CConstaterende datDongen
Koppel je AI →
Document · PDF

20221013-04 TV D66 GCamfferman ANTW- Erfgoedverordening

Besluitvormende raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente DongenBij agendapunt: Raadsvoorstel 2022-014563 Erfgoedverordening 20231.135 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Te c h n i s c h e v r a a g Naam:

Gitta Camfferman

Datum: 4 oktober 2022 Onderwerp:

Erfgoedverordening 2023 (wijziging ivm Omgevingswet)

Portefeuillehouder:

C.A.M. de Jong

Behandeland ambtenaar: John Schellekens Vraag / vragen Naar aanleiding van de erfgoedverordening 2023 (wijziging ivm Omgevingswet) had D66 Dongen nog een paar vragen: 1. Onder artikel 13 wordt gesproken over de instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten. a. Wordt er met betrekking tot de instandhoudingsplicht nog een aanvullende beleidsregel op gemaakt? b. Zo nee, waarom niet? Antwoord: De instandhoudingsplicht is voor gemeenten als bevoegd gezag een expliciet handvat om met eigenaren in gesprek te gaan. Een gemeente kan een eigenaar op basis van de plicht bijvoorbeeld aanspreken op een niet onderhouden en kapot dak, dat weer en wind vrij spel geeft, waardoor het rijksmonument verder wordt aangetast. Zo nodig kunnen gemeenten via het bestuursrecht en/of via het strafrecht handhavend optreden om het noodzakelijk onderhoud af te dwingen. De wetgever heeft er voor gekozen dat niet voldoen aan de instandhoudingsplicht ook een strafbaar feit is waarvan aangifte kan worden gedaan. Deze handhaving moet proportioneel zijn. Dit houdt in dat de gemeente niet moet wachten tot het moment waarop instandhouding alleen nog te realiseren is met een alomvattende restauratie, maar zij hoort ook niet bij elk ontbrekend likje verf bij de eigenaar op de stoep te staan.

Het beleid van veel gemeenten voor gemeentelijke monumenten is veelal rechtstreeks op dat voor rijksmonumenten geïnspireerd. Zo is sinds de Model Erfgoedverordening uit 2016 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten en een strafbepaling opgenomen. De Rijksdienst (RCE) heeft een handreiking instandhoudingsplicht (rijksmonumenten) voor gemeenten gepubliceerd. De handreiking gaat dieper in op de instandhoudingsplicht, wanneer een eigenaar voldoet aan de plicht en geeft Pagina 1 van 4

een stappenplan voor de preventie en handhaving van de plicht. Het ligt niet in de bedoeling om hier een aanvullende beleidsregel voor te maken omdat het bij monumenten altijd om maatwerk gaat. Indien gewenst kan in de toelichting worden opgenomen dat we de handreiking van de RCE volgen (I06-005 Handreiking gemeenten LR.pdf (vng.nl)). 2. Onder artikel 14 wordt onder meer gesproken over inpandige aanpassingen van een gemeentelijk monument. Daarbij wordt geregeld dat in het geval de aanpassing ‘uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft’ geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. a. Heeft het college zicht op de gevolgen van deze bepaling voor het aanwijzen van monumenten in Dongen? Antwoord: De aanwijziging is afhankelijk van meerdere aspecten zoals benoemd in Bijlage I van Erfgoedverordening. De inpandige wijzigingen van onderdelen zonder monumentale waarde heeft geen doorslaggevende invloed op het aanwijzen van monumenten. b. Hoe is het college van plan toezicht te houden op aanpassingen van gemeentelijke monumenten? Antwoord: U als raad heeft het ‘Beleid Preventie, Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2021-2024 (PVTH)’ vastgesteld. Jaarlijks wordt het uitvoeringsprogramma vastgesteld. In dit uitvoeringsprogramma is aangegeven dat erfgoed een lage prioriteit heeft. Gelet op de personele bezetting is niet de verwachting dat dit aandacht kan krijgen. c.

Hoe moeten wij ‘uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft’ interpeteren en is het college van plan om een beleidsregel vast te stellen met betrekking tot de definiëring van ‘van belang zijnde voor de monumentenzorg’? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie antwoord bij vraag 1, laatste alinea. Vanuit Monumentenbeleid stellen wij ons pro-actief en faciliterend op naar onze monumenteneigenaren. Wij (ambtenaar + vertegenwoordiging van monumentencommissie) gaan op verzoek ter plaatse langs om samen met de eigenaren hierover te praten en te zoeken naar oplossingen. 3. Onder artikel 16 wordt gesproken over kerkelijke monumenten. Hier staat: ‘Een omgevingsverhunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar’. Een kerkelijk monument wordt volgens die definitie in de Erfgoedwet (i) in eigendom gehouden door een kerkelijk genootschap of een gelijk gesteld lichaam en (ii) gebruikt tot (overwegend) geloofsbelijdenis.

Pagina 2 van 4

a. Betekent dit dat het college geen vergunning verleend zonder instemming van het kerkelijk genootschap of gelijk gesteld lichaam? Antwoord: klopt, zonder instemming wordt het een weigering. b. Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de scheiding tussen kerk en staat? Antwoord: Goede en terechte vraag. Met scheiding van kerk en staat wordt bedoeld dat in een land de staat en de kerk geen invloed op elkaar uitoefenen. De staat zegt dus niet wat de kerk moet geloven en de kerk probeert geen wetten te veranderen. Dit is in artikel 16 ook niet aan de orde. Op dit moment staat in artikel 3.2a Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) al opgenomen dat overleg noodzakelijk is alvorens een een beslissing op de aanvraag wordt genomen. Als de wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in het geding zijn dan wordt er geen beslissing genomen dan in overeenstemming met de eigenaar. Dit zal zo ook met de Omgevingswet (artikel 16.58) gaan gelden zodra deze in werking is getreden. De VNG heeft ervoor gekozen om met ‘in overeenstemming’ te werken en niet met overleg. Indien gewenst kunnen we de tekst van de komende Omgevingswet in de erfgoedverordneing opnemen (amendement?): 1.

Voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit en het rijksmonument of voorbeschermde rijksmonument een kerkelijk monument is als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, neemt het bevoegd gezag pas een beslissing na overleg met de eigenaar. 2. Voor zover het gaat om een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, beslist het bevoegd gezag alleen in overeenstemming met de eigenaar. Er is contact geweest met de VNG en we zijn NIET in strijdt met enige regelgeving als we de tekst aanpassen of weglaten. We moeten ons echter altijd houden aan de wet wat betekent dat artikel 16.58 Ow altijd gevolgd moet worden na inwerkingtreding Ow. Mijn advies: tekst Ow minimaal aanhouden. 4. Onder artikel 22 wordt gesproken over Toezichthouders, die het college kan aanwijzen. a. Hoe moeten wij de uitvoering hiervan zien? Antwoord: Het toezicht ligt bij het bevoegd gezag (gemeente Dongen). Op grond van het eerder genoemde uitvoeringsprogramma wordt hieraan uitvoering gegeven. Toezicht op erfgoed heeft lage prioriteit. Het college kan beslissen om het toezicht op het erfgoed uit te besteden.

Pagina 3 van 4

b. Aan wie wordt gedacht om hieraan uitvoering te geven en hoe verhoudt zich dit tot de handhavingscapaciteit in de organisatie? Antwoord: Uitbesteding is niet aan de orde en derhalve is er ook niet gedacht aan wie hieraan uitvoering te laten geven. Het is een optie waar het college voor kan kiezen. Dat kan feitelijk iedereen zijn die het college geschikt vindt maar je zou kunnen denken aan een omgevingsdienst, overeenkomst met andere gemeente die het toezicht uitvoerd, etc.

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11928233/1