20220630-02 TV D66 JdeJong ANTW- 2022-008145 Bestuursrapportage 2022-1
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a a g Naam:
Joeri de Jong
Datum: 17 juni 2022 Onderwerp:
2022-008145 Bestuursrapportage 2022-1
Portefeuillehouder:
René Jansen
Behandeland ambtenaar: Joost van Boekel Vraag / vragen 1. Pagina 9: Er wordt gesteld dat de resultaten van het woningbehoefteonderzoek onder meer worden meegenomen bij de ontwikkeling van de locaties Noorderlaan en Waspikse Weg. Echter staat in het coalitieakkoord dat het belang van een evenwichtige kern- en wijkopbouw in het woningbouwprogramma wordt benadrukt. a. In hoeverre vormt het coalitieakkoord een probleem voor de ambtelijke organisatie om de tekorten aan te pakken, die het woningbehoefteonderzoek concludeert, aangezien er gestuurd wordt op evenwichtige kern- en wijkopbouw? b. Hoe intensief gaat het woningbehoefteonderzoek meegenomen kunnen worden, gaan we bijv. 1-op-1 de behoefte matchen in nieuwbouwwijken? Antwoord: Er bestaat geen tegenspraak tussen het streven naar een evenwichtige kern- en wijkopbouw en de kwalitatieve woonverdeling zoals vastgesteld in het woonbehoefteonderzoek. Het coalitieakkoord vormt dan ook geen probleem of belemmering om de kwalitatieve tekorten aan te pakken. Bij nieuwe woningbouwlocaties zullen we zowel kijken naar een evenwichtige kern- en wijkopbouw als naar de kwalitatieve behoeften die zijn vastgesteld. Daarbij wordt opgemerkt dat bij de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek door Companen is aangegeven dat de ontwikkeling van de uitbreidingslocaties niet voldoende is om alle tekorten weg te werken. 2.
Pagina 10: Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, kan er vertraging in ruimtelijke procedures optreden omdat er nog ervaring opgedaan dient te worden met het werken met de nieuwe wet. Ook zijn de processen intern en met externe ketenpartners nog niet gereed. a. Wat wordt er nu gedaan ter voorbereiding voor de Omgevingswet en zorgt de uitstel van 1 juli 2022 naar 1 januari 2023 ervoor dat Dongen meer voorbereid gaat zijn dan eerder het geval was? Antwoord: Er wordt hard gewerkt om voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet. Uitgangspunt is en blijft om te voldoen aan de minimale eisen van de VNG. Er moet het nodige gebeuren naast de reguliere Pagina 1 van 5
werkzaamheden die uitgevoerd worden. Vanwege verschillende redenen is de personele bezetting enige tijd niet optimaal. Alle extra tijd die we krijgen, helpt om meer voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet. Desondanks zullen we in Dongen, net als in iedere andere gemeente in Nederland, rekening moeten houden met een periode na de invoering van deze wet waarin iedereen moet wennen aan de nieuwe regelgeving en bijbehorende procedures. Ook zullen in die periode waarschijnlijk nog de nodige de kinderziektes van de wet aan het licht komen en zal aan de hand van nieuwe jurisprudentie de wet nader geïnterpreteerd worden. 3. Pagina 15: Vanuit het Rijk ontvangen we NPO gelden om de achterstanden in het onderwijs, opgelopen door de corona crisis, tegen te gaan. Op pagina 15 wordt gesproken over de invulling van de NPO gelden. a. Kan dit uitvoeringsprogramma ook gedeeld worden met de raad? Antwoord: Ja, het uitvoeringsprogramma is als bijlage bij deze beantwoording opgenomen. b. We zien dat de keuze is gemaakt om vooral in te zetten op mentaal welbevinden en activiteiten rondom sport, bewegen, kunst en cultuur. Ook ligt de uitvoering bij partners die hierin gespecialiseerd zijn (KunstPodium, IMW, ContourdeTwern ed).
Worden er ook gelden besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en het wegwerken van (eventuele) achterstanden op het gebied van vakonderwijs (bv rekenof taalachterstanden)? Antwoord: Het Nationaal Programma Onderwijs (hierna: NPO) beoogt via een tijdelijke investering in het onderwijs corona-gerelateerde leervertragingen, zowel cognitief als sociaal-emotioneel, aan te pakken. Zowel de schoolbesturen als de gemeenten ontvangen middelen om maatregelen te treffen. De scholen richten zich primair op het cognitieve deel (de ‘leerwereld’) van leerlingen en de gemeente treft maatregelen op het welzijnsdeel (de ‘leefwereld’) van jeugdigen. Met de schoolbesturen en lokale ketenpartners is gesproken over de gewenste inzet van de gemeentelijke NPO-middelen, zodanig dat wordt bijgedragen aan het oplossen van de urgente problemen en dat het aanvullend is op de inzet van de NPO-middelen op schoolniveau. 4. Pagina 19: Hier wordt een nadeel van € 118.000,- geboekt als gevolg van een lagere uitkering van de NPO_gelden. Welke invloed heeft dit op de uitvoering van de bijbehorende taken? Oftewel, wat gebeurd hierdoor niet? Antwoord: het betreft hier een administratieve omissie, het bedrag was onjuist opgenomen in de begroting. Er is geen effect op de voorgenomen uitvoering van de NPO-maategelen. 5.
Pagina 19: Aangegeven wordt dat de procesregie voortaan niet meer via maatschappelijk werk wordt ingekocht, maar zelf wordt georganiseerd. a. Wat is hier de reden van?
Pagina 2 van 5
Antwoord: Bij de inkoop lokale voorzieningen vorig jaar hebben we gezamenlijk in goed overleg besloten om niet meer te detacheren naar het gemeentelijke team. Die ambitie jaren is geleden gestart en de afgelopen jaren steeds verder afgebouwd. We zijn bij de decentralisaties gestart met de detachering omdat dit naar verwachting zou leiden tot een betere verwevenheid van de gemeentelijk medewerkers met andere belangrijke expertises. Detachering vond plaats naar verschillende teams. In de loop van de tijd hebben we gezien dat de lijnen gelegd zijn: medewerkers met verschillende achtergronden weten elkaar te vinden – een gemixt team leverde daar geen significante bijdrage meer aan. De vaardigheden van de gedetacheerde paste bovendien niet altijd in het profiel zoals we dat als gemeente nastreven. Er was gezamenlijke zorg over een duurzame inzet. In afwachting van het plan van aanpak Dorpsteam inclusief de bedrijfsvoering die daarbij hoort, is besloten de detacheringsconstructie te beëindigen. De vrij gekomen ruimte is opgevuld in het gemeentelijke sociale team met de juiste competenties zoals bijvoorbeeld een SKJ registratie. b. Beschikken wij over het juiste personeel hiervoor en/of is het realistisch dat we dit personeel in de huidige markt kunnen aantrekken? Antwoord: De krapte op de arbeidsmarkt raakt de gehele organisatie.
Ten aanzien van het werken binnen het sociaal domein zijn er op sommige domeinen aanvullende vereisten zoals bijvoorbeeld een SKJ registratie. De arbeidsmarkt is dynamisch. Wij investeren in leren en ontwikkelen. Dat doen we niet alleen lokaal maar ook regionaal omdat we collectief de effecten van de grillige arbeidsmarkt ervaren. Regionaal zijn we onder andere een gezamenlijke traineepoule aan het verkennen. 6. Pagina 24: Statushouders a. Wat is de oorzaak van de overperformance waarbij we meer statushouders hebben opgevangen dan de taakstelling voor de 1e helft van 2022 en restant van de taakstelling 2021? Antwoord: De verwachte na-reizigers (in het kader van gezinshereniging), die door de lockdown niet eerder naar Nederland konden reizen, zijn in de eerste helft van 2022 alsnog naar Dongen gereisd. Dit telt mee voor de taakstelling. b. Is deze overperformance in mindering gebracht op de taakstelling voor de 2e helft van 2022? Antwoord: Ja, de overperformance wordt in mindering gebracht op de taakstelling voor de 2e helft van 2022. c. Heeft Dongen genoeg capaciteit om aan de nieuwe taakstelling te voldoen of zelfs weer een overperformance te bewerkstelligen? Antwoord: De taakstelling voor de 2e helft 2022 is vastgesteld op 21 minus 6 reeds geplaatste statushouders in de 1e helft 2022. Dit betekent
Pagina 3 van 5
dat wij nog 15 statushouders moeten plaatsen. Gezien de overperformance in de eerste helft zou het aannemelijk kunnen zijn dat wij aan deze nieuwe taakstelling kunnen voldoen. Het blijft vanzelfsprekend dat wij ons onverminderd blijven inzetten om alle gekoppelde vergunninghouders een aanbod te doen voor passende huisvesting. 7. Pagina 25: Er wordt aangegeven dat er een uitbreiding van de formatie binnen het Sociaal Domein komt. a. Past dit binnen de begroting? Antwoord: Nee, de begroting wordt hierop aangepast. b. Hoe verhoud dit zich tot de taakstelling op personeel die nog niet ingevuld is? Antwoord: De taakstelling is niet gericht op een specifiek beleidsveld. Binnen het Sociaal Domein is de werkdruk hoog en de arbeidsmarkt krap. Daarmee is geen relatie te leggen tussen taakstelling en feitelijke intwikkelingen binnen het Sociaal Domein. c. Om welke functies gaat het? Antwoord: Beleidscapaciteit Wmo/Jeugd. 8. Pagina 27: Er wordt werk gemaakt van het trainen van personeel op het gebied van schrijven in begrijpelijke taal. Hoe staat het daarnaast met het omzetten van documenten (zoals beschikkingen) in begrijpelijke taal? Antwoord: Dit voorjaar zijn de eerste collega’s getraind in het schrijven op B1niveau. Daarnaast zijn drie medewerkers recent getraind in taalcoaching op B1niveau. Zij kunnen medewerkers coachen hoe je een tekst in begrijpelijke taal schrijft.
De taalcoaches verzorgen komend jaar diverse trainingen voor collega’s in de organisatie; de eerste heeft voor de zomervakantie plaats. De training wordt gecombineerd met een inventarisatie van veelgebruikte documenten die eenvoudiger beschreven kunnen en moeten worden. Het aanpassen van brieven, besluiten, beschikkingen etc. is ook nodig in het kader van de Omgevingswet. Deze aanpassing wordt gecombineerd met de aanpak van begrijpelijke taal. Op basis van de inventarisatie wordt met de betrokken medewerkers een plan van aanpak en planning gemaakt. In de week van Lezen en Schrijven (8 t/m 14 september 2022) staat duidelijk schrijven centraal in de organisatie. In die week zijn er diverse workshops en acties om duidelijk schrijven meer onder de aandacht te brengen. 9. Pagina 30: Kan toegelicht worden wat precies bedoeld wordt met het nadeel van € 51.000,- voor het onderhoud van de oude Cambreur? Antwoord: Binnen thema 530 staat het onderhoudsbudget voor alle gemeentelijke gebouwen. Bij het opstellen van de eerste berap zagen we een aantal ontwikkelingen die hebben geleid tot een extra budgetaanvraag: • Door de prijsstijging van materialen en grondstoffen wordt ook onderhoud duurder.
Pagina 4 van 5
•
Na oplevering van de nieuwe Cambreur wordt het oude Cambreur overdragen aan de gemeente. Dat betekent dat niet lager de onderwijsinstelling (OMO), maar de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud. Dat leidt tot extra uitgaven. Tegelijkertijd wordt het pand geschikt gemaakt voor de tijdelijke huisvesting van de J.J. Anspachschool.
Pagina 5 van 5