20221013-05 TV D66 UKose ANTW- Verplichte participatie Omgevingswet
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a a g Naam:
Ulas Kose
Datum: 4 oktober 2022 Onderwerp:
Aanwijzen gevallen verplichte participatie Omgevingswet
Portefeuillehouder:
I.C.H. Jansen
Behandeland ambtenaar: C. Gorissen / J.H. Rijken-de Haan
Vraag / vragen Uit het raadsvoorstel volgt dat een lijst met verplichte participatie wordt aangwezen in het geval van een aantal categoriëen, geïnspireerd door de kruimelgevallenregeling. Deze lijst bevat onder meer een aanwijzing in het geval van duurzame energie (zonneparken, windmolens en infrastructurele voorzieningen). De Raad van State oordeelt dat in gemeentelijk beleid kan worden vastgelegd dat er sprake is van een verplichting om participatie te bevorderen en dat wanneer dat niet is vastgelegd het niet kan worden tegengeworpen. 1. Kent het college de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2019 waarin de maatstaf voor de participatieverplichting is aangelegd? Zo nee, leidt deze uitspraak tot een heroverweging van het raadsvoorstel en als dat niet het geval is waarom niet? Antwoord: Het zaaknummer ontbreekt, hierdoor kunnen wij niet met zekerheid zeggen om welke zaak het gaat. Als het uitspraak 201805972/1/R1, d.d. 18 december 2019 betreft, gaat dit om het niet vaststellen van een bestemmingsplan door de raad omdat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak was. Deze uitspraak is niet relevant voor dit raadsvoorstel. Het voorliggend raadsvoorstel gaat over het aanwijzen van categorieën waarbij participatie verplicht wordt gesteld als medewerking wordt verleend middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Mocht de vraag betrekking hebben op een andere uitspraak, dan vernemen wij graag het zaaknummer. De zonneparken op bedrijventerreinen worden uitgezonderd van de participatieverplichting. Dit terwijl ook (MKB) bedrijven zouden kunnen participeren in zonneparken. 2. Is het voor het college inzichtelijk in hoeverre bedrijven in de gemeente Dongen, gevestigd op bedrijventerreinen, interesse hebben in het participeren in
Pagina 1 van 3
zonneparken? Zo ja, hoe ziet die interesse eruit? Zo nee, is het college bereid om dat inzicht te verwerven? Antwoord: onderhavig raadsvoorstel gaat over een andere vorm van participatie dan D66 bedoelt. Het raadsvoorstel gaat om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij de raad heeft aangegeven dat participatie verplicht is. Hierbij moet de aanvrager dus aangeven hoe hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. Daarnaast moet hij duidelijk maken wat er uit die omgevingsdialoog is gekomen. In het licht hiervan kunnen wij bovenstaande vraag niet plaatsen. Zonder participatieverplichting kan er niet op de participatie door (MKB) bedrijven en inwoners in de omgeving van het bedrijventerrein worden gestuurd. 3. Is er afstemming met Energie Dongen geweest rondom deze keuze en wat is de visie van Energie Dongen hierop geweest? Zo nee, waarom is Energie Dongen niet betrokken in deze afweging? Antwoord: zie het antwoord onder 2. 4. Is er op dit moment concrete belangstelling van initiatiefnemers of ontwikkelaars om zonneparken op bedrijventerreinen te realiseren in Dongen? Zo ja, in hoeverre heeft deze belangstelling meegespeeld bij de afweging om zonneparken op bedrijventerreinen niet aan te wijzen? Antwoord: zie het antwoord onder 2. Het college geeft in de begroting aan te willen gaan participeren in het Publiek Ontwikkelbedrijf.
Zij kan participeren in ontwikkelingen van zonneparken op bedrijventerreinen. 5. Wat is de visie van het college op het participeren van het Publiek Ontwikkelbedrijf in zonneparken in Dongen? Antwoord: zie het antwoord onder 2. 6. Is het college van mening dat een participatieverplichting met betrekking tot zonneparken op bedrijventerreinen kan bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het Publiek Ontwikkelbedrijf? Zo nee, waarom niet? Antwoord: zie het antwoord onder 2.
Pagina 2 van 3
In de aanwijzing heeft het college onder actuele thema’s ‘recreatie’ opgenomen. 7. Welke (potentiële) ontwikkelingen zijn als actueel in beeld bij het college? Antwoord: het college ontvangt geregeld verzoeken voor (verblijfs)recreatieve ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een Bed&Breakfast, een camperplaats of een paardenpension. Het college neemt op in de participatieaanwijzing op dat participatie aan de orde komt bij het oprichten en gebruiken van onroerend goed in het kader van arbeidsmigranten. Het college stelt dat dit in overeenstemming is met de Beleidskader tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten. 8. Is het college van mening dat het Beleidskader tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten zowel op oprichten (thans artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo) als gebruiken (thans artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo) betreft? Zo nee, waarom is het college van mening dat er sprake is van een aansluiting bij het beleidskader? Antwoord: Het Beleidskader tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten 2022 ziet zowel op het oprichten als gebruiken van gebouwen t.b.v. de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De beleidsregel wordt aangemerkt als beleidsregel voor het buitenplans afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen derhalve onder de categorieën van gevallen van verplichte participatie.
Pagina 3 van 3