20240523-09 TV CDA JvdAa ANTW- Gebiedsvisie Glorieux
Tekst van het document
Technische vraag Naam:
Jacques van der Aa
Datum: 16 mei 2024 Onderwerp:
Raadsvoorstel 24 – 45 Gebiedsvisie Glorieux
Portefeuillehouder:
C.A.M. de Jong
Vraag / vragen 1. Maakt de Reactienota op de Gebiedsvisie Glorieux deel uit van de Gebiedsvisie, of nog concreter gesteld: Maken de beoordelingen op de reacties van de 19 “indieners”, deel uit van het toetsingskader bij toekomstige omgevingsplannen, c.q. projectplannen? Indien de raad instemt met de ‘Reactienota Gebiedsvisie Glorieux’, zoals in het concept raadsbesluit is verwoord, dan wordt deze toegevoegd aan de vastgestelde gebiedsvisie en is deze daarmee een bouwsteen voor de volgende fase: het opstellen van een stedenbouwkundig plan. Participatie is een belangrijk onderdeel geweest van het proces dat tot nu toe is gevolgd en dat zal ook bij de volgende fase het geval zijn. Bij het uitwerken van de gebiedsvisie naar een stedenbouwkundig plan worden naast de stakeholders, de heemkundekring en de commissie Omgevingskwaliteit (voorheen Monumentencommissie), ook de omwonenden betrokken. Het stedenbouwkundig plan wordt uiteindelijk door de gemeenteraad vastgesteld. In dit kader wordt wederom van de omgevingsdialoog verslag gedaan, zodat kan worden getoetst of de belangen van omwonenden/belanghebbenden op juiste wijze bij de planvorming zijn betrokken. 2. Het trapveldje roept diverse reacties op. Zie de indieners 9, 11, 14 en 18. Bij de beoordeling wordt wel ingegaan op de afweging van de omvang en locatie van speelvoorzieningen.
Maar er wordt niet ingegaan op de keuze van het wel/niet opnemen van de bouw van een woning c.q. een tweekapper, afweegbaar vanwege de noodzakelijke resterende omvang van een groen perceel om een robuuste parkfunctie, groenfunctie te realiseren. Wat is de reden dat dit niet opgenomen is? Daar is geen specifieke reden voor. Stedenbouwkundig gezien is het verantwoord om het perceel, waar het trapveldje ligt, deels te bebouwen en hier een woning of tweekapper te realiseren. Dit wil niet zeggen dat het noodzakelijk is om deze bebouwing ter plaatse te realiseren. Bij de verdere uitwerking van de visie zal duidelijk worden of deze bebouwingsmogelijkheid in het stedenbouwkundig plan wordt vertaald.
Pagina 1 van 1