2023-127650 Bijl2- Was-wordt-tabel wijziging Financiele
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging Financiële Verordening 2023 Gemeente Dongen In de nieuwe Financiële Verordening zijn de nieuwe woorden vet gedrukt. In de bestaande tekst zijn de woorden waaraan iets verandert of die verdwijnen onderstreept. In de gehele verordening wordt ‘het college’ vervangen door ‘burgemeester en wethouders’. In de gehele verordening wordt ‘hoofdstuk’ vervangen door ‘paragraaf’. Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording is volledig nieuw. Artikel 7. Jaarstukken is volledig nieuw. De paragraafnamen worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Hoofdstuk 2: Begroting en verantwoording Hoofdstuk 3: financieel beleid Hoofdstuk 4: Paragrafen Hoofdstuk 5: Financiële organisatie en financieel beheer Hoofdstuk 6: Slotbepalingen
Nieuwe tekst Paragraaf 1. Algemene bepalingen Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Paragraaf 4. Financieel beleid Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1: Begripsbepaling
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities
Inkomsten : totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; Programma een samenhangend geheel van thema's c.q. activiteiten om beoogde maatschappelijke doelen te bereiken en waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld; Taakvelden landelijke eenheden waarin de programma's zijn onderverdeeld; -
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2: Programma-indeling
Nieuwe tekst Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3: Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken wordt in het programmaplan respectievelijk
Nieuwe tekst Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
beleidsverslag het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar weergegeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en
b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten afzonderlijk weergegeven.
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4: Kaders begroting 1. Het college biedt aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting.
Nieuwe tekst Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden voor 15 juni aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast.
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5: Autorisatie begroting en investeringsbudgetten
Nieuwe tekst Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 2. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de investeringskredieten die in het begrotingsjaar ingaan.
3. Investeringskredieten hebben een jaaroverstijgend karakter. Dit betekent dat binnen investeringskredieten niet wordt gewerkt met jaarschijven. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6: Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages ten minste twee maal per jaar gedurende het lopende boekjaar over de realisatie van de begroting van de gemeente.
Nieuwe tekst Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages ten minste twee maal per jaar over de realisatie van de begroting van de gemeente.
2. De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. De baten en lasten per programma, waaronder algemene dekkingsmiddelen en overhead; b. Het totale saldo van de baten en lasten volgend uit onderdeel a; c. De (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; d. Het resultaat, volgend uit de onderdelen b en c; en e. De realisatie en raming van de uitputting van de investeringsbudgetten. 3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van programma's en investeringsbudgetten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht.
2. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht.
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7: EMU-saldo
Artikel 8. EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel 7. Jaarstukken 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het Raadsbesluit over het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat worden restantmiddelen niet overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar.
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8: Waardering en afschrijving vaste activa 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en termijn zoals vermeld in de bijlage bij deze verordening.
Nieuwe tekst Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.
2. Kosten voor het herfinancieren van geldleningen worden als immateriële vaste activa gewaardeerd en geactiveerd. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als onderdeel van de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9: Voorziening oninbare debiteuren 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande
Nieuwe tekst Artikel 14. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen betreffende opgelegde heffingen en vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende opgelegde heffingen en bijstandsverstrekking wordt een voorziening gevormd ter grootte van een berekening op basis van ouderdomsanalyse.
beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende bijstandsverstrekking wordt een voorziening gevormd ter grootte van een berekening op basis van ouderdomsanalyse.
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10: Reserves en voorzieningen 1. Het instellen van een reserve respectievelijk voorziening gebeurt bij besluit van de raad. In het raadsbesluit worden in ieder geval de volgende bestanddelen opgenomen: het doel, de voeding, de hoogte en (het verloop) van de toevoegingen en onttrekkingen.
Nieuwe tekst Artikel 15. Reserves en voorzieningen 1. Het instellen van een reserve respectievelijk voorziening gebeurt bij besluit van de raad. In het raadsbesluit worden in ieder geval de volgende bestanddelen opgenomen: het doel, de voeding, de hoogte en (het verloop) van de toevoegingen en onttrekkingen. Daarnaast kan een maximale looptijd worden benoemd.
2. Er wordt geen rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen gevormd. 5. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 6. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11: Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen
Nieuwe tekst Artikel 16. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik
voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
zijnde activa betrokken.
2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken.
4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsplichtige activiteiten toegerekend.
4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorie 1.1. Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een opslagpercentage over de toegerekende overheadkosten, waarbij de berekende overheadkosten worden afgezet tegen de totale personeelslasten (de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel).
7. In de programmabegroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 8. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij
7. In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van
projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12: Prijzen economische activiteiten
Nieuwe tekst Artikel 17. Prijzen economische activiteiten
1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder
5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan
dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13: Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen
Nieuwe tekst Artikel 18. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14: Financieringsfunctie
Nieuwe tekst Artikel 19. Financieringsfunctie
2. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd, en 3. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden. 4. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het
college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het publieke belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties 5. Bij het verstrekken van garanties worden de risico’s voor de gemeente gekwantificeerd en de uitkomst wordt betrokken bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15: Paragrafen 2. In de paragraaf lokale heffingen neemt het college daarnaast ook op: a. De berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 11, zesde lid; b. De berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 11, zesde lid;
Nieuwe tekst Artikel 20. Paragrafen 2. In de paragraaf lokale heffingen neemt het college daarnaast ook op: a. De berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 15, zesde lid; b. De berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 16, zesde lid;
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16: Administratie
Nieuwe tekst Artikel 21. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, etc; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende exploitatiebudgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
f.
het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17: Financiële organisatie 1. Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende exploitatiebudgetten en investeringsbudgetten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;
f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
Nieuwe tekst Artikel 22. Financiële organisatie 1. Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Bestaande tekst Artikel 18: Interne controle
Nieuwe tekst Artikel 23. Interne controle
1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.