20220922-02 TV VPD GJvanBroekhoven ANTW- 1e Begrotingswijziging 2022 BWB
Tekst van het document
Technische vraag Naam:
Gert-Jan van Broekhoven
Datum: 12-09-2022 Onderwerp:
Raadsvoorstel 2022-015037 1e Begrotingswijziging 2022 BWB
Portefeuillehouder:
I.C.H. Jansen
Behandeland ambtenaar: Daan Danen Vragen Het ziekteverzuimpercentage is erg hoog. 1) Kan dit verzuimpercentage worden onderverdeeld in langdurig ziekteverzuim en kortdurend ziekteverzuim? a) Zo ja, wat zijn deze percentage dan b) welke (beheers)maatregelen worden vervolgen genomen om deze percentages terug te dringen en is dit ook realistisch mogelijk? Graag een toelichting hierop. c) Zo nee waarom niet? Antwoord: Kort <11 dagen 1,24%
Middellang 11 t/m 30 dagen 1,65%
Lang >30 dagen 7,73%
Door de teammanagers wordt, samen met de bedrijfsarts en HR, intensief gestuurd op vermindering van verzuim. Elke 14 dagen is er spreekuur van de bedrijfsarts waarbij de teammanager aansluit om afspraken goed op elkaar af te stemmen. Uiteraard volgen we alle verplichte stappen in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter, echter, we doen meer dan dat. Teammanagers zijn met grote regelmaat met hun medewerkers in contact en zoeken waar mogelijk naar maatwerk-oplossingen in samenspraak met HR. Helaas is het niet in alle situaties mogelijk om invloed uit te oefenen op (snel) herstel en inzetbaarheid, maar waar dat wel zo is, worden afspraken gemaakt over re-integratie en/of wordt ingezet op specifieke ondersteuning. Alles is gericht op het zo spoedig en efficiënt vormgeven van de re-integratie, zowel in Spoor 1 als in Spoor 2. Een hoog ziekteverzuim leidt o.a. tot veel externe inhuur. Dit betekent hogere kosten inleen/inhuur. Gezien de krappe arbeidsmarkt zal dit de komende maanden niet snel verbeteren.
Pagina 1 van 2
2) Hoe tracht het bestuur van de BWB dit probleem te kunnen gaan beperken zonder steeds de deelnemersbijdrage van de gemeente op te moeten hogen? Is er al een actieplan/visie hoe hiermee wordt omgegaan danwel welke potentiële (on) mogelijkheden er zijn om dit te beperken. Graag een nadere toelichting hierop. Antwoord: Vooropgesteld moet worden dat de financiële uitzetting in grote lijnen binnen de kaders van de Kadernota blijven. Getoetst aan die Kadernota is de financiële uitzetting dus beperkt. Door de begroting te corrigeren voor het veel hoger uitvallende inflatiepercentage, conform de Kadernota, is te zien dat de bedrijfsvoering financieel grotendeels in lijn blijft met die kaders. De ontwikkeling van de proceskostenvergoedingen (a.g.v. De opkomst van de NCNP-bedrijven, versterkt door een uitspraak van de Hoge Raad) is een ander vraagstuk wat op landelijk niveau, samen met o.a. De VNG en de UvW wordt geadresseerd. De BWB speelt hierin een actieve rol. Inmiddels heeft de BWB veel energie gestoken in de implementatie van het nieuwe belastingpakket. Als vervolg daarop wordt gewerkt aan efficiencyverhogende maatregelen. Werkprocessen worden efficiënter ingericht, waarbij mede gebruik gemaakt wordt van robotisering en machinelearning. 3) Loon op Zand wordt voorgesteld om toe te laten treden tot de BWB.
Dit betekent dat extra capaciteit nodig is om deze gemeente te kunnen laten deelnemen. Op dit moment is er al geen/onvoldoende capaciteit, dus zal dit vermoedelijk moeten worden ingehuurd? a) Betekent dit dan extra kosten? b) Zo ja worden deze dan volledig gecompenseerd door de deelnemersbijdrage Loon op Zand? c) Zo nee komen deze dan voor rekening volgens de verdeelsleutel van de overige aangesloten gemeenten? Zo ja, wat zijn deze kosten dan? d) Kortom hoe vindt de financiële dekking plaats van deze toetredende gemeente? Antwoord: Naar alle waarschijnlijkheid zal de deelnemersbijdrage van Loon op Zand aanzienlijk hoger liggen dan de additionele kosten voor de BWB. Ook indien de toetreding zou leiden tot extra inhuur. De toetreding leidt, met andere woorden, ook in die situatie tot een financieel voordeel voor de bestaande deelnemers.
Pagina 2 van 2