20230928-03 Omgevingsdienst ZOBrabant definitieve beschikking ontgrondingswet Moerse Dreef (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Ontvangen
75 DEC. 2019
OMGEVINGSDIENST
Gemeente Dongerie Eineven
ZUIDOOST-BRABANT
7:088-3690369 E waw.odzob.nl
Gemeente Dongen
e
VERZONDE'|
U"
A
28 MV. 208
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
5100 GE
uw
DONGEN
kenmerk
uw
bericht van
ons
kenmerk
.137887 / D.527880
onderwerp
contactgegevens
Definitieve beschikking Ontgrondingenwet
tel:
datum
28-11-2019
(geanonimiseerd) e-mail: —
(geanonimiseerd) Geachte hee_ (geanonimiseerd) Dongen, een aanvraag om een Op 24 juni 2019 hebben wij van —:: vergunning ingevolge de Ontgrondingenwet in uw gemeente ontvangen. Het gaat daarbij om een verzoek om verlenging van de looptijd van de verleende vergunning Moerse Dreef te Dongen van 10 december 1998 met nummer 534012, gewijzigd bij besluit van 30 september 2008 met nummer 1451360, gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer nummer C2040054/2865498
1708361, gewijzigd bij besluit van 3 januari 2012 met
en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 december 2014 met nummer
7.7352/D.57275.
Wij hebben de vergunning verleend. Om u te informeren ontvangt u bij deze brief de definitieve beschikking en de bijbehorende kennisgeving. Hierin staat hoe u tegen dit besluit in beroep kunt gaan. De kennisgeving is gepubliceerd op www.brabant.nl/loket/bekendmakingen.
Pagina 1 van 2
Heeft u vragen?
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Voor meerB informatie kunt u contact opnemen met reageren de hee_lefoonnnmmev | (geanonimiseerd) of e-mai! w schriftelijk op deze brief Vermeld dan bovengenoemd
kenmerk (Z.137887 / D.527880).
het college van Gedeputeerde
Staten van Noord-Brabant
namens deze,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Bijlagen: - _ beschikking en bijbehorende kennisgeving
Pagina 2 van 2
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
Postbus 8035
OMGEVINGSDIENST
01 KA Enchoen
ZUIDOOST-BRABANT
7r
. Tomasores : wowodzob.nl
- Beschikking Ontgrondingenwet -
Onderwerp
(geanonimiseerd) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 24 juni 2019 een aanvraag ontvangen vav:,_ de
(geanonimiseerd) te Dongen, om een verzoek tot wijziging van een vergunning op grond van N
Ontgrondingenwet voor het project Moerse Dreef te Dongen. De aanvraag betreft een verlenging van de termijn waarbinnen de inrichtingsverplichtingen moeten worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om wijziging van de verleende ontgrondingsvergunning van 10 december 1998 met nummer 534012, gewijzigd bij besluit van 30 september 2008 met nummer 1451360, gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer 1708361, gewijzigd bij besluit van 3 januari 2012 met nummer C2040054/2865498 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 december 2014 met nummer
Z.7352/D.57275.
Het verzoek om wijziging van 24 juni 2019
L
is geregistreerd onder zaaknummer HZ_ONG-2019-6302.
Besluit
Gedeputeerde Staten van Noord Brabant
-
(geanonimiseerd) e Dongen, van 24 juni 2019; Gelet op de aanvraag va de
-
Gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning; Gelet op de vergunning van 10 december 1998 met nummer 534012, gewijzigd bij besluit van 30 september 2008 met nummer 1451360, gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer 1708361, gewijzigd bij besluit van 3 januari 2012 met nummer C2040054/2865498 en laatstelijk
—
gewijzigd bij besluit van 23 december 2014 met nummer Z.7352/D.57275; Gelet op de Ontgrondingenwet en de Verordening Ontgrondingen provincie Noord-Brabant 2008;
— _ En gelet op de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
BESLUITEN.
1.
De ontgrondingsvergunning d.d. 10 december 1998 met nummer
534012, gewijzigd bij besluit van
30 september 2008 met nummer 1451360, gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer 1708361, gewijzigd bij besluit van 3 januari 2012 met nummer C2040054/2865498 en laatstelijk
(geanonimiseerd) gewijzigd bij besluit van 23 december 2014 met nummer Z.7352/D.57275 aa_
(geanonimiseerd) te Dongen te wijzigen;
Pagina 1 van 10 Registratienummer:
Z.137887
/ D.496645
2.
Dat de geldigheidstermijn van de onder 1 bedoelde ontgrondingsvergunning eindigt op de dag waarop de opleveringsverklaring als bedoeld in het huidige voorschrift 27 is afgegeven;
3.
Dat de in voorschrift S vereiste bankgarantie van de onder 1 bedoelde ontgrondingsvergunning zal
worden vrijgegeven na afgifte van de opleveringsverklaring als bedoeld in het huidige voorschrift 27; 4.
Voorschrift 1 als volgt te wijzigen: De geldigheidsduur van deze vergunning loopt af op het moment
dat de ingevolge het betreffende voorschrift gestelde c.q. betaalde waarborg wordt vrijgegeven dan wel wordt terugbetaald. Alle ontgrondingsactiviteiten respectievelijk opleveringsverplichtingen moeten uiterlijk 6 november 2024 zijn voltooid; 5.
Voorschrift 13 als volgt te wijzigen Met fase 3, de ontgronding van het resterende gedeelte van het totaal te ontgronden gebied, mag worden
a. b.
begonnen
nadat:
de zuidelijke oeverstroken van fase 2 zijn afgewerkt; en daar waar geen relatie is met de onderwaterbodem tussen fase 2 en 3, dient de plas van fase 2 op diepte te zijn gebracht.
Voor 6 november 2024 dienen alle oeverstroken te zijn afgewerkt, dient de stortheuvel met 1 meter
dikke laag bovengrond te zijn afgedekt en conform het inrichtingsplan te zijn afgewerkt. Verder dient de scheidingsinstallatie met toebehoren te worden verwijderd en de resterende inrichting van het plangebied te zijn gerealiseerd.
6.
Dat de overige voorschriften van de onder 1 genoemde vergunning onverminderd en ongewijzigd van kracht blijven.
Eindhoven,
28-11-2019
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
(geanonimiseerd) i e EN DAS
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
Rechtsmiddelen Bezwaar
Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u een bezwaarschrift indienen. Dit kan tot zes weken na de bekendmaking van dit besluit. In het bezwaarschrift moet u het volgende opnemen: uw naam en adres, de
datum, een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) van uw bezwaar. U moet
het bezwaarschrift ook ondertekenen.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van Postbus
de
hoor- en adviescommissie
90151
5200 MC 's-Hertogenbosch
Wij verzoeken u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift” te vermelden. Voor meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften verwijzen wij u naar www.brabant.nl/bezwaar. Het secretariaat van de hoor- en adviescommissie is bereikbaar op telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 16. Voorlopige voorziening
Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een voorlopige voorziening te vragen. Deze kunt u richten aan:
Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant Postbus
90125
5200 MA 's-Hertogenbosch
Een voorlopige voorziening is n feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende een bepaalde periode. Voorwaarde om een voorlopige voorziening te vragen is dat er sprake moet zijn van een spoedeisend belang. Er zijn kosten verbonden aan het vragen van een voorlopige voorziening.
3
o
negereneien LIJTSNT J DAGEAS
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
SAMENVATTING
VERGUNNINGSVOORSCHRIFTEN
Alle vergunningsvoorschriften onder elkaar
Geldigheidsduur
1.
De geldigheidsduur van deze vergunning loopt af op het moment dat de ingevolge het betreffende voorschrift gestelde c.q. betaalde waarborg wordt vrijgegeven dan wel wordt terugbetaald. Alle ontgrondingsactiviteiten respectievelijk opleveringsverplichtingen moeten uiterlijk 6 november 2024 zijn voltooid.
2.
De in het voorgaande voorschrift genoemde geldigheidsduur van deze vergunning kunnen Gedeputeerde Staten, conform de daarvoor voorgeschreven procedure, verlengen. Een zodanige
verlenging dient ten minste 16 weken voor het vestrijken van de n het eerste voorschrift genoemde geldigheidsduur van deze vergunning bij Gedeputeerde Staten te worden aangevraagd. 3.
Indien op het verzoek om verlenging, als bedoeld onder het tweede voorschrift, niet binnen 16 weken is beslist wordt de in het eerste voorschrift genoemde geldigheidstermijn geacht door te lopen en blijft de ontgrondingsvergunning zijn geldigheid houden totdat op het verlengingsverzoek door Gedeputeerde Staten een beslissing is genomen.
Aanvang ontgronding 4. Van de vergunning mag eerst gebruik worden gemaakt nadat - _ Aan het gestelde in het vijfde voorschrift is voldaan; - _ Een werkplan, waarin het plaatsen van buizen en een peilschaal, het meten en analyseren van het
grondwater en het water in de plas en het verstrekken van de verzamelde gegevens, conform het gestelde in voorschrift 20 tot en m 24. Is overgelegd en toestemming voor dit plan is verkregen van het hoofd van de afdeling Bodem en Afvalstoffen van de provincie Noord-Brabant, nu cluster Ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Bankgarantie/waarborgsom S. Houdster van de vergunning is gehouden als waarborg voor de nakoming van de aan deze vergunning verbonden voorschriften een bankgarantie op te stellen van f 250.000,- dan wel een bedrag van f 250.00,- (€ 113.445,-) over te maken op de ING-rekening nummer 67.45.60.043 van de provincie Noord-Brabant te ’s-Hertogenbosch; de bankgarantie zal worden vrijgegeven of de waarborgsom zal
worden terugbetaald, nadat naar het oordeel van Gedeputeerde Staten de houdster van de vergunning aan de voorschriften van de vergunning heeft voldaan of nadat deze aan de provincie heeft vergoed de kosten van de werkzaamheden
, door de provincie verricht ter voorziening in hetgeen de houdster
van de vergunning heeft nagelaten ter behoorlijke nakoming van de die voorschriften te doen. 6.
Houdster van de vergunning is gehouden om in overleg met gemeente Dongen een rentedragend “beheersfonds locatie Moerse Dreef” in te stellen op basis van het rapport “Zandwinlokatie Moerse Dreef, toekomstige beheer en onderhoud” d.d. 29 oktober 1998 van Ingenieursbureau Oranjewoud. In dit fonds dient ieder jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning, over een periode van 10 jaar, een geldbedrag van f 20.000,-- te worden gestort tot een totaalbedrag van f 245.000,-.
Het eindbedrag krijgt een zodanige hoogte dat het toekomstig beheer en onderhoud van de gehele locatie, nadat deze is afgewerkt en ingericht, hiervan voor een periode van 20 jaar kan worden betaald.
E
EE
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT.
/ Binnen een termijn van 1 jaar na het onherroepelijk
worden van deze vergunning dient
vergunninghoudster de overeenkomt over de afgesproken beheersvorm aan Gedeputeerde Staten toe te sturen.
Technische uitvoering
7.
De plas dient te worden ingericht volgens de tekeningen: 3.
Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, tekeningnr. 250811-1P2-01 laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud;
b.
Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, dwarsprofielen A en B,
c
Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, dwarsprofielen C en D,
tekeningnr. 250811-1P-2-02 tekeningnr.
laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud
25081 1-1P-2-03 laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud;
d.
Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, dwarsprofielen E en F,
e
tekeningnr. 250811-1P-2-04 laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud; Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, dwarsprofielen G en H,
f.
tekeningnr. 250811-1P-2-05 laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud; Tekening Zandwinlocatie Moerse Dreef, inrichtingsplan boven waterniveau, dwarsprofielenJ, K en L, tekeningnr. 25081 1-1P-2-06 laatst gewijzigd op 26-10-12, getekend door Oranjewoud.
De plas dient te worden ontgrond, voor wat betreft fase 2 en 3, conform op bijgaande -met een stempel van de provincie Noord-Brabant gewaarmerkte - kadastrale tekening nummer
74700-K-| van
Ingenieursbureau Oranjewoud met een lijnarcering aangegeven terrein mag (verder) worden ontgraven overeenkomstig de op gewaarmerkte tekening nummer 74700-G-2 “toekomstige begrenzing ontgraving® van genoemd ingenieursbureau nader aangegeven diepten en dwarsprofielen. 8.
Houdster van de vergunning is gehouden de op een aangrenzend terrein, op een gedeelte van het in de aanvraag genoemde perceel nummer 393, aanwezige stortheuvel een doelmatige en beschermde laag bovengrond van gelijkmatige dikte af te dekken ter beperking van ontoelaatbare risico's in afwachting van de mogelijke definitieve en duurzame nazorgmaatregelen op basis van toekomstig landelijk beleid ten aanzien van de nazorg van gesloten stortplaatsen. De dikte van de afdeklaag van de stortheuvel dient uiteindelijk ter minste 1,00 m te bedragen; in deze afdeklaag mag geen steenpuin of ander hard materiaal voorkomen.
9.
Buiten de te ontgraven terreinen mag de bestaande terreinhoogte niet worden verlaagd; bij het onverhoopt afkalven of verdiepen moet dat terreingedeelte door en op kosten van de houdster van de vergunning weer worden aangevuld tot de oorspronkelijke hoogte.
Fasering
10. De ontgravingswerkzaamheden dienen in 3 fasen te worden uitgevoerd. De begrenzingen van iedere fase is op de hiervoor genoemde kadastrale tekening aangegeven. Met ieder (volgende) fase mag niet eerder worden begonnen dan nadat aan alle bij iedere fase gestelde uitgangspunten is voldaan, dat hierover overleg is gepleegd met het cluster ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en dat hiervoor toestemming
is verkregen van de provincie.
TI. In Fase 1 mag de bestaand plas in westelijk richting worden uitgebreid tot aan de uiterste westgrens van het te ontgraven gebied. Voorts dient zo snel mogelijk te worden begonnen met het aanbrengen van een laag bovengrond, totaal 1 meter dik, op de westelijke helft van de stortheuvel.
Pagina
5 van 10
Regisratenummer. 2157887 / 49664
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT _
/ 12. Met Fase 2, aanpassing en plaatselijke verdieping van de bestaand plas, mag niet eerder worden begonnen dan nadat de in fase 1 gegraven plas op diepte is gebracht en de oever van deze fase is afgewerkt. Binnen een termijn van 1 jaar na de start van de ontgrondingswerkzaamheden in fase 2 dient de westelijke helft van de stortheuvel en dienen de oevers en de verdere randstroken rond het in fase Ì ontstane plasgedeelte, conform het inrichtingsplan te worden ingezaaid en ingeplant. 13. Met fase 3, de ontgronding van het resterende gedeelte van het totaal te ontgronden gebied, mag worden begonnen nadat 3. de zuidelijke oeverstroken van fase 2 zijn afgewerkt: b.
en daar waar geen relatie is met de onderwaterbodem tussen fase 2 en 3, dient de plas van fase 2 op diepte te zijn gebracht.
Voor 6 november 2024 dienen alle oeverstroken te zijn afgewerkt, dient de stortheuvel met 1 meter dikke laag bovengrond te zijn afgedekt en conform het inrichtingsplan te zijn afgewerkt. Verder dient de scheidingsinstallatie met toebehoren te worden verwijderd en de resterende inrichting van het plangebied te zijn gerealiseerd. Hydrologie 14 Indien bij de uitvoering van de ontgrondingswerkzaamheden grond- en/of freatisch water wordt verpompt, dient deze hoeveelheid water volledig weer naar de in aanleg zijnde plas te worden teruggevoerd. 15
Ontgrondingswerkzaamheden beneden de ter plaatse voorkomende grondwaterstand mogen alleen in een tijdsvak van maandag tot en met vrijdag plaatsvinden en dienen te worden uitgevoerd met behulp van een zandzuiger in een gesloten circuit en wel zodanig dat het door de zandzuiger via de persleiding mee opgezogen water weer in de in aanleg zijnde plas terugvloeit.
16 De uit te voeren ontgrondingswerkzaamheden mogen geen verlaging van de grondwaterstand in de terreinen rond de plas tot gevolg hebben. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden mag waterstand in de (in aanleg zijnde) waterplas(sen) geen lager peil bereiken dan 1,30 m +NAP. Indien de waterstand beneden genoemd
peil dreigt te gaan dalen, dient houdster van de vergunning de
ontgrondingswerkzaamheden te staken dan wel is zij verplicht het zand/watermengsel op hoeveelheid te registreren en gelijktijdig met het onttrekken van deze hoeveelheid met water te suppleren; een en ander dient te geschieden in overleg met het waterschap Brabantse Delta en het cluster ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Indien uit waarnemingen blijkt dat een ander peilregime gewenst is geven Gedeputeerde Staten aanwijzingen. 17. De kwaliteit van het eventueel te suppleren water, behoeft de goedkeuring van het waterschap Brabantse Delta; van deze goedkeuring dient bewijs aan cluster ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant te worden overgelegd. 18. Alle kosten voor eventuele watersuppletie zijn voor rekening van houdster van de vergunning.
19. Ten behoeve van de controle van de grondwaterstand dienen in overleg met het cluster ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, voor de start van de ontgrondingswerkzaamheden, een nader te bepalen aantal grondwaterstandsbuizen te worden geplaatst. Tevens dient in de plas een peilschaal te worden geplaatst en worden onderhouden.
egerlenn SE DA2E6AS
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
/ Eenmaal per kwartaal dienen de peilen te worden geregistreerd. Een en ander op aanwijzing van het genoemd cluster ontgrondingen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
20. Te beginnen n de maand na verrichting van de in het voorgaande voorschrift omschreven handelingen is houdster van de vergunning verplicht op de 14° en 28° dag van ieder maand de waterstand in de geplaatste buizen, alsmede het waterpeil in de ontzanding op de (laten) nemen; de resultaten van deze opnamen 21.
moeten ten opzichte van NAP plaatsvinden.
<<INGETROKKEN>>
22. Vergunninghoudster dient de in het hiervoor genoemde voorschriften verrichtte werkzaamheden gedurende de geldigheidsduur van deze vergunning regelmatig, op ander af te spreken data aan de provincie toe te sturen en verder tijdens genoemde termijn beschikbaar te houden. 23. Het meten van de waterstanden en de waterkwaliteit in de buizen en in de ontzanding(en) dient plaats
te vinden tot één jaar na beëindiging van de ontgrondingswerkzaamheden. Met instemming van het bevoegd gezag, de provincie Noord-Brabant, kan worden toegestaan deze metingen te beëindigen. 24. Indien uit de te verzamelen (grond)waterstands- en (grond)waterkwaliteitsgegevens mocht blijken dat aanvullende voorschriften wenselijk zijn dan zullen die voorschriften ambtshalve worden toegevoegd. Toezicht
25. Houdster van de vergunning is verplicht bij controle door ambtenaren van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, zonder recht van verrekening, de nodige personele bijstand en de nodige
meetmaterialen (en zo nodig een vaartuig) ter beschikking te stellen. 26. Deze vergunning moet gedurende de uitvoering van de werkzaamheden op het terrein aanwezig zijn en op de eerste vordering worden getoond. Algehele oplevering
27. De in deze vergunning bedoelde ontgronding, waaronder ten deze mede begrepen worden de afwerking en inrichting van de ontgronde terreinen wordt eerst als opgeleverd beschouwd, indien zulks door vanwege Gedeputeerde Staten schriftelijk is bevestigd Aanvullende
voorschriften
28. De minimale afstand vanaf de kadastrale grens tot aan de insteek van de talud dient minimaal
10 meter te bedragen voor wat betreft fase 3 van de ontgronding. 29. De taludhellingen dienen minimaal
1:3 (zuidzijde) en 1:4 (oostzijde en noordzijde) te bedragen
met
inachtneming van de tekening nummer 74700-G-2 d.d. 16-12-1996
P:
7
7
10
Registratienummer: 2137887 / D496645
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT _
1.
Procedure
De voorliggende aanvraag merken wij aan als een wijziging van eenvoudige aard. De destijds in de
ontgrondingsvergunning aan de orde gestelde en gewogen belangen worden niet geschaad. Andere belangen zijn zover bekend
niet in het geding.
Onder verwijzing naar artikel 8 van de ‘Verordening Ontgrondingen
provincie Noord-Brabant 2008°
betekent dit onder meer dat de leden 1 tot en met 3 van artikel 10 van de Ontgrondingenwet niet van toepassing zijn. Voor de te nemen beschikking wordt dan ook de procedure als bedoeld in hoofdstuk 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, lid 4 van de Ontgrondingenwet, juncto artikel 8 van de Verordening Ontgrondingen provincie Noord-Brabant 2008. Dit betekent dat geen ontwerpbesluit voor inspraak openbaar ter visie wordt gelegd, maar dat direct het
definitief besluit wordt genomen. Hiertegen is bezwaar/beroep mogelijk.
UI.
Overwegingen
Bij besluit van 10 december
nummer
1998 met nummer
534012, gewijzigd bij besluit van 30 september 2008 met
1451360, gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer
3 januari 2012 met nummer C2040054/2865498
1708361,
gewijzigd bij besluit van
en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 december
(geanonimiseerd) Dongen een 2014 met nummer 2.7352/D.57275 hebben wij aa…e
ontgrondingsvergunning verleend voor de realisatië Van het project Moerse Dreet te Dongen, gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Dongen, sectie M, nummers 392, 393en 394. Het ontgrondingsproject heeft betrekking op het ontgronden een gebied van circa 20 hectare voor de zandwinlocatie Moerse Dreef. Sinds 1970 is er een winning geweest van beton- en metselzand. In 1998 is een algehele vergunning verleend met een grens van de hoeveelheid te winnen zand. De ontgrondingswerkzaamheden
en inrichtingsverplichtingen hebben een geldigheidstermijn tot 6 november 2019. Er
dient nog circa 437.000 m? zand te worden ontgraven. De aanvraag betreft het verzoek om wijziging van de termijn waarbinnen de ontgrondings- en inrichtingsverplichtingen moeten worden uitgevoerd. Termijn
Met de huidige aanvraag verzoekt vergunninghoudster om voorschrift Ì van de voornoemde verleende ontgrondingsvergunning te wijzigen. De wijziging heeft betrekking op de geldigheidstermijn van de vergunning. Gevraagd wordt om de geldigheidstermijn voor de ontgrondingswerkzaamheden
met
nogmaals 5 jaar te verlengen tot 6 november 2024. De vergunninghoudster geeft aan dat nu voor een derde keer een verlenging wordt aangevraagd.
In de
laatste wijzigingsvergunning is de termijn verlengd tot 6 november 2019. Vergunninghoudster geeft aan dat door de crisis van 2008 de winning van zand een paar jaar nagenoeg heeft stil gelegen. In 2014 heeft de gemeente Dongen een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. De nieuwe bestemming
betreft ‘waterberging, groenvoorziening en extensieve recreatie”. Op 6 november 2014 heeft de gemeente Dongen een omgevingsvergunning met een ontheffing op het bestemmingsplan verleend voor verlening
van de activiteiten wegens achterblijvende afzet van zand voor een periode van 5 jaar. Deze ontheffing kan maximaal met een zelfde periode van Sjaar worden verlengd. De gemeente Dongen heeft aangegeven deze omgevingsvergunning te verlenen tot 6 november 2024.
Pagina
8 van 10
Regstatienummer. 2137887 / DA9GG4S
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
In 2014 was reeds de vraag of de ontgronding voor 6 november 2019 kon worden uitgevoerd. De afzetmarkt bleek vanwege de crisis echter nog kleiner dan verwacht.
Gezien de veranderende markt zijn de vooruitzichten verbeterd en verwacht de vergunninghoudster dat het zand in de komende jaren kan worden afgezet en het ontgrondingsproject en de inrichting kan worden afgerond. Daarom wordt nu verzocht om een verlenging van de geldigheidstermijn door de ontgrondingsvergunning te verlengen tot 6 november 2024. Daarnaast wordt aangegeven dat ze met de inrichtingsverplichtingen van fase 3 willen beginnen direct na de winning.
Gelet op het bovenstaande overwegen wij het volgende. In de vergunning van 23 december 2014 staat 'De geldigheidsduur van deze vergunning loopt af op het moment dat de ingevolge het betreffende voorschrift gestelde c q . betaalde waarborg wordt vrijgegeven dan wel wordt terugbetaald; de ontgrondingsactiviteiten respectievelijk inrichtingsverplichtingen moeten uiterlijk 6 november 2019 zijn voltooid..
In het kader van de behandeling van dit verlengingsverzoek betrekken wij uitdrukkelijk mede het belang van een tijdige afronding van de ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten, die gericht zijn op een voortvarende realisering van de nieuwe bestemming. Ook de omgeving is gebaat bij een snelle, definitieve beëindiging van de werkzaamheden. Een verlenging van de termijn, waarbinnen de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, staat in principe op gespannen voet met dit belang. De omgeving is er echter
ook bij gebaat dat een dergelijk project tot uitvoering komt en de inrichting daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Op dit moment bestaat er enige weerstand van omwonenden tegen de verlenging van termijn omdat sinds 1998 de huidige ontgrondingsvergunning 4 keer is gewijzigd/verlengd. Daarnaast is ook de einddatum van 6 november
2024 bekend. Op deze datum
geldt namelijk het bestaande bestemmingsplan en is er
geen verlenging meer mogelijk.
(geanonimiseerd) al een aanvang kan maken met de Samengevat betekent dat het bedn_u inrichtingsverplichtingen zoals deze in voorschrift 13 zijn opgenomen. Wij sluiten ons bij de omgevingsvergunning met een ontheffing op het bestemmingsplan voor verlening activiteiten tot 6 november 2024 van de gemeente Dongen. Dat betekent dat na deze datum geen activiteiten meer mogen plaats vinden. Daarom zullen wij voorschrift wijzigen zodat alle inrichtingsverplichtingen eindigen op 6 november 2024. Er zijn geen wijzigingen wat betreft de inrichting. De inrichting wordt conform de bij de oorspronkelijke
vergunningaanvraag gevoegde tekeningen uitgevoerd. Bij de behandeling van de oorspronkelijke aanvraag hebben wij alle bij de ontgronding betrokken belangen gewogen. Het plangebied, de grondeigendom, de inrichting van het terrein en de uitvoering van
de ontgraving zoals opgenomen in de ontgrondingsvergunning zijn niet, dan wel nauwelijks, gewijzigd. De bij de ontgronding betrokken belangen en de eventuele effecten zijn daarmee nauwelijks gewijzigd ten opzichte van de aanvraag. De verlenging van de geldigheidstermijn heeft derhalve geen invloed op de bij de ontgronding betrokken belangen en geen andere effecten op de directe omgeving dan de reeds vergunde uitvoeringssituatie. Samenvattend concluderen wij dat er geen of nauwelijks belangen zijn betrokken bij het voorliggende verzoek en dat er geen overwegende bezwaren bestaan tegen verlenging van de onderhavige
ontgrondingsvergunning. Wij zullen de desbetreffende voorschrift 1 van deze vergunning dan ook conform het verzoek wijzigen en passen het voorschrift 13 aan.
agtrmiene 2IB DAEAS
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT
IV.
Conclusie
Samenvattend concluderen wij dat er geen overwegende bezwaren bestaan tegen wijziging van de huidige ontgrondingsvergunning. Wij verlengen de termijn van de ontgrondingswerkzaamheden en inlichtingenverplichtingen tot 6 november 2024 . Wij zullen voorschrift 1 van de vergunning dan ook wijzigen. Daarnaast zullen wij ook voorschrift 13 wijzigen dat alle inrichtingsverplichtingen die n dit voorschrift staan op 6 november 2024 moeten zijn uitgevoerd.
Pagina
10 van
10
Registratienummer: 2.137887 / D.496645
OMGEVINGSDIENST
ZUIDOOST-BRABANT N
Titel:
Kennisgeving beschikking tot wijziging van de vergunning ingevolge de Ontgrondingenwet
(geanonimiseerd) var e
Dongen, Moerse Dreef te Dongen
(geanonimiseerd) Dongen een Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben van…e aanvraag om een verlenging van een reeds eerder af
10 december
1998 met nummer 534012, gewijzigd bij besluit van 30 september 2008 met nummer 1451360,
gewijzigd bij besluit van 26 juli 2010 met nummer 1708361, gewijzigd bij besluit van 3 januari 2012 met nummer C2040054/2865498 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 december 2014 met nummer Z.7352/0.57275, ingevolge de Ontgrondingenwet ontvangen
De aanvraag heeft betrekking een verzoek om verlenging van de looptijd van de vergunning voor het project Moerse Dreef te Dongen.
De besluitvorming op deze aanvraag is door het college van Gedeputeerde Staten van Noord-
Brabant gemandateerd aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. De directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant maakt namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bekend dat zij op grond van de Ontgrondingenwet de vergunning voor de aanvraag om verlenging verlenen. Wat houdt het project in?
Het verzoek betreft het verlengen van de looptijd van de ontgrondingsvergunning tot 6 november
2024.
De overige voorschriften, blijven onverminderd en ongewijzigd van kracht Waar
en
wanneer
kunt
u de
stukken
inzien?
De beschikking en de bijbehorende stukken liggen op 2 december 2019 ter inzage bij de gemeente Dongen. Voor locatie, dagen en tijdstippen waarop u de stukken in kunt zien, verwijzen wij naar de website van de gemeente
Het is ook mogelijk om de stukken in te zien bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Wal 28 in Eindhoven.
U kunt daarover contact opnemen
met (geanonimiseerd) Mmmm e|efoonnummer
(geanonimiseerd) \vanaf het moment
(geanonimiseerd)
dat de stukken ter inzage liggen, kunt u de beschikking inzien via www.brabant.nl/loket/verleende-vergunningen .
Wanneer, door wie en hoe kan bezwaar worden ingesteld? Als u, als belanghebbende, het niet eens bent met dit besluit kunt u een bezwaar indienen.
Dit
kan tot en met 10 januari 2019 In het bezwaarschrift moet u het volgende opnemen:
uw naam en adres, de datum, een
omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt en de reden(en) van uw bezwaar. het bezwaarschrift
ook ondertekenen.
Het bezwaarschrift
U moet
kunt u richten aan:
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat Postbus
van de hoor-
en adviescommissie
90151
5200 MC 's-Hertogenbosch
Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord
bezwaarschrift
te vermelden
Voor meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften verwijzen wij u naar www.brabant.nl/bezwaar. Het secretariaat van de hoor- en adviescommissie is bereikbaar op telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 16.
Voorlopige voorziening: Bovenstaand besluit treedt in werking ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom
mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde voorlopige voorziening
te vragen. Deze kunt u richten aan:
de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus
20019
2500 EA
Den Haag
Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het uitstellen van een besluit om de ingediende bezwaren mee te kunnen nemen. Voorwaarde is dat
er sprake moet zijn van een spoedeisend belang.
Er zijn kosten verbonden aan het vragen van een
voorlopige voorziening (griffierecht) De verleende vergunning treedt in werking de dag na afloop van de bezwaartermijn.
Indien
gedurende deze periode door belanghebbenden bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de vergunning niet in werking voordat op dat verzoek is beslist Aan deze procedure is het kenmerk HZ_ONG-2019-6302 correspondentie dit kenmerk te vermelden.
Eindhoven,
november 2019
gekoppeld.
Wij vragen u bij