2022-081 Advies opdrachtgeverschap dorpsteam
Tekst van het document
Werkgroep dorpsteam van de adviesraden Participatiewet en WMO
Aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen ter attentie van mevrouw P. Lepolder i.a.a. mevr. K. Diehl, mevr. F. Schepens en de griffie Betreft: advies inzake opdrachtgeverschap Dorpsteam Dongen, 20 april 2022 Geacht college, Via een mailbericht d.d. 30 maart 2022 ontvingen wij van mevrouw F. Schepens, voorzitter van de gemeentelijke werkgroep Dorpsteam, het verzoek uw college te adviseren inzake het “opdrachtgeverschap Dorpsteam Dongen”. Op pagina 2 van deze notitie lezen wij dat uw college samen met de directie een aantal mogelijke modellen heeft verkend en op basis van die verkenning stelt u het volgende voor: “Model opdrachtgeverschap Dorpsteam Dongen: ✓ De kernpartners van het Dorpsteam krijgen de opdracht voor het maken van een plan van aanpak voor het verder uitwerken en implementeren van het Dorpsteam. ✓ De intakerol van het Dorpsteam wordt gedelegeerd aan de kernpartners en niet meer door de gemeente uitgevoerd.” Het komt onze adviesraden voor, dat u met dit model uw rol met betrekking tot de ontwikkeling en werkzaamheid van het toekomstige dorpsteam marginaliseert. De verantwoordelijkheid voor inhoud, werkwijze en uitvoering komt geheel te liggen bij de kernpartners. U ziet uw rol voornamelijk in het vooraf formuleren van een programma van eisen, en het vastleggen van evaluatiemomenten.
Kennelijk heeft u dat zelf ook overwogen want bij de kanttekeningen op pagina 3 schrijft u: “We zijn als gemeente beperkter betrokken waardoor we minder invloed uit kunnen oefenen op het neer te zetten resultaat”. Deze overweging heeft u er echter niet toe gebracht te kiezen voor een ander model. Onze beide adviesraden zijn van mening dat u daarin een verkeerde keuze maakt. Dat brengt ons tot het volgende advies: Advies: de WMO- adviesraad en de participatieraad achten het van groot belang dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor de inhoud en leiding geeft aan het proces en samen met de kernpartners werkt aan het plan van aanpak, de implementatie en werkwijze van het dorpsteam.
Ons advies lijkt ons ook meer in lijn te liggen met de raadsbreed ondersteunde motie M202115, d.d. 21-10-21, waarin de gemeenteraad uitspreekt, dat de regie voor het dorpsteam bij de gemeente ligt en moet blijven liggen. Het door u gepresenteerde model geeft naar ons oordeel te weinig invulling aan deze gewenste regierol. Maar onze adviesraden hebben nog andere voor ons zwaarwegende bezwaren tegen het voorgestelde model. Een eerste bezwaar hoeven wij eigenlijk niet eens zelf te benoemen, dat doet u zelf in de kanttekening op blz. 3 waar u schrijft: “Door de gemeente geen onderdeel te maken van de intake van het Dorpsteam mist er mogelijk expertise op het gebied van jeugd, WMO, participatie en schuldhulpverlening in het Dorpsteam. Dit kan belemmerend werken bij het doorverwijzen naar de gemeente voor geïndiceerde zorg.” Maar kennelijk weegt dit manco in expertise voor u niet dermate zwaar dat het u heeft doen afzien van de keuze voor dit model. U meent het te kunnen oplossen door voor het dorpsteam een goede consultatie van de gemeente te faciliteren.
Terwijl u verwoordt, dat het dorpsteam “moet beschikken over de basiskennis van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet, omdat alle hulpvragen binnen het sociaal domein bij het dorpsteam binnenkomen” en ook “het spannend te vinden of de kernpartners in staat zullen zijn om goede afwegingen te maken wat de inwoner nodig heeft”, zet u hen zelf al meteen op achterstand door niet deel te nemen aan het dorpsteam. Dat brengt ons tot het volgende advies: Advies: de WMO- adviesraad en de participatieraad achten het noodzakelijk dat binnen het dorpsteam de basiskennis aanwezig is voor het gehele sociale domein, ook voor de geïndiceerde zorg. Dat maakt deelname van de gemeente aan het dorpsteam noodzakelijk. Wij hebben daar nog een andere overweging bij. In de hierboven genoemde raadsmotie wordt nog eens uitdrukkelijk verwoord dat het principe moet gelden van “één huishouden, één plan, één regisseur”. Met het oog daarop vroeg de gemeenteraad u de klantreis in kaart te brengen. Het dorpsteam is ten slotte bedoeld om de hulpvragende inwoner niet van het kastje naar de muur te sturen, maar te begeleiden in zijn hulpvraag tot het passende antwoord is gevonden, ook als dat soms moet betekenen dat een hulpvraag niet wordt of kan worden beantwoord.
Doordat u er echter in het voorgestelde model voor kiest niet zelf deel uit te maken van het dorpsteam, maar wel verantwoordelijk blijft (blijkens het op blz. 4 gestelde) voor de organisatie van de geïndiceerde zorg vindt er noodzakelijk voor deze vorm van zorg een soort tweede intake plaats en is er in die gevallen geen sprake meer van één huishouden, een plan, een regisseur en dus ook niet van één doorlopende klantreis zonder overstap. Maar ook dat hebt u zelf al gezien. Want in de toelichting op de klantreis lezen we: ”indien noodzakelijk vindt er (bij complexe problematiek) verdiepend onderzoek plaats wanneer er sprake is van geïndiceerde zorg”. Maar kennelijk weegt voor u deze knip in de klantreis minder zwaar dan de overweging dat een dergelijk nieuwe intake niet zo erg is, “omdat er soms duizenden euro’s mee gemoeid zijn” en “omdat sommige mensen het fijn vinden hun verhaal te vertellen”. Het eerste is een louter financieel argument en het tweede weet u eigenlijk niet. Dat brengt ons tot het volgende advies: Advies: de WMO- adviesraad en de participatieraad achten het noodzakelijk dat binnen het dorpsteam wordt gewerkt met één ononderbroken klantreis. Dat moet gelden voor elke hulpvraag binnen het sociaal domein, ook wanneer het gaat om geïndiceerde
zorg. Wanneer de gemeente deel uitmaakt van het dorpsteam kan vaak al aan de poort en anders door de ene regisseur tijdens de klantreis worden geconstateerd of er sprake is van geïndiceerde zorg. Die vraag kan, doordat de lijnen kort blijven, ook meteen door het dorpsteam worden opgepakt en verder geleid. Geacht college, de inzet van onze raden blijft het werken aan een laagdrempelige toegangspoort tot het sociale domein voor mensen met een hulpvraag. Het dorpsteam moet die toegangspoort zijn, waar de vraag van mensen wordt verstaan en verder begeleid hetzij: . naar de vele voorzieningen die we in onze gemeente kennen binnen het maatschappelijk veld . naar de voorzieningen binnen het voorliggend veld . naar de geïndiceerde zorg. Onze beide raden zullen welk voorstel voor een dergelijke toegangspoort dan ook steeds op deze laagdrempelige toegankelijkheid beoordelen. Het voorliggend voorstel voldoet naar onze mening niet ten volle aan deze verwachtingen. Toch denken wij graag met u verder. Om dat goed te kunnen hebben wij nog enkele aanvullende vragen om informatie. Vragen: 1. Graag zouden wij kennis nemen van de andere modellen voor opdrachtgeverschap waarover u hebt gesproken 2. Ook zouden wij graag kennis nemen van het programma van eisen dat u hanteert in het gesprek met de kernpartners.
Geacht college, wij hopen u met ons advies van dienst te zijn geweest en wachten de verdere ontwikkelingen rondom het dorpsteam af. Met vriendelijke groet de participatieraad de WMO- adviesraad namens deze: De werkgroep dorpsteam sociale adviesraden
Marianne de Kok, secretaris Wildzangweg 30 5106 NP Dongen