20230525-02 TV CDA MDiepstra ANTW- Aanvullende vragen Omgevingsvisie
Tekst van het document
Technische vraag Naam:
Marjolijn Diepstra
Datum: 15-05-2023 Onderwerp:
2021-014041 RV Vaststellen omgevingsvisie Dongen
Portefeuillehouder:
I.C.H. Jansen
Behandelend ambtenaar: C. Gorissen Vraag / vragen Structuurvisie Gemeente 2020 - historische linten Uit diverse zienswijzen, via insprekers en de opinie van de fractie in de opiniërende raadsvergadering, is naar voren gekomen dat er veel onduidelijkheid is over het onderwerp ‘historische lintbebouwing’ en een mogelijke beperking in de doorontwikkeling van bestaande bedrijven in de buitengebieden. In de beantwoording van de technische vragen van het CDA wordt onder vraag 12 geantwoord met “Deze tekst is gelijkluidend aan de huidige Structuurvisie Dongen 2020”.
1.
Kunt u ons het document "Structuurvisie Dongen 2020” toezenden? Antwoord: Ja dat kan.
In dezelfde beantwoording lezen wij ook: “Bij nieuwe ontwikkelingen in de linten is een zorgvuldige afweging noodzakelijk waarbij gekeken wordt of de functieverandering c.q. mogelijke nieuwe bebouwing past in zowel het beleid als in het lint.” 2.
Op welke manier wordt het beleid, wat bepalend is voor de afweging, beperkt door hetgeen is opgenomen over historische linten in de Omgevingsvisie (ook met oog op de programma's die gevormd worden vanuit de Omgevingsvisie)? Antwoord: De aanduiding historisch lint geeft een waarde aan een gebied. Deze aanduiding is ook opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (dus niet alleen in Structuurvisie en Omgevingsvisie). Binnen het historisch lint is van alles mogelijk op basis van het bestemmingsplan. In de loop der jaren vinden veranderingen plaats in het beleid (bijvoorbeeld provinciaal) of uitgangspunten. Bij het afwegen of aan een initiatief meegewerkt kan worden ook als het niet rechtstreeks past binnen het bestemmingsplan wordt ook naar deze gewijzigde inzichten gekeken.
Pagina 1 van 2
3.
Op welke wijze vindt de afweging plaats a.d.h.v. het lint? Wat moeten wij ons hierbij voorstellen? Antwoord: Zie ook ons antwoord onder punt 2. Als een initiatief niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt gekeken naar aspecten als: is er sprake van kwaliteitswinst, past het binnen het bestaande stedenbouwkundige lint, lost het een milieuproblematiek op, is het voor het behoud van cultuurhistorie, past het binnen het provinciale beleid, et cetera. Het zijn afwegingen die bij elke afweging plaatsvinden. Bij de linten speelt vaak mee dat deze veelal in het buitengebied zijn gelegen of grenzen aan het buitengebied.
4.
Op welke wijze verandert deze afweging door de kaders in de Omgevingsvisie ten opzichte van de kaders in de Structuurvisie? Antwoord: Niet veel, met dien verstande dat onder de Omgevingswet sprake gaat zijn van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ waar er nu nog gesproken wordt van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Actualisatie Omgevingsvisie De programma’s die gevormd gaan worden, kunnen leiden tot actualisatie van de Omgevingsvisie. Echter is het vaststellen van de programma’s een bevoegdheid van het college van B&W én is het vaststellen van de Omgevingsvisie een bevoegdheid van de gemeenteraad. 5.
Dienen actualisaties van de Omgevingsvisie vastgesteld te worden door de gemeenteraad? Antwoord: Ja, elke actualisatie wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
6.
Zo ja, hoe wordt voorkomen dat een programma en de Omgevingsvisie elkaar gaan tegenspreken (bijvoorbeeld als het college iets besluit in het programma, waar de meerderheid van de gemeenteraad niet positief over besluit bij de actualisatie van de Omgevingsvisie)? Antwoord: Onderdelen in het programma worden vertaald in het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Als in het programma aspecten worden opgenomen waarbij de omgevingsvisie geactualiseerd dient te worden, ligt het voor de hand dat de gemeenteraad hierin aan de voorkant wordt meegenomen.
7.
Welk document (Omgevingsvisie of programma) is (in dit geval) leidend? Antwoord: Het is een drietrapsraket: omgevingsvisie – programma – omgevingsplan. Het laatste heeft een rechtstreekse werking (als het past dan kan het).
Pagina 2 van 2