9% 3,3% 1,0% 2,3% 16,0% 20,6% 100,0%
Ook is aan de instellingen gevraagd naar welke gemeenten de cliënten uitstromen. De cliënten van MO stromen voornamelijk uit in Tilburg (90%). Van de cliënten van Sterk Huis en RIBW stromen ook het grootste deel uit naar tilburg (60-70%), een deel naar waalwijk (10-15%) en een deel naar oisterwijk of goirle (10%). Voorrangsregeling contingenten regio HvB In 2019 werden er in de Regio HvB in totaal 260 mensen die uitstroomden uit voorzieningen bemiddeld via een contingent constructie. Tilburgse corporaties 160 Leystromen 41 Casade 49 Woonveste 10 Totaal 260
Niet alle cliënten die uitstromen uit een zorginstelling maken gebruik van een voorrangsregeling. Een deel vindt zelfstandig zijn weg. Aan de instellingen die deelnamen aan deze uit- en doorstroommonitor is ook gevraagd een schatting te maken welk deel van de uitstroom naar zelfstandig wonen gebruik maakt van een voorrangsregeling (contingent) en welk deel zelfstandig uitstroomt. Opvallend is hierbij het verschil tussen jongeren tot 23 en de oudere uitstromers. Ongeveer de helft van de oudere uitstromers is aangewezen op een contingent, maar bij de jongeren ligt dit aandeel een stuk hoger: tussen de 60 en 75%. Mutatiecijfers De mutaties zijn het aantal woningen dat jaarlijks beschikbaar komt en die verhuurd wordt aan een nieuwe huurder. Dat zegt dus iets over de opnamecapaciteit van woningbouwcorporaties om nieuwe huurders die uitstromen uit een instelling te kunnen huisvesten. De woningvoorraad van de corporaties is verdeeld in verschillende prijscategorieën. De corporaties moeten woningen toewijzen in de prijscategorie die passend is bij de gezinssamenstelling en het inkomen van de huurder. Verreweg de meeste uitstromers zijn aangewezen op de laagste prijscategorieën met een huur tot de eerste aftoppingsgrens (€591). Jongeren tot 23 jaar zijn aangewezen op het allergoedkoopste segment, met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens (€432).
Daarom zijn in onderstaande tabel het aantal mutaties per corporatie binnen deze prijscategorieën in 2019 weergegeven. Let op: dit zijn dus niet alle mutaties, want de mutaties in de hogere prijscategorieën zijn hier niet in meegenomen. Aantal mutaties tot kwaliteitskorting (€432) Totalen Tilburg
262
Aantal mutaties van kwaliteitskorting tot aftopping laag (€432€591) 1215
Totalen Casade
20
Totalen Leystromen
91
Woonveste
Totaal tot Contingent Contingent aftopping 2019 als % van alle laag (€591) mutaties 1477
160
10,83%
178
198
49
24,75%
278
369
41
11,11%
17
130
147
10
6,80%
390
1801
2191
260
12,83%
17,80%
82,20%
100%
In het rechter deel van de tabel zijn is het aantal contingenten in 2019 per corporatie afgezet tegen het aantal mutaties van woningen met een huurprijs tot de eerste aftoppingsgrens (€591). Hierin is te zien dat in 2019 van de vrijkomende woningen in de goedkopere prijsklassen door Leystromen en de corporaties in Tilburg ongeveer 11% wordt toegewezen aan uitstromers en voor Casade is dat bijna 25%. Verder valt op dat het aandeel mutaties tot de kwaliteitskortingsgrens over de gehele linie beperkt is (€432). In totaal kwamen in de hele regio in 2019 slechts 390 woningen beschikbaar. Dit laat zien dat het aanbod voor jongeren beperkt is. In de vorige paragraaf constateerden we dat een behoor lijk deel van de verwachte uitstroom uit jongeren onder de 23 jaar bestaat. De verwachte jaarlijkse uitstroom is 107 jongeren. Dat zou dus betekenen dat bijna 30% van de vrijkomende woningen onder de kwaliteitskortingsgrens nodig is voor de uitstroom uit zorgvoorzieningen. Kanttekeningen bij de cijfers Bovenstaande cijfers geven een beeld van de verwachtte uit- en doorstroom en de daaraan gekoppelde begeleidingsbehoefte, maar het betreft nadrukkelijk een schatting. Het proces om te komen tot deze uit- en doorstroommonitor heeft veel inzicht opgeleverd die meegenomen moeten worden in het opstellen van regionale afspraken over de uit- en doorstroom van cliënten uit zorginstellingen.
Behoefte aan gezamenlijke definities De uit- en doorstroommonitor moet een beeld geven van de vraag aan de corporaties naar zelfstandige woningen en woonvormen als gevolg van de uit- en doorstroom uit zorginstellingen. Tijdens het proces om deze monitor op te stellen bleek echter dat uitstroom voor de ene instelling iets anders betekent dan voor de andere. Uitstroom uit de maatschappelijke opvang is soms bijvoorbeeld instroom in beschermd wonen. Soms
wordt beschermd wonen omgezet in ambulante begeleiding zonder dat iemand hoeft te verhuizen. Tijdens het proces is in overleg met de instellingen die cijfers hebben geleverd geprobeerd dit zoveel mogelijk te stroomlijnen. Daarom wordt in deze monitor gesproken over uit- en doorstroom. We hebben geprobeerd de definities tijdens het proces zoveel mogelijk gelijk te trekken door de instellingen te vragen uit te gaan van welke verhuisbewegingen er plaatsvonden. Dit vereiste voor meerdere instellingen bijstelling van de cijfers achteraf op basis van schattingen en aannames omdat de instellingen niet op die manier registreerden. Voor een vervolgmeting zullen er daarom vooraf scherpere en gezamenlijke definities moeten worden geformuleerd. Bemiddelingen vs zelfstandige uitstroom De cijfers over uit- en doorstroom geven een beeld van de totale behoefte aan uit- en doorstroom. Dit komt niet één op één overeen met de behoefte aan het aantal bemiddelingen door corporaties. Een deel van de cliënten vindt zelfstandig een nieuwe woning via het regulie re woningverdeelsysteem of op de particuliere markt.