20220630-06 TV CDA SSips ANTW- Jaarrekening 2021
Tekst van het document
Technische vraag Naam:
Stijn Sips
Datum: 21-06-2022 Onderwerp:
2022-009096 Jaarrekening 2021
Portefeuillehouder:
René Jansen
Behandelend ambtenaar: Joost van Boekel
Vraag / vragen Pagina 6: 1) Waarom is er € 60.000 minder uitgegeven aan minima beleid? Antwoord: Dit antwoord is weergegeven op pagina 39 van de jaarrekening. Onderbenutting van het minimabudget (Meedoenregeling) komt doordat bewoners hun Meedoenbudget niet volledig hebben kunnen inzetten i.v.m. de coronamaatregelen (niet alles was open). Pagina 58 en 59: Een wisselend beeld van het onderhoudsniveau van het groen gedurende het jaar. 2021 was een uitdagend jaar qua onkruidbestrijding. We hebben vooral in de zomerperiode niet overal het gewenste beeld verkregen, enerzijds door capaciteitsproblemen vanwege corona(maatregelen) en anderzijds door zeer groeizaam weer. Aan de andere kant is het kwaliteitsniveau van het centrum en wijken gestegen in 2021 t.o.v. 2019. 2) Hoe verhouden deze uitspraken zich tot elkaar? Antwoord: Antwoord: De meetsystematiek is beide jaren gelijk geweest. Wel is het zo dat in 2019 4x per jaar werd gemeten, in de periode maart, mei, juli en september, terwijl in 2021 elke maand is gemeten, dus ook in de winterperiode. Aangezien de onkruiddruk in de winter minder hoog is zou dat het gemiddelde wellicht omhoog kunnen halen. De getallen in de tabel geven het percentage aan wat voldoet aan het betreffende niveau. Voor de wijken gold in 2019 dat 22% voldeed aan B (streefniveau), 18 % een te lage kwaliteit had, maar 60% op A (boven het streefniveau B) lag.
In 2021 is daarin een verschuiving te zien. Er ligt meer op het streefniveau B, maar minder op A en minder op C. Het is dus niet zo dat over het geheel de kwaliteitsniveaus
Pagina 1 van 3
een stuk hoger liggen. Feitelijk voldoet het jaar 2021 meer aan het vastgestelde ambitieniveau dat het onderhoudsniveau in de wijken op B stelt.
Pagina 65: In 2020 is de berekeningsmethodiek van de apparaatskosten geactualiseerd. Hierbij is gebleken dat voorgaande jaren de berekening niet volledig is geweest. De kosten zijn er altijd geweest, maar werden in de eerdere methodiek niet meegenomen in de berekening. 3) Waar werden de extra kosten dan eerder geboekt of weggehaald? Antwoord: Voor de berekening van deze indicator worden verschillende kosten uit de administratie gehaald en bij elkaar opgeteld. In de eerdere berekeningen werden enkele kostensoorten, die wel gewoon in de administratie waren opgenomen, ten onrechte niet meegenomen in de berekening. We zijn tot inzicht gekomen dat deze kosten alsnog in de berekening moeten worden meegenomen. Pagina 67: In 2021 zijn een aantal mensen gedetacheerd bij een andere gemeente. De vergoeding die daarvoor is ontvangen is eerder niet geheel in de begroting verwerkt. 4) Hoe kan dit samengaan met de personele onderbezetting waar meermaals aan gerefereerd wordt in de jaarrekening? Antwoord: Vanuit goed werkgeverschap – zoals de raad dat ook voorstaat – is het in een aantal gevallen geraden om medewerking te verlenen aan detachering van een medewerker, zulks in het belang van de ontplooiing c.q. een goede carrièreontwikkeling. Detachering in de omgekeerde richting gebeurt ook.
Detachering gaat overigens gepaard met vergoeding van de werkgeverslasten, zodat hieruit vervanging kan worden gefinancierd. Niet altijd is op voorhand duidelijk of en hoe lang iemand gedetacheerd wordt, daarom wordt de begroting pas aangepast als er zekerheid is over de te behalen opbrengst.
Pagina 2 van 3
De werkelijke salarislasten zijn lager dan begroot door niet ingevulde vacatures (275K). De jaarrekening weergeeft dat extra inhuur van personeel heeft geleid tot extra lasten (275K). 5) Is er exact voor € 275.000 uitgegeven aan extra inhuur? Antwoord: Het tekort op inhuur is een gesaldeerd resultaat wat per saldo op € 275.000 negatief uitkomt. In dit saldo zit bijvoorbeeld dekking vanuit ziektegelden UWV of een vergoeding voor detachering eigen personeel. Accountantsverslag, pagina 12: Gemeente Dongen heeft in het verleden leningen verstrekt aan zwembad De Vennen. Hiervan wordt jaarlijks een bedrag van € 100.000 kwijtgescholden vanwege de negatieve vermogenspositie van het zwembad. Mede als gevolg van de coronasteun heeft het zwembad positieve resultaten en is eind 2021 sprake van een klein positief eigen vermogen. De gemeente en het zwembad zijn in overleg over de aflossing van de leningen. Vooralsnog is nog niet besloten om de kwijtschelding te stoppen en is de voorziening op de leningen van € 300.000 in stand gehouden. 6) Op welk moment in het jaar wordt beoordeeld, a.d.h.v. het eigen vermogen, of de gemeente € 100.000 kwijtscheldt? Antwoord: Dit gebeurt bij vaststelling van de jaarrekening in de aandeelhoudersvergadering. Deze vindt doorgaans eind maart plaats.
Pagina 3 van 3