CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-128690 Bijl2- Nadere toelichting belangrijkste wijzigingen

Besluitvormende raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Wmo Gemeente Dongen 20231.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere toelichting belangrijkste wijzigingen Verordening Wmo 2023 • Artikel 10, 1e lid: de maatwerkvoorziening voor begeleiding bij zelfredzaamheid en participatie is aangepast aan de nieuwe vorm waarin dit georganiseerd is bij de contractpartners. De rol van het voorliggend veld is verbreed en versterkt waardoor de maatwerkvoorziening alleen nog wordt ingezet voor de ondersteuning die echt niet anders kan worden ondervangen. • Artikel 10, 2e lid onder b en c: bij woningaanpassingen wordt meegewogen of een client kan verhuizen naar een geschikte of een gemakkelijk geschikt te maken woning. Dit wordt alleen toegepast als de woningaanpassing een in het besluit maatschappelijke ondersteuning vastgesteld bedrag te boven gaat. Hierbij wordt een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij ook gekeken wordt naar het belang van de client. Hiermee wordt geregeld dat voor woonvoorzieningen de goedkoopst compenserende oplossingen worden ingezet. Ook wordt daarbij rekening gehouden met de eigen verantwoordelijkheid en worden inwoners gestimuleerd om op eigen kracht te zorgen voor een geschikte woning die passend is bij de leefsituatie. • Artikel 10, 4e lid onder b: de reikwijdte van Wmo-vervoersvoorzieningen wordt beperkt tot 1500 kilometer op jaarbasis. Dit heeft met name betekening voor het Regiovervoer. Tot nu toe werd een maximum van 2000 kilometer op jaarbasis aangehouden.

Het beperken van het aantal Wmovervoerskilometers is een van de maatregelen om grip op de kosten van het Wmo vervoer te krijgen. Het vervoer voldoet daarmee nog steeds aan de compensatieplicht die gemeenten hebben. • Artikel 11 en 12, 2e lid: voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en begeleiding (zorg in natura) wordt geen separatie beschikking afgegeven door de gemeente. Het plan van aanpak van de samenwerkingspartner die hiervoor gemandateerd wordt, is de beschikking. • Artikel 13, 3e en 4e lid: veranderd is dat het pgb niet meer mag worden besteed aan kosten voor een feestdagen uitkering en een eenmalige uitkering en ook dat het pgb geen vrij besteedbaar deel bevat. De reden van deze wijziging is dat het pgb bedoeld is voor het inkopen van ondersteuning en niet voor andere doeleinden zoals inkomen. • Artikel 13, 5e lid: dit is toegevoegd om te voorkomen dat zorgaanbieders cliënten werven en al starten met het leveren van zorg, voordat het college een onderzoek heeft kunnen doen naar de noodzaak en voorwaarden van het pgb. Hiermee voorkomen we dat zorgaanbieders druk kunnen uitoefenen om een pgb aan te vragen en/of toe te kennen. • Artikel 14, Onderscheid formele en informele hulp: er is een duidelijker onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van formele en informele hulp.

In de uitvoering komt het voor dat er discussies ontstaan tot welke groep een zorgverlener moet worden gerekend. De criteria voor formele hulp zijn daarom verder aangescherpt. Tot nu toe hanteerden we twee verschillende pgb tarieven voor formele zorgaanbieders met personeel in loondienst (100% van zorg in natura) en voor formele gekwalificeerde ZZP-ers (75% van zorg in natura). Dit onderscheid laten we los omdat het de uitvoerbaarheid vereenvoudigt en omdat een pgb tarief van 85% van het tarief in natura voor zowel grotere als kleinere aanbieders reëel is. Voor het professioneel tarief geldt dat de professional beschikt over een passende opleiding. Hiervoor gelden dezelfde eisen als bij zorg in natura. De zorgverlener verklaart gekwalificeerd te zijn voor de diensten die hij levert. • Artikel 15, lid 4, 5 en 6: de hoogte van de pgb-tarieven zijn aangepast op grond van de nieuwe beleidsuitgangspunten en nieuwe tarieven van zorg in natura. Zorgverleners laten zich onderscheiden in twee categorieën: professionele zorgverleners die vanuit een bedrijf de zorg verlenen en de zogenaamde informele zorgverleners die de zorg niet beroepsmatig verlenen. Hun betrokkenheid komt, zoals de naam al zegt, veelal voort uit hun verhouding tot de klant. Het kan gaan om directe familieleden maar ook om een buur of kennis.

De tarieven voor professionele zorgverleners zijn gekoppeld aan het zorg in natura tarief. De tarieven voor de informele zorgverleners willen we koppelen aan het wettelijk minimumloon. We gaan hier wel wat boven zitten, te weten 125% van het wettelijk minimumloon. Onder de argumenten 1.2 en 1.3 in het collegeadvies en in het raadsvoorstel wordt dit toegelicht.

Nadere toelichting van de doelen die genoemd zijn onder argument 1.3: a. Normaliseren betekent dat het normaal is om problemen en beperkingen die men ervaart zoveel mogelijk op eigen kracht en met hulp van het sociale netwerk op te lossen. Voor het verlenen van informele zorg past een tarief dat het informele karakter van de ondersteuning benadrukt en dus in een juiste verhouding staat met wat professionals verdienen. b. Het doel van het pgb is zorg voor budgethouders is niet bedoeld is als inkomensvoorziening voor zorgverleners. Een aanzuigend effect van onbetaald naar betaalde ondersteuning moet zoveel als mogelijk voorkomen worden. Hoge tarieven voor informeel pgb kunnen in die zin een ongewenste perverse prikkel vormen. c. De tarieven pgb informeel zijn nu relatief hoog ten opzichte van andere gemeenten en regio’s. Door het pgb-tarief te verlagen sluit het pgb-tarief niet alleen beter aan bij de principiële uitgangspunten zoals geduid onder a en b maar wordt ook recht gedaan aan het principe om zorgvuldig om te gaan met de middelen. Geadviseerd wordt om het formele tarief vast te stellen op 85% van de kostprijs in natura voor begeleiding. Geadviseerd wordt het informele tarief op 125% van het wettelijk minimumloon (WML).

Voor huishoudelijke ondersteuning wordt geadviseerd om voor zowel formele als informele zorgverleners het pgb op 125% van het wettelijk minimumloon vast te stellen. • Artikel 20: verrekening van een terug te vorderen bedrag met betalingen op grond van de wet die nog uitgekeerd moeten worden, met name pgb. Dit artikel is nieuw in de verordening en is een aanvulling op de mogelijkheid van herziening en terugvordering op grond van artikel 2.3.10 en artikel 2.4.1 lid 1 van de wet. Dit is een meer technisch-juridische aanpassing. • Artikel 21, 5e lid: De kwaliteitseisen van aanbieders die via een pgb werken zijn aangescherpt en zijn gelijk gesteld met de kwaliteitseisen van gecontracteerde aanbieders. • Artikel 29: bevat een algemene bepaling over de bevoegdheid van het college om maatwerk te leveren als de uitvoering daar om vraagt. Niet elke denkbare situatie die zich in de praktijk kan voordoen kan immers in de verordening of in beleidsregels worden vastgelegd. Deze bepaling geeft handelingsruimte aan het college zonder meteen de hardheidsclausule toe te hoeven passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12861258/1