2023-134664 RV Buurtinitiatieven
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer Portefeuillehouder Onderwerp
: 2023-134664 : C.A.M. de Jong : raadsvoorstel buurtinitiatieven
VOORSTEL: 1. Er kennis van te nemen dat de bestaande praktijk, waarin medewerking aan c.q. toestemming voor buurtinitiatieven wordt verleend, zal worden voortgezet. 2. Ermee in te stemmen dat er met een regeling voorzien wordt in de mogelijkheid van financiële ondersteuning van buurtinitiatieven in de vorm van kleinschalige activiteiten. 3. Voor zowel 2024 als 2025 een budget ad € 25.000 beschikbaar te stellen ten laste van de reserve Raadsinitiatieven. 4. Medio 2025 een evaluatie tegemoet te zien aan de hand waarvan de gemeenteraad een uitspraak kan doen over (al dan niet gewijzigde) voortzetting van de regeling en structurele financiering. BESLUIT: 1. Er kennis van te nemen dat de bestaande praktijk, waarin medewerking aan c.q. toestemming voor buurtinitiatieven wordt verleend, zal worden voortgezet. 2. Ermee in te stemmen dat er met een regeling voorzien wordt in de mogelijkheid van financiële ondersteuning van buurtinitiatieven in de vorm van kleinschalige activiteiten. 3. Voor zowel 2024 als 2025 een budget ad € 25.000 beschikbaar te stellen ten laste van de reserve Raadsinitiatieven. 4. Medio 2025 een evaluatie tegemoet te zien aan de hand waarvan de gemeenteraad een uitspraak kan doen over (al dan niet gewijzigde) voortzetting van de regeling en structurele financiering.
INLEIDING:In de bij de behandeling van de programmabegroting 2023 op 10 november 2022 aangenomen motie M20221110-36 wordt het college gevraagd: • Een raadsvoorstel op te stellen waarin buurtinitiatieven, met als doel het verbeteren van de openbare ruimte en/of sociale cohesie, mogelijk gemaakt worden;| • Dit raadsvoorstel uiterlijk eerste kwartaal (Ql) 2023 voor te leggen aan de gemeenteraad; • Het volgende in het raadsvoorstel te verwerken: • De benodigde gelden inzichtelijk te maken; • De financiële dekking kan gevonden worden in de reserve Raadsinitiatieven, maar hierover beslist de gemeenteraad bij beraadslaging over het gevraagde raadsvoorstel; • Een jaar na inwerkingtrede te evalueren met de gemeenteraad, en hiertoe een overzicht van aanvragen, toewijzingen en afwijzingen (met reden) te verstrekken. In dit voorstel geven wij kort gezegd als volgt een nadere uitwerking aan deze motie. In de bestaande praktijk wordt al medewerking verleend aan buurtinitiatieven voor zover die passen binnen beleid, budgetten en capaciteit. Die praktijk willen we voortzetten zonder dat nader te regelen. Daarnaast kan worden gedacht aan het in geld faciliteren van kleinschalige buurtinitiatieven. Hiertoe is een concept regeling opgesteld. Hiermee kan gedurende 2024 en 2025 als pilotjaren ervaring worden opgedaan.
Aan de hand van een evaluatie zou in 2025 bezien kunnen worden of er behoefte is aan ruimere mogelijkheden. ARGUMENTEN: 1.1. De bestaande praktijk waarin medewerking wordt verleend aan initiatieven zal worden voortgezet. In de praktijk worden er van tijd tot tijd initiatieven door groepen inwoners ingediend via verschillende kanalen. Dergelijke verzoeken worden door onze medewerkers (in overleg met de portefeuillehouder en/of directie) op hun merites beoordeeld. Indien mogelijk wordt binnen de reguliere werkzaamheden en binnen de beschikbare werkbudgetten hieraan medewerking verleend. Een dergelijk verzoek kan toestemming behelzen voor het mogen uitvoeren van onderhoud/beheersactiviteiten. Als voorbeeld kan daarbij gedacht worden aan toestemming voor het beheren door buurtbewoners van een plantsoen, b.v. in het kader van biodiversiteit. De gemeente voert dan zelf geen werkzaamheden uit, maar laat ruimte aan de buurtbewoners tot het in eigen beheer onderhouden/verzorgen. Die toestemming kan voor een bepaalde periode worden verleend, waarna er een evaluatie plaatsvindt en bezien wordt of het wordt voortgezet. In een verzoek kan ook medewerking van de gemeente worden gevraagd. Die medewerking kan bestaan uit het beschikbaar stellen van capaciteit (b.v. inzet van medewerkers van de gemeentelijke wijkteams openbare ruimte) of van
middelen (b.v. plantmateriaal). Die medewerking is meestal een eenmalig iets. Met de huidige werkwijze kan snel en flexibel worden ingespeeld op dergelijke buurtinitiatieven vanuit de insteek “mogelijk maken”. Het stellen van aanvullende kaders is naar onze mening niet nodig en kan wellicht zelfs een ongewenst, beperkend effect hebben. We geven graag ruimte en geloven daarbij in maatwerk. Tevens vertrouwen we op de eigen ontwikkelkracht van de Dongense gemeenschap en partners, daarbij valt te denken aan het recente voorbeeld ‘Pimp je Wijk’. 2.1. Voor kleinschalige initiatieven waarvoor een (start)budget nodig is, wordt een regeling opgesteld.. Aanvullend aan de bestaande praktijk willen wij een regeling vaststellen. Die regeling voorziet in mogelijke financiële ondersteuning van kleinschalige activiteiten, waarvoor de initiatiefnemers een beperkt budget nodig hebben om ‘van de kant te komen’ of deze activiteiten uit te kunnen voeren. We denken hierbij aan een maximum bedrag van € 5.000. Dit betreft initiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie, veiligheid, maatschappelijke betrokkenheid of leefbaarheid in (een gedeelte van) gemeente Dongen. Activiteiten ook die die bijdragen aan een gevoel van eigenaarschap voor de gemeenschap, in die zin dat de betrokkenheid van inwoners bij hun straat, buurt, kern of de hele gemeenschap wordt vergroot.
De werkwijze bij de beoordeling van initiatieven tot kleinschalige activiteiten zien wij als volgt. Onze medewerkers staan goed in verbinding met de lokale samenleving en zijn het aanspreekpunt voor (potentiële) initiatieven van inwoners. Aan de medewerkers is het vervolgens om voorstellen aan het college te doen voor de besluitvorming over het initiatief en beschikbaar stellen van een bijdrage. De desbetreffende medewerker is daarmee ook de gemeentelijke accounthouder van het initiatief, wat onder andere inhoudt het zijn van het aanspreekpunt voor de initiatiefnemers en het verzorgen/regelen van contacten binnen de ambtelijke organisatie. Op deze manier willen we ervoor zorgen dat initiatiefnemers in korte tijd uitsluitsel krijgen over hun initiatief. In een initiatief/aanvraag moet worden aangegeven: 1. Een toelichting wat het initiatief inhoudt. 2. In hoeverre wordt voldaan aan een aantal “harde” eisen: - Er bestaat aantoonbaar draagvlak in de buurt - Er is binnen de reguliere middelen geen dekking - Er is sprake van cofinanciering indien het initiatief/de activiteit zich hiervoor leent - De facilitering vanuit de gemeente is eenmalig en beperkt zich tot maximaal 1 jaar 3.
In hoeverre wordt gescoord op een aantal “zachte” eisen: Het initiatief/de activiteit voegt op de volgende manier waarde toe: - Het stimuleert eigenaarschap van inwoners - Het verbetert de sociale cohesie, leefomgeving en/of de openbare ruimte - Het levert een bijdrage aan het thema duurzaamheid - Er is sprake van een verbetering van de positie van een kwetsbare wijk/groep - Er is sprake van een innovatief en inclusief karakter - Er is sprake van een vliegwieleffect. Het college besluit over een voorstel aan de hand van de onder 2 en 3 gestelde eisen. Aan de harde eisen moet zonder meer worden voldaan. Aan de hand van de zachte eisen wordt de (toegevoegde) waarde van het initiatief geduid. Bij deze werkwijze wordt het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ en ‘op-is-op’ gehanteerd. Een en ander is vertaald in bijgaande ontwerp-regeling. 3.1. De gemeenteraad wordt gevraagd om een uitspraak te doen over het budget. In de motie wordt aangegeven dat financiële dekking kan gevonden worden in de reserve Raadsinitiatieven, maar dat de gemeenteraad hierover beslist bij de beraadslaging over het gevraagde raadsvoorstel; Gezien het moment van besluitvorming in het jaar en het belang van een goede introductie van de regeling voor buurtinitiatieven stellen wij voor de pilot met ingang van 2024 te starten en door te laten lopen in 2025.
Wij gaan ervan uit dat voor elk van beide jaren een werkbudget van € 25.000 volstaat. Het gaat hierbij vooralsnog om incidentele budgetten. Deze kunnen uit de reserve Raadsinitiatieven worden gedekt. Na evaluatie kan besloten worden om met ingang van 2026 structureel middelen in te zetten. 4.1. De uitvoering van de regeling wordt medio 2025 geëvalueerd. In 2024 en 2025 zal bij wijze van pilot ervaring worden opgedaan met de financiële regeling voor buurtinitiatieven. Medio 2025 ontvangt de raad een terugkoppeling waarin is opgenomen welke initiatieven tot dan toe zijn gefaciliteerd en welke initiatieven níet. Weliswaar is op dat moment nog niet de gehele pilotperiode verstreken, maar wij verwachten dat er dan voldoende ervaring zal zijn opgedaan om een goed beeld te hebben over de werking en meerwaarde van de regeling. Dat stelt uw raad in de gelegenheid om bij de behandeling van de ontwerp-begroting 2026 een besluit te nemen over het beschikbaar stellen van structurele middelen. Overigens zullen wij uw raad ook in de loop van 2024 een eerste, tussentijds beeld geven van de toepassing van de regeling.
Uit die evaluatie medio 2025 moet het volgende naar voren komen: - Hoeveel, welke/wat voor soort initiatieven kwamen in aanmerking voor een bijdrage? - Hoeveel initiatieven zijn daadwerkelijk gehonoreerd? - Hoe wordt het proces van ondersteuning ervaren door de betreffende initiatiefnemers, de behandelend ambtenaar, het college? - Aan welke maatschappelijke doelen hebben de initiatieven daadwerkelijk bijgedragen? - Hebben de initiatieven (en het faciliteren daarvan) bijgedragen aan een gevoel van eigenaarschap van inwoners voor de gemeenschap? Aan de hand van de evaluatie zal vastgesteld kunnen worden of de regeling voorziet in een maatschappelijke behoefte en meerwaarde heeft, en verder of er argumenten zijn voor ruimere mogelijkheden. Een en ander kan dan vertaald worden in een structureel budget in de programmabegroting 2026.
KANTTEKENINGEN: 4.1 De evaluatie zou meer aspecten kunnen c.q. moeten omvatten. Bij de evaluatie kunnen naast de ervaringen met buurtinitiatieven ook andere ontwikkelingen op het vlak van inwoner/wijkgericht werken worden betrokken. Er is, naast de wens van de raad om buurtinitiatieven mogelijk te maken, een aantal ambities geformuleerd en initiatieven genomen op het gebied van inwonerparticipatie en democratische vernieuwing. Zo is er uit de gemeenteraad een commissie democratische vernieuwing ingesteld, zijn er wijkwethouders, heeft de raad gevraagd om brede wijkschouwen, ligt er de wens naar een onderzoek naar externe communicatie, is er behoefte aan toekomstbestendige wijk- en dorpsraden, en zo zijn er wellicht nog meer onderwerpen op dit vlak te noemen. Op dit moment worden allerlei onderwerpen die liggen op het vlak van wijk/inwonergericht werken op ad hoc basis geïnitieerd. Het verdient aanbeveling adeze onderwerpen in samenhang en vanuit een gezamenlijke visie van raad, college en directie op te pakken en in praktijk te brengen. Op die manier kunnen we als één gemeente handelen in het samenspel met onze inwoners. Een integrale aanpak is ook nodig omwille van de uitvoerbaarheid.
FINANCIËN: In de motie wordt aangegeven dat financiële dekking kan gevonden worden in de reserve Raadsinitiatieven, maar dat de gemeenteraad hierover beslist bij de beraadslaging over het gevraagde raadsvoorstel. Voor zowel 2024 als 2025 zou een bedrag ad € 25.000 uit de reserve Raadsinitiatieven beschikbaar kunnen worden gesteld. Bij (al dan niet gewijzigde) voortzetting kan het structurele budget worden opgenomen in de programmabegroting 2026 (waarmee het beroep op de reserve raadsinitiatieven alsdan komt te vervallen). COMMUNICATIE: De regeling zal openbaar bekend worden gemaakt. Via de gebruikelijke kanalen zal aandacht worden besteed aan de mogelijkheid om voor buurtinitiatieven een beroep te doen op financiële ondersteuning. VERVOLG: Na bekendmaking van de regeling zullen op de hiervoor aangegeven wijze buurtinitiatieven in behandeling worden genomen en gefaciliteerd. BIJLAGEN: Ontwerp Regeling stimuleringsbudget buurtinitiatieven Dongen 2023. Concept raadsbesluit.