20220519-01 TV OvD D66 VVD JKennekens ANTW- uitbreiding wethouders
Tekst van het document
Te c h n i s c h e v r a a g Naam:
Jan Kennekens in samenwerking met D66 en de VVD
Datum: 6 mei 2022 Onderwerp:
uitbreding aantal wethouders
Portefeuillehouder:
I.C.H. Jansen
Behandeland ambtenaar:
Joost van Boekel
Vraag / vragen 1. Wat zijn de exacte kosten (inclusief pensioen en wachtgeld tot aan pensioen en alle andere bijbehorende kosten) behorende bij het uitbreiden van het aantal wethouders met 0,6 fte: (a) per jaar en (b) per 4 jaar? Antwoord: De extra kosten bedragen afgerond € 71.000 per jaar. Over 4 jaar is dit € 284.000. In deze kostenberekening is enkel gerekend met de (variabele) salarislasten. Kosten pensioenvoorziening (APPA), reis- en verblijfskosten, ICT-kosten (telefonie, werkplek, tablet), opleidingskosten en eventuele inrichtingskosten voor een extra kamer zullen hoger uitpakken, maar zijn niet op voorhand in te schatten. De wachtgeldregeling is afhankelijk van het dienstverband en draagt maximaal 3 jaar en 2 maanden. De lasten die hieruit voortvloeien zijn bovendien afhankelijk van de snelheid waarmee de gewezen wethouder nieuw werk vindt. De kosten hiervan zijn daarom niet op voorhand te berekenen. Voor de kosten van de pensioenvoorziening geldt hetzelfde. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals lengte van het dienstverband. Het benodigde vermogen in de voorziening APPA wordt jaarlijks bij jaarrekening geactualiseerd. Het eerst volgende moment hiervoor is bij jaarrekening 2022. 2. De opschalingskorting was toch al vóór de begroting bevroren.
Waar in de begroting 2022-2026 staat deze opschalingskorting opgenomen en voor welk bedrag? Antwoord: Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met de opschalingskorting, een korting op het gemeentefonds waarmee werd geanticipeerd op schaalvergroting. De korting liep in de oorspronkelijke plannen op van € 60 miljoen in 2015 naar € 975 miljoen in 2025. Op een drietal momenten heeft het Rijk besloten de oploop van de korting te bevriezen: Pagina 1 van 3
•
•
•
September 2020: bevriezing voor de jaren 2020 en 2021. Het incidentele voordeel voor de jaren 2020 en 2021 is verwerkt in de Programmabegroting 2022-2025. Omdat bij de bevriezing wordt verondersteld dat na de bevriezing het oorspronkelijke pad leidend tot schaalvergroting blijft bestaan, is er geen structureel voordeel. September 2021: bevriezing voor het jaar 2022. Ook hier gold weer dat de oorspronkelijke kortingen vanaf 2023 in de boeken bleven staan. Het effect van deze korting is opgenomen in de septembercirculaire 2021 en wordt met de komende eerste bestuursrapportage over 2022 in de begroting 2022 verwerkt. December 2021: in het coalitieakkoord Rutte IV is besloten de opschalingskorting ook te bevriezen voor de jaren 2023, 2024 en 2025. De korting blijft voor deze jaren dus op het niveau van 2019. De oorspronkelijke korting van € 975 miljoen blijft vanaf 2026 in de boeken staan. Het voordeel van deze bevriezing wordt gecommuniceerd via de Meicirculaire 2022 die we eind deze maand ontvangen.
De opschalingskorting is niet afzonderlijk zichtbaar in de begroting. Het is een (van de vele) posten binnen de Algemene Uitkering. De raad wordt via raadsinformatiebrieven geïnformeerd over het effect van de verschillende circulaires op de Algemene Uitkering. 3. Klopt het dat het hier gaat om een incidenteel bedrag (opschalingskorting) en voor hoeveel jaar geldt dit? Schatten wij goed in dat we dan structurele uitgaven zouden doen met incidenteel geld? Antwoord: Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 2 klopt het inderdaad dat het hier gaat om een incidenteel voordeel, zij het dat dit de jaren 2022 t/m 2025 betreft. Vanaf 2026 is het oorspronkelijke bedrag als korting op het gemeentefonds blijven staan. In dit verband wordt in gemeenteland gesproken over 2026 als ravijnjaar; het gemeentefonds duikt in dit jaar fors naar beneden. Hier vindt momenteel druk overleg over plaats tussen VNG en het Rijk. Het is overigens ondenkbaar dat hiervoor geen oplossing wordt gevonden. Het overgrote deel van de uitgaven van de vierde wethouder beperkt zich tot de komende bestuursperiode (tot en met maart 2026), zodat deze kosten zijn gedekt. Enkel de kosten voor de wachtgeldregeling strekken zich uit over de jaren erna. Daarnaast vindt ieder jaar bij jaarrekening een actualisatie van de APPAvoorziening plaats. Dat kan leiden tot zowel tegenvallende als meevallende financiële effecten.
Pagina 2 van 3
4. Welke zichtbare en meetbare extra resultaten per beleidsterrein gaat de beoogde fte- uitbreiding opleveren? Antwoord: de beantwoording van vragen van principiële aard c.q. deze vraag is niet aan het zittende, demissionaire college; hiervoor verwijzen wij u door naar de formerende partijen. 5. Welke concrete onderbouwing ligt er ten grondslag aan de fte-uitbreiding? Graag een onderbouwing per beleidsterrein welke extra taken en werkzaamheden er voor de wethouders de komende vier jaar zullen zijn. Antwoord: idem vraag 4. 6. Waarom wordt er uit het nog te voeren taakbeleid geen rekening gehouden met minder werk voor wethouders? Immers, we zullen nadrukkelijk bezien wat de gemeente minder, niet of anders zal gaan doen. Antwoord: idem vraag 4. 7. Waarom kiest men er niet voor om te starten met 3fte dus gemiddeld 0,75 fte per wethouder en na het takendebat bezien of, zo ja en waarom er hoeveel extra werk dit voor de wethouders zou betekenen? Antwoord: idem vraag 4.
Pagina 3 van 3