20231123-13 TV VPD FKlijs ANTW- RV Afvoer hemel- en grondwater
Tekst van het document
Technische vragen Naam:
Frits Klijs
Datum: 20-11-2023 Onderwerp:
2023-134718 Raadsvoorstel Afvoer hemel- en grondwater
Portefeuillehouder:
C. A. M. De Jong
Behandelend ambtenaar: O. van Rijn
1. Hoe is tot de waarde van 60 ltr / m2 gekomen die opgenomen is in artikel 3, lid 2a? a. Is deze waarde overgenomen uit een richtlijn en zo ja welke? b. Is deze waarde vergeleken met andere overheden waar een dergelijke vergunning is opgesteld? 2. Hoe komt een inwoner aan een getal voor de waterdoorlatendheid van de bodem? 3. In artikel 5 lid 1 staat dat de melding onderdeel dient te zijn van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Wat als er voor het bouwwerk of nieuw verhard oppervlak geen omgevingsvergunning nodig is? 4. Artikel 5 lid 2; wanneer is een tekening controleerbaar? 5. Artikel 5 lid 2; hoe controleert de gemeente de gehanteerde waarde voor waterdoorlatendheid? 6. Artikel 5 lid 2; als de inwoner kiest voor oppervlakkige infiltratie, hoe kan die dan aantonen dat voldaan wordt aan het gestelde in artikel 3 lid 2a en 2d? 7. Regels voorbeeld 4 is niet duidelijk als je kijkt naar voorbeeld 2. Hoe zit dit? Antwoorden: 1a Dit is een landelijk gehanteerde richtlijn, die voortvloeit uit een reeks berekeningen van buien die hebben geleid tot een maatgevende bui van 60 mm/m2 1b Ja, maar ook het waterschap waar we veel mee samenwerken en waar vergunning aanvragers veelal mee van doen krijgen hanteren dezelfde norm. 2. Dongen en ook de lintbebouwing liggen op doorlatende grond. Indien een berekening van toepassing is, kan men uitgaan van een K-waarde van 1.
Het is niet de bedoeling dat men hiervoor aparte onderzoeken hoeft uit te laten voeren. 3 Het zou wel mooi zijn wanneer men dan alsnog een inspanning wil doen om het hemelwater te laten infiltreren, maar de gemeente heeft geen enkele mogelijkheid om dat te controleren. Daarom is gekozen voor situaties waarbij een Ruimtelijke Ordeningsprocedure nodig is of een omgevingsvergunning. 4. De aanvrager dient aan te tonen dat de hemelwatervoorziening van voldoende omvang is, in relatie tot het verhardoppervlak.
Pagina 1 van 2
5. De gemeente toetst de technische voorziening op capaciteit (volume) dit is zonder k-waardes en kent vooral een praktische benadering. 6. Voorop staat de praktische toepasbaarheid van de verordening. Wanneer voor oppervlakkige infiltratie gekozen wordt, zal het oppervlak zodanig vormgegeven moeten worden dat daar 60 mm hemelwater in kan staan zonder dat dit water naar de openbare weg of belendend perceel wordt afgewenteld. 7 Het voorbeeld laat zien dat de verordening is gebaseerd op het realiseren van nieuwe verharding en niet alleen op uitbreiding van verharding.
Pagina 2 van 2