20230608-03 TV CDA JvdAa ANTW- Financiele verordening
Tekst van het document
Technische vraag Naam:
Jacques van der Aa
Datum: 5 juni 2023 Onderwerp: Portefeuillehouder:
2023-127650 RV Vaststelling Financiële Verordening 2023 Gemeente Dongen I.C.H. Jansen
Behandelend ambtenaar: J. van Boekel Vraag / vragen Vraag 1. In artikel 3 wordt verwijderd: “en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar weergegeven.” Waarom wordt dit uit de nieuwe verordening gehaald? Antwoord: Met deze wijziging wordt de verordening in lijn gebracht met de al jaren bestaande praktijk. In de begroting wordt enkel inzicht gegeven in de nieuwe investeringen. In iedere jaarrekening wordt vervolgens inzicht geboden in de uitputting van reeds geautoriseerde investeringsbudgetten (zie artikel 3, lid 3).
Vraag 2. In artikel 7.2. staat: “Vooruitlopend op het raadsbesluit over het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat worden restantmiddelen niet overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar.” Wordt hiermee de mogelijkheid om een overheveling te doen via Berap afgesloten? Zo ja, wordt hierdoor bepaalde urgente besluitvorming met minimaal een half jaar vertraagd? Antwoord: Ja, deze mogelijkheid wordt afgesloten, omdat hiermee de integrale besluitvorming over een boekjaar wordt doorkruist. Gemeenten werken met afgesloten boekjaren, waarbij de raad per jaar de budgetten autoriseert. Bij een overheveling van middelen van het ene naar het volgende boekjaar wordt een beroep gedaan op de per definitie beperkte ruimte aan middelen in het volgende boekjaar. In dat geval wordt de integrale afweging over de allocatie van de budgettaire ruimte doorkruist. Er wordt immers al een beroep gedaan op de ruimte voor het komende jaar, terwijl nog geen integraal beeld van alle ruimtevragers bekend is. Daarnaast is pas bij jaarrekening bekend hoeveel middelen er daadwerkelijk zijn overgebleven. Daarop vooruit lopen, geeft risico’s. Het is om die redenen zuiverder om een beroep op middelen te betrekking bij de geëigende P&C-momenten over het jaar waarop
Pagina 1 van 3
dat betrekking heeft. Dit zijn de begroting of 1 van de bestuursrapportages in het jaar erop. Bij urgente besluitvorming bestaat altijd de mogelijkheid om nog voor de eerste bestuursrapportage van het nieuwe jaar aanvullend budget te verkrijgen via een afzonderlijk raadsvoorstel (met begrotingswijziging). In artikel 9.2. staat: “In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde onrechtmatigheden (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.” Wat zijn de argumenten om het bedrag € 100.000 opnemen?” Antwoord: Hiervoor bestaan geen specifieke richtlijnen of argumenten. Het college is van mening dat de gemeenteraad bij een grens van € 100.000 voldoende inzicht heeft in de mate waarin de organisatie rechtmatig heeft gehandeld. Een rondgang langs andere, vergelijkbare gemeenten laat zien dat € 100.000 een gangbare grens is. In artikel 14.1 staat:” Voor de vorderingen betreffende opgelegde heffingen en vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen.” Worden onder de opgelegde heffingen ook de heffingen aan de inwoners bedoeld? En zo ja, wat behelst daarbij die individuele beoordeling? Antwoord: Ja, voor heffingen aan inwoners gebeurt die beoordeling echter op geaggregeerd niveau.
Vanuit de BWB (Belastingsamenwerking West-Brabant) wordt advies gegeven over de hoogte van het bedrag dat aan dubieuze belastingdebiteuren moet worden opgenomen. Dit advies wordt opgevolgd. Dit advies is gebaseerd op aannames op geaggregeerd niveau. In artikel 16.1. staat : “Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.” Wordt hiermee bedoeld de rente van vreemd vermogen, als waren de activa, volledig met vreemd vermogen gefinancierd? Antwoord: De gemeente Dongen werkt met een totaalfinanciering. Dat betekent dat we de totale financieringsbehoefte op enig moment (bijvoorbeeld per jaar) financieren met 1 lening. Er wordt dus niet per activa een financiering afgesloten. De toe te rekenen rente wordt bepaald met de omslagrente. Hiertoe wordt de totaal te betalen rente afgezet tegen de omvang van de activa. Deze werkwijze impliceert niet dat alle activa 100% met vreemd vermogen worden gefinancierd. In geval van liquiditeitsoverschotten kunnen investeringen worden gefinancierd met eigen vermogen. Dit werkt via een lagere omslagrente door in een lagere toe te rekenen rente aan activa. Artikel 16.7.: Kunnen in regel 3 de woorden “van de verstrekte lening” weggelaten worden?
Pagina 2 van 3
Antwoord: Dat kan, de toevoeging “van de verstrekte lening” maakt de bepaling wel vollediger. In het oude artikel 11.2 stond nog opgenomen dat er in de kostprijsberekening ook een vergoeding voor afschrijvingen werd berekend. In het nieuwe artikel 16.1.is dat niet meer opgenomen. Waarom is dat niet meer opgenomen? Antwoord: Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG. In de toelichting op het nieuwe artikel wordt verwezen naar de definitie van de directe kosten uit de notitie overhead van de Commissie BBV. In die notitie is te lezen dat de afschrijvingskosten onderdeel zijn van de directe kosten en daarmee kunnen worden betrokken bij de kostprijsberekening. In de oude verordening stond onder artikel 14.2: Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. Wat is het bezwaar om deze tekst te laten staan? Antwoord: De gemeente Dongen heeft een zogenaamde rebound bepaling met de BNG. Die bepaling stelt dat de VNG altijd de mogelijkheid krijgt een renteaanbod te doen dat beter is dan een aanbod van een andere bank. Om die reden weigeren andere banken om een offerte uit te brengen. In de praktijk is het dus niet mogelijk om ten minste twee prijsopgaven te verkrijgen.
Is het een optie om de tekst te laten staan met dien verstande dat in plaats van “één jaar” wordt opgenomen “drie jaar”? Antwoord: We veronderstellen dat de vraagsteller bedoelt dat de voorgestelde tekst blijft bestaan, maar dat één jaar wordt vervangen door drie jaar. Die aanpassing is mogelijk, met 2 nuances. Ook bij leningen tussen de 1 en 3 jaar lopen we tegen het probleem aan dat we niet meerdere prijsopgaven kunnen verkrijgen. Daarnaast geldt dat we in de praktijk nooit leningen afsluiten met een looptijd korter dan 5 jaar. Leningen met een korte looptijd zorgen ervoor dat de afschrijvingslasten niet in lijn zijn met de aflossingsbedragen.
Pagina 3 van 3