20220630-01 TV D66 JdeJong ANTW- 2022-009096 Jaarrekening 2021
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a a g Naam:
Joeri de Jong
Datum: 17 juni 2022 Onderwerp:
2022-009096 Jaarrekening 2021
Portefeuillehouder:
René Jansen
Behandeland ambtenaar: Joost van Boekel Vraag / vragen 1. Pagina 6: "Doordat de vertraagde investeringen in de komende jaren nog wel tot uitgaven zullen leiden, is de verwachting evenwel dat de schuldquote in de komende jaren zal toenemen tot voorbij de 130%.": Om welke investeringen gaat dit precies? Antwoord: Op pagina 121 en 122 van de jaarrekening 2021 is inzicht gegeven in de restantkredieten per ultimo 2021. Met uitzondering van het krediet voor IKC Beljaart was bij een groot deel van deze kredieten de verwachting dat deze grotendeels in 2021 tot uitgaven zouden leiden. Het betreft in alle gevallen projecten die reeds in gang zijn gezet. Door vertraging in de uitvoering vallen de uitgaven niet grotendeels in 2021, maar in 2022 of in voorkomende gevallen in 2023. Om die reden heeft de vertraging geen structureel verlagend effect op de schuldquote. 2. Pagina 6: de onderschrijding personeelsbudget en overschrijding externe inhuur is precies gelijk. Vaak is externe inhuur echter duurder: om hoeveel FTE onderschrijding vast personeel en hoeveel FTE overschrijding externe inhuur gaat het? Antwoord: Het tekort op inhuur is een gesaldeerd resultaat dat per saldo op € 275.000 negatief uitkomt. In dit saldo zit bijvoorbeeld dekking vanuit ziektegelden UWV of een vergoeding voor detachering eigen personeel. Het “bruto”tekort op inhuur is € 452.000.
Op de vaste formatie bedroeg de vacatureruimte ultimo 2021 8,73 fte, inzet van inhuur wordt niet omgerekend naar fte. 3. Pagina 6: hier wordt een voordeel van € 60.000,- benoemd door minder uitgaven aan minima. Waaruit is dit bedrag opgebouwd en waar vinden we dit verder terug in de jaarrekening? Antwoord: Dit is het restant van het Meedoenregeling-budget. De onderbenutting en de reden daarvan is te vinden op pagina 39. 4. Pagina 18: de maximale koopsom voor een starterslening in Dongen is € 225.000,terwijl deze voor Oosterhout en Gilze Rijen op € 325.000,- en € 355.000,- staat. Het maximale leenbedrag in Dongen is € 20.000,- terwijl dit in Oosterhout en Gilze-Rijen op € 35.000,- en € 50.000,- staat. Pagina 1 van 8
a. Wat is de reden dat Dongen een lagere maximale koopsom en leenbedrag heeft dan Gilze-Rijen en Oosterhout? b. In hoeverre kan de maximale koopsom en leenbedrag voor de starterslening verhoogd worden? Antwoord: Het maximale leenbedrag is vastgelegd door de gemeenteraad in de gemeentelijke Verording startersleningen. Deze is in Dongen per 1-1-2019 vastgesteld: het moment dat Dongen startersleningen ging aanbieden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvsting Nederland (SVn). In de verordening is de maximale aankoopsom vastgesteld op € 225.000. Tot en met 2020 kwamen er voldoende woningen binnen die prijscategorie op de markt. Sinds 2021 zien we een zeer sterke stijging van woningprijzen en worden er geen startersleningen meer aangevraagd, eenvoudigweg omdat er geen of nauwelijks woningen tot € 225.000 op de markt komen. We bereiden daarom een aanpassing van de verordening startersleningen laten voorbereiding. Anders dan opnieuw een exact bedrag voor de maximale aankoopsom op te nemen in de verording (waardoor bij elke significante schommeling in de markt er opnieuw een wijzigingsbesluit door de gemeenteraad genomen moet worden) gaat de voorkeur uit naar het koppelen van de maximale aankoopsom aan de geldende grens voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Op dit moment bedraagt die grens € 355.000. Het maximale leenbedrag bedraagt nu € 20.000.
Met de omvang die het fondsdeel van de gemeente bij SVn nu nog aan bestedingsruimte heeft, kan Dongen daarmee nog ongeveer 10 starters met een lening van maximaal € 20.000 bedienen. Verhoging van het leenbedrag betekent dat de bestedingsruimte eerder opraakt. Wil de raad meer starters bedienen en ook het maximale leningbedrag verhogen, dan vraagt dat om een nieuwe, substantiële inleg in het gemeentelijke fondsdeel bij SVn. 5. Pagina 20: hier wordt gesproken over de gymzaal de Otterdonk, en de motie die de raad heeft aangenomen om eerst te onderzoeken hoe het bewegingsonderwijs in Dongen voor alle leerlingen op een verantwoorde manier kan worden ingevuld alvorens de huidige gymzaal te slopen. Er zou samen met de scholen een inventarisatie worden gedaan met betrekking tot het bewegingsonderwijs in onze gemeente. Is hier al meer over bekend? Antwoord: Dit betreft geen vraag over de jaarrekening, doch over de huidige stand van zaken. In de betreffende motie wordt het college verzocht om: ‘Een verantwoorde oplossing voor het bewegingsonderwijs voor de leerlingen van De Noorderpoort en Biezenkring te onderzoeken alvorens de sloophamer te hanteren en de raad hierover te informeren”. Stand van zaken uitvoering motie: Op dit moment worden de gegevens verzameld die nodig zijn om tot een goede analyse te komen.
In het bepalen van een verantwoorde oplossing voor het bewegingsonderwijs van leerlingen in De Biezen
Pagina 2 van 8
is het effect van de aanstaande sluiting van De Noorderpoort relevant. Op dit moment worden de leerlingenstromen als gevolg van sluiting van de Noorderpoort geïnventariseerd en die uitkomsten worden meegenomen in de inventarisatie van mogelijkheden voor het bewegingsonderwijs. Er is bij de scholen reeds een uitvraag geweest naar de effecten van de wettelijke norm bewegingsonderwijs die per 2023 in gaat, met een verplichting van 2x 45 minuten bewegingsonderwijs. 6. Pagina 26: wanneer komen de cijfers hernieuwbare energie 2020 en 2021 beschikbaar? Antwoord: De cijfers over hernieuwbare energie zijn afkomstig uit de Regionale Klimaatmonitor van de rijksoverheid. De laatst bekende cijfers in deze monitor over hernieuwebare energie gaan over 2019. Het is niet bekend of en wanneer cijfers over recentere jaren worden toegevoegd. 7. Onder andere pagina 28/29: er zijn best wat taken niet uitgevoerd waar wel geld voor in de begroting zat (gebiedspromotie, ontwikkelen energiehubs). Worden deze in 2022 alsnog uitgevoerd? Is hiervoor dan ook budget beschikbaar? Zo nee, waarom wordt dit dan niet als saldobestemming meegenomen? Antwoord: In Dongen is het niet gebruikelijk dat gelden worden overgeheveld naar volgende dienstjaren. Hiermee worden de dienstjaren zuiver gehouden en wordt het creëren van “extra” budget voorkomen.
Voor die acticiteiten die in een volgend jaar nog (deels) moeten worden uitgevoerd kan een uitzondering worden gemaakt. Denk hierbij aan Corona en Klimaat (via reserve) of incidenteel een exploitatiebudget via een resultaatbestemming bij het vaststellen van de jaarekening (niet gebruikelijk). Voor bijvoorbeeld gebiedspromotie zijn in 2022 door Corona en personele ontwikkelingen geen activiteiten uitgevoerd. Of en hoe gebiedspromotie in 2022 wordt opgepakt, is op dit moment onderwerp van gesprek. Indien blijkt dat in 2022 nog activiteiten moeten worden uitgevoerd, dan zal dat worden aangevraagd via een Berap. Daarmee voorkomen we dat we op voorhand geld gaan bestemmen dat niet uitgegeven gaat worden. De kosten voor het ontwikkelen van energiehubs worden meegenomen bij de besluitvorming in het najaar over deelname ana het Publiek Ontwikkelbedrijf. 8. Pagina 29: de bijdrage aan de OMWB lager is uitgevallen in verband met een lagere inzet van adviestaken. Daarentegen hebben we vorig jaar juist een motie aangenomen om extra budget vrij te maken voor de OMWB voor 2022, zodat zij hun controlerende en toezichthoudende taken beter kunnen uitvoeren. a.
Hoe verhoudt het lager bijstellen van de bijdrage zich tot de, ook ambtelijk uitgesproken, behoefte voor meer budget bij de OMWB? Antwoord: De lagere kosten 2021 worden veroorzaakt door een incidentele bijdrage van de Provincie voor intensieve veehouderij. Daarnaast is gebleken dat de afrekening rondom Tuf lager is uitgepakt dan vooraf voorzien. Deze incidentele afwijkingen hebben geen invloed op de
Pagina 3 van 8
benoemde capaciteit voor de uitvoering van structurele taken door de OMWB. b. Wat is er nu precies nodig (qua financiële bijdrage) om de OMWB haar taak als toezichthouder voor onze gemeente goed te kunnen laten uitvoeren? Antwoord: In RIB 37 wordt de raad nader geïnformeerd over de structureel benodigde capaciteit van de OMWB. 9. Pagina 32: hier wordt gesproken over het project 1001 woorden waarmee extra aandacht is voor niet-Nederlandssprekende peuters in de peuteropvang. Dit in samenwerking met stichting Initia. a. Is voor dit project ook samenwerking gezocht met stichting Bravoo? Antwoord: Nee, het project is gestart op verzoek van stichting KID. Zij hebben in 2021 in hun organisatie een toename gezien van het aantal kinderen in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar die weinig tot geen taal in het Nederlands hebben genoten (NT2 leerlingen). Het project is als pilot opgezet en is een samenwerking tussen stichting KID en Initia. Initia heeft veel expertise in huis op het gebied van NT2, aangevuld met expertise van Auris vanuit de taalsetting van Initia. Het project wordt ook als opmaat gezien naar verdere samenwerking in IKC Beljaart. b. Zo ja, waarom doen zij niet mee met dit project? c. Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het project is een pilot en eind 2022 wordt de balans opgemaakt. Dan wordt onderzocht wat de resultaten van de pilot zijn.
Zijn we tevreden met de resultaten? En is een uitrol naar andere aanbieders/ schoolbesturen noodzakelijk cq. gewenst? 10. Pagina 32: op pagina 32 wordt gesproken over de subsidie aan de Westerkim in 2021 voor activiteiten in het kader van de verlengde schooldag. a. Hoeveel leerlingen hebben hiervan gebruik gemaakt? Hoeveel leerlingen niet? Antwoord: Aan de verschillende activiteiten/ projecten van de verlengde schooldag namen tussen de 8 en 20 leerlingen deel. Gemiddeld namen er circa 14 kinderen deel aan een project. In totaal waren er 138 aanmeldingen. Er is niet bekend hoeveel leerlingen niet hebben deelgenomen. b. Wat zijn de ervaringen van de school met de verlengde schooldag? Antwoord: In de verantwoording heeft de Westerkim hierover het volgende opgenomen: “Door de laagdrempeligheid (aansluitend aan school en gratis) en de veelzijdigheid van de activiteiten waren er veel leerlingen die aan de activiteiten hebben deelgenomen. In de onder- en middenbouw namen bij sommige projecten bijna alle kinderen deel aan de activiteit. In de bovenbouw was deelname lager. Er is goed samengewerkt met externe partijen. Er zijn veel projecten ingekocht bij
Pagina 4 van 8
Het Kunstpodium. Verder is er samengewerkt met Mad Science, The House of Typing en het Beweegburo.” c. Zijn er al effecten bekend wat dit doet voor de kinderen? Antwoord: Met betrekking tot de taligheid en het bevorderen van de woordenschat stelt de school vast dat dit doel gedeeltelijk behaald is. Door de taligheid van de projecten en door het verlengen van de onderwijstijd is de taalontwikkeling van de kinderen zeker gegroeid. Er zijn geen metingen verricht om dit te onderbouwen. d. Gaat de school hier ook in 2022 en verder mee door? Antwoord: Ja, met daarbij ook extra aandacht voor de meetbaarheid van de resultaten. 11. Pagina 50: Er zit een flinke fluctuatie in het aantal personen met een lopend reïntegratietraject. Hoe wordt deze fluctuatie veroorzaakt? Antwoord: Het is onduidelijk hoe deze fluctuatie exact wordt veroorzaakt, dit kan door verschillende factoren komen. Er zijn extra corona-middelen ingezet, daarnaast zijn er focusgroepen opgezet en is er budgettair meer ruimte. De lagere inzet in 2020 is eveneens corona-gerelateerd. 12. Pagina 51: Kan uitgelegd worden hoe de verrekening met de balans (zowel baten als lasten) precies berekend wordt? Antwoord: Gedurende een boekjaar worden bij een lopende grondexploitatie de lasten en de baten in de exploitatie verwerkt.
Bij het opmaken van de jaarrekening wordt er beoordeeld of een grondexplotatie kan worden afgesloten of dat deze nog doorloopt naar het volgende boekjaar. Wanneer de grondexploitatie door blijft lopen worden de lasten en de baten per einde boekjaar naar de balans geboekt waar de boekwaarde van de grondexploitatie wordt gepresenteerd. Wanneer de grondexploitatie wordt afgesloten zal de (nog resterende) boekwaarde van de balans naar de exploitatie worden geboekt, daarmee stopt de grondexploitatie (winst of verlies). 13. Pagina 52: Is het beeld dat er te weinig Maatpact trajecten voor handen zijn een Dongens probleem of speelt dit in meer gemeenten in de regio? Antwoord: In deze is geen sprake van een specifiek Dongens probleem. In meerdere gemeenten om ons heen horen we dat er behoorlijk wat inspanningen nodig waren om de Maatpact werkwijze vorm te geven en te koppelen aan bestaande werkwijzen en afspraken. Overigens wordt er nu nagedacht over de wijze waarop we in de nabije toekomst vervolg gaan geven aan de opbrengsten vanuit het Maatpact initiatief. 14.
Pagina 54: Wat zijn de criteria voor het bepalen of een dorps- of wijkraad actief is? Wordt ook inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de verschillende dorps- en wijkraden doormiddel van het meten van bijvoorbeeld het aantal activiteiten? Antwoord: Voor de bepaling of een dorps- of wijkraad actief is, gaat het erom of de raad bij ons bekend is en of er bestuursleden zijn. Wij zien het niet als onze
Pagina 5 van 8
taak om inzichtelijk te maken wat de impact van de verschillende dorps- en wijkraden is. 15. Pagina 57: Hoeveel bezwaar- en beroepschriften en klachten burgerzaken zijn er in 2021 ingediend? Antwoord: Het betreft in 2021 bij burgerzaken 1 bezwaarschrift en 7 klachten. 16. Pagina 59: het is opvallend dat de kwaliteitsniveaus nu een stuk hoger liggen dan in 2019. Hoe is dit te verklaren? Heeft een verandering in de meetsystematiek hier een bijdrage aan geleverd? Antwoord: De meetsystematiek is beide jaren gelijk geweest. Wel is het zo dat in 2019 4x per jaar werd gemeten, in de periode maart, mei, juli en september, terwijl in 2021 elke maand is gemeten, dus ook in de winterperiode. Aangezien de onkruiddruk in de winter minder hoog is zou dat het gemiddelde wellicht omhoog kunnen halen. De getallen in de tabel geven het percentage aan wat voldoet aan het betreffende niveau. Voor de wijken gold in 2019 dat 22% voldeed aan B (streefniveau), 18 % een te lage kwaliteit had, maar 60% op A (boven het streefniveau B) lag. In 2021 is daarin een verschuiving te zien. Er ligt meer op het streefniveau B, maar minder op A en minder op C. Het is dus niet zo dat over het geheel de kwaliteitsniveaus een stuk hoger liggen. Feitelijk voldoet het jaar 2021 meer aan het vastgestelde ambitieniveau dat het onderhoudsniveau in de wijken op B stelt.
17. Pagina 59: kan er een verklaring gegeven worden voor de grote stijging in het aantal meldingen openbare ruimte? Zien we daarnaast een stijging in een bepaalde categorie meldingen? Antwoord: In 2019 zijn we pas na een aantal maanden gaan meten, dus die cijfers zijn niet compleet. Dat verklaart het lagere aantal. Onze inschatting op basis van extrapolatie is dat er dat jaar tussen de 4200 en 4400 meldingen binnen gekomen zijn. De stijging in het aantal meldingen is dus iets van minimaal de laatste drie jaar. De stijging zou samen kunnen hangen met de campagnes die wij voeren om inwoners bekend te maken met de mogelijkheid om een melding te doen. Ook is in 2021 een nieuwe meld-app (Fixi) geïntroduceerd die het doen van een melding vergemakkelijkt. Maar of dat de enige en/of doorslaggevende redenen zijn voor de stijging weten we niet.
Pagina 6 van 8
Omdat we in 2021 gewisseld hebben van applicatie en daarbij de naamgeving van de categorieën ook iets is aangepast, komen de benamingen niet helemaal overeen. We zien geen significante stijgingen bij een bepaalde categorie meldingen. Meest gekozen categorie 2020 Zwerfvuil Kapotte straatverlichting Afvalinzameling
% van totaal 18% 12% 8%
Bomen
7%
Slecht wegdek
5%
Meest gekozen categorie 2021 Overig Zwerfvuil, graffiti en beplakking Veiligheid en (parkeer)overlast Ondergrondse containers, PMD zakken Slecht wegdek, losse stoeptegel, verkeersborden
% van totaal 17% 14% 10% 8% 8%
18. Pagina 60: Hoe is het te verklaren dat het gebruik van de ondergrondse afvalcontainers in een jaar tijd meer dan gehalveerd is? Kan per leeftijdscohort (10 jaar per cohort) of per grootte gezin een verdeling gemaakt worden van het aantal gebruikte tikken? Antwoord: Naar aanleiding van het in 2020 vastgestelde Uitvoeringsplan Grondstoffen hebben we in 2021 richting de gebruikers van ondergrondse containers actief gecommuniceerd dat zij nog 52 inworpen restafval per jaar konden doen. Het resultaat is direct zichtbaar in de cijfers en het gemiddeld aantal inworpen per huishouden. De passen voor ondergrondse containers worden geregistreerd op huisadres. In verband met de vigerende privacywetgeving hebben wij geen inzicht in de gezinssamenstelling per adres. Derhalve kunnen we de gezinssamenstelling of leeftijd van bewoners niet koppelen aan het gebruik van de ondergrondse container. 19. Pagina 65: Hier staat de gemiddelde WOZ waarde als niet bekend, maar op pagina 70 wordt deze wel benoemd, wat is juist? Antwoord: De WOZ waarde op pagina 70 is juist. 20. Pagina 82: Worden de uitkomsten van het medewerkersgelukonderzoek in enige vorm gedeeld met de gemeenteraad? Kortom: hoe gelukkig is het personeel? Antwoord: We beschouwen het onderzoek als een bedrijfsvoering aangelegenheid en hebben de resultaten daarom niet gedeeld met de gemeenteraad.
Dat gezegd hebbende waren de uitslagen over het algemeen positief. Veel collega’s scoorden hoog op bevlogenheid en laag op burn-out klachten. Dat wil niet zeggen dat er geen verbeterpunten uit het onderzoek naar voren kwamen. Zo werd er bijvoorbeeld zeer wisselend gescoord op tevredenheid over salaris, waardering en communicatie. Een aantal van deze verbeterpunten
Pagina 7 van 8
worden door de organisatie opgepakt in diverse projecten, bijvoorbeeld de nieuwe werkgeversvisie. 21. Pagina 115: Voorziening “De Beljaart” bevat nog € 7.000,-. Valt deze voorziening op enig moment vrij? Antwoord: De verwachting is dat deze voorziening bij de jaarrekening 2022 vrij kan komen te vallen.
Pagina 8 van 8