20231102-08 TV VVD FdenBroeder ANTW- Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a a g Naam:
Frans den Broeder
Datum:
3-10-2023
Onderwerp:
Programmabegroting 2024-2027
Portefeuillehouder:
I.C.H. Jansen
Behandeland ambtenaar: Joost van Boekel Vraag / vragen 1. De vaste schuld (p116) stijgt naar 89,4mln in 2026 waar in de Programmabegroting 2023-26 ca 80,2mln was begroot. Waarom deze fors hogere stijging dan vorig jaar begroot? Antwoord: De vaste schuld stijgt met de nieuw af te sluiten leningen en neemt af met de jaarlijkse aflossing op de schuld. De (verwachte) nieuw af te sluiten leningen worden toegelicht in paragraaf D Financiering, evenals de aflossing. Als je paragraaf D uit de programmabegroting 2024 vergelijkt met dezelfde paragraaf in de programmabegroting 2023, dan wordt duidelijk dat in de vorige begroting voor de jaren 2024 tot en met 2026 voor € 16,5 miljoen aan nieuwe leningen werd verwacht. In de huidige begroting is dit voor dezelfde jaren € 25 miljoen. De grotere behoefte aan leningen wordt verklaard door een stijging in de omvang van het investeringsplan (ten opzichte van de vorige begroting zijn enkele investeringen toegevoegd) en de vertraging in het realiseren van opbrengsten uit de grondexploitaties (waardoor in de periode 2024-2026 minder opbrengsten binnen komen). 2. Op de balanspost voorraden/OWH willen we graag een begrijpelijk toelichting hoe deze waarden tot stand komen en op het verschil in verloop tussen de Programmabegroting 2023-2026 van vorig jaar en de huidige Programmabegroting. JR2021
JR2022
9.879
7.935
P2023 P-begroting 2023-26 P-begroting 2024-27
11.709
P2024
P2025
P2026
7.469
3.096
-1.218
11.541
9.816
4.667
Antwoord: De balanspost Voorraden Onderhanden Werk & Overige grond- en hulpstoffen bestaat volledig uit de waarde van de gemeentelijke gronden die in exploitatie zijn genomen. De (boekhoudkundige) waarde van deze gronden neemt toe met de uitgaven die ten behoeve van deze grondexploitaties worden gedaan en neemt af bij de verkoop van gronden.
Pagina 1 van 6
Het verschil in het verloop van deze post tussen de begroting 2023-2026 en de begroting 2024-2027 wordt verklaard door vertraging in de verkoop van gronden bij de exploitaties Noorderbunder en De Vijf Turven. Door de latere verkoop van gronden neemt de waarde van de gemeentelijke gronden later in de tijd af. Via de Voortgangsrapportage grondexploitatie wordt de raad tweemaal per jaar geïnformeerd over de ramingen van de grondexploitaties. De balanspost voorraden/OWH sluit daarop aan. 3. Bij de top-5 structurele risico's (p84) wordt niet meer de rentestijging genoemd waar dit in de vorige Prorgammabegroting nog wel werd benoemd. En dat terwijl marktrentes dit jaar fors gestegen zijn. Waarom wordt dit niet meer tot belangrijkste structurele risico's gerekend? Terwijl de netto schuldquote (p85) in 2026 op 129% komt waar vorig jaar nog 114% was geraamd voor datzelfde boekjaar? Antwoord: In bijlage 2 van beide begrotingen is het volledige risicoprofiel van de gemeente weergegeven. Hieruit blijkt dat het risico op een stijging van de marktrente in de begroting 2024 even groot wordt ingeschat als in de begroting 2023. De reden dat het renterisico in 2024 uit de top-5 is gevallen, ligt in het feit dat er nu andere risico’s zijn die hoger worden ingeschat.
Het renterisico is dus in absolute zin niet afgenomen, maar relatief (afgezet tegen andere risico’s) hoort het niet meer bij de grootste risico’s. Overigens komt de forse stijging van de schuldquote voor een groot gedeelte omdat in de begroting 2024 is gerekend met de Ravijnjaren. De forse tekorten die hiervan het gevolg zijn, doen de schulden toenemen, die bovendien in de schuldquoteberekening worden afgezet tegen lagere baten. 4. In lijn met voorgaande vraag zouden we graag een best-estimate overzicht ontvangen hoe de rentelasten over de vaste schuld zich zullen ontwikkelen tot en met 2030 o.b.v. de huidige meerjarenbegroting ervan uitgaande dat de vaste schuld vanaf begrotingsjaar 2027 niet verder zal oplopen. Antwoord: Om de vaste schuld na 2027 constant te houden, mag het investeringsvolume in die jaren niet meer bedragen dan ca. € 2 tot 2,5 miljoen per jaar. Hierbij moet aangetekend worden dat hierbij is gerekend met het scenario waarin de Ravijnjaren zich voordoen. De Ravijnjaren leiden tot een structureel tekort op de begroting van € 2 miljoen per jaar met dito impact op de liquiditeitsbehoefte. Bovenstaande doorrekening leidt tot de volgende rentelasten voor de periode 20242030.
Pagina 2 van 6
X € 1.000 Rentelasten vaste schuld
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
981
1.147
1.468
1.556
1.679
1.769
1.865
De rentelasten tot en met de jaren 2027 zijn reeds in de voorliggende begroting 20242027 verwerkt. De rentelasten nemen na 2027 nog wel licht toe omdat in die jaren leningen met lage rentepercentages aflopen en worden vervangen door leningen met actuele (en dus hogere) rentes. Dit alles uiteraard met de bekende onzekerheid rondom de ontwikkeling van de rentetarieven. 5. Waarom moet de gemeente bijdragen aan uitbaggeren Kerkebos (p112/113)? Antwoord: Het Kerkebos, inclusief de waterlopen, zijn in eigendom en beheer van de gemeente Dongen. De kosten die met het baggeren zijn gemoeid komen daarom voor rekening van de gemeente. 6. In de Programmabegroting van vorig jaar werd voor 2023 een investering in het gemeentehuis begroot van 3.056.000 Euro. In het huidige investeringsplan (p120 ev) lezen we hier niets meer over. Wat is er al geïnvesteerd en hoeveel is de totale investeringsplanning van het gemeentehuis? Antwoord: In het Investeringsplan 2024-2027 worden enkel die investeringen opgenomen die nog niet gevoteerd zijn door de raad. Met vaststelling van de begroting 2023 is het investeringskrediet voor het gemeentehuis door de raad gevoteerd. Per 1 november 2023 is € 56.000 uitgegeven op dit krediet. De verwachting is op dit moment nog altijd dat het volledige krediet benodigd is. 7.
De investeringsbedragen uit het investeringsplan op p121 komen niet overeen met de post "Uitgaven investeringen" in de liquiditeitsprogsnose op p92. Ook valt op dat de bedragen bij "Uitgaven investeringen" in de liquiditeitsprognose aanzienlijk hoger zijn dan in de liquiditeitsprogsnose van de Programmabegroting 2023-2026 van vorig jaar: a. Graag nadere uitleg hoe we de verschillen tussen de bedragen uit het investeringsplan op p121 en de liquiditeitsprognose op p92 moeten begrijpen. Antwoord: In het investeringsplan zijn de bedragen opgenomen in het jaar waarin het investeringskrediet gevoteerd wordt. In de liquiditeitsprognose wordt gekeken naar de jaren waarin die kredieten daadwerkelijk tot uitgaven leiden (op kasbasis). Die twee zijn logischerwijs niet aan elkaar gelijk. Om een voorbeeld te geven: in 2024 wordt het krediet voor de bouw van IKC Biezenkring gevoteerd. In dat jaar zullen enkele voorbereidingskosten ten laste
Pagina 3 van 6
van het krediet worden gebracht. Het grootste gedeelte van het krediet zal echter worden uitgegeven in de bouwfase, die in 2026 start. b. Graag nadere uitleg waarom de uitgaven investeringen uit de liquiditeitsprogsnose in deze begroting fors hoger zijn dan de begroting van vorig jaar. Antwoord: Dit heeft twee oorzaken. Enerzijds zijn er investeringen in 2022 en 2023 vertraagd, waardoor de (kas)uitgaven van die investeringen nu in de liquiditeitsplanning op 2024 drukken. Daarnaast zijn er in het Investeringsplan 2024-2027 nieuwe investeringen toegevoegd. Ook die investeringen zorgen in de jaren 2024-2027 voor een grotere liquiditeitsbehoefte. 8. T.a.v. de beleidsindicatoren op 36: Het absoluut verzuim in schooljaar 2021/2022 is fors is gestegen van 2,8 naar 9,0 per 1.000 leerlingen. Wat zijn hiervan de oorzaken? En welke maatregelen zijn of worden getroffen om dit verzuim weer terug te dringen? Antwoord: Corona heeft een zware wissel getrokken op de mentale gezondheid van jongeren. Dat heeft tot meer uitval geleid. Welk deel van de toename van het aantal niet ingeschreven leeringen (= absoluut verzuim) hier exact door wordt verklaard, is niet te achterhalen. In 2021 hebben 7 gemeenten (waaronder de gemeente Dongen) in Hart van Brabant besloten om de leerplichttaken samen uit te gaan voeren.
Het regionale team leerplicht is professioneel, bestaat uit specialisten en pakt werk en uitdagingen (o.a. corona, nieuwkomers) goed op. Het team is inmiddels betrokken in veel regionale ontwikkelingen: op het gebied van leerlingenvervoer, Handle With Care, Jeugdboa’s, Thuiszitterspact en het jongerenpunt van de GGD. Ook is er meer zicht op problematiek van de AZC’s. Het programma van maatregelen Voortijdig Schoolverlaten (VSV) 2020 – 2024 wordt regionaal omarmd door alle gemeenten en onderwijsinstellingen. Alle betrokken instanties zijn actief aan de slag om met preventief beleid thuiszitten te voorkomen en geen enkel kind langer dan 3 maanden thuis te laten zitten zonder passend aanbod. Bij het formuleren van een passend aanbod wordt daar waar mogelijk maatwerk ingezet om het programma zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de situatie van de betreffende jongere. 9. T.a.v. de beleidsindicatoren op p43: Het aantal kwijtscheldingen (p43) is vorig jaar bijna gelijk gebleven en het aantal toekenningen van Bijzondere Bijstand is gestegen.
Pagina 4 van 6
Terwijl het aantal bijstandsuitkeringen sinds de piek begin 2020 fors daalt (p32). Hoe kunnen deze cijfers in samenhang bezien worden verklaard? Antwoord: De doelgroep voor zowel de kwijtscheldingen als de bijzondere bijstand is breder. Het gaat hier namelijk ook om mensen die bijvoorbeeld een AOW of WWuitkering ontvangen. Het is dus niet één op één te vergelijken met het aantal huishoudens dat een bijstandsuitkering ontvangt. Het aantal bijstandsuitkeringen wijkt in 2020 sterk af en dit heeft te maken met de Tozo uitkeringen. De vergelijking is beter te maken met het 2e half jaar 2019 t.o.v. 2e half jaar 2021. Als je 2019 afzet tegen 2021 en 2022 is het bijstandsbestand vrij stabiel. 10. T.a.v. de beleidsindicatoren op p49: Het aantal verwijzingen naar Halt en het aantal winkeldiefstallen zijn vorig jaar explosief gestegen. Ook zijn het aantal diefstallen uit woningen fors toegenomen. Wat zijn de oorzaken? En welke maatregelen zijn of worden getroffen om dit weer terug te dringen? Antwoord: Het aantal verwijzingen naar Halt en het aantal winkeldiefstallen zijn fors gestegen omdat er bij een supermarkt in Dongen problemen geweest zijn met de zelfscan afrekenmethode. Schoolgaande kinderen zagen een mogelijkheid om niet alle goederen af te rekenen.
Door in gesprek te gaan met de manager van de winkel is er samen gekeken naar een oplossing waardoor het aantal Halt verwijzingen naar verwachting zal verminderen. In de eerste maanden van 2022 is er een kleine inbraakgolf geweest in het gehele Langstraat gebied. Er zijn hiervoor geen aanhoudingen verricht. Bekend is dat er georganiseerde groepjes rondtrokken door Nederland om her en der hun slag te slaan. Zowel tijdens de zomer- als winterperiode wordt er door politie en gemeente veelvuldig gecommuniceerd over de risico's van die periode. Denk daarbij aan het openlaten van ramen en deuren in de zomerperiode en verlichting aanlaten als je weg bent in de winterperiode. Als er meer inbraken plaatsvinden dan zetten we de tekstkar in om meer bewustwording te kweken. 11. Op p69 lezen we dat het percentage vervuiling in de PMD is verdubbeld van 17% in 2021 naar 38,5% in 2022. Wat zijn de oorzaken? En welke maatregelen zijn of worden getroffen om dit percentage terug te dringen? Antwoord: Op de raadsinformatieavond van 6 april 2023 is aan de raad gepresenteerd dat de vervuiling van het PMD bij de steekproef in in 2023 16% was. Dit is tevens zichtbaar in de tabel bovenaan pagina 68 van de begroting. Hiermee valt de steekproef van 2022 uit de toon en lijkt deze een vertekend beeld te geven.
Pagina 5 van 6
12. Percentages overhead van binnendienst en buitendienst (p72) zijn respectievelijk 54% en 13%. Vorig jaar waren deze 62% en 7%. Dit zijn relatief forse mutaties. Heeft dat te maken met de rekenmethode? Of is dit het gevolg van andere oorzaken, zo ja welke? Antwoord: Voor 2024 is de toerekening van de ICT-uitgaven geactualiseerd; in de voorgaande berekening werden te weinig ICT-uitgaven toegerekend aan de buitendienst. Dit heeft geleid tot een verschuiving van ICT-kosten van de binnendienst naar de buitendienst.
Pagina 6 van 6